JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN TERUGBLIK OP DE BESTURENDAGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN TERUGBLIK OP DE BESTURENDAGEN

4 minuten leestijd

„ Uw Woord is mij een lamp voor mijn voet"

Hoe beleefden wij de besturendagen, die gehouden zijn door onze Vrouwenbond te Goes, Gouda, Nunspeet, Gouda (tweede keer) en Dirksland?

Wat was het verlangen van het hart? Waren er vooraf nog verborgen omgangen met de Heere, om te vragen naar Zijn heilige wil? Was het onze hoogste begeerte en lust dat ook deze dagen mochten staan in het teken van de uitbreiding van Gods Koninkrijk, maar ook tot zegen van het bondsbestuur, op het zendingsterrein?

We mochten ook opmerken, dat Gods knechten (ds. D. Hakkenberg, ds. J. S. v.d. Net en ds. A. Hoogerland) bereid waren om in ons midden te zijn en wij ons onder hun leiding mochten neerzetten, om zo te luisteren naar de ernstige en vermanende woorden Gods, die zij mochten spreken.

De Heere maakte ook in het rijk der natuur de weg voorspoedig; wij werden bewaard voor ongelukken op de onveilige wegen, die gegaan moesten worden; wat al onverdiende zegeningen hebben wij mogen ontvangen.

We ontmoetten elkaar van oost en west, noord en zuid, we spraken met elkaar, soms van hart tot hart.

We mochten de liefde proeven van de besturen van de gastverenigingen en vooral ook het werk van de onderscheiden kosters, die altijd weer klaar stonden met raad en daad ons bij te staan.

Een terugblik moge ons tot de vraag brengen: heeft het ons nog tot nadenken gebracht? Wat bleef er over na die dagen? Hebben wij ons nog voor de Heere mogen vernederen? Moesten wij niet belijden wat wij lezen in Psalm 130: Zo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt?

Ongerechtigheden in ons persoonlijk leven, het niet beantwoorden aan hetgeen de Heere van ons vraagt.

Het niet letten op al de weldaden, die de Heere ons schenkt.

De Heere zegt in Zijn Woord: „Ik zou ze wel verlossen, maarzij spreken leugen tegen Mij". Wat al moeite maken wij de Heere met onze zonden en ongerechtigheden.

Aan het eind van een van de besturendagen zongen wij: „Hij komt, Hij komt om d'aard te richten, de wereld in gerechtigheid". Hoe zal de Heere ons vinden? In onze godsdienst, of eigengerechtigheid, of mag het door genade zijn, wat wij lezen in Psalm 51, het gebed van David: Heere, was en reinig mij van al mijn vuile zonden, om bekleed te mogen worden en zijn met de klederen des heils en de mantel der gerechtigheid. Om ons overig leven in Zijn dienst te mogen besteden. De Heere geve ons tesamen het ontdekkend licht van Zijn Heilige Geest, Die in al de waarheid leidt. Er mocht een terug-en wederkeren in ons leven gevonden worden naar de God onzer vaderen, Die wij tesamen verlaten hebben.

Dat wij door genade ons oor zouden leren neigen naar de Opperste Wijsheid. Die zo welmenend Haar stem verheft op de spits der hoge plaatsen, aan de weg, ter plaatse waar paden zijn, staat Zij en roept ons nog toe, wat we lezen in Spreuken 8 : 34: elgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.

Dan is de verklaring van Dachsel zo mooi, als hij bij deze tekst uitlegt: et verlangen wakende aan Mijn poorten, de poorten van het in hoofdstuk 9 te beschrijven huis, waarnemende de posten Mijner deuren, om, zodra ik mij de mensen vertoon. Mij deelachtig te worden. Hfst. 7 : 8, 1 Kon. 10 : 8, Lukas 10 : 23.

Onze eigenwerkzaamheid wordt in de Schrift nooit uitgesloten, maar opgewekt. De luiaard wordt tot het geringe diertje, het vlijtige miertje verwezen.

Hier wordt ons het waken aanbevolen en het op wacht staan aan de deur van het paleis der wijsheid. Zo wij wijsheid willen vergaderen, moeten wij de moeite van het wachtend en wakend uitzien, niet ontzien en daarbij niet vergeten, al onze plichten te vervullen. Bovenal moeten wij oplettend zijn, wanneer de Heere ons nabij is, of wanneer Hij ons voorbijgaat, opdat wij Hem niet laten gaan, zonder een zegen van Hem te vragen (Da Costa).

Wij besluiten met de wens, dat de Heere ons verootmoedige voor Zijn heilig aangezicht en wij door genade de plaats, die de Heere in Zijn heilig Woord aan ons als vrouwen geeft, mogen leren kennen, gelijk Maria, die zat aan de voeten des Heeren om Zijn Woord te horen. Hiervan getuigt de Heere Jezus Zelf, dat zij het goede deel verkozen had, hetwelk van haar niet zou worden weggenomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 1985

Daniel | 32 Pagina's

EEN TERUGBLIK OP DE BESTURENDAGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 1985

Daniel | 32 Pagina's