JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het gevaarlijke pad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gevaarlijke pad

kort verhaal door mevrouw C. A. Donze-Servaas

12 minuten leestijd

De moeder

„Nou, ik geloof dat ik alles heb Anitha. De aardappelen zijn geschild, de sla is schoongemaakt en het vlees staat gebraden in de pan. In de koelkast is nog vla en yoghurt. Denk je dat het zal lukken? Ik wil met de bus van half acht terug komen, kom je me dan ophalen? Ik zal weer wel wat groente uit de tuin mee krijgen, dan kan je me helpen dragen”.

In haar haast om weg te komen, , ontgaat het moeder dat Anitha op geen van haar vragen een antwoord geeft. Vlug stopt ze de strippenkaart nog in haar mantelzak. „Nou dag kind, tot vanavond dan hè? Zal ik tante Jozien de groeten van je doen? " Alleen op deze laatste vraag geeft Anitha antwoord: „Ja, dat is goed, wens ze maar beterschap van me”.

Op een holletje loopt moeder naar de bushalte. Voor ze de hoek omslaat, ziet ze nog even om. Anitha staat haar na te kijken en steekt haar hand op. Enthousiast zwaait moeder terug. Even later laat ze zich nog nahijgend op een plaatsje bij het raam neer vallen. Oef, dat was op het nippertje. Direkt vertrekt de bus weer. Onder het rijden laat moeder haar gedachten de vrije loop.

Toch leuk dat Anitha haar na stond te zwaaien. Zoveel hartelijkheid was ze anders niet meer van haar gewend. Moeders gezicht betrekt als ze aan haar dochter denkt. Wat Anitha de laatste tijd toch heeft. Er is werkelijk geen goed garen met haar te spinnen. Ze is steeds maar dwars en niets deugd er meer bij haar. En als er wat van gezegd wordt, geeft ze nog een grote mond op de koop toe. Noch straf noch vriendelijke woorden helpen en een ernstig gesprek stuit af op een muur van onverschilligheid.

Ontzet hebben Jan en zij zich herhaaldelijk afgevraagd wat er toch de oorzaak van kan zijn dat hun vrolijk en spontaan dochtertje zo veranderd is in een onhebbelijk kind. Een kind dat steeds te laat thuiskomt, spijbelt van de catechisatie en dat ze slechts met moeite meer mee naar de kerk kunnen krijgen. Wat hebben Jan en zij al niet gebeden voor hun kind en de Heere gesmeekt of Hij Zich over haar wilde ontfermen.

Toch is er de laatste paar weken wel wat verbetering in het gedrag van Anitha gekomen, denkt moeder verder. Niet, dat ze weer is als vroeger. Nog steeds is er iets dat een afstand schept tussen hen.

Een soort „geestelijke barricade" die ze niet kunnen doorbreken en waarvan ze ook niet kunnen zeggen wat het nu precies is.

Toen een paar dagen geleden die brief van Jozien was gekomen waarin ze schreef dat ze gevallen was en haar arm had gebroken, had Anitha spontaan gezegd: „Gaat u er eens een dagje naar toe, vader en ik redden ons wel". Kijk, dat was nu weer de Anitha van vroeger. Och, misschien is het de moeilijke leeftijd maar van Anitha en komt alles weer wel goed. Misschien ja, moeder zucht eens diep. Ze blijft toch haar zorgen houden. Zorgen om Anitha, haar kind, haar enige.

De dochter

In de erker staat Anitha haar moeder na te kijken. Ze heeft net het gevoel of moeder zo maar haar leven uit loopt. Hard knijpt ze in de vensterbank die ze vasthoudt zodat haar kneukels er wit van worden. Werktuigelijk steekt ze haar hand op als moeder bij de hoek nog even omkijkt. Ergens voelt ze de neiging in haar opkomen om moeder achterna te lopen en te vragen: „Gaat u alstublieft niet weg". Maar dan is het of ze de zachte stem van Yvo hoort: „Meisje meisje, wat ben je toch nog een baby!" Met een ruk draait Anitha zich om. Wat staat ze toch weer kinderachtig te doen, ze mag wel denken dat ze al zo volwassen is. Staat ze hier bijna te janken als een klein kind. Ze kan beter op

gaan schieten. Ze heeft wel tot vanmiddag vijf uur de tijd maar er moet ook nog een hoop gebeuren. Eer ze alles eens bij elkaar gezocht heeft wat ze mee wil nemen en eer alles eens ingepakt is. Het moest toch wel net lukken dat dat briefje van tante Jozien kwam en dat ze moeder daar naar toe kon sturen. Nu heeft ze de hele dag vrij spel om alles klaar te maken. Naar school moet ze ook niet vandaag en papa komt om half zes pas thuis. Maar dan is zij al verdwenen. Om vijf uur komt Yvo voorrijden, dan moet ze klaar staan. Hij brengt haar dan regelrecht naar het gebouw van het J. A.C. Ze is toch wel een beetje zenuwachtig moet ze zichzelf bekennen. Hoe zal het daar zijn? Maar Yvo heeft haar verzekerd dat ze het daar best naar haar zin zal hebben. Ze kan zich het laatste gesprek met hem nog bijna woordelijk herinneren. „Ze zullenje daar echt niet behandelen als een kleuter hoor zoals je ouders dat altijd doen". Ze had vader en moeder toch nog wat verdedigd. „Och, je moet niet vergeten dat ik maar enigst kind ben, daarom zijn ze natuurlijk extra bezorgd voor me". „Bezorgd? " was Yvo fel uitgevallen.

„Noem je dat bezorgd? Ik noem het puur egoïsme. Ze aanvaarden gewoon niet dat je volwassen wordt en ze willen je blijven zien als het leuke kleutertje van vroeger. Neem nu alleen het feit datje net maar 's woensdags en 's zaterdags weg mag en dat je dan bovendien om half tien thuis moet zijn. En dat voor een meisje van zestien jaar, dat is toch iets uit de middeleeuwen? 't Is gewoon bespottelijk. Net zo bespottelijk als dat ze je dwingen om iedere zondag naar de kerk te gaan om daar een paar uur van je kostelijke tijd te verleuteren!" „Stil Yvo, dat mag je niet zeggen", was ze, verschrikt om zijn heftige uitval, hem in de rede gevallen.

„Waarom niet? " had Yvo ineens heel kalm gevraagd. „Omdat.... omdat". Ze had zo gauw geen woorden kunnen vinden. „Van de kerk mag je geen kwaad spreken", had ze toen uiteindelijk gezegd. Weer had Yvo gevraagd: „Waarom niet? ”

„Nou eh.... daar wordt uit de Bijbel gespreekt enne.... wat in de Bijbel staat is echt waar". Ze had zelf gevoeld hoe weinig overtuigend en inhoudloos haar woorden klonken. Yvo had zijn hoofd geschud: „Meisje meisje toch, geloofje nu nog werkelijk in die sprookjes". Ze had geen weerwoord meer gehad maar even had ze een grote kloof gevoeld tussen Yvo en haar. Maar die had ineens zijn arm om haar heen geslagen en gezegd: „Kijk maar niet zo verschrikt hoor meisje van me, ik zal je niets opdringen. Als jij denkt dat die verhalen waar zijn mag je er, wat mij betreft, best in blijven geloven. En als jij naar de kerk wil blijven gaan, nou, dan doe je dat toch. Daar ben je vrij in. Net zo vrij als datje in alle dingen vrij zult zijn als je straks onder die knoet van thuis vandaan bent. Je kunt dan doen en laten watje zelf wilt. We gaan samen een prachtige tijd tegemoet Anitha. Dat verzeker ik je".

