JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De jongeren en de gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De jongeren en de gemeente

8 minuten leestijd

Het is op zichzelf niet te veroordelen, dat een bepaalde groepering in onze samenleving eens bijzondere aandacht krijgt, maar dan dreigt echter wel het gevaar dat het niet meer in het groter geheel gezien wordt en daarmede de onderlinge relaties scheefgetrokken worden. De bedoeling van dit artikel is om de plaats van de jongeren in het geheel van de gemeenten te zien. Dan is het ook gewenst, ja noodzakelijk om in de eerste plaats ons af te vragen, wat de zorg van de gemeente voor de jongeren eigenlijk is en hoe daaraan inhoud dient gegeven te worden.

We willen daarbij de zorg voor de jeugd in bijbels licht bezien.

Op dit punt dreigt een levensgroot gevaar, namelijk dat de ouders hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen ongemerkt overdragen en daarvan afstand gaan doen. Zoals de christelijke school geen vervanging is voor de opvoeding van de kinderen in de voorzeide leer, maar een uitvloeisel van de verantwoordelijkheid, die de ouders blijven dragen ten opzichte van de hun toevertrouwde kinderen, zo mag ook nooit de verantwoordelijkheid van de ouders op de gemeente afgewenteld worden. Helaas gebeurt dit maar al te veel. Zowel door ouders als door jongeren wordt immers de kerk of de gemeente vaak als zondebok voor afwijkend gedrag in leer en leven aangewezen. Welke taak en welke zorg draagt hier de gemeente?

Taak van de ouders

In de eerste plaats dragen de ouders de verantwoordelijkheid om hun kinderen in de vreze des Heeren op te voeden en geven zij hun ja-woord bij de heilige doop om hun kinderen, waarvan zij vader en moeder zijn, in de voorzeide leer naar hun vermogen te onderwijzen of te doen onderwijzen. Dat staat dus voorop. Voorts weten we dat de Heere zich tot de zaligheid van jongeren bedient van de prediking van het woord als het door Hem verordineerde middel. Daartoe is immers de sabbat gegeven om naarstig naar Gods huis te gaan en zich onder de verkondiging van het heilswoord te begeven. Helaas is het zo dat voor veel ouders het belangrijkste van de opvoeding een zodanig ongrijpbare grootheid is, dat men niet verder komt dan een bepaalde invulling van hun belofte. Een invulling die eigenlijk niets met de wezenlijke waarde van het leven te maken heeft. In de eerste plaats gaat het immers om het eeuwig heil van de onsterfelijke zielen, die ons als ouders zijn toevertrouwd.

De prediking

Hoe bijzonder belangrijk is dan juist het woord der verkondiging, waarin tegenover onze onmacht ons Zijn almacht gepredikt wordt. Wat onmogelijk is bij de mensen is mogelijk bij God. Dan mogen ook de ouders weten, dat hun kinderen in het gebed van en voor de gemeente betrokken zijn. Juist als wij zien de verlorenheid van de jongeren van de gemeente en dat zij ook de verdoemenis in Adam deelachtig zijn, dan zal dat ook de betrokkenheid bij hetgeen er gepreekt wordt vergroten. Dan gaat het er niet meer zozeer om of we naar de kerk moeten, maar dan staat datgene centraal, dat werkelijk waarde heeft voor dit leven en de toekomst.

Helaas moet vaak gekonstateerd worden, dat die ernst gemist wordt. Daarvoor

kunnen dan weer oorzaken opgesomd worden, maar het wezenlijke is onze vijandschap ten aanzien van God en Zijn dienst. Wat een rijkdom is het echter dat wij bij een kerkelijke gemeente mogen behoren, waar wij als jongeren ons gedragen mogen weten in de voorbede aan de troon der genade. Dat kunnen we elke zondag horen. Dan staan wij als jongeren er niet buiten, maar dan gaat het om de hoogste belangen voor de eeuwigheid en de tijd. Eén ding is nodig. Wil dat nu zeggen, dat de zorg voor de jongeren van de gemeente alleen tot uiting komt in de prediking en de katechese? Nee, daar houdt de opdracht van de gemeente niet mee op. Wel wil ik het belang van de katechisatie onderstrepen. De katechisatie is echter in de eerste plaats om de kennis van de leer te verdiepen en niet bedoeld om alle mogelijk aktuele problemen aan te snijden, hoewel die zijdelings wel ter diskussie mogen komen.

Verenigingsleven

Vooral de jongeren weten het beste dat zij in een wereld staan, waar de waarden die ons in het Woord van God gegeven zijn, allerminst waardering hebben. Alles verschuift en de meeste elementaire normen schijnen te vervagen. Dat betekent, dat zij hoe langer hoe meer in een isolementspositie gedreven worden en allerminst kunnen meedoen met wat zich aandient. Jongeren uit onze kring komen steeds meer alleen te staan.

