JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Elia’s gebed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Elia’s gebed

Bijbelstudies over de profeet Elia (14)

7 minuten leestijd

1 Koningen 18 : 39-42

Lees voor je deze bijbelstudie gaat bestuderen eerst 1 Koningen 18 : 39-42 goed door.

Als op het gebed van Elia vuur is neergedaald van de hemel, dan breekt het volk los in een luid geroep: De HEERE is God, de HEERE is God! Dat betekent de afzwering van Baal en de vernieuwing van het verbond. Is dat bij alle Israëlieten echt geweest? Zeker niet! Bij die zevenduizend wel. Bij enkele anderen misschien ook.

Maar uiteindelijk gaat het hier niet daarom. Het gaat hier over de vraag wie de sterkste is. Het geding tussen Baal en de Heere is hier beslist. En het is de prediking voor alle tijden: de HEERE is God. Hij is de Sterkste. In onze tijd maken de machten van de duisternis zich op. De geest van de antichrist gaat al meer ontwaken. De rechten en eisen des Heeren worden vertrapt, buiten de kerk en daarbinnen.

Maar Gods kinderen mogen moed scheppen: het geding, op Karmel begonnen, is op Golgotha beslist. In vers 40 lezen we, dat alle baaispriesters op bevel van Elia worden gegrepen en worden geslacht aan de beek Kison. Vandaag gebruikt men een tekst als deze om te wijzen op de wreedheid van het Oude Testament. Men probeert dan het Oude en Nieuwe Testament tegen elkaar uit te spelen. Zo raken we echter heel de Bijbel kwijt. Het lot van de baaispriesters was niet anders dan eigen schuld. Als ze maar van harte hadden meegeroepen, dat de Heere God is, dan waren ze zeker niet gedood. We vinden hier ook een profetie van het eeuwige oordeel. Straks op de jongste dag komt Christus als Rechter. Tot troost voor Zijn Kerk. maar tot schrik van alle goddelozen.

Heb je nog nooit je knie gebogen voor de Heere? Dan zal je deel eeuwig met die baaispriesters zijn!

Het gebed van een rechtvaardige vermag veel

In het laatste gedeelte van dit hoofdstuk staat het gebed van Elia centraal en nog meer de verhoring van zijn gebed door de Heere. Elia heeft zijn handen uitgebreid in een smeekgebed voor zijn land en zijn volk.

Wat zijn wij in onze gebeden egoïstisch, vervuld met onze noden en behoeften. Maar Elia heeft gebeden voor de nocd van zijn volk. Met het oog op dit gebed schreef Jakobus eeuwen later: een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel!

Op het gebed van Elia heeft de hemel zich met wolken gevuld en is de regen in stromen neergevallen. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, echter niet alles. Dat geldt alleen van het gebed van Christus, de volmaakte Rechtvaardige. Hij staat voor het Aangezicht van de Vader en Hem hoort de Vader altijd. Dan mogen we Elia hier ook zien als een schaduw van Christus. Jakobus zegt: Hij bad een gebéd.

Een écht gebed. Geen toespraak tot God, waarin de bidder de Heere precies vertelt, wat Hij doen moet. Geen verhandeling, opdat de mensen de bidder maar zullen prijzen. Nee, een gebéd! Het is de moeite waard om uit het gebed van Elia lering te trekken.

De beslissing van het geding op Karmel heeft Elia het vaste geloof gegeven, dat de Heere het oordeel zal beëindigen en weer regen zal geven. Het geloof wordt wel eens

vergeleken met een verrekijker. Het haalt de dingen dichtbij. Er is nog een strakblauwe lucht, maar door het geloof hoort Elia de regen al vallen. Hij zegt tegen Achab: , , Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedige regen" (vers 41). In datzelfde geloof heeft Elia ook gebeden.

Waarom heeft hij niet eerder gebeden? Eerst moest het altaar hersteld, het geding beslist en het verbond vernieuwd worden. Nu kan Elia pas bidden om de opheffing van het oordeel. Velen willen wel vragen om de opheffing van het oordeel over de schuld heen, maar dat kon Elia niet.

Daarom heeft hij eerst de schuldvraag gesteld. Maar nu kan dan volgen het gebed van Elia.

Hij heeft eerst in het geloof om het oordeel gebeden, zo stond hij aan Gods kant. Nu gaat hij in het geloof bidden om de opheffing van het oordeel (Jak. 5 : 17-18).

De afwezige Achab

Het is opvallend, dat we pas in vers 41 weer lezen over Achab. Het schijnt of hij lange tijd afwezig is geweest. Dat tekent zijn slapte, zijn besluiteloosheid. In wereldse zaken is Achab een belangrijk vorst geweest, maar als het gaat om de dienst van God, dan is Achab niet thuis.

Verschrikkelijk als zo ons leven is. Ik denk aan die jongelui, die graag vooruit willen, die zich met al hun energie op hun studie werpen, maar voor de dienst van God is er geen tijd, voor de catechisatie geen tijd.

Wat weegt ons het zwaarst? Ik denk aan die ouderen, die zich met al hun energie werpen op hun werk, hun gezin, hun liefhebberijen, maar voor de dienst des Heeren hebben zij geen tijd. Dat zijn de Achabsfiguren, die voor veel wereldse zaken warm lopen, maar die geen belangstelling hebben voor de dingen des Heeren.

Het woord van Elia tot Achab in vers 41 is een woord des geloofs. En dan lezen we dat Achab ging eten en drinken, terwijl Elia in gebed gaat (vers 42). Wat een tegenstelling ligt daarin opgesloten: Achab leeft voor de dingen van beneden; Elia zoekt Gods aangezicht. Aan welke kant staan wij?

Achab had als koning voor Israël moeten bidden, maar hij kent het gebedsleven niet, want hij heeft geen behoefte aan Gods gunst. Hebben wij een verborgen leven met de Heere? Plaatsen waar we ons hart voor God uitstorten, onze zonde voor Hem bewenen, maar ook het verlangen van ons hart voor Hem neerleggen? Wie verlegen is om Gods gunst, komt op de knieën, kent het gebedsleven. Wat is één van de eerste kenmerken van genade? Het gebed.

De grote Voorbidder

Het nieuwe leven is een biddend leven. Ik weet: Wie kan bidden? Leer ons bidden, vroegen de discipelen. Het gebedsleven van Gods kinderen kan zo ingezonken raken. Zij zijn vaak zo ver van hun plaats.

Het gebed kan ook de grond niet zijn, waarom de Heere Zich ontfermt over een verloren mens. Als grond moeten onze gebeden ertussenuit. De Heilige Geest leert ons de grond uit ons gebedsleven verliezen. De grond kan alleen maar liggen in het werk van Christus, in de voorbede van Christus. Hij is de grote Voorbidder.

Alleen in Zijn voorbede, op grond van Zijn verdiensten kunnen we voor God bestaan. Gods ontdekte volk leert hongeren en dorsten naar Hem. Maar zou dat geen voortdurend gebed met zich meebrengen?

Zij zien alles in de Borg, hun ziel dopt naar Hem, maar zij weten zich van Hem gescheiden. Zou dat geen biddend leven zijn? De nood van hun verloren leven dringt hen en de dierbaarheid van Jezus trekt hen. Zijn er onder ons, die naar Christus dorsten en daarom veel op de knieën liggen? De geschiedenis van Elia leert ons, dat de Heere een Hoorder is van het gebed!

Gespreksvragen

1. Waarom is het geding van de Karmel uiteindelijk op Golgotha beslist?

2. Welke gevaren zijn er als we het Oude en Nieuwe Testament tegen elkaar gaan uitspelen?

3. In vers 42 vinden we een scherpe tegenstelling. De geschiedenissen van Elia zijn vol van dergelijke tegenstellingen. Probeer er meer te zoeken.

4. Toon aan vanuit het Woord van God, dat het gebed een van de eerste kenmerken van genade is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1985

Daniel | 32 Pagina's

Elia’s gebed

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1985

Daniel | 32 Pagina's