Een theoloog in oorlogstijd gesprek met ds. J.C. van Ravenswaay over zijn ervaringen in de oorlog
Dominee, kunt u zich nog herinneren hoe u het uitbreken van de oorlog hebt meegemaakt?
"k Was toen student aan de Theologische School in Apeldoorn. De avond tevoren was ik met - nu dominee - Van der Bijl naar Apeldoorn gefietst, 's Morgens vroeg werden we wakker en bleek de oorlog uitgebroken te zijn. *k Besloot naar Ede. waar mijn ouders èn mijn verloofde woonden, terug te gaan.
Sinds wanneer was u theologisch student?
Ik ben in 1939 aangenomen, 'k Weet nog dat ik in m'n soldatenpakje bij 't curatorium kwam. We waren juist gemobiliseerd toen ik in november vervroegd de dienst mocht verlaten en gaan studeren.
Hoe ging het verder in de oorlog?
Van de gevechten in de meidagen hebben wij weinig meegemaakt. Rond Ede is vrijwel niet gevochten. Wel hoorden we in de richting van de Grebbeberg schieten en zagen we de Stuka-bommenwerpers bij ons
boven hun duikvlucht op de Grebbestellingen inzetten.
Na de kapitulatie konden we weer gewoon gaan studeren. In Apeldoorn merkte je — zeker in 't begin — niet zoveel van de Duitsers. In '43 kreeg ik echter een brief, dat ik in duitse dienst moest opkomen. Ik ben namelijk in 1918 in Duitsland geboren. Ik zat daar natuurlijk mee. Wat moest ik doen? Eén van de hoogleraren meende, toen ik het hem vroeg, dat ik me moest melden bij de Duitsers. Dat heb ik echter niet gedaan, 'k Ben ondergedoken bij familie die tussen Lunteren en Ede woonde. Daarvandaan trok ik zo nu en dan naar Apeldoorn voor de studie.
U bent toch in de oorlog al kandidaat geworden?
Ja, dat klopt. Op 6 juni 1944 — op D-day dus — deed ik m'n kandidaatsexamen. Daarna werd ik beroepbaar gesteld. De gemeente van Zaamslag — dat ligt in de buurt van Terneuzen — was een van de acht gemeenten die een beroep op me uitbracht, 'k Nam het beroep aan en zou in september bevestigd worden. Daar kwam echter niets van, want op 19 september werd Zaamslag door de Canadezen bevrijd. 'k Ben daarna, tot aan het eind van de oorlog, hulpprediker in Bunschoten geweest.
In september 1944 had je ook de landingen op de heide tussen Ede en Arnhem en daarna de gevechten om de brug bij Arnhem. Hebt u daar nog iets van meegemaakt?
Ja, een geweldig bombardement op zondag 17 september, de dag waarop de para's landden, 's Morgens begon het al: we zaten in de kerk en een neef van ds. L. Rijksen preekte. Hij was lerend ouderling. De geallieerden bombardeerden toen de Enkafabrieken aan de rand van Ede. Ouderling Rijksen preekte echter gewoon door. Zo rond de middag kreeg Ede zelf een bombardement te verduren, 'k Stond juist samen met mijn verloofde — nu mijn vrouw — buiten bij het hekje van ons huis.
De bomen klapten vlakbij ons neer. Vijfentwintig meter verderop stond namelijk een school en daar zaten Duitsers in. We zijn toen op de grond gedoken.
Brokken steen vielen om ons heen. De Engelsen gooiden toen met zogenaamde kettingbommen en dat waren afschuwelijke dingen. Er zijn toen veel doden gevallen, zowel onder de Duitsers als onder de inwoners van Ede.
Toen 't even stil was zijn we het huis ingevlucht. Even later vielen er weer bommen, 't Was zo hevig dat je de muren van het huis heen en weer kon zien gaan.
De Heere heeft ons toen allemaal bewaard.
Hebt u zo'n kennelijke bewaring nog wel eens meer meegemaakt?
Op een morgen, dat was in maart 1945, fietste ik met mijn verloofde van Bunschoten naar Ede. Dat was wel op een fiets met zogenaamde anti-plof-banden hoor. In de buurt van Voorthuizen werden we aangehouden. Ik schrok. De koffers moesten open en we moesten onze ausweis laten zien. Het was in de tijd van de razzia's en je kon dus zo opgepakt worden en naar Duitsland gestuurd worden. Bovendien was ik in overtreding, omdat ik me niet gemeld had.
Met de kommandant van de Duitsers raakte ik toen in gesprek over het feit dat ik in de duitse plaats Heiligenhaus geboren was. Hij woonde daar dicht bij in de buurt, zelfs in dezelfde straat waar ook een oom en tante van me woonden. Dat brak het ijs. Van die kommandant kreeg ik toen een briefje mee, dat ze me bij eventuele volgende posten door moesten laten gaan. Zo ben ik toen niet opgepakt.
Dr. L. de Jong schrijft in , , Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog" dat de Duitsers , , een konstante druk op de kerken " hebben uitgeoefend , , om zich van inmenging in hetgeen de bezetter wenste te bereiken, te onthouden". Hoe hebben de Christelijke Gereformeerde Kerken zich daar tegenover gesteld?
