JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wat de toekomst brengen moge....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat de toekomst brengen moge....

16 minuten leestijd

Rond de jaarwisseling kijk je als vanzelf weieens terug. Waar denkt u met name aan als u een terugblik werpt op 1984?

’k Denk aan een wereld die in het boze ligt. En aan een kerk die veelal in het donker leeft. Als we naar de wereld kijken, dan zie je geen ontspanning, maar wel een voortgang in de bewapening. Honger, onderdrukking, opstand, godsdienstoorlog tussen Irak en Iran, het opdringen van de Islam. Kijkje naar ons eigen land, dan is het een snelle afloop der wateren. Wat een wetteloosheid. Denk ook eens aan het kerkelijk leven. Bij het „Samen op weg"proces zie je dat al minder de religie van onze belijdenis wordt verstaan. Je vraagt je af of men eigenlijk nog wel weet wat klassiek-gereformeerde vroomheid inhoudt! Bij een terugblik op 1984 denk ik ook aan de herdenking van de Afscheiding, waarbij het eigenlijk ging om het leven met de HEERE, om de ware vroomheid temidden van alle zwakheid, 't Ging om de prediking van de soevereine genade Gods. Ook hebben we de geweldadige dood van Willem van Oranje herdacht, 't Ging hem om de vrijheid om God te dienen. Het gaat om de les uit het verleden. Komen we in onze tijd, waarin we overspoeld worden met informatie, nog wel toe aan bezinning? Onze samenleving wordt steeds grimmiger. Ik denk aan de Wet gelijke behandeling.

Dat vervult me met bange zorg. 'k Vraag me af of de ruimte er blijft om straks nog te verkondigen dat God onderscheid maakt naar Zijn Welbehagen. Ds. Fraanje hoorde ik eens zeggen: „Denk erom dat we de algemene genade Gods niet gaan verzondigen". Dan is het alleen Gods weerhoudende hand als we niet in alle kwaad uitbreken. Maar ondanks alle zorgen die mij vervullen bij een terugblik op 1984 zeg ik toch: „De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed!”

Er is dus, als u zo terugkijkt, toch nog wel reden om te zingen „Uw trouw is groot, Uw macht zal nooit vergaan”?

Er is in deze tijd van afval, onzekerheid, angst en vrees voor de toekomst, veel reden om Gods trouw en lankmoedigheid te bewonderen. De HEERE heeft ons

vraaggesprek met ds. J. van Vliet

bewaard in het heden der genade en gelaten onder de middelen van de genade. Bij het zingen van „Uw trouw is groot" hoort ook een innig klagen! Beseffen we wel voldoende de geestelijke nood waarin ons volk dreigt onder te gaan? ! Vooral nü hebben we toch zeker een boodschap voor de wereld. En dan gaat het erom wie God is. Laat onder ons geen beduchtheid en verlegenheid zijn om over God te praten. Op school, op je werk, in je omgeving.

leidt ons leven, al zie je dat niet altijd. " Dat heeft ds. Van Vliet ook ervaren in zijn leven. Jacob van Vliet is op 17 april 1921 in Vlaardingen geboren. , , Daar was m'n vader onderwijzer. In 1922 verhuisden we naar Groot-Ammers, waar hij hoofd van een school werd. In 1928 vertrokken we naar Rotterdam en vier jaar later naar Oostdijk (tussen Krabbendijke en Kruiningen). Na de lagere school ben ik in Goes naar de MULO geweest. In 1937 verhuisden we naar Uddel, waar m 'n vader hoofd werd van een nieuwe christelijke school. Na de MULO ben ik gaan werken. Eerst een aantal jaren op het kantoor van de Juncker-rijwielenfabriek. Na de militaire diensttijd ben ik eind 1945 in Den Haag op de „Herstelbank" (later: , , Maatschappij voor Industriefinanciering") terecht gekomen. Daar heb ik een aantal jaren als hoofdboekhouder gewerkt. Na de MULO ben ik namelijk in de avonduren boekhouden gaan studeren, tot de M.O.-akte toe.”