Laten onze jongeren daarom de gelegenheid krijgen elkaar op te zoeken om steun te hebben aan elkaar. Niet in een houding waaruit spreekt dat zij beter zijn dan die anderen, maar juist omdat zij met die anderen niet kunnen en mogen meedoen. Dat moet hen van huis uit duidelijk meegegeven worden. Dan mag ook het kerkelijk leven van die jongeren echt wel een ontmoetingsplaats kennen, waar zij elkaar kunnen ontmoeten. Daarom is het verenigingsleven voor de jongeren, die daaraan behoefte hebben, van uitzonderlijk betekenis. Maar dan moet ook die plaatselijke gemeente de roeping gevoelen om toezicht via de kerkeraad daarop uit te oefenen. Ook jongeren hebben leiding nodig en iedere jongere die deze behoefte ervaart, zal dit ook eerlijk erkennen.

Jongeren zijn vaak niet zo „eigenwijs", als zij zich soms schijnen voor te doen. De leiding die aan jongeren gegeven wordt zal dan moeten plaats vinden vanuit het

Woord des Heeren. Die zorg is de kerk zich over het algemeen duidelijk bewust. Het gaat er immers om dat onze jongeren behouden worden bij de zuivere verkondiging van het Woord, hoeveel er vandaag aan de dag ook tegen op komt.

Jongeren en gemeente

Dit uitgangspunt bepaalt mede de houding van de jongeren ten opzichte van de gemeente. Wanneer we als jongeren iets anders van de gemeente verwachten, dan zullen we óf teleurgesteld worden in de kring van onze gemeenten óf een binding hebben, die helaas niet bestendig zal blijken te zijn. Het uitgangspunt zoals hierboven omschreven, zal ook de gedachten van onze jongeren moeten bepalen met betrekking tot de inhoud van ons jeugdwerk.

Als we opgaan in de neven-aktiviteiten, hoe belangrijk ook, gaan we voorbij aan het uiteindelijk doel van het gemeentezijn. Het gaat juist om het heil van de onsterfelijke zielen van onze jongeren. In dat opzicht hebben zij precies hetzelfde nodig als de ouderen. Het is altijd opmerkelijk in het Oude - , maar in het bijzonder ook in het Nieuwe Testament, dat kinderen en jongeren erbij horen. De Heere schakelt hen altijd in en getuigde Zelf toen Hij hen omhelsde en de handen op hen legde: , , Laat de kinderkens tot Mij komen". Reeds vanaf onze jongste dagen zijn we erbij betrokken, vandaar ook de bediening van de Heilige Doop. , , Daarom heeft God voormaals bevolen hen te besnijden, hetwelk een zegel des verbonds en der gerechtigheid des geloofs was." In de aanbieding des heils en de bearbeiding door Gods Geest wordt geen onderscheid gemaakt tussen man of vrouw, jong of oud. De prediking van Jezus tijdens Zijn omwandeling op aarde was tot iedereen gericht, die het Woord wilde horen: vaders, moeders, alleenstaanden, kinderen, ouderen, rijken en armen.

Jouw houding

Iedere ambtsdrager is blij, als hij op huisbezoek mensen ontmoet, vooral ook jongeren, die onder het besef leven van de noodzakelijkheid der waarachtige bekering.

Dat bepaalt de houding van ouderen, maar ook van jongeren ten aanzien van de prediking en de gemeente. Dan wil je meeleven en meedienen ten dienste van het ordelijk en verantwoord funktioneren van de gemeente. Dat bewaart ons als jongeren enerzijds voor de klip van lijdelijkheid en anderzijds voor de klip van aktivisme. Met andere woorden, als we positief staan tegenover de waarheid die onder ons gebracht wordt en waarin de zaligheid en ons eeuwig heil centraal staat, dan zal dat de vrucht van een rijk samenleven laten zien. Het blijkt zelfs zo te zijn dat wanneer wij ons daaraan niet onderwerpen en kritisch staan tegenover alles wat zich in de gemeente openbaart, dan worden we niet uitgestoten, maar stellen we onszelf buiten de gemeenschap. Daarom is een positieve houding van de ouders zozeer gewenst.

Zoekt de Heere

Natuurlijk mogen we vragen: wat betekent de gemeente voor ons als jongeren? Laten we echter ook niet vergeten de vraag te stellen: wat betekenen wij voor de gemeente? Het heeft de Heere behaagd de zaligheid niet alleen te schenken aan oudere mensen.

Hoe rijk is het juist als we de Heere reeds jong mogen zoeken en vinden. Opmerkelijk kunnen de bemoeienissen des Heeren reeds zijn in onze jonge jaren. We leven onder de openbaringsvorm van het verbond met zijn uiterlijke voorrechten. In bijzondere omstandigheden kunnen dat zelfs bijzondere bemoeienissen zijn. Bij ziekte of in bepaalde omstandigheden, maar ook in ons dagelijks werk of op school. Wonderlijk wordt soms ervaren dat ook dan van de daken gepredikt (of daarvoor gebeden) wordt, wat in de binnenkamer de verzuchting van het hart is. Het gaat echter weer om het belangrijkste, namelijk ingelijfd te worden in het wezen des Verbonds door de waarachtige bekering. Dan krijgt de gemeente er een bidder bij, die met alle tekorten tot zegening van de gemeente mag zijn.

Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan, terwijl Hij nabij is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1985

Daniel | 32 Pagina's

De jongeren en de gemeente

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1985

Daniel | 32 Pagina's