Dat is heel verschillend geweest, zoals in alle kerken. Het grootste deel was duidelijk anti-duits. Aan de andere kant zijn er maar weinig predikanten geweest die dat erg openlijk deden. Nu hoefde dat ook niét altijd. De mensen hadden aan een half woord vaak al voldoende om te weten hoe je over bepaalde zaken dacht. Over het algemeen stonden de Christelijke Gereformeerde Kerken positief tegenover het verzet. De meeste protestbrieven die de gezamenlijke kerken naar Seys-Inquart stuurden, zijn dan ook mede door de Christelijke Gereformeerde Kerken ondertekend. Dat waren protesten tegen de maatregelen tegen de Joden, tegen de wegvoering van mannen naar Duitsland en tegen het neerschieten van gijzelaars of andere onschuldige burgers als vergelding voor bepaalde verzetsdaden.
Officieel mocht er niet gebeden worden
voor de koningin. Oogluikend werd het vaak wel toegelaten. Wat deed u?
Ik heb wel gebeden voor ons koningshuis en voor de koningin. De School liet ons als studenten wel vrij daar in, maar met name Prof. Geels prentte ons in dat wel te doen. Vanaf 1943 mocht ik als student voorgaan en heb dat ook regelmatig gedaan.
Hebt u ook kontakten gehad met het verzet?
In Bunschoten is dat inderdaad zo geweest. Ik heb een aantal keren 's nachts berichten overgebracht naar de ondergrondse. Dat waren berichten naar mensen die naar Engeland moesten.
Nu schrijft Dr. De Jong dat met name in bevindelijk-orthodoxe kring er een lijdelijke houding en prediking voorkwam die verzet tegen de Duitsers als zonde tegen God veroordeelde. Sommigen sympathiseerden zelfs met het duitse regiem. Klopt dat?
Ja, dat kwam helaas voor. Nu moet er wel onderscheid gemaakt worden. Die lijdelijke houding kwam vooral voor vanuit de overtuiging dat de oorlog gezien moest worden als Gods straffende hand over de zonden van land en volk. En dat was natuurlijk juist, maar betekende mijns inziens niet dat je de Duitsers in alles gehoorzamen moest en dat verzet ongeoorloofd was. Bovendien zagen sommigen de Duitsers als onze nieuwe en wettige overheid. Daarom namen zij een lijdelijke houding aan. Maar een lijdelijke houding was nog beslist niet hetzelfde als sympathie voor de Duitsers. Dat laatste kwam, dwars door alle kerken overigens, inderdaad helaas ook voor. En dat was een absoluut verkeerde houding. Te weinig werd het anti-christelijke karakter van Hitiers systeem doorzien.
Was in het verzet alles geoorloofd? Ik denk bijvoorbeeld aan de aanslag op Rauter bij de Woeste Hoeve.
Nee, beslist niet alles. Verzet moet wel op geoorloofde wijze plaatsvinden en ook het doel moet positief zijn. Zomaar een willekeurige Duitser neerschieten acht ik dan ook ongeoorloofd. Met Rauter ligt dat wat anders. Hij was verantwoordelijk voor de dood van velen. Daar durf ik niet zomaar in te oordelen.
Nog iets heel anders. Dr. De Jong schrijft ook dat tijdens de oorlog, onder de druk der tijden, er bij velen sprake was van een verdiept geloofsleven. Is dat ook uw ervaring geweest?
Nee, helaas niet. De kerken zaten wel wat voller in het algemeen en er was ook wel een zekere ontvankelijkheid door de omstandigheden, maar ik heb na de oorlog helaas maar weinig vruchten gezien. De ontkerstening is na de oorlog zelfs radikaal doorgebroken.
Ik denk ook aan de onderlinge verhouding tussen de verschillende kerken. In de oorlog was er over 't algemeen meer herkenning en erkenning van elkaar. Er was meer eensgezindheid. Na de oorlog, ja zelfs al in de oorlog, waren er weer de kerkscheuringen.
Gods oordeel is door maar weinigen echt ingeleefd. Dit natuurlijk in 't algemeen. Voor enkelingen is dat wel anders geweest. De oorlog en de bezetting is ook door de Heere gebruikt om mensen tot bekering te brengen. Daarvan heb ik gelukkig ook voorbeelden gezien.
Dominee, een laatste vraag: hoe hebt u de bevrijding — nu veertig jaar geleden — ervaren? Waarover hebt u bijvoorbeeld de eerste zondag na de bevrijding gepreekt?
We waren natuurlijk erg blij. De mensen waren uitgelaten. En juist dat heeft bij mij een domper op het geheel gezet. Er was zo weinig dankbaarheid jegens God. In Bunschoten heb ik toen gepreekt over Psalm 126 : 5: , Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien."
Ik heb er op gewezen dat er verschil is tussen blijdschap en blijdschap en dat alleen de Kerk straks eeuwig zal juichen.
En ook dat het er uiteindelijk alleen maar op aan komt dat we tot die schare van juichers zullen behoren. Zij zullen eeuwig tot grootmaking van Gods volmaakte deugden leven. Dan zal Hij voor hen alles zijn en in allen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1985
Daniel | 36 Pagina's