JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Die éne keer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Die éne keer

Kort verhaal

6 minuten leestijd

„Wij delen u nog mede dat zo de Heere wil en wij leven aanstaande dinsdag dominee...."

Staande hoort de gemeente de mededelingen van de ouderling aan.

Fred, die net schuin achterom keek om zijn vriend Jos in het vizier te krijgen, schrikt op, één en al aandacht ineens.

Dus dinsdag alweer kerk. Dat is tegenwoordig elke. week raak. En elke week kost hem dat een avond.

Maar deze keer slaat hij over, dat is vast en zeker. Hij heeft een repetitie woensdag en.... geen zin ook. Hij wil ook wel eens wat tijd voor zichzelf hebben.

Langzaam lopen de mensen rij na rij de kerk uit.

Hij vangt nog even een knipoog op van Jos, loopt dan met Arie en Jan naar huis. De meisjes lopen met vader en moeder mee. De jongens, met hun lange benen, zijn eerder thuis. Arie, de oudste, heeft de sleutel alvast maar meegenomen. Het eerste dat hij doet, als hij binnenkomt, is de knop van het koffiezetapparaat indrukken.

Als ze allemaal aan de koffie zitten, baant Fred voorzichtig de weg voor zijn plannetje.

„Woensdag een grote rip".

„Zet vandaag de school maar uitje hoofd", reageert moeder meteen.

Wil voelt iets aan. „Kun je morgen hard werken. Dinsdag kerk".

„Geen tijd voor". Fred heeft alle aandacht nodig om de kruimels van zijn koek op te vangen.

„Als je je werk goed indeelt, heb je daar altijd wel tijd voor", is vaders kommentaar.

Fred zegt niets. Ik ga toch niet, denkt hij. Ik heb het morgen al druk genoeg. Ja, ik zal me zeker over de kop gaan werken, "k Zal wel wijzer zijn. Die rip is woensdag, dus daar heb ik de dinsdagavond voor nodig. De kerk komt wel weer een andere keer hoor, als het niet zo druk is. Dat hoeft echt niet elke week. 's Zondags gaat hij twee keer. En in de week ook altijd. Helemaal niet erg, als het een keer niet kan. Die rip is nu belangrijker.

Hij zou vooruit kunnen werken.... Maar nee, die gedachte is nog vlugger weg dan ze in hem opkwam. Dan kan hij morgenavond wel tot elf uur doorgaan. En dan morgenmiddag uit school zeker direkt beginnen.... En helemaal geen tijd meer voor zichzelf. Nee, daar heeft hij geen zin in. Daar hoeven ze niet op te rekenen.

Dinsdagavond. Vader heeft gedankt. De meisjes gaan moeder helpen met de afwas. Fred staat bij de deur met zijn schooltas.

„Zo, ik ga m'n rip leren". Zijn stem klinkt zo gewoon mogelijk.

„Om half acht begint de kerk". Dat is Wil weer natuurlijk.

„Bemoei je er niet mee. Ik moet vanavond leren".

Vader kijkt op.

„Daar had je toch eerder mee kunnen beginnen? "

„Ik had gisteren ook al veel. En het is een grote rip, ik heb echt geen tijd. Is dat zo erg een keer? "

„Waarom benje dan vanmiddag uit school niet direkt begonnen? "

„Ik mag toch ook wel even een uurtje rustig zitten, als ik uit school kom".

Hij wacht geen antwoord af, maar stommelt naar zijn kamertje.

Ziezo, vader zei niets meer, dus dat zal wel goed zijn.

Hij pakt zijn boek. Hmmm. Moeilijk is het niet. Welke hoofdstukken? Acht en negen.... even kijken.... Niet te lang. Als hij flink doorwerkt.... Nee hoor, hij doet het kalm aan. Hij heeft nu eenmaal gezegd, dat hij geen tijd had.

Hij probeert rustig te werken, maar luistert half naar de geluiden in huis. Hij hoort vader naar boven komen om zich te verkleden. Er wordt geroepen om een das.... Ze maken zich klaar voor de kerk. Zullen ze hem nog roepen? Hij heeft nog niet eens één hoofdstuk doorgewerkt....

Achter hem knerpt de deur.

„Kun je niet klaar komen, Fred? " Vaders stem.

Hij kijkt op.

„O nee, pa. Die rip is voor morgen en hij telt mee voor de overgang".

„Dan moetje maar een keer thuisblijven. Hou er de volgende keer eerder rekening mee. Tot straks".

Zo, dat ging nogal gemakkelijk. Hij hoort ze weggaan. Het is nu stil in huis. Vreemd is dat. Nog even goed alles overkijken.... hij kan nu fijn leren....

En toch, het is net, of hij zijn gedachten er niet bij kan houden. Inplaats van nu eens lekker hard te kunnen werken, maakt het stille huis hem onrustig.

Hij kijkt uit het raam, naar het verkeer, dat voorbij gaat.

Dat is niet veel hier in deze afgelegen laan. Dan pakt hij met een zucht zijn boek en probeert zich weer te verdiepen in de aardlagen en de vindplaatsen van olie.

Een paar minuten later gaat hij naar beneden. Het gaat niet. Hij haalt eerst wat drinken, dan doet hij dat laatste stukje straks wel. De rip is toch niet zo groot als hij dacht.

O, daar ligt de krant. Nog wat bijzonders? Als hij weer op de klok kijkt, schrikt hij. Zo laat al....

Hij heeft beloofd de koffie aan te zetten. Alvast maar doen en dan nog even naar boven. Het zou toch al te gek zijn, als hij hier nog met de krant zat, als ze thuiskwamen. Eigenlijk had hij best mee kunnen gaan.... Stil, niet aan denken nu. Zo erg was dat niet voor een keer.

Met een zucht pakt hij weer zijn boek. Het was niet zoveel en niet zo moeilijk en toch heeft hij het idee, dat hij het niet goed kent. Morgenochtend maar iets vroeger uit bed en nog even overkijken.

Hoort hij de auto daar al? Hij zal nog maar even wachten met naar beneden gaan. Met de vingers in de oren probeert hij het laatste stukje tekst erin te stampen.

Dan wordt er geroepen voor koffie. Met een klap slaat hij zijn boek dicht. Hij stopt ermee.

Beneden is het gezellig druk.

Vader zegt nog even wat over de preek tegen moeder. Die knikt, terwijl ze de kopjes ronddeelt. Over zijn thuisblijven wordt niet gepraat.

Alleen het „nog de groeten van Jos", van Wil natuurlijk, moet hem ervan op de hoogte brengen, dat die wèl in de kerk was.

En die had toch morgen óók een rip.

Lang ligt Fred die avond nog te woelen. Nu had hij dan zijn zin, was thuisgebleven, maar er was een grote onvoldaanheid in zijn hart. Wat was dat toch? Hij probeerde alle argumenten nog eens op een rijtje te zetten. Wat gaf dat nu een keer.... enz. En toch.... en toch....

Was het wérkelijk nodig geweest? Als hij een verjaardag had gehad? Zou hij dan niet alles op alles gezet hebben om te kunnen gaan?

Hij gooit zich op zijn andere zij.

En dan is het net, of hij ineens die regel weer hoort, die zondag in de gelezen preek voorkwam: „die éne keer, dat u uw plaats leeg liet in de kerk zonder geldige reden, tóen had de Heere een pijl kunnen afschieten, tóen had de Heere u in het hart kunnen grijpen".

Het is al heel laat, als Fred eindelijk in slaap valt.

De week daarna, op woensdagavond, kijkt Fred even schuin achterom, naar zijn vriend. Hij vangt nog net een knipoog op van Jos, voordat de dienst begint.

St. Catharines, A. Vogelaar-van Amersfoort

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1985

Daniel | 32 Pagina's

Die éne keer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1985

Daniel | 32 Pagina's