JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Elia op de Karmel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Elia op de Karmel

1 Koningen 18 : 22-29

8 minuten leestijd

Lees voor je deze bijbelstudie gaat bestuderen eerst 1 Koningen 18 : 22-29 goed door.

In vers 22 lezen we, hoe Elia opnieuw het woord neemt op de Karmel. Het voorstel, dat hij het volk doet, is hem door de Heere ingegeven. Hij zegt immers later: , .Naar Uw Woord!" Lees de inhoud van het voorstel na in de verzen 22 - 24. Het komt op het volgende neer: laten Baal en de Heere Zelf laten zien, Wie God is.

Elia staat alleen

Rustig spreekt Elia. Hij staat alleen voor de grote massa. Als eenzame strijder voor de Wet en de rechten des Heeren. Elia durft alleen te staan, want hij is aan Gods kant terechtgekomen. Wie onvoorwaardelijk aan Gods kant is gekomen, durft alleen te staan, durft tegen de stroom in te roeien.

Dat is de heilige moed des geloofs. Als eenzame strijder is Elia hier een type van Christus, die de pers alleen getreden heeft. Ook de zevenduizend, die hun knie niet voor Baäl hebben gebogen, laten Elia alleen staan. Zelfs de discipelen hebben Christus verlaten. Christus stond, evenals Elia, alleen in de nacht om Zijn Kerk met Zijn zegeningen te vervullen.

Het voorstel van Elia was alleszins akseptabel. Baäl was immers de god van de zon en van het vuur? Het moest voor hem een kleine moeite zijn een brandende vuurgloed te zenden. Vandaar dat het volk, dat eerst had gezwegen, nu uitroept: , .Dat woord is goed!" Daarom is dit spreken van het volk even bezwaarlijk als het eerdere zwijgen.

Baal zwijgt, maar God antwoord

De eerste kans is voor de baälsprofeten. Zij kiezen een var en maken een offer klaar. Dan gaan zij roepen, heel de morgen en heel de middag: , , Baäl, antwoordt ons!" Maar er komt geen antwoord. Op het beslissende moment laten de afgoden je in de steek. Ook in onze tijd zijn er de afgoden. Maar bedenk, ze laten je in de steek. De afgoden antwoorden niet. Dat tekent onze diepe ellende. Want wij buigen voor de afgoden. Maar wat een wonder, dat de Heere wel antwoorden wil. Hij is een antwoordend God, Die zegt: Roep Mij aan in de dag der benauwdheid. In de verborgen omgang met de Heere leren Gods kinderen Hem kennen als een antwoordend God. Zeker, Hij antwoord op Zijn tijd en wijze. Gods kinderen worden beproefd. Dan kan het schijnen, dat God niet hoort. Dan is het: Ik roep, maar Gij antwoordt niet! Maar Hij laat Zijn volk niet eindeloos in het verdriet. Hij geeft met de beproeving de uitkomst. Hij is een antwoordend God. Niet om ons roepen, maar alleen uit vrije gunst.

Baalsdienst is slavendienst

In dit schriftgedeelte blijkt de armoede van het heidendom. We lezen van de baaispriesters vier dingen: zij roepen; zij dansen en springen; zij verwonden zich; zij profeteren, dat wil zeggen zij raken in ekstase, buiten zichzelf. Zo zijn ze maar bezig, totdat tenslotte het bloed langs hun lichaam loopt. Zij wringen zich in duizend bochten. Hoe langer het duurt, hoe harder zij tekeergaan. Zien we hier niet de armoede van de afgodendienaar? Van de mens buiten God? Zien we hier niet hoe hard de dienst van satan is? Hij is een harde heer. Zijn dienst is een slavendienst.

Hoe groot is de dwaasheid van de mens, dat hij zo'n harde meester volgt. Terwijl de dienst des Heeren een liefdedienst is en bij Hem milde handen en vriendelijke ogen zijn. Eén blik uit die vriendelijke ogen is meer dan duizend werelden uit de handen van satan.

Zalig worden uit genade

De baaispriesters moeten zich in duizend bochten wringen om hun god te bewegen. Maar weet je wat het wonder van het Evangelie is? Dat ons daarin wordt gepredikt een God. Die in Zichzelf bewogen is. Daarom kun je nog zalig

worden. Bij de baaispriesters moet alles van de mens uitgaan. In het Evangelie gaat alles van God uit. eenzijdig. Gods Kerk wordt uit genade zalig. Maar zie niet op die baaispriesters neer, want wij staan naast hen. Ook wij wringen ons liever in duizend wettische bochten, dan ons uit genade te laten zaligen. Vraag dat maar eens aan Gods kinderen. In een weg der ontdekking leren zij zichzelf kennen, maar gaan zij ook zelf aan het werk om het bij God in orde te maken. Zij zouden de Heere willen bewegen met hun tranen, werken, gebeden en zelfverbeteringspogingen. Misschien zijn er onder jullie ook wel, die daarmee bezig zijn. Maar het wordt al onmogelijker. De Heilige Geest slaat alles uit onze handen. Wat blijft er dan over? Een goddeloos mens in zichzelf.

Een verloren mens. Een schuldige met afgekapte handen, die niet meer zalig kan worden. Dan komen we van het werkhuis in het armenhuis. Maar wat een wonder als de Heere dan het geheim van het Evangelie gaat verklaren, dat zondaren nu uit genade zalig kunnen worden, en dat het de Héére is, Die alles doet. Dan kan en mag en hoeft er van mij niets meer bij.

Dan is het alleen om het werk van een Ander. Dan wordt het een zich laten zaligen. Dan is zalig worden niet anders dan zich laten zakken op het werk van Christus, dan te drijven op de wateren van vrije genade. Een oude christen zei: „Nu kan ik zalig worden met de armen over elkaar. Nu hoef ik er zelf niets meer aan te doen". Dat betekent wel de doodsteek voor ons vrome vlees. Maar het is tegelijk het wonder van alle wonderen: als dan de baaispriesters zich tevergeefs in duizend bochten wringen, dan worden Gods kinderen zalig met de armen over elkaar, omdat het de Heere is, Die alles doet.

De Heere is nooit op reis

Zalig worden met de armen over elkaar: Dat is geen oppervlakkigheid, maar een zalig geheim, dat we leren op de school van de Heilige Geest.

Elia gaat tenslotte spotten met de baaispriesters: zie vers 27. Misschien is Baal op reis of slaapt hij; roep toch wat harder. De baaispriesters denken zo menselijk van hun god, dat zij inderdaad nog harder gaan roepen. Wat is de mens toch dwaas.

Welzalig, die niet Baal, maar de God Jakobs tot zijn hulp heeft. Die God is nooit in gepeins, zodat Hij Zijn kind niet merkt.

Hij heeft nooit wat anders te doen, zodat Hij Zijn kind vergeet. Hij is nooit op reis en daarom ver van Zijn kinderen, maar hen altijd nabij. Hij is nooit in slaap, want Hij is een God Die noch sluimert noch slaapt.

Karmel en Golgotha

De baälspriesters nemen de spot van Elia ernstig, maar Elia bedoelt het wel degelijk als spot, als bijtende ironie. Het geloof mag wel eens heilig spotten met de wereld en de duivel. Velen veroordelen de spot van Elia.

Men moet immers respekt hebben voor de mening van anderen? In Psalm 2 : 4 lees ik echter: ie in de hemel woont zal lachen; de Heere zal hen bespotten. Daar gaat het over het woeden der volken, dat wil zeggen de hoogmoedswaanzin van de mens. De Heere spot daarmee. Er is dus een goddelijke spot, een goddelijke ironie. In het licht van de grootheid Gods, is de dwaasheid van de mens een bespotting. De spot van God is geen menselijke spot om een ander te grieven, maar een bewijs van Zijn grootheid. Zo groot is Hij, dat Hij spotten kan met alle menselijke grootheid.

In die spot zien we de waarachtigheid, de heiligheid en de toorn van God. In dat licht moeten we ook de spot van Elia zien; hij is zo doordrongen van de grootheid Gods, dat hij heilig spotten kan. Deze spot is tegelijk heilige toorn. In het verlengde daarvan ligt het straks uitroeien van de baälspriesters. In het heilig spotten des Heeren over alle menselijke dwaasheid ligt tegelijk de toorn Gods, het oordeel Gods. Dat oordeel is ten volle door Christus gedragen, daarom was er al die spot rond het kruis. Vergelijk nu eens Karmel met Golgotha: op Karmel spot een mens, Elia, met de afgoden; op Golgotha spotten mensen met God. Op Karmel is het heilig spotten van het geloof; op Golgotha is het onheilig spotten van het ongeloof. Ze hebben spottend gezegd: „Indien Gij Gods Zoon zijt, zo kom af van het kruis". En later: „Hij roept Elia". In al die spot heeft Christus gedragen de heilige toorn Gods, de heilige spot Gods over alle dwaasheid der mensen. Zo heeft Hij het oordeel voor al de Zijnen weggedragen.

Dan is Golgotha meer dan Karmel.

Gespreksvragen

1. Noem nog eens de afgoden van deze tijd. Waarom laten die in de steek?

2. Zoek meer voorbeelden uit de Schrift, waaruit blijkt hoe hard de dienst van satan is.

3. De Heere is in Zichzelf bewogen. Wat betekent dat?

4. In Spreuken 1 : 26 staat: o zal Ik ook in ulieder verderf spotten; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt. Ga na, wat het heilig spotten Gods hier betekent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1985

Daniel | 32 Pagina's

Elia op de Karmel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1985

Daniel | 32 Pagina's