Brood- of schuldvraagstuk
1 Koningen 18 : 20-21
Lees voor je deze bijbelstudie gaat bestuderen eerst 1 Koningen 18 : 20-21 goed.
Achab zendt boden door het gehele land met een oproep voor een volksvergadering op de berg Karmel. Hij moet wel, want niet Achab. niet Izebel, maar het Woord beheerst hier de situatie. Zo lezen we, dat het ganse volk verschijnt op de berg Karmel. Waarom de berg Karmel? We weten uit verschillende plaatsen in de Schrift, dat het rond de berg Karmel een vruchtbare omgeving was. Die vruchtbaarheid was een bijzondere prediking van Gods gunst over Israël. Maar nu was die schone omgeving een dorre vlakte geworden: een bijzondere prediking van het oordeel. Juist hier, waar Israël op een bijzondere wijze aan het oordeel herinnerd wordt, wil de Heer Zijn volk ontmoeten.
Vervolgens was de Karmel een godsdienstige plaats. Daar stond een altaar des Heeren. Het was een oude ontmoetingsplaats tussen de Heere en Zijn volk. Nu was die plaats al jaren verwaarloosd. Het altaar was verbroken. En toch wil de Heere Zijn volk ontmoeten, waar dat verbroken altaar herinnert aan de zonde van Israël. Zo was de Karmel een plaats, die bijzonder tegen Israël getuigde. Waar alles spreekt van Israëls zonde, daar wil de Heere genade bewijzen. Dat is nu weer een stuk Evangelie, midden in het Oude Testament. Waar wil God de zondaar in genade ontmoeten? Waar alles tegen hem getuigt, waar alles hem aanklaagt, waar hij staat op de puinhopen. Daar ontfermt Hij Zich. Waarom? Opdat Hij alleen de eer zou ontvangen, opdat genade alleen over zou blijven.
Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?
Nu luisteren we naar de vraag, die Elia het volk op de Karmel stelde: , , Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de Heere God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na." Het is alsof Elia zegt: „Israël, zul je nog langer in overspel leven, zul je nog langer andere mannen nalopen? Of zul je de Heere erkennen als wettige Man? " De ontrouwe vrouw Israël wordt hier weer geplaatst voor de vraag van haar huwelijksdag. Dat tekent de schande van Israël. Maar ook de trouw des Heeren, die toch alle reden had om Zijn volk te verstoten. De Heere echter kan van Zijn volk niet af. Hij is de Eerste in het terugroepen van Zijn afvallig volk. Wat kunnen Gods kinderen ver van hun plaats zijn. Ze zijn niet beter dan het oude bondsvolk. Maar wat een wonder, dat de Heere altijd de Eerste blijft. Hier op de Karmel, waar alles tegen Israël getuigt, spreekt ook alles van de trouw van Israëls God. Was God de Getrouwe niet, die Zich uit eenzijdige liefde ontfermt, het was een verloren zaak.
Het schuldvraagstuk
Massaal is Israël naar de Karmel gekomen. Waarom? Om de oplossing van het regenvraagstuk, het grasvraagstuk, het broodvraagstuk. Maar weetje wat Elia hier doet? Hij stelt hier het schuldvraagstuk. Want de ellende van Israël kan niet verklaard worden buiten het schuldvraagstuk om. De Heere stelt het schuldvraagstuk, opdat Israël haar schuld voor God zal erkennen. Opdat Israël zal erkennen Wie God is. Israël komt om de oplossing van het broodvraagstuk. Elia stelt het schuldvraagstuk. Wees eens eerlijk, wat is voor jullie het belangrijkste, het broodvraagstuk of het schuldvraagstuk? Anders gezegd, de gevolgen van de zonde of de zonde zelf? Er is in de wereld veel te doen om het broodvraagstuk: miljoenen verhongeren en men doet alles om dat probleem op te lossen. Stakers met hun spandoeken gaat het om het broodvraagstuk. Wat houdt dat de mens bezig. Maar zolang we om het schuldvraagstuk heenlopen, lopen we om de kern van de zaak heen. Als God in ons leven komt, stelt God de schuldvraag. In het licht van de Majesteit Gods, blijft alleen de schuld-
vraag over. Hebben we onze schuldbrief al thuis gekregen en gelezen? Dan is het met onze hoge sprongen wel gedaan. Dan zie je aan de ene kant een heilige God en aan de andere kant een schuld van de aarde tot de hemel. Dan getuigt alles tegen je. Dan wordt het een wonder, datje nog een stuk grond hebt, om je voeten neer te zetten. Het middelpunt en de oorzaak van alle ellende in 's mensen leven is niet het broodvraagstuk, maar wel het schuldvraagstuk. Loop je nog steeds met een grote boog om de schuldvraag heen? Weet, dat je toch een keer voor de schuldvraag zult worden geplaatst. Gelukkig als het hier gebeurt en als dan de schuldvraag wordt opgelost in Christus. Ontzettend als het na dit leven gebeurt en het dan zal klinken: „Gaat weg van Mij, alle gij werkers der ongerechtigheid.”
Hinken op twee gedachten
Wat is nu de schuld van Israël? Het hinken op twee gedachten. Israël had blijkbaar de Heere nog niet geheel losgelaten. Het wilde de dienst des Heeren nog een beetje aanhouden en tegelijk buigen voor de Baals en de Astartes. Maar hier legt Elia alle halfslachtigheid bloot. Hoe lang nog? Want het is één van de twee, of Baal, of de Heere. Hinken op twee gedachten, dat doen die jongelui, die wel bekeerd willen worden, maar die tegelijk van de wereld en de zonde willen genieten. Net als die jongen, die zei: , , Ik wil wel bekeerd worden, maar nu nog niet!" De volgende dag stierf hij! Hinken op twee gedachten, dat doen degenen, die God en de wereld samen willen dienen, 's Zondags zitten ze in de kerk en stoppen een goede gift in de kollektezak, maar door de week kan alles ermee door.
Hoe lang nog?
Maar nu zegt Elia: „Hoe lang nog? " Wat is het Woord hier met majesteit. Wat is het een ontdekkend Woord. Wat legt het alle halfslachtigheid in ons leven bloot. Israël wordt door het Woord gedwongen tot een keuze. Maar ook tot ons komt het met majesteit: „Hoe lang nog? " Het is één van twee. Jozua zei: „Kiest dan heden, wie gij dienen wilt." Maar weet het wel, dat alles buiten God je arme ziel leeg laat. Maar weet ook, als de Heere je God mag zijn, dan zal Hij je niet beschamen. Dan is er hier een verdrukking van tien dagen, maar straks een eeuwige vrede.
Weetje, wat nu zo aangrijpend is? Het volk zwijgt. „Maar het volk antwoordde hem niet één woord." Was het een zwijgen in schuldbesef, uit angst? Wil men zich op de vlakte houden? Wie zal het zeggen, de Schrift spreekt alleen over het zwijgen. De Heere eist, dat Israël zal spreken, en Israël zwijgt. Daarin ligt iets beschamends, want de zevenduizend, die hun knie niet gebogen hadden voor Baal, zwijgen ook. Obadja zwijgt ook. Daarin wordt Gods volk getekend. Wat zwijgen Gods kinderen vaak als ze moeten spreken. Waar is het vertellen van Gods lof?
In dit zwijgen ligt echter ook iets bemoedigends. Want de baaipriesters zwijgen ook. Zij hadden wel willen spreken, maar de majesteit van het Woord snoert hun mond. In die zwijgende priesters zien we, dat het Woord hier al naar de overwinning schrijdt.
Het zwijgende volk
Een zwijgend Israël! Ontzettend als we blijven zwijgen onder het Woord. Dan is er geestelijke dorheid, dan is er geen bekering. Het zwijgende volk op de Karmel roept echter om Golgotha. Op de Karmel ontmoeten we een sprekend God en een zwijgend volk. Op Golgotha ontmoeten we een zwijgend God en een sprekende Christus. Daar spreekt de Vader niet meer tot de Zoon: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? " Op de Karmel is het: „Mijn volk, gij antwoordt niet!" Op Golgotha is het: „Mijn God, Gij antwoordt niet!" En zo heeft Christus onder het zwijgen van Zijn Vader, het zwijgen van Zijn volk verzoend. Daarom kan God tot een zwijgend volk van genade spreken. Daarom zal een volk, dat vaak zwijgend over de aarde gaat, toch eeuwig Gods lof zingen.
Gespreksvragen
1. Ga eens na hoe de verhouding tussen Heere en Zijn volk in de Bijbel steeds weer bij een huwelijksverhouding wordt vergeleken.
2. Ga eens na hoe de Heere steeds Zijn trouw betoonde in de geschiedenis van Israël.
3. Welk verband is er tussen het broodvraagstuk en het schuldvraagstuk? Wat weegt je in je persoonlijk leven het zwaarst?
4. Hoe kan het schuldvraagstuk worden opgelost?
5. Noem voorbeelden uit de Bijbel van mensen, die hinkten op twee gedachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1985
Daniel | 32 Pagina's