Op 1 januari 1947 werd de heer Van Vliet diaken van de gemeente in Den Haag, waar wijlen ds. P. Honkoop toen nog stond. Een jaar later werd hij bevestigd tot ouderling. Dat is hij tot 1963 geweest, eerst in Centrum, later in Zuid. Na vier jaar studie aan de Theologische School in Rotterdam, werd kandidaat Van Vliet in 1967 door ds. De Gier in Aagtekerke bevestigd tot Dienaar van het Goddelijke Woord.

„ We hebben in Aagtekerke buitengewoon goede en fijne jaren gehad, 'k Vind het een groot voorrecht als je lange tijd in een gemeente mag zijn. 'k Betreur dié broeders, die weer vlug weg moeten, 'k Zeg er natuurlijk niets van, maar 'k ben er niet jaloers op.”

Begin 1981 leidde de weg (betergezegd: leidde deHeere) naar Veen., , Hoewel hetgeen kleine gemeente is (740 zielen) en de specialist me in verband met m'n gezondheid beslist niet aanraadde het beroep aan te nemen, heeft de Heere me tot nu toe niet beschaamd, 'k Ervaar het als een wonder dat ik hier al ruim 3Vi jaar mag zijn. ”

Een nieuw jaar ligt voor ons. Velen zien het, , niet meer zitten" en durven (bijna) niet meer verder te leven. Anderen worden overstelpt door angst als ze bijvoorbeeld denken aan deze wereld vol kernwapens. Welke boodschap hebt u op de drempel van '84 naar '85 voor de gemeente?

Heel eenvoudig. De dood in Adam en het leven in Christus. God heeft me geroepen met de boodschap uit 1 Kor. 2 : 2: Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Die gekruisigd". Prediken is het verlorene zoeken. Dat deed de Goede Herder. Hij zocht het verlorene om te behouden, 't Gaat om het behoud! In 2 Kor 5:19 lees je: Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd". Dat is Gods boodschap in het nieuwe jaar. Een rijke boodschap in deze voorbijgaande wereld. Het gaat niet om een groot getal en evenmin om grote dingen. Het gaat om het enige nodige. En daarom geldt de boodschap uit Jer. 3:14: Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd...." Dat is de prediking van de Enige Toost, beide in leven en sterven.

Hebt u ook nog een speciale , , nieuwjaarsboodschap'' voor de jongeren van de gemeente?

Ja, dan geef ik je door wat de Heere in mijn jonge leven Zelf heeft willen zeggen: Die de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed" (Psalm 34 : 11). Dat heeft de Heere nog altijd waar gemaakt in mijn leven. Je jonge tijd is de

beste tijd om de Heere te zoeken. Jullie leven in een tijd waarin niet alles meer kan wat voorheen kon en wat zo vanzelfsprekend was. Jullie moeten van veel afzien, 't Is niet meer zo datje automatisch een baan vindt in het verlengde van je studie. Ook kun je niet zondermeer een beroep aanvaarden wat voorheen wel kon. Denk aan een beroep in de medische wereld. Dan kan er nog wel werk zijn, maar jij mag en kunt er soms niet meer werken. En toch heb ik een nieuwjaarsboodschap voor je. Zoek je plaats in de Kerk des Heeren. Die heeft toekomst. De kerk is een ark op de golven van de tijdzee. Een plek om te schuilen bij de Heere en Zijn Woord. Ook met al je tijdelijke zorgen! Ook in 1985!

Misschien mogen we een kon kreet voorbeeld noemen. Een jongere heeft al heel veel sollicitaties geschreven. Nog steeds geen baan. Wat wilt u aan het begin van een nieuw jaar aan zo'n jongen of meisje zeggen?

Ik vind dat een grote beproeving. En het kan een zware verzoeking zijn. De Heere zegt in Zijn Woord: „Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken". Dit geldt zeer zeker ook voor het gewone leven. Het blijft ook waar in het nieuwe jaar: God is altijd goed voor wie voor Hem bukken mag.

