JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jongeren moeten zich inzetten voor het gehoud van onze geestelijke vrijheid gehoud van onze geestelijke vrijheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jongeren moeten zich inzetten voor het gehoud van onze geestelijke vrijheid gehoud van onze geestelijke vrijheid

18 minuten leestijd

Mijnheer Bakels, u hebt in uw boek „Nacht und Nebel" een aangrijpend verslag gegeven van uw ervaringen in Duitse concentratiekampen. Waarom hebt u dit boek geschreven en waarom koos u voor de titel „Nacht und Nebel? "

Ik heb het boek „Nacht und Nebel" geschreven om de jonge generatie van nu kennis te laten nemen van ervaringen van overlevenden uit de Tweede Wereldoorlog. Ik heb het ook geschreven ter nagedachtenis van mijn vele vrienden die in deze oorlog gestorven zijn voor vrijheid, medemenselijkheid en gerechtigheid. Mijn boek is ook bedoeld als waarschuwing: wij moeten niet denken dat alles voorbij is.

Voor mij staat vast dat er zeer grote rampen op komst zijn. De mens heeft zich na deze wereldoorlog niet bekeerd.

Integendeel, men is voortgegaan op de weg van Godsverzaking, materialisme en ongeloof. Anderzijds hoop ik ook dat door mijn boek duidelijk mag worden dat God almachtig is en blijft, hoewel het ogenschijnlijk lijkt dat Satan regeert.

De titel „Nacht und Nebel" slaat op de naam: Nacht und Nebel-Häftlinge. Dit waren politieke gevangenen uit de door Duitsland bezette gebieden, die om de een of andere reden, op last van de Gestapo of de Sicherheitspolizei, spoorloos in nacht en mist moesten verdwijnen. Zij werden naar bepaalde concentratiekampen in Duitsland of Frankrijk gezonden en daar uitzonderlijk slecht behandeld. Een van deze concentratiekampen was Natzweiler in de Franse Vogezen. Ik heb hier veertien van de zesendertig maanden gevangenschap doorgebracht. Alleen al in Natzweiler hebben ongeveer 25.000 gevangenen, onder wie circa duizend Nederlanders, het leven gelaten. Ik heb er enkele malen met de dood gevochten.

Hoe was deze verschrikkelijke oorlog mogelijk in een beschaafde wereld?

Je kunt hier ook de vraag stellen: hoe^was het mogelijk dat de Duitsers toelieten dat een zekere Hitier Führer werd? Er is een aantal oorzaken te noemen: het feit dat de Duitsers de Eerste Wereldoorlog verloren hebben; de jammerlijke toestanden die daarna zijn ontstaan zoals hongersnoden en een geweldige inflatie; de sterke opkomst van het communisme. In deze omstandigheden stond er een sterke man op die de paternalistische en gezagsgetrouwe karaktereigenschappen van de Duitsers bespeelde. Deze man was een groot organisator, een geweldige redenaar en hypnotiseur. Met behulp van de geheime Staatspolizei met zijn terreur, gebruik makend van het geweldige nationalisme van de Duitsers dat op een

revanche uit was, moest dit wel tot een aanvalsoorlog leiden.

Veel mensen geloven in de groei van de mensheid naar een steeds humanere levenshouding. Daar staat deze Wereldoorlog toch wel diametraal op?

Het leidde tot zijn arrestatie door de Duitsers op 9 april 1942. Dit was het begin van een mensonterende tocht langs gevangenissen en concentratiekampen: Scheveningen (april-juli 1942), Amersfoort (juli-november 1942), Utrecht (november 1942 - juli 1943), Natzweiler (juli 1943 - september 1944), Ottobrun (september 1944), Dautmergen (september - november 1944), Vaihingen-Enz (november 1944-april 1945), Dachau (april - mei 1945). Op een indringende manier vertelt Floris Bakels in zijn boeken, , Nacht und Nebel" en in het vervolg daarop, , Uitzicht", over zijn ervaringen in de concentratiekampen en de verwerking van die ervaringen. Van , , Nacht und Nebel" zijn reeds meer dan 50.000 exemplaren verkocht. Hieruit blijkt hoe aktueel zijn verhaal is. Er klinkt een duidelijke boodschap in door die ook ons, in 1985, veel te zeggen heeft.

Ja, op een andere niveau kan je zeggen: oorlogen zijn überhaupt mogelijk omdat de mens zich van God heeft afgekeerd, wat ook nu op grote schaal gebeurt.

Werd het gevaar van een oorlog in Nederland wel voldoende onderkend?

Nee. We waren in de Eerste Wereldoorlog neutraal gebleven, we zouden het nu ook blijven, zo dachten velen. We hadden een goede regering, maar deze was ook goed van vertrouwen. Waarschuwingen die er vooraf geweest zijn, werden in de wind geslagen. Slechts op kleine schaal werd ingezien dat het wel eens fout kon lopen. De meesten echter werden op een ruwe manier verrast.

Heeft u een verklaring voor het feit dat in ons land velen de kant van de Duitsers kozen?

Je had in ons land verschillende landsverraderlijke groeperingen. Ik denk dat men o.a. geïmponeerd was door de geweldige Duitse macht. Het ene land na het andere werd veroverd. Nederland zelfs in slechts vijf dagen. Velen dachten dat het een onoverwinnelijke macht was, waar men zich naar moest schikken. Ook waren erbij die dachten dat er geld aan was te verdienen: collaborateurs. Het waren er echter niet zoveel. De grote massa deed helemaal niets. Men had het veel te druk om zelf in leven te blijven, een soort van lijfsbehoud. Ongeveer vier procent deed mee aan het verzet, iets meer dan vier procent was absoluut fout (N.S.B. enz), vanuit verschillende motieven, soms was een christelijke opvoeding daar de oorzaak van.

Een christelijke opvoeding zou toch juist hebben moeten leiden tot een onderkennen van het demonische karakter van het nationaal-socialisme? Velen hebben toch ook vanuit hun christelijke overtuiging de vijand tegengewerkt en joden geholpen?

De Duitsers hielden iedereen voor: mét Duitsland in een verenigd Europa tegen het bolsjewisme. NSB'ers en andere landverraders kwamen vaak uit christelijke milieus van kleine middenstanders. Deze mensen hadden vanaf hun jeugd nooit anders gehoord dan dat het communisme de grootste vijand was. De Duitsers stelden het zo voor alsof we, als gezamenlijke germaanse volken, een kruistocht tegen het communisme zouden gaan houden. Vele niet zo goed onderlegde lieden hebben dit geloofd en hebben zich uit angst voor het wereldcommunisme bij Duitsland aangesloten. De kerken in Nederland zijn echter door de Duitsers niet direkt aangevallen zoals men dat nu in de Sovjet-Unie en de Oostbloklanden doet. Er waren wel vervolgingen, er zijn dominees en geestelijken gevangen genomen, maar verder zijn de kerken tamelijk met rust gelaten. Men wilde zich geen moeilijkheden op de hals halen door direkt een

groot deel van het Nederlandse volk tegen zich te krijgen.

Samengevat: de mensen zijn een tijdlang verblind geweest voor het diabolische/ demonische karakter van het nazisme, want het was hun met de paplepel ingegoten dat het communisme hét grote gevaar was.

Er waren ook Nederlanders die wel het verderfelijke van het nazisme inzagen, maar toch op grond van Romeinen 13 zeiden dat wij de Duitsers als wettige overheid dienden te erkennen. Weliswaar een kwalijke macht, maar toch een macht om het Nederlandse volk te brengen op de plaats waar het voor God behoorde te zijn.

Die redenering kan ik niet volgen. Er zijn tal van overheden waarvan ik sterk aarzel, ja ontken, of die door God gesteld zijn. Ik denk dus dat het een verkeerde opvatting is te veronderstellen dat elke overheid, hoe schurkachtig ook (denk bijvoorbeeld aan Cambodja) door God gesteld is en datje die moet gehoorzamen. Je kunt wel zeggen: er gebeurt hier op aarde niets zonder dat de Schepper dat weet en toelaat, maar dat is heel wat anders. Je kunt niet zeggen dat Hitier of Stalin of andere mensenmoordenaars door God gesteld zijn, wel dat God het heeft toegelaten.

Hoe moeten we vandaag staan ten opzichte van oorlogsmisdadigers? Is het volgens u juist dat Menten is vrijgelaten? Is het wel rechtvaardig om zoveel jaar na de oorlog nog een klopjacht op Mengele te ontketenen?

Laat ik het voorzichtig zeggen: zolang gevreesd moet worden dat door de vrijlating van de Twee van Breda, joodse en andere medeburgers, die verschrikkelijk geleden hebben, hieronder zullen lijden, moet je ze vasthouden. Dat Menten is vrijgelaten moet ik aan de rechter overlaten. Ook hier geldt wat ik net als reden aanvoerde bij de Twee van Breda, maar dit heeft de justitie beslist en daar heb ik respekt voor. De klopjacht op Mengele en andere oorlogsmisdadigers, daar sta ik volkomen achter. Ik ben bevriend met Wiesenthal: wij willen niet wraak nemen en die mensen een kopje kleiner maken, maar we willen dat uitkomt wat men gedaan heeft en dat er gerechtigheid wordt uitgeoefend. Het is van belang dat de jonge mensen uit de mond van de oorlogsmisdadigers zelf horen wat deze hebben gedaan. Zo vond ik het ook een geweldige stunt dat de oorlogsmisdadiger Eichmann weggehaald is door de Israelische geheime dienst en daarna berecht is.

Ik hoop dat dit bij Mengele ook gebeurt, zodat velen uit zijn mond zullen horen wat hij te zeggen heeft op de beschuldiging dat hij duizenden mensen vermoord heeft, door op hen de meest walgelijke experimenten uit te proberen. Het concentratiekamp en alles wat daarbij hoort is nog geen verleden tijd. Op deze manier gaat het nog in vele landen en het kan ook hier weer gaan gebeuren.

Acht u het herlevend neo-nazisme en fascisme een reële dreiging?

Hier in Nederland nauwelijks. De Volksunie is in ons land verboden. De Centrumpartij krijgt gelukkig nauwelijks kans. Er zijn wel kleine groepjes, maar die hebben niets in te brengen. In Duitsland liggen er wel wortels in het verleden, maar ook daar geloof ik niet dat het ooit weer tot zo'n macht kan komen. Helaas is het communisme vandaag wél een heel ernstige bedreiging.

In uw boek „Uitzicht" hebt u geschreven over de lessen van Nacht und Nebel. U bent in dit boek ook ingegaan op de verwerking van de verschrikkingen tijdens uw gevangenschap. Hoe hebt u het geestelijke en lichamelijke lijden kunnen verwerken ?

Ik heb een nogal sterke gezondheid meegekregen. Verder heb ik vrienden die me zo nu en dan te eten gaven of anderszins steunden. In Natzweiler heb ik een tijdje een „goede" baan gehad: allemaal materiële dingen dus. Het geestelijke lijden heb ik kunnen verwerken door mijn geloof en na de bevrijding door de liefde van vrouw en kinderen en door een aantal vrienden. Vooral het geloof in God heeft mij niet toegestaan psychische dwaalwegen te gaan bewandelen. Ik heb meermalen een voordracht gehouden over de zin van het lijden. Een ontzettend moeilijk onderwerp. Maar als je de zin van het lijden begrijpt, dan kun je daar ook geestelijk niet aan onderdoor gaan. Ik denk dat al het lijden een bedoeling heeft.

Maar als nu mensen in zeer moeilijke situaties van het leven, die hun draagkracht te boven gaan, toch in psychisch lijden terechtkomen, is dat dan een falen van hun geloof?

Dat hoeft helemaal niet. Ik zal nooit zeggen tegen iemand die een kind verliest,

wat ongeveer het ergste is wat iemand kan overkomen dunkt mij, : uw geloof heeft tekort geschoten. Er zijn veel mensen die enorm veel hebben moeten lijden, neem bijvoorbeeld Job, een gelovig man. Je moet echter wel zien dat je de zin daarvan kunt ontdekken. Vaak zijn er positieve gevolgen van iets negatiefs. Een voorbeeld is het ontstaan van de staat Israël. Dit gebeurde drie jaar nadat er zes miljoen joden zijn vermoord. Dit kan in het persoonlijke leven ook. Neem mensen met een gehandikapt kind. Het lijkt verschrikkelijk, maar moet u zien hoe dol men vaak is op deze kinderen. Ik heb zelf een kleinkind dat gehandikapt is. Bij het lijden moetje niet alleen kijken wat er hier op aarde gebeurt, je moet over de dood heen kijken. Het leven houdt voor ons toch niet op bij het sterven? Je moet over je lichamelijke lijden en over de dood proberen heen te kijken, zeker nu met Pasen wanneer we toch gedenken dat de dood is overwonnen.

Dankzij mijn God heb ik het geestelijke en lichamelijke lijden voor 95 procent kunnen verwerken. Psychisch heb je af en toe een wat ongewone reactie; drukke bijeenkomsten, recepties, mensenmassa's, daar houd ik bijvoorbeeld niet zo van.

In uw boek citeert een ex-gevangene de dichtregel van Muus Jacobse: , , Want geen volk zal ooit opstaan tot nieuw leven, dat niet zijn vrijheid uit Gods had ontving... " Hoe denkt u hierover? Heeft ons volk beseft dat we de vrijheid uit Gods hand hebben ontvangen?

Deze dichtregel van Muus Jacobse vind ik bijzonder mooi. Ik denk dat de gelovigen wel en de ongelovigen niet beseft hebben dat we deze vrijheid uit Gods hand hebben ontvangen. Toen wij in Dachau bevrijd werden op 29 april 1945, besefte ik heel erg goed dat ik dat uit Gods hand ontving.... en nu nog.

Wordt dit besef in 1985 nog steeds gevonden?

Ja, maar vergeet niet dat de mensen van veertig jaar en jonger de oorlog niet hebben meegemaakt. Ze lezen er wel verhalen over, ze hebben er wel belangstelling voor, ze nemen er kennis van en stellen er zeker belang in. Op scholen wordt er in de geschiedenislessen de nodige aandacht aan besteed. Maar het is natuurlijk heel wat anders of je hoort van iemand hoe een ander wordt doodgeschopt of dat je het werkelijk ziet gebeuren. Dat is het grote verschil tussen een verhaal en de werkelijkheid. De jongere generatie kan dus wel zeggen dat ze beseft wat er gebeurd is, maar ze kent bijvoorbeeld niet de ontroering wanneer je voor het eerst weer de rood-wit-blauwe vlag ziet waarvoor bij ons de tranen uit de ogen liepen. Of wat het betekende om op 30 april in Dachau het Wilhelmus te zingen. Dat kun je wel vertellen, maar je begrijpt het pas als je erbij bent geweest.

Hoe kijkt u aan tegen onze vrijheid? Wordt onze vrijheid opnieuw bedreigd?

Onze vrijheid wordt in hoge mate bedreigd.

Ik acht onze vrijheid een van de allerhoogste goederen. Helaas vinden velen onze vrijheid iets vanzelfsprekends en beseffen niet dat het iets bijzonders is. In onze tijd, waar geloof ik al meer dan honderd politiediktaturen zijn, is een democratie iets bijzonders. Ook is er op veel terreinen sprake van demoralisatie: gezinsbanden worden losgemaakt; het huwelijk wordt op losse schroeven gesteld; drugs; jongeren die zelfmoord plegen; overal demonstraties: altijd eisend en nooit gevend; belachelijk maken van het Huis van Oranje. Allemaal zaken die ik betreur. Ik denk ook aan de discriminatie van christenen: ik kom soms in gezelschappen waar ik bespot word als ik zeg dat ik christen ben. Dit vind ik allemaal zeer bedenkelijke tekenen. Het atheïstische wereldcommunisme en ook de vredesbewegingen maken daar dankbaar gebruik van.

Als we de geweldige bewapeningswedloop zien, vervult dat velen met zorg. Je hoort vandaag, met name van jongeren, dat we beter een Russische bezetting kunnen riskeren dan doorgaan met bewapenen.... Hoe denkt u daarover?

