JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De witte dolfijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De witte dolfijn

6 minuten leestijd

Het zieke meisje

Terwijl de Eskimo geduldig zat te wachten op de beide walvissen, was hij in gedachten in zijn hut. Daar ligt zijn kind, een dochtertje. Dat meisje is ziek, ernstig ziek en het enige voedsel in zijn hut is vis. „Ik zal proberen een witte dolfijn te vangen", had hij gezegd. „Misschien zal ze beter worden van het malse, blanke vlees. Een verandering van spijs zal haar vast goed doen." Zijn vrouw had hem nagekeken. Ze zag hem snel wegpeddelen en wist dat het uren kon duren eer hij weer terug zou zijn. Verbeten heeft de vader van het zieke meisje de jacht weer ingezet. Hij zal ze hebben! Het is hem vooral om de moeder te doen. De golven zijn gaan liggen, de schuimkoppen zijn verdwenen. Hij kan niet missen zo. Als de beide dieren bovenkomen om adem te halen, laat hij zijn kogels hagelen. Hij probeert beide dieren te raken. Hij weet het wel, als hij het jong doodt, heeft hij de moeder ook, want zij zal het lichaam van haar kind nooit verlaten. Zorvuldig mikt hij. De kogels slaan dichtbij moeder en zoon in. De witte dolfijn raakt in de war. Wat is dit voor een jacht? Hier is iets niet in orde! Geen enkel trukje helpt. Wegglippen, onbeweeglijk op de bodem blijven liggen, snel vluchten. Het is alles vergeefs, de man vindt hen steeds weer terug. Ze wordt langzamerhand wanhopig.

Het Eiereneiland

Omringd door kliffen ligt een steile rotspunt. Op de richels van de kloven nestelen duizenden drieteenmeeuwen en zeekoeten. Aan de zeezijde vormen twee rijen kliffen een prachtige baai. Daar zwemt de witte dolfijn regelrecht op af. Het water is er

diep en rustig. Het is nu laat in de middag geworden, maar het wordt nauwelijks donker. Moeder en zoon duiken naar de bodem en blijven daar. Boven hen zien ze de buikjes van de zeekoeten die lui op het water drijven. De roze pootjes maken af en toe een paar trage bewegingen. Eén vogel heeft in een lange duik de bodem van de baai bereikt. Daar pikt hij een kleurig kiezelsteentje op en brengt het in zijn slanke snavel snel weer boven. Daar laat hij het weer vallen, duikt het na en raapt het weer op. Minutenlang speelt hij met zijn steentje. Een drieteenmeeuw landt met veel lawaai op het water en klap met zijn vleugels tot hij recht overeind staat en alleen zijn tenen nog onder water zijn. Even later drijft ook hij rustig rond en wordt het weer stil in de baai. Achter een klif dobbert de opgeblazen zeehondenhuid. De lijn van de harpoenpunt wordt slapper. Blijkbaar drijft de grote dobber dichter naar de witte dolfijnen toe. En in zijn kajak, verborgen achter het klif houdt de Eskimo de wacht. Zijn scherpe ogen volgen de lijn die slap in het water hangt. Daar, in de diepte, zijn dat....

Daar komen de orka’s weer

Stil en met een nu weer normaal kloppend hart ligt de witte dolfijn op de bodem van de baai. Het kleine walvisje slaapt op haar rug. Niets verbreekt de rust in de baai, maar de moeder blijft klaar wakker. Haar instinkt zegt haar dat ze niet veilig zijn. Dat de jager — al ziet ze zijn boot niet, al hoort ze zijn pagaai niet — dichtbij is.

Plotseling voelt ze de gevreesde trilling in het water. Daar komen de orka's weer! Dat dreigende, angstaanjagende ritme is niet te miskennen! De orka's zwemmen de Nortonsont binnen! Als ze vlak langs het Eiereneiland trekken, zullen ze moeder en kind zeker ontdekken!

Plotseling schiet de kajak achter het klif vandaan, met grote snelheid slaat de Eskimo zijn pagaai door het water. Heeft hij de orka's gezien en zoekt hij nu een plek om aan land te gaan? Of heeft hij daar beneden op de bodem van de baai de lichamen ontdekt van de beide walvissen? Vlak bij de rotsen, schuin boven moeder en kind houdt hij zijn bootje stil. Handig manoevreert hij met zijn pagaai zodat de kajak op dezelfde plaats blijft. Hij houdt hem onder het bootje in de hoop dat de walvissen zijn kajak voor een drijvende boomstam zullen houden en zonder argwaan naar boven zullen komen om adem te halen. Maar de witte dolfijn weet wel beter. Twee vreselijke gevaren bedreigen haar en haar jong nu. Wat moet ze doen! De vogels in de baai zijn als één kleurige wolk opgevlogen toen de jager in de baai verscheen. Nu is het water weer stil en glad. Alleen het jagende ritme van de orka's wordt steeds duidelijker. Ze zullen de beide walvissen zeker ontdekken! De witte'dolfijn moet snel beslissen. De lucht in hun longen is nog niét uitgeput, maar ze worden wel kortademig. Twee vijanden: de orka's, die jagen op een welbekende manier en dat geheimzinnige wezen dat niet te ontlopen is. Het strand! Als ze het strand kunnen bereiken vóór de orka's er zijn, zullen ze gered zijn, want de bloeddorstige roofvissen zullen hen in het ondiepe water niet volgen. Als ze hier blijven liggen tot de orka's voorbij zijn — in de hoop dat deze hen niet zien — zullen ze toch adem moeten halen en binnen het bereik komen van de man met het geweer. De witte dolfijn kiest voor het strand. Als een raket schiet haar gestroomlijnde lichaam door het water. Haar zoontje, dat het gevaar voelt, volgt haar even snel. Ze zwemmen zo hard ze kunnen. Nog zijn ze niet gevonden, maar de orka's zijn nu dichtbij. Plotseling wordt met een harde ruk aan zijn vlees de harpoenspits uit de schouder van het walvisje getrokken. De orka's hebben het zeehondenvel gezien en jagen er op af. Ze sluiten het in en één van hen gooit de opgeblazen huid omhoog om er mee te spelen. De kracht van die worp is zo groot dat de punt uit de schouder van het jong wordt gerukt. Het walvisje is vrij! Veilig bereiken moeder en zoon de ondiepe wateren langs de kust. De aanval op het zeehondenvel heeft de horde roofvissen afgeleid. De orka, die de grote dobber heeft ingeslikt, schudt nijdig met zijn kop als het opgeblazen vel in zijn bek uiteenbarst. De troep blijft nog een poosje rondzwemmen, maar sluiten dan weer de gelederen en zwemmen in formatie naar het zuiden.

Veilig

In de ondiepe brandingsgolven langs de kust zwemmen moeder en kind naar het oosten. Ze zijn verloren voor de man in zijn kajak en veilig voor de orka's. Ze gaan op weg naar een eenzaam land, waar ze nauwelijks mensen zullen ontmoeten. Enkele uren na het angstige avontuur neemt de witte dolfijn even de tijd om met haar kind te spelen. Ze rolt hem zachtjes om en om en „praat" tegen hem met kleine liefkozende geluidjes.

(vrij verteld naar „Bevrozen Zomers” van Sallv Carrighar)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1985

Daniel | 32 Pagina's

De witte dolfijn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1985

Daniel | 32 Pagina's