Andere jongelui denken: waar leer ik eigenijk voor? 'k Loop straks toch in de W.W. Mógen we zo denken?

Ik kan het heel goed begrijpen. Toch mogen we zo niet denken. Sta naar ware verootmoediging. Zonder God, dat is zonder hoop. Met God is met hoop. Dan doet de Heere tóch alle dingen medewerken ten goede voor degenen die Hem vrezen.

Is denken over de toekomst, handelen in verband met de toekomst, plannen, enz. in strijd met Gods Woord? Of is een en ander juist een christelijke opdracht?

Gods Woord wijst op onze persoonlijke verantwoordelijkheid. Juist in onze tijd moet dat benadrukt worden, waarin de eigen verantwoordelijkheid afgeschoven wordt. Natuurlijk hebben we daarbij een afhankelijk en biddend leven nodig. Voor nu en straks. De Heere leert in Zijn Woord dat we over de toekomst zullen denken, maar ook hoe we dit dan moeten doen. Denk aan de gelijkenis van de rijke dwaas. De grote levenvraag is niet wat ik bezit of wat ik heb, maar wat ik ben. Zoek daarom de schat, die blijft, ook als je sterft en van welke men leeft tot in alle eeuwigheid.

In de Bijbel lezen we , , Zijt niet bezorgd.... want al deze dingen zoeken de volken der wereld". Hoe moeten we dat uitleggen? Moet onze houding ten opzichte van het toekomende volkomen lijdelijk zijn? Of moeten we toch wel aktief bezig zijn?

De Heere bindt ons aan de weg der middelen. En Hij wil Zijn zegen geven wanneer we in ons aktief bezig-zijn dan ook rekening houden met Zijn Woord. En 't gaat er bij deze tekst óók om hoe we aktief bezig moeten zijn: zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. We moeten altijd maar letten op het tekstverband! We moeten ons ook steeds afvragen: bij wie horen we eigenlijk? De Heere spreekt tot Zijn discipelen, maar Hij heeft het ook over heidenen. We moeten er voor oppassen dat we de Bijbel gaan lezen zoals velen doen, die alles zo gemakkelijk en oppervlakkig naar zich toe lezen.

Sekularisatie, ongeloof, steeds bruter wordende goddeloosheid, enz. Nee, dan vroeger... Toen was het allemaal veel beter.... Dat hoor je weieens. Kunt u daarin meedenken?

De meeste mensen die dat zeggen laten duidelijk merken weinig zelfkennis te hebben. Deze mensen komen weinig bij zichzelf terecht.

Zeker, de wereld gaat er niet op vooruit. De tijd laat zien wie wij mensen zijn in ons denken en leven. We zijn geneigd alles op „de tijd" te schuiven. De mens was vroeger niet beter dan nu, maar bange zorg vervult me dat in onze tijd de algemene genade Gods verzondigd wordt. Je ziet het aan de sekularisatie, afval, onkerkelijkheid. Het loslaten van God en Zijn geboden wordt en is zichtbaar in heel ons volksleven van iedere dag. Het werkt door in alle verhoudingen. Daarom is de vraag zo van belang voor jullie en voor mij of we geleid worden door de tijdgeest of door de Heilige Geest. De opvoeding in het gezin, de prediking, katechisatie en het christelijk onderwijs, maar ook ons jeugdwerk is van groot nut. Mijn grote zorg is dat de kennis van de bijbelse geschiedenis en de kerkgeschiedenis zo vermindert. De bijbelse

geschiedenis laat immers de boodschap van zonde en genade zien! We leven echter helaas in een tijd van „veel kreten en vaak weinig weten”.

Als u om u heen kijkt en let op de „tekenen der tijden", denkt u dan dat het nog lang duurt voordat de Heere Jezus wederkomt om te oordelen de levenden en de doden?

Geloven we Christus op Zijn Woord: Zie Ik kom haastig"? We moeten niet uitrekