De gevolgen van belletje drukken
„Mam, wat zal ik eens gaan doen? " Met een verveeld gezicht hangt Karei tegen het aanrechtkastje aan. Moeder is aan het strijken. Hettie zijn zusje is naar de verjaardag van Ingrid Baas. Hij heeft niets te doen. „Ga met je bouwstenen spelen", zegt moeder. „Nee, daar heb ik geen zin in". Ineens schiet moeder iets te binnen. „Vanmorgen, toen ik bij boer Baas eieren haalde, vertelde hij dat hij de sloten schoon ging maken. Ga daar eens kijken". „Ja, dat is leuk!" Karei roetst zijn jas van de kapstok, schiet snel zijn laarzen aan, roept „Daag" en weg is hij al. „Doe je voorzichtig? ", hoort hij moeder nog roepen.
Hé, Corné, zijn vriendje, staat ook bij boer Baas te kijken. Hij had gedacht dat Corné wel bij de verjaardag van z'n zusje zou zijn. „Hoi Corné, ben jij niet bij de verjaardag van Ingrid? " „Poeh, bij die meiden zeker. Nee hoor. Ik ga af en toe even naar binnen om iets lekkers te halen. Moet je kijken joh. Dit is onze nieuwe trekker, 't Is er één met veel meer PK dan de vorige". Langzaam rijdt de trekker langs de waterkant. Achter de trekker zit een grijparm met een bak. Die graaft door de sloot. Het water laat hij weer in de sloot vallen en de modder gooit hij op de kant. Zo nu en dan komt er een visje mee. Als de jongens dat zien, gooien ze hem weer in het water. Ze vinden het jammer dat het al zo vlug klaar is. Als de trekker wegrijdt, vraagt Corné: „Wat zullen we nu eens gaan doen? '' Karei zegt: „Ik weet wel wat! Heb jij een emmer? Dan zetten we die voor de deur bij die deftige meneer. Dat wordt lachen!" Corné kijkt verbaasd. „Welke meneer bedoel je? " „Weetje wel! Die zo boos was toen onze bal in zijn tuin kwam en waar ik iedere dag uit school belletje drukte. Maar gisteren stond hij op me te wachten en toen ik op de bel wou drukken gooide hij mij nat. Als jij een emmer haalt, pakken we hem terug! Dan zetten we een emmer vol met vies slootwater schuin tegen zijn deur aan en dan drukken we op de bel." Corné lacht: „Ja leuk, maar dan zijn we de emmer wel kwijt. Ik zoek wel iets anders waar we water in kunnen doen. Wacht je even? ”
deel 1
Corné rent weg. Even later komt hij terug met twee lollies en een grote lege verfbus. Ze scheppen hem vol met slootwater. De bus is nu wel zwaar. Ze moeten hem samen dragen aan het hengsel. Het is wel vijf minuten lopen! Eindelijk zijn ze er.
Ze sluipen op hun tenen naar de voordeur. Het grint knerpt zachtjes onder hun voeten. Als de meneer het maar niet hoort. Anders komt hij misschien voor het raam kijken. En dan oei! Hun harten kloppen. Het is toch wel heel gevaarlijk. Bonk! De bus komt iets te hard en te schuin tegen de voordeur. Er loopt al een beetje water uit. Van schrik hollen ze hard weg. En ze hebben nog niet eens aangebeld. Een eindje verderop staan ze hijgend stil. Snel duiken ze achter een struik weg. De meneer heeft het gebonk gehoord. Hij kijkt door het raam, maar hij ziet niets. Toch eens kijken wat dat was bij de voordeur, denkt hij. Karei en Corné zien de deur opengaan. Even zien ze niets, maar dan zien ze de meneer met de bus in de hand naar buiten stappen. Het water druipt uit zijn broekspijpen. O, wat kijkt hij vreselijk kwaad. Net goed. Nu durven ze niet meer te kijken. Want als hij hen ziet ! Dan horen ze de deur weer dichtklappen. Opgelucht halen ze adem.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1985
Daniel | 32 Pagina's