Bevrijding
Kort verhaal
'tls 5 mei 1945.
We liggen op een stille zaal in een ziekenhuis ergens in een duitse stad. Zoals iedere dag, zijn ook vandaag de uren traag en geruisloos vergleden! Buiten wordt het al schemerig en in de grote tuin van het ziekenhuis staan hoge populieren roerloos in de avondstilte als eenzame wachtposten.
Enkele vage geluiden dringen van buiten door. Stil en machtig verrijzen de bergen op de achtergrond, zwart aftekenend tegen de avondhemel. Daarvoor ligt het stille, schemerige dal.
'n Soort heimwee vervult me, als ik zo dromerig de schemer in lig te turen. Heimwee naar huis, naar Holland. Tegenover me ligt een Italiaan een droef liedje te neuriën, een liedje van verlangen naar zijn zonnige vaderland. Naast me ligt Henk, mijn vriend! Z'n gezicht is doodsbleek, z'n adem gaat snel en af en toe kreunt hij. 't Was eerst zo goed gegaan. In 't begin mocht hij een poosje op en later mocht hij zelfs in de tuin wandelen. Maar 't was helaas van korte duur.... Hij vatte kou en de gevreesde ziekte verergerde en sloopte in enkele weken tijds zijn tóch al zwakke krachten en vermagerd lichaam.
En nu, op deze stille avond ligt hij daar, ver van huis, te wachten op de dood! In de hoek van de zaal ligt nóg een Italiaan. Z'n zwart-omrande ogen zijn vermoeid gesloten en z'n lichaam schokt van pijn! Zó ligt de zaal als 't ware te wachten op de slaap, die zorg en pijn zal doen vergeten en 't knagende heimwee even zal doen stillen. Op haar ronde komt de nachtzuster langs de bedden, 't Is een meisje uit Joegoslavië, dat door de Duitsers meegevoerd, hier tenslotte is terechtgekomen.
Enige tijd geleden plaatsten we in „Daniël" een oproep voor het schrijven van een verhaal over oorlog en bevrijding. Tot onze verrassing kregen we een vijftiental reakties. Soms waren het eigen ervaringen, soms verzonnen verhalen. Het was moeilijk om een keuze te maken, vooral ook omdat uit de verhalen bleek met hoeveel inspanning ze geschreven waren. Uiteindelijk kozen we de twee volgende verhalen.
Graag willen we iedereen die een verhaal geschreven heeft, hartelijk dankzeggen.
Namens de redaktie,
J. Leune.
Ze heeft zeker iets bijzonders, want bij ons bed blijft ze staan.
In gebroken duits vertelt ze me het grote nieuws: HOLLAND IS VRIJ!!! Ze kijkt ons met een stralend lachje aan en zegt: „Als jullie wat opgeknapt zijn, kun je naar huis...!"
Ze blijft wachtend staan.... maar we 'zwijgen! Trouwens.... Henk is al te ver weg om dat blijde nieuws te omvatten.
Zacht als ze gekomen is, gaat ze weer weg. 't Wordt donker op zaal. Vrij! Een woord dat al ongeveer zestien maanden door je hoofd spookte. Vrij betekende THUIS!! Daaraan had je je vastgeklampt, als je op je krib lag in het kamp, met een knagende honger, terwijl de koorts door je lichaam woelde.
Thuis.... 't perste de tranen in je ogen, als je op weg naar het kamp iedere dag door dezelfde straat, langs dezelfde huizen slofte, aangevuurd door snauwende soldaten.
Altijd zat er dan ergens achter de ramen
een oude man z'n krant te lezen en soms ving je een lichtflits op van de lamp, die aangedaan werd, even maar.... want dan zakten de verduisteringsgordijnen! Maar die éne lichtflits priemde in je hart' Een doodgewoon huiskamerlamp maakte datje met een brok verder liep. Je wist het: daar woonden mensen, vrij en zonder snauwende soldaten..!
Je dacht aan thuis, waar ze misschien óók zo zaten bij het licht van een lamp en.... met een hart vol zorgen.
Thuis.... het leek zo oneindig ver, als de bommen vielen in donkere nachten en je ergens op de grond, met je hoofd tussen je armen, lag te wachten op die éne bom, die je niet hoorde fluiten, maar die je doden zou.
Thuis.... zou dit nu werkelijk de laatste ronde zijn? 't Was haast niet te geloven. Voor velen was dit bericht al te laat...!
In de donkerte van de zaal kwam alles weer boven! Die stralende warme zomerdag in augustus 1944 in de direkte omgeving van Braunschweig! We waren daar met honderden jongens uit Holland, Frankrijk, Polen, Rusland, Italië, 't Was daar mooi: bos en hei, heuvels, rode daken tussen het groen van de bomen. Tegen een diepblauwe hemel schitterde de zon, die het leven overgoot met warme vrolijke stralen. Het zou een sprookje geweest zijn, als je niet die brandende pijn in je kapotte voeten gevoeld had en je maag zich niet zo weeïg samenkrampte van de honger en daar niet de rauwe, snerpende kommando's geklonken hadden van brute soldaten! Wat een mooie wandeltocht had kunnen zijn, was een martelgang, nu we ons voortsleepten van het kamp naar de fabriek ergens in de stad. Die grauwe stad, met z'n haast eindeloze puinhopen van gebombardeerde straten, gebouwen en fabrieken en z'n honderden doden! De stad, waar bijna dagelijks talloze vliegtuigen boven en omheen gonsden als zwermen bijen om een korf. Iedere dag passeerden we een viadukt en een spoorwegovergang, die dichtbij elkaar lagen. Soms denderden daar eindeloos-lijkende treinen langs, volgeladen met oorlogsmaterieel, op weg naar het westen, misschien óók wel naar Holland. Vooral ook tegen het eind van 1944, toen de Duitsers in de Ardennen een laatste wanhopige poging deden om als een zwaargewonde leeuw alsnog met z'n bebloede muil z'n prooi te verslinden.
Geen wonder, dat dit viadukt en die spoorlijn onophoudelijk het mikpunt waren van engelse en amerikaanse bommenwerpers. Zo ook deze zonnige augustusdag. Plotseling werden we opgeschrikt door loeiende sirenes en zoals zo vaak zochten we een „veilig" heenkomen onder de bogen van het viadukt, terwijl onze bewakers wegrenden naar de dichtstbijzijnde schuilkelder, ons aan ons lot overlatend. Voor gevangenen was een schuilkelder té veilig en een té grote weelde. Inmiddels was het groot alarm geworden en weldra hoorden we het zoemend gedreun van vliegtuigen die overvlogen, draaiden en met onheilspellend gegrom terugkwamen. Hol en angstaanjagend weerklonk het gegier der motoren tot onder het viadukt, waar wij huiverend opééngepakt in de „nissen", angstig lagen te wachten op de rechtstreekse aanval. En die kwam ook.... golf na golf dook omlaag, het brullen van de motoren was nu vlakbij, maar het inslaan van de bommen, het daverend geweld van neerstortende brokken beton, overstemden hun geluid. Je proefde het betongruis in je mond, terwijl je je hoofd zo diep mogelijk probeerde weg te duwen tussen de lichamen van je makkers, die op en om je heen lagen.
Toen werd het opeens stiller, even durfde je te kijken. Er hing een grauwe mist van cementstof. Aan de éne kant was het viadukt ingestort. Boven hingen grote ruwe blokken beton heen en weer te zwiepen aan lange kromgetrokken staven betonijzer. In die korte adempauze kon je de van angst verwrongen gezichten zien en hoorde je in diverse „taalklanken" de naam Jezus uitschreeuwen van mensen in doodsnood.
Mannen, huilend als kinderen, sloegen kruisen en anderen wrongen hun handen samen als in een woordloos gebed! Wat er toen in me omging weet ik niet meer.... alleen een mateloze angst!
Nieuwe aanvallen volgden, brullend doken ze omla& g, de grote betonnen brug sidderde, het lawaai was oorverdovend. Met
ingehouden adem en een tot het uiterste gespannen lichaam wachtten we, gedachteloos misschien, sommigen biddend, anderen vloekend.