Als Anitha aan dit laatste denkt, voelt ze de onrust en de twijfel, die haar steeds overvallen om wat ze gaat doen weer wat uit haar wegebben en opnieuw legt ze de stem van haar geweten het zwijgen op. Yvo zal toch wel weten wat hij haar aanraadt. Hij houdt zoveel van haar en heeft natuurlijk het beste met haar voor. Trouwens, ze heeft geen keus. Hier thuis gaat het immers toch niet meer. De ruzie's die ze iedere keer met moeder heeft, lopen steeds hoger op. En toen ze een paar weken geleden pas om elf uur thuiskwam, scheelde het niet veel of ze had een pak slaag van papa gehad, 't Was gelukkig niet gebeurd, maar ze had heel goed gezien hoeveel moeite hij had om zich in te houden. Moeder had weer gehuild en steeds maar gevraagd waar ze zo lang geweest was. Nou, dat had ze natuurlijk niet verteld. Stel je voor dat ze gezegd had: „Ik heb een hele avond met een jongen in de „Mouton noir" gezeten. Met een jongen van twintigjaar nog al liefst en bovendien onkerkelijk". Dan kwam ze gegarandeerd helemaal de deur niet meer uit. Nooit zouden ze hun toestemming geven voor een omgang met Yvo, zover kent ze haar ouders wel. Meer en meer gaat ze voelen dat Yvo gelijk heeft, als hij zegt dat ze eigenlijk niks om haar geven. Dan zouden ze immers anders tegen haar doen? Niks mag ze, geen lange broek dragen, niet met een toneelstukje meedoen op school, niet naar een bar. Enzovoorts, enzovoorts. Daarom heeft ze besloten om naar Yvo te luisteren en weg te gaan van vader en moeder zodra de gelegenheid zich voordoet.

Ze heeft, in afwachting daarvan, zich de laatste weken wat koest gehouden omdat het toch niet lang meer zou duren en omdat ze toch liever niet met ruzie de deur uit wil. En nu is dan, door dat briefje van tante Jozien, de gelegenheid gekomen en gaat ze straks een nieuwe toekomst tegemoet. Een toekomst samen met Yvo. Met Yvo, haar vriend, haar liefste, haar alles.

