Wie is jouw naaste?
„Gij zult de Heere uw God liefhebben boven alles en uw naaste als uzelf." Dat zijn bekende woorden. Die heb je vroeger al geleerd, het is immers de samenvatting van de Tien Geboden? Maar wie is nu die naaste? Beter gezegd, wie is nu jouw naaste? Ben je daar al achter?
De Heere Jezus geeft een heel duidelijk antwoord op deze vraag, in de gelijkenis over de barmhartige Samaritaan. Een reiziger wordt overvallen en beroofd, de dieven laten hem halfdood aan de kant van de weg liggen. Er komt een priester aan, maar deze loopt haastig verder. Als er even later een Leviet langs loopt, doet deze ook alsof hij niets ziet.
Dan komt er iemand, die niet zoveel op heeft met de Joden en de Joden met hem niet. Het is een Samaritaan. Tussen Joden en Samaritanen bestond een wederzijdse haat. De gewonde man hoeft van deze vijand niets te verwachten. En wonderlijk, juist deze man bewijst hem barmhartigheid.
Deze Samaritaan ziet in die gewonde man zijn naaste, en hij vervult zelf de plicht van een naaste. Kort, maar duidelijk klinkt dan het bevel van de Heere Jezus: „Ga heen, en doe gij desgelijks." Dat betekent: doe jij hetzelfde! De Heere vraagt van ons, dat we onze naaste liefhebben. Kijken we nu naar de gelijkenis, dan zien we dat allen zie we tegenkomen op onze levensweg onze naasten zijn. Dat zijn er heel wat.
Je ouders, je broers en zussen, je verdere familie, je vrienden en vriendinnen, de mensen in de kerk, de leraren en leraressen, de buren; dat zijn de naasten van dichtbij. Je moet hen liefhebben als jezelf.
Er staat niet „lief vinden"! Lief of aardig vinden, kan alleen, als iemand dat ook is. Maar dat is nu juist het moeilijke, je moet liefhèbben, ook degenen die niet aardig zijn, die het je moeilijk maken. Je broertje, die steeds je spullen kapot maakt; de leraar, van wie je denkt dat hij steeds jou moet hebben; die klasgenoot, die jou zo vreselijk vernederd heeft; de buurjongen, die je keer op keer treitert. Dat zijn ook mensen op jouw levensweg, die je moet liefhebben als jezelf. Het zijn de naasten uitje omgeving.
Er zijn ook verre naasten. Je kent ze niet van naam of van gezicht, maar je kent ze uit de krant. Mensen uit hongerlijdend Afrika, of uit Rusland waar ze om hun geloof onderdrukt worden.
Moetje dan ook al die mensen liefhebben en barmhartigheid bewijzen? Ja! Zodra je ze tegenkomt op je levensweg zijn het je naasten. Of je ze nu
persoonlijk kent of via de krant, of ook via een aktie zoals deze nu door de Jeugdbond gevoerd wordt.
Wie is jouw naaste? Ook zij. horen er toe. Dat betekent dat je ook hen moet liefhebben, dat je moet proberen iets voor deze verre naaste te doen. Kun je dat? O, je kunt er vast wel op uit trekken om spullen te verkopen voor de aktie, zodat er geld binnenkomt. Dat is prima.
Maar is dat genoeg? Is dat liefhebben?
Werkelijk liefhebben kan alleen als de liefde van God in je hart is uitgestort. Door de zonde is er in ons geen liefde meer te vinden. We haten God en onze naaste. Maar nu heeft God Zijn Zoon gezonden. Hij heeft de Wet volkomen vervuld, Hij heeft volkomen liefgehad, tot in de dood aan het kruis. En nu wil Hij uit genade die liefde schenken in de harten van vijanden. Als je die liefde mag ontvangen, dan gun je datzelfde aan iedereen. Dan ga je zien hoeveel naasten je wel hebt, hoeveel je er tegenkomt op je levensweg. Of het nu vrienden zijn of niet, of ze nu dichtbij wonen of ver weg.
Wie is jouw naaste? Kenje ze al? Heb je ze al lief? Bid, of de Heere Zijn liefde wil geven in je hart. Door Zijn liefde leer je wie je naasten zijn. Door Zijn liefde alleen kun je ze liefhebben ook. Dat blijft niet verborgen. De Heere zal het zien. En ook je naaste zal het merken, dichtbij én ver weg!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1985
Daniel | 32 Pagina's