Ik vind als mensen zeggen: liever rood dan dood, dan kan ik maar een ding zeggen: je weet niet wat je zegt! Heeft men zich er wel eens in verdiept wat een Russische of Oostduitse bezetting betekent? Ik kan alleen zeggen: je weet niet wat je zegt en ik kan wel merken dat je geen vijandelijke bezetting hebt meegemaakt, of dat je bijvoorbeeld niet in Afghanistan bent geweest. Ik voel voor een krachtige bewapening in het bondgenootschap NAVO. Ik zeg daarbij: als de mogelijke vijand ons zomaar om niets bedreigt met kernwapens, mag ik daar dan soms wat tegenover stellen in de innige hoop dat er dan niets zal gebeuren? Want niemand zet die dingen neer met het oogmerk ze dan in werking te stellen, maar alleen om te voorkomen dat dan iets gebeurt. Een krankzinnige toestand, dat wel, maar er zit niets anders op. Als je dus zegt datje bezwaar hebt tegen kernbewapening, dan moetje niet hier zijn, maar daar. Zolang ze in het oostblok doorgaan met raketten op ons te richten (want wat doen we die lui voor kwaad? ) zijn wij helaas genoodzaakt daar een passend antwoord op te geven.

U ziet niets in een houding waarbij we ons ten opzichte van een eventuele bezetter lijdzaam opstellen? Is dat voor een christen geen betere houding?

Misschien ben ik wat te oud voor deze redenering of heb ik teveel meegemaakt, maar ik geloof er niet in. Je verneemt bijvoorbeeld van Russische christenen die naar werkkampen worden gestuurd, dat ze dat niet kwaad vinden, zelfs goed omdat ze dan de gelegenheid krijgen hun medegevangenen op het geloof te wijzen, troost te geven en zelfs te getuigen tegenover hun bewakers. Dat is zeer verheven. Daar neem ik diep mijn hoed voor af. Toch heb ik liever niet dat het zo ver komt. Bovendien gaat het niet zozeer om de mensen als wel om het systeem wat verwerpelijk is. En een systeem is niet aanspreekbaar.

In „Uitzicht" geeft u een aantal oorzaken aan van de verloedering in ons vrije westen. Als we u goed begrijpen bent u van mening dat vele ouders er de schuld van zijn dat jongeren zich misdragen? Is dat niet wat generaliserend gesproken?

Natuurlijk zijn er tal van oorzaken op te sommen. Toch is het zeker waar. Doordat vele ouders gewoon niet op hun kinderen letten, bijvoorbeeld heel de avond voor de televisie zitten, laat men de kinderen maar begaan. Als ouders moetje toch het voorbeeld geven. Intussen maken niet alleen ouders zich hier schuldig aan maar ook leraren en onderwijzers. Opvoeding tot het behoorlijk omgaan met je medemens wordt niet aangeleerd. Het is hier vaak een heidense bende. Vaak blijkt bij jongeren die zich bijvoorbeeld te buiten gaan aan vandalisme, dat de ouders hieraan schuldig zijn. Als ik hoor van jongeren die betrokken zijn bij akties, demonstraties, vandalisme enzovoort, dan kom ik tot de conclusie dat ze slecht of helemaal niet zijn opgevoed.

U kijkt dus niet per saldo negatief tegen jongeren aan?

Welnee. Ik houd ook veel voordrachten voor jongeren. Dan merk ik dikwijls dat jongeren socialer zijn dan wij. Maar ik denk dat ze dan vaak ook een goed gezinsleven hebben. Vergeet u ook niet dat je over goede, ijverige, zich opofferende, dappere jongeren niet in de krant leest.

Hoe zouden de jongeren zich vandaag kunnen inzetten voor het behoud van onze geestelijke vrijheid? Hebt u een boodschap voor deze jongeren?

Mijn boodschap is, dat kunt u niet anders verwachten, heb God lief en lees in de Bijbel. Verder moeten jongeren nadenken.