Hoe, wisten we niet, maar deze verschrikking ging voorbij, even plotseling als ze gekomen was.
Later werden we weer opgehaald en moesten verder marcheren naar de fabriek. We moesten ook nü zingen; dat moesten we immers altijd doen!
Bij het viadukt, tussen beton en ijzer lagen doden..!!
Thuis...! Voor die jongen uit Noord-Holland was dit bericht óók te laat. Op een dag vertelde hij me van z'n broer, die bij Leipzig tijdens een bombardement was omgekomen. We lagen toen in de ziekenbarak van het kamp en spraken over thuis, over de kansen van de oorlog. Hij sprak z'n zorgen uit over zijn ouders, die hun beide zoons missen moesten.... die éne voor altijd!
Hij verlangde er zo vurig naar om hen te laten weten en te laten zien, dat hij nog leefde.
Weken later daverden amerikaanse en engelse bommenwerpers boven de stad. Sirenes loeiden, burgers en arbeidders hadden zich bij 't vóór-alarm al naar de schuilkelders gespoed. De fabriek, waar we werkten, stroomde leeg.
Als gevangenen moest je maar zien, waar je terecht kwam.... vluchten was toch onmogelijk, daar was je té goed herkenbaar voor.
Toen begon de aanval! Allesvernietigend. Voltreffers, óók op de fabriek! Met een inslaande bom mee was Piet van de bovenste verdieping naar beneden gestort! Ook voor hem te laat!
Eindelijk waren ze dan tóch gekomen, onze bevrijders. Dagenlang had de strijd geduurd. Dag en nacht was er geschoten en werd er rondom de stad gestreden. Na een dreigement van de Amerikanen de hele stad zwaar te zullen bombarderen, hadden de Duitsers zich teruggetrokken.
De bewakers waren opeens veranderd in mensen, die zogenaamd begrip hadden voor hun naaste. Op de dag, dat de tanks de stad binnenrolden, waren ze verdwenen, op die éne na, die door getergde gevangenen gedood werd.... in de barak!
Oorlog kan van een mens een verscheurend dier maken.
Toen was daar opeens die jeep!! Ongelooflijk.... lachende soldaten, die je vroegen hoe je het maakte, je sigaretten en kauwgum gaven!
Soldaten op grommende tanks, vuil en smerig.... jongens uit Canada en Amerika! Op één tank stond „Limburg" geschreven. Ook daar hadden ze gevochten!
Met open mond en bonzend hart keken we naar hen. 't Leken wel wezens uit een andere wereld. Je kreeg niet genoeg van het kijken naar de massale doortocht van de bevrijders!
Eindeloze rijen trucks, tanks, jeeps rolden met dreunend geweld voorbij; de wijkende Duitsers achterna, op weg naar nieuwe strijd.
Bloed, zweet en tranen.... die woorden werden nu werkelijkheid. Je rook als 't ware de oorlog in de benzinedampen en 't stof van een voortratelend leger! Je zag de oorlog in bergen puin en brandende gebouwen..!
Dagen later werd het stiller.... als een windhoos was de strijd over de stad en ons heengegaan.
Tóen kwam, als een niet te temmen kracht, de drang naar huis. Hoe er te komen was wel een raadsel en tóch was ook weer gauw opgelost. Heel eenvoudig lópen.... hoe dan ook! Verlangen naar iets geeft je kracht, doetje vechten tegen een vermoeid, ondervoed lichaam. Steeds maar verder, richting Holland!
Op een dag — 20 april 1945 — ronkten ontelbare vliegtuigen over en verdwenen in oostelijke richting. Later hoorden we dat Berlijn één van de zwaarste aanvallen te verduren had gehad, juist op Hitiers verjaardag!
Zo gingen we van dorp tot dorp, van stad tot stad!
Bloed, zweet en tranen! Ja, dat was waar! Ergens in een dorpje zaten we wat uit te rusten. Dichtbij was een grote puinhoop.