De vriend

Met in zijn ene hand een sigaret en in de andere een glas pils zit Yvo in een hoekje van de, met zwarte afgeschermde gordijnen bar „la Mouton noir". Af en toe kijkt hij op zijn horloge. Hm. drie uur. Nog twee uurtjes, dan moet hij om Anitha. Eindelijk heeft hij het dan toch voor elkaar gekregen. Tenminste, als ze op het laatste moment niet terug krabbelt. Even fronst hij zijn wenkbrauwen bij deze gedachte. Dat zou een bak wezen, dan was al z'n moeite voor niks geweest. „Dan zet ik er gelijk een punt achter", beslist hij. Hij is de rol van „geduldige minnaar" al meer dan zat. Maar nee, dat verwacht hij toch niet van Anitha. Hoewel, je weet maar nooit. Dat kind heeft toch zo'n hoge dunk van haar ouders, al is daar de laatste tijd, onder zijn invloed, wel wat verandering in gekomen. Nou, dat ligt bij hem wel anders. Hij kan niet het minste respekt opbrengen voor een bijna altijd dronken vader en een moeder die het grootste gedeelte van haar tijd doorbrengt met sigaretten roken en romannetjes lezen. Maarja, aan de andere kant waren ze ook wel makkelijk. Geen van beiden bemoeiden zich ook met zijn doen en laten. Dat kan Anitha niet zeggen. Die mag geen stap de deur uit zonder verslag uit te brengen waar ze naar toe gaat. 't Is gewoon ongelofelijk hoe dat kind bewaakt wordt, 't Liefste zou haar moeder haar maar altijd bij zich hebben. Wat een verschil met zijn moeder. Die was hem, als kind zijnde al, liever kwijt dan rijk. Hij kan zich nog goed herinneren dat ze hem, als vader naar zijn werk was, een gulden beloofde als hij een hele middag buiten zou blijven spelen. Zoiets zou Anitha zich niet voor kunnen stellen. Die was nog zo groen als gras en wist totaal niet wat er in de wereld te koop was. Nou, dat zal hij haar dan wel eens leren. Als ze eerst maar eens van onder die ouderlijke knoet vandaan is. Langzaam heeft hij haar los kunnen weken van die oerkonservatieve opvattingen en het zo ver gekregen dat ze het huis uit gaat. Het heeft hem anders wel veel moeite gekost maar zo'n ongerept kind als Anitha is die moeite zeker wel waard. Als ze nou maar bij dat J.A.C. terecht kan. Hij heeft wel zo grif beloofd om haar daar te brengen en dat alles wel goed komt, maar eigenlijk weet hij zelf niet zo precies hoe dat allemaal werkt, 't Enige dat hij er van gehoord heeft, is dat ze daar weggelopen meisjes opvangen. Afijn, hij zal wel zien. Wat bruusk, alsof hij zijn gedachten van zich af wil schudden, staat Yvo op om even later met een nieuw glas pils in zijn hand weer op het zelfde plaatsje terug te schuiven. Gretig hapt hij in de schuimkraag van het bier. Hè, heerlijk is dat. Genietend yan zijn pilsje gaan zijn gedachten weer terug naar Anitha. Toch wel leuk als je zó'n invloed op een meisje kan uitoefenen dat ze zelfs haar ouderlijk huis voor je opoffert. In gedachten ziet hij haar nog de bar inkomen met een stel vriendinnen. Aan haar ongelukkig gezichtje had hij direkt gezien dat het de eerste keer was dat ze in zo'n gelegenheid kwam en dat ze zich er van bewust was dat ze iets deed dat ze niet mocht. Haar nog prille schoonheid was hem gelijk opgevallen en op het zelfde moment had hij besloten: „Dat kind moet ik hebben”.

Terloops, als was het bij toeval, was hij aan het zelfde tafeltje gaan zitten en'had al zijn charme's op haar losgelaten. Och, 't kind was al verdronken eer ze water gezien had. Nog voor die zelfde avond had hij al een afspraakje met haar.

Met Anitha, zijn vriendinnetje, één van de vele....

Het gedenkboek

Met een diepe frons boven haar ogen kijkt Anitha naar de spullen die ze op haar bed heeft uitgestald, 't Is veel meer dan ze verwacht had. Dit kan ze onmogelijk allemaal meenemen begrijpt ze. Er zal een heleboel moeten afvallen maar wat? Ze bekijkt alles nog eens kritisch. Naast haar kleren zijn er toch nog verschillende dingen die ze niet wil achterlaten. Haar poëzie-album bijvoorbeeld waar opa en oma nog in geschreven hadden. „Als die oude mensjes dit nog eens beleefd hadden", bedenkt Anitha. Maar ze duwt die gedachte direkt van haar af. „Nu weer niet sentimenteel gaan doen", houdt ze zichzelf voor. Het reiswekkertje dat ze vorig jaar van papa gekregen heeft, kan ze natuurlijk ook niet achterlaten.. Ze heeft wel een horloge maar daar kan ze niet in 't donker op kijken. Nee, dat wekkertje moet ook mee. Dan haar bijbeltje, zal ze dat meenemen? Maar wat moet ze eigenlijk nog met een bijbeltje doen? Ze zal straks immers toch niet meer naar de kerk gaan, dat weet ze nu al. Gek, als Yvo spot met de kerk kan ze dat niet hebben, maar zelf zet ze er ook maar weinig meer voor. En als je ziet hoe sommige „christenen" met elkaar omgaan dan hoeft het voor haar helemaal niet meer.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1985

Daniel | 32 Pagina's

Het gevaarlijke pad

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1985

Daniel | 32 Pagina's