Het valt me vaak op dat jongeren weinig kritisch zijn. Men bekritiseert wel bijvoorbeeld Lubbers of de RSV, maar als je daar nader op ingaat en vraagt hoe ze daarbij komen, blijkt het vaak gewoon een napraten te zijn. De media beïnvloeden in hoge mate de jongeren. En dan zeg ik altijd: zou u zo goed willen zijn wat beter na te denken over wat er eigenlijk wordt gezegd. En als er dan een discussie ontstaat, raken jongeren vaak in verwarring en zeggen: zo hebben we het eigenlijk niet gezien. Wij worden in hoge mate misleid door de media. Vrij veel media zullen niet nalaten het christelijke volksgedeelte, waar zij kunnen, voor schut te zetten. Jongeren moeten zich inzetten voor het behoud van onze geestelijke vrijheid, ze moeten zich verdiepen in wat een politiedictatuur is, die we hier vijfjaar lang hebben gehad. Dit moeten ze dan vergelijken met de feiten (niet de propaganda) van vandaag en dat kritisch bekijken en niet achter allerlei leuzen of demagogische leiders aanlopen. Dus zelfstandig leren denken.

Hebt u een verklaring voor het feit dat de lessen van Nacht und Nebel nauwelijks weerklank vinden? Of is dit te negatief beoordeeld?

Ten dele is dit te negatief. Ik heb door mijn boeken, voordrachten en radio-en tvuitzendingen naar schatting wel twee miljoen mensen bereikt. „Nacht und Nebel" heeft elf drukken, „Uitzicht", minder, maar is ook nog niet zo lang geleden verschenen. Daaruit kun je concluderen dat het weerklank vindt. Ik heb ontzettend veel brieven ontvangen waaruit bleek, dat die lessen mensen wel degelijk weer op een goed spoor hebben gebracht.

Toch ben ik bezorgd over de ontwikkeling in de wereld. Je krijgt vermoedelijk een polarisatie. Ik denk dat je meer uitgesproken goed en meer uitgesproken kwaad krijgt. Het wordt aan de ene kant steeds slechter, aan de andere kant moet je de goede krachten niet onderschatten, maar de tegenstellingen zullen groter worden. In Mattheus 24 gaat het over de ondergang van deze wereld. Vandaag zie je een aantal van deze tekenen in onze wereld, zoals die grote hongersnoden, waarvan je overal om je heen hoort en ziet. Dit is ontzettend.

Waarom acht u verontachtzaming van de lessen uit het KZ een ernstig vergrijp jegens de nagedachtenis van de meer dan vijftig miljoen slachtoffers van het nationaal-socialisme?

Het is gewoon een belediging als je deze lessen niet wilt leren. Dan zijn al die slachtoffers dus voor niets gevallen. Het is bovendien dom. Deze ervaringen kunnen nog van pas komen.

Waarom is het voor u elke dag 4 mei, maar ook 5 mei?

Ik treur elke dag om de mensen die doodgeschoten zijn of bezweken. Ik noem ze soms bij name, ik heb ook portretten van hen en ik denk vaak: wat zouden ze ervan vinden als ze nog zouden leven? Maar ik ben ook elke dag vurig dankbaar voor alles wat ik krijg. Voor mij spreekt niets vanzelf. Dat ik hier zit, dat ik vrouw en kinderen heb en dat ik straks naar buiten kan gaan, terwijl niemand me tegenhoudt, en straks een redevoering kan houden zonder dat de politie binnenvalt, daar ben ik allemaal heel erg dankbaar voor. Die dingen spreken helemaal niet vanzelf!

Mijnheer Bakels, hartelijk dank voor uw medewerking aan dit vraaggesprek. We hopen dat ook veel jonge Daniël-lezers de lessen uit de Tweede Wereldoorlog ter harte zullen nemen opdat iedereen zal beseffen dat onze vrijheid een groot goed is.

B. van der Schoot

J. H. Mauritz

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1985

Daniel | 36 Pagina's

Jongeren moeten zich inzetten voor het gehoud van onze geestelijke vrijheid gehoud van onze geestelijke vrijheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1985

Daniel | 36 Pagina's