Een oude Duitser vertelde het droeve verhaal. Eens was daar een kleuterschool geweest, waar kinderen speelden en allerlei versjes zongen. Op zekere dag was hun spel gestaakt en hun zang voorgoed verstomd, toen er bommen vielen en zij allen gedood werden. Bloed en tranen!
Eens klopten we ergens aan voor wat eten. Een vrouw, met een door droefheid getekend gezicht, deed open en ontving ons vriendelijk. Ze gaf ons brood mee, om iets van het leed te verzachten. Ook haar zoon — die als vermist opgegeven was — zwierf nu misschien wel ergens rond en nu kon ze zich zo goed indenken wat het zou zijn, als hij bij iemand tevergeefs aanklopte voor wat eten.
Onze reis eindigde in een amerikaans interneringskamp, een verzamelplaats van mannen op weg naar huis! Uit allerlei landen kwamen ze.
Vandaar zouden we naar huis gebracht worden, naar dat deel van Holland, tenminste, dat toen (omstreeks 25 april) al bevrijd was.
Het ging anders. Dat ziekenhuis werd voorlopig het eindpunt.
Op deze stille, wondere avond kwam dit alles me weer voor de geest.
Oók weer dat sterke verlangen naar hen, van wie je al bijna een jaar niets gehoord had!
Enkele dagen later (9 mei), op een sombere avond, stierven er drie mannen op zaal. Twee Italianen en.... Henk! Toen we hem vertelden dat Holland vrij was en ook hij misschien met een Rode Kruis transport naar huis zou kunnen, schudde hij z'n hoofd.
Hij voelde 't wel, 't was voor hem te laat. Hij lag naast me.... nog een enkel onverstaanbaar woord.... en hij was niet.
Als een tere bloem verwelkt. Toen de zusters hem weghaalden, stond z'n bordje met eten onaangeroerd! Ja.... oorlog is erg! Maanden later, 't was eind augustus '45, kwam onverwachts het grote wonder. Een canadees Rode Kruis-team kwam ons ophalen. We mochten vervoerd worden. Enige tijd daarvoor hadden de zusters ons nog bij het graf van Henk gebracht. Een houten kruis duidde de plaats aan..!
Nu moesten we hem daar achterlaten, op dat kerkhof in de vreemde...!!
Na een verblijf van enkele dagen in een ander ziekenhuis, nam een groot nederlands Rode Kruis-transport ons mee.
Over brede rijkswegen, door ruïnes van steden, over kronkelende paden en door kapotte straten ging het voort...! Eindelijk na vier dagen: roodwitte slagbomen.... vriendelijke soldaten.... Langzaam reden we de grens over.... iemand zette met schorre stem het Wilhelmus in en in alle zestien auto's werd het meegezongen!
Het Wilhelmus.... een onvoorstelbare ontroering huiverde door je lichaam..!! Dan.... een haag van mensen.... bloemen.... een meisje uit Maastricht, die je naam en aders noteerde en zei een telegram naar huis te sturen.... vruchten.... eten... hagelwit brood!! VRIJ!!
Nu is dit alles reeds lang geleden. Als je eraan denkt of erover schrijft, voel je als 't ware de oorlog tegen je opkruipen! Wat is die vrede duur gekocht. Ontelbare wonden zijn geslagen en duizenden kruisen herinneren ons steeds weer aan die bloedige strijd.
Sindsdien is het er niet beter op geworden.
Een dichter zei:
De wereld heeft zich afgekeerd, Ert schoon door onvrede verteerd
Verdraagt zij liever alle plagen Dan dat zij ooit naar God zal vragen Of uit Zijn oordelen iets leert.
De stormen razen over de wereld! Dat is — hoe vreselijk ook — nodig, wil het straks eeuwige vrede zijn op een nieuwe aarde.
Zo moet de Geest Gods als een storm of als een zachte stilte door ons hart gaan, willen we die ware vrede bezitten.
Om deze pinkstergeest wil Hij gebeden zijn.
J. W. Stout
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1985
Daniel | 36 Pagina's