Een verhaal uit de hongerwinter
kort verhaal
Met zijn hoofd gestut in zijn handen zit de dominee voor zijn bureau. Zijn blauwgrijze ogen staren naar buiten. Voor hem liggen boeken geopend over elkaar heen. Bovenop ligt het Boek der Boeken.
Het ligt er, maar dominee heeft zijn aandacht er niet bij. Telkens dwalen zijn gedachten af. Morgen hoopt hij te preken over koning David. De Bijbel ligt er bij opengeslagen:1 Kron. 17 en 18.
Gewoontegetrouw is dominee een stukje beginnen te lezen. Het drong echter niet zo tot hem door. Alleen de woorden uit het zesde vers van hoofdstuk 18. Ook in het 13e vers las hij het weer: „En de HEERE behoedde David overal, waar hij heenging". Telkens herhaalden deze woorden zich in zijn gedachten. Ook nu weer, nu hij al starende naar buiten, zijn gemeente voor zich ziet. Zijn gemeenteleden, waar hij zoveel van houdt. Vaders, moeders, kinderen, ouden van dagen, allen met die hongerige bllik. Nu niet alleen naar geestelijke spijze maar ook zozeer naar de lichamelijke. Hij zou het hen zo graag geven. Nu had hij wel zitting genomen in het interkerkelijk komité dat vorige week was opgericht met het prachtige doel voedsel op te sporen. Hoe moeilijk was dit echter. Wie zou zijn leven er voor wagen? Want waar was er nog voedsel te halen? Toch alleen aan de overkant van de grote rivieren. Juist die plaatsen die aan de gevaarlijke frontlijn lagen.
Al biddende tot God, Zijn Vader die toch voor alles zorgt, komen plotseling die woorden weer in zijn gedachten: „En de HEERE behoedde David overal waar hij heenging". Dit toepassende op zichzelf wist de dominee dat hij het moest zijn die het voedsel moest gaan halen. Want Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde.
Dan wordt er geklopt op de deur van zijn studeerkamer. Het is een lid van het pas opgerichte komité, „of dominee misschien vrijmoedigheid had om het voedsel aan de overkant te halen..."
Het is middernacht, dominee loopt met zijn broeder diaken naar de rivier.
Het vriest. De lucht is van het diepste donkerblauw, versierd met heldere sterren en de maan, die zijn best doet het tweetal te schaduwen.
Hol klinken hun voetstappen door de straten. Het is de eerste keer dat ze de gevaarlijke tocht gaan maken. Toestemming om te varen hebben ze niet, laat staan getekende papieren van de plaatselijke „Ortskommandant". Slechts een geldig persoonsbewijs.
Ze begeven zich in een groot gevaar maar dominee is gerust. „De Bewaarder Israëls zal niet sluimeren noch slapen".
Bij het schuitje aangekomen, schip is een te groot woord, vinden ze daar de eigenaar, ook een lid van de kerkeraad.
Al stomend en puffend varen ze de rivier op. Maar als ze nog maar net de rivier op zijn, horen ze schieten. Eerst veraf dan
steeds dichterbij. De schipper, staat aan het roer en krijgt het erg benauwd.
„Dominee", schreeuwt hij door het schieten heen, „dit kan toch niet, laten we alsjeblieft terug gaan. Ik heb ook een ziel, een vrouw en kinderen te verliezen". „Wacht even", sust dan de dominee, „ik ga even naar beneden". Dan daalt de dominee het laddertje af en daar midden in het vooronder buigt hij zijn knieën en smeekt de Almachtige om Zijn bewarende Hand.
Even later staat hij weer naast de schipper boven op het dek. „Vaar maar rustig verder hoor, er zal niets gebeuren. De Heere is met ons".
Ondanks het felle schieten dat nog lange tijd aanhoudt, vervolgen de mannen hun tocht.
Veilig komen ze aan. Het is inmiddels vroeg in de morgen en langzaam verbleken de sterren en de maan, die nu plaats gaan maken voor de zon die wel al wakker is, maar zich nog niet laat zien en daarom eerst de lucht gaat verkleuren met zijn eerste stralen van het diepste rood tot het lichtste rose. Een wonderlijk kleurenspel voor wie er oog voor heeft.
En wanneer de eerste volle stralen over de kale akkers vallen, staat dominee met zijn broeders al voor de eerste boerderij om daar eten los te praten.
„Jie koen wel eten kriegen, mer dan moet ie vanaovond preken, hier!", was het antwoord van de boerin.
Zo gebeurde het dat de dominee langs de wegen die de boerderijen van elkaar scheiden zijn preek liep voor te bereiden voor 's avonds.
Die avond, op een boerendeel, afgeladen vol, is de dominee voor gegaan in een preekdienst. Zijn zwarte pak was besmeurd met modder. De preek was er niet minder mooi om. Velen waren ontroerd en bewogen zodat ze niet anders konden dan alles te geven wat ze konden missen voor hun hongerlijdende naasten.
De volgende morgen, na een rustige overtocht, komen de mannen met een afgeladen schuit op de plaats van bestemming aan waar ze hartelijk verwelkomd worden.
Maar hoe moeten nu al die honderden broden verdeeld worden op de eerlijkste manier? Die oplossing was al bedacht door het komité. De grote hoeveelheden werden getransporteerd naar de fruitgrossier. Deze had een grote ruimte beschikbaar gesteld om vandaar uit het voedsel te distribueren.
Zo gebeurt het dat een ieder zijn portie komt halen en ieder van hen offert gul in de kollektebussen die zijn geplaatst voor de voedselhalers zodat ze dit werk voort kunnen zetten. Het ontbreekt hen zodoende nooit aan geld.
Na een zeer korte periode was het weer tijd om te gaan. Het was als in de dagen van Jozef, toen er honger was in het land Kanaan en Jakob zijn zonen bij zich riep met de woorden „Keert wederom".
Op een juist gekozen tijdstip vertrokken ze weer.
Maar, was het tijdstip wel zo juist?
Want.... net wanneer de mannen aan boord willen stappen, wordt er geroepen: „Halt, bitte". Als versteend staan de mannen stil. „O, God help", is het eerste gebed dat de dominee opzendt. „Haben Sie Zustimmung zu fahren? Beweis, Bitte lass mir sehen!" Bleek tot in hun lippen staan ze daar. En de dominee zendt het ene gebed na het andere naar de troon der genade. Maar het kan alles niet baten. De hemel lijkt van koper en de Bewaarder Israëls zo onbereikbaar ver. Want toestemming om te varen hebben ze niet. Bewijzen zijn er niet, dus er valt niets te laten zien.
Ze kunnen de soldaat niet antwoorden. Niets.... Met lege handen staan ze daar. Het enige dat er op zit, is dat ze mee moeten naar het bureau, waar de Ortskommandant verder beslissen zal over hun lot.
„Laufen, bitte! zum Bureau". Al biddende en smekende volgen de mannen de soldaat. Daar binnen gekomen worden ze voor de Ortskommandant geleid. Nadat eerst de soldaat verteld heeft over de oorzaak van de komst van deze mannen, wendt de kommandant pas zijn blik naar de drie arrestanten. De soldaat vraagt hij te vertrekken.
„Waar zijn jullie bewijzen? "
Nu is het of de woorden van de Heere Jezus direkt in vervulling gaan toen Hij zei: „Weest niet bezorgd hoe of wat gij tot verantwoording zeggen, of wat gij spreken
zult; want de Heilige Geest zal u in dezelve ure leren, hetgeen gij spreken zult".
Want dan treedt de dominee naar voren en zijn blauwgrijze ogen kijken in de koele koude blik voor hem.
En zoals de dominee daar staat in zijn zwarte pak fier en rechtop, dwingt hij ongewild respekt af. Hij gaat vertellen wat ze van plan waren te doen. Dat ze waarschijnlijk door hun tocht, vele, vele mensen van de hongerdood kunnen verlossen. „En"...., vervolgt hij, „meneer de kommandant, bewijzen hebben we niet, daar zijn we strafbaar voor. Maar deze straf zal nog niets zijn bij de eeuwige straf die u zal moeten ondergaan als straks bij het uur van uw dood u zult moeten verschijnen voor de Rechter van hemel en aarde. Dan zullen al die zielen van uw hand geëist worden als u ons niet laat gaan."
Langzaam verandert de koele koude blik en er komt een wat mildere uitdrukking in de ogen van de Ortskommandant. Hij lijkt onder de indruk. „Verdwijn", roept hij. „Laat ik geen last meer van jullie hebben". Onderweg naar de rivier hebben de mannen gedankt en zingende zijn ze aan boord gegaan:
Hoopt op de HEER, gij vromen Is Israël in nood, Er zal verlossing komen Zijn goedheid is zeer groot.
Naar ware gebeurtenissen uit het leven van wijlen ds. Joh. van der Poel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1985
Daniel | 36 Pagina's