Kun je nog belijdenis doen in 1985?
Dit is een vraag van veel jongeren, of ze in 1985 nog belijdenis kunnen doen. Je kunt het doen om van de gewone catechisatie af te zijn. Je kunt het ook doen omdat vader en moeder het zo graag willen. Het is voor onze ouders een blijde dag als ze ons voor God en Zijn gemeente het jawoord horen zeggen. En daar zit nog wel een goede gedachte in.
Maar de belijdeniscatechisatie vraagt van ons een uiterst belangrijke beslissing. Op de gewone catechisatie worden we voorbereid op de belijdeniscatechisatie en daarop volgt de openbare belijdenis des geloofs.
Wat vooraf ging
Vader en moeder hebben jou laten dopen. Zij hebben voor zichzelf en voor jou .Ja" tegen de HEERE gezegd. Hij heeft door middel van Zijn dienstknecht, in Zijn opdracht het verbondsteken aan je voorhoofd bevestigd. Dit kan door jou nooit meer ongedaan worden gemaakt. Het doopteken blijft voor de HEERE altijd geldig. Al ga je de wereld en de duivel dienen, je doop gaat straks mee door het graf tot voor Gods troon. Daar zullen we dan staan, en de HEERE zal ons tonen dat Hij onze boze dag niet heeft begeerd. Maar dat Hij in de doop heeft gezegd: Ik wil de God van je leven zijn. Alle kwaad van je weren, je wassen van al je zonden, bij je wil wonen en je wil heiligen. Lees het doopformulier nog maar eens aandachtig. Vader en moeder hebben , ja" gezegd bij je doop en als je belijdenis doet neem je dat jawoord zelf over. Je kunt immers als je volwassen bent niet door blijven leven op het jawoord van je ouders? Hier dien je grote ernst mee te maken.
Belijdenis doen met een onverschillig hart maakt van jou slechts een , , dode belijder". Sommigen kiezen een „vluchtweg": we doen geen geloofsbelijdenis, maar we doen belijdenis van de Waarheid. Maar dan zijn we bezig God en mensen te misleiden. Want je wordt geroepen als je tot onderscheid van jaren bent gekomen, om belijdenis van HET geloof te doen.
Welk geloof hier wordt bedoeld?
Hiermee wordt bedoeld het geloof zoals dat beschreven staat in Hebr. 11. Dat is niet het geloof van jou, van mij, het is Gods gave. Zijn genadegift. Dat is geen historisch geloof in de vorm van: ik geloof dat God bestaat en dat de Bijbel Zijn Woord is. Dit geloof is wel nodig maar niet zaligmakend.
Wat is een waar geloof?
Een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis waardoor ik alles voor waarachtig houd, dat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een vast vertrouwen hetwelk de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt enz. Lees Zondag 7 van de Heidelberger Catechismus maar.
Dit geloof bezitten wij niet van nature. Maar hier mogen wij om vragen aan de HEERE. Wat zou het groot zijn jongens, meisjes, als je hier eens mee vast liep en je je knieën leerde buigen voor de HEERE om van Hem dat geloof af te smeken.
Wat God de HEERE van je vraagt
Als je op de catechisatie goed hebt geluisterd, dan heb je iets gehoord over de wil van God: de wil van Gods besluit en de wil van Gods bevel. De eerste is voor ons verborgen, de tweede is aan ons geopenbaard. Lees maar: „Gedenk aan je Schepper" (Pred. 12). „Die Mij vroeg zoeken (ook vóór alle andere dingen) zullen Mij vinden" (Spreuken 8). Josia was zestien jaar toen hij de HEERE begon te zoeken (2 Kron. 34). Gaan wij
ongelovig vanuit Gods besluiten redeneren, dan komt alles op , , dood spoor" te staan. Want dan wordt er zo koud en gevoelloos over deze zaak gesproken in de vorm van: „God moet er aan te pas komen", waarna we met een zucht alles de rug toe keren. God is er aan „te pas" gekomen. Van eeuwigheid, in het Paradijs, in Bethlehem, op Golgotha, in de hof van Jozef bij de opstanding, op de Olijfberg bij de hemelvaart. Alles wat tot zaligheid nodig is, is door de Heere Jezus volbracht. Daar hoeft van ons niets meer bij.
En nu blijft Gods eis in Zijn Woord: Bekeert u, en gelooft het Evangelie. Kunnen we dat zelf doen? Welnee. Maar dit is nu juist de klem van de prediking, die ons door de bediening van de Heilige Geest, zo in het nauw drijft. Dan gaan we tot God om uitkomst roepen. Hij wordt in Zijn Eigen genadewerk verheerlijkt. Waar alle hoop mij gans ontviel, / waar niemand zorgde voor mijn ziel, / en overstelpt was door ellend', / hebt Gij, o HEERE. mijn pad gekend.
Waar ben je mee bezig?
Hoe besteden wij onze tijd? Onderzoeken wij biddend Gods dierbaar Woord? Het is te begrijpen dat er ook jongeren zijn die de zaak ernstig nemen. Het is geen kleine zaak om je jawoord te geven aan God en de gemeente. Het is zaak om hier biddend mee bezig te zijn. Want jij kunt het niet alleen. En dat vraagt de HEERE ook niet van jou. Dat vraagt ook de kerk en haar dienaren niet van jou.
Op de catechisatie is het je voorgehouden datje het niet alleen kunt. Integendeel. Je hebt juist geleerd dat je het helemaal niet kunt en ook niet wilt. Lees Romeinen 8: „Het bedenken des vleses is vijandschap tegen God. Want het onderwerpt zich der wet Gods niet, want het kan ook niet. En die in het vlees zijn kunnen Gode niet behagen."
Ben je met dit Woord ook bezig?
Waarin je onderwezen bent
De gereformeerde leer is de leer naar de godzaligheid. Wat zegt dit jou? Deze leer snijdt ons van alle eigen kunnen en kennen af, en wijst ons naar de HEERE alleen. Door dit onderwijs vergadert de HEERE Zijn Kerk. Het middel? Zijn Woord en Geest. Deze leer strijdt met alle halvarine godsdiensten, die onze tijd rijk is. God doet de helft en ik de andere helft. Daarvan heeft juist de Reformatie, als middel in Gods hand, de Kerk verlost. Zalig worden is een eenzijdig Godswerk. Deze leer drijft, door de werking van de Heilige Geest. naar God uit. Hierin ben je onderwezen op de catechisatie. Heb je dit onderwijs ernstig genomen? Of ging het langs je heen? Zat je misschien daar tot last van je catecheet en medecatechisanten?
Bedenk toch dat de HEERE hier eenmaal op terugkomt. De catechisatie maakt geen bekeerde jongens en meisjes van ons. Als de lessen die wij hebben gevolgd, zijn toegepast door de Heilige Geest, dan zijn we onbekeerd geworden. Dan hebben we ook de HEERE nodig. Dan mogen we ook alles in Zijn hand geven. Ja, onszelf aan Hem overgeven. Mijn zoon. mijn dochter, geef Mij je hart. Hoe zondig en verkeerd en verdorven het ook is.
Wie je in alles nodig hebt
De Heere Jezus Christus heeft tot Zijn gemeente gesproken: „Zonder Mij kunt ge niets doen." En toch heeft God middelen gegeven tot zaligheid, die wij moeten gebruiken. Moeder haalt levensmiddelen voor ons. Zonder die middelen kun je niet leven. Als je ziek bent geeft de dokter geneesmiddelen die je moet gebruiken. Zo geeft de HEERE genademiddelen. Zijn Woord, de belijdenisgeschriften en daarbij behoort ook het catechetisch onderwijs. Als je de middelen die God ons voorschrijft, veracht, dan kun je niet zalig worden. (Lees Dordtse Leerregels hoofdstuk 1 paragraaf 16): de middelen gebruiken, door welke God beloofd heeft deze dingen in ons te werken....
Maar dit hebben jullie zeker wel geleerd. Het is goed dat je het weet, maar doe je het ook? !
Je kunt besluiten geen belijdenis te doen. Alles maar op zijn beloop te laten. Maar dan doe je belijdenis van je ongeloof. Dat vindt satan zo heerlijk. Hoe minder belijders, hoe liever hij het heeft. Want de overste van deze wereld, zoals de Heere satan noemt, wil de gemeente uit de samenleving doen verdwijnen. En hij heeft het in de eerste plaats op jullie voorzien. Als satan de jeugd heeft, dan heeft hij de toekomst. Luister dan niet naar de ongeloofstheoriën van deze tijd: de nieuwe geloofsbeleving, die ook zonder de kerk kan. Lees de belijdenisgeschriften. Praat eens met je predikant of ouderling. Vraag naar de HEERE en Zijne sterkte. Met Hem kan het, ook voor jou.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 1985
Daniel | 32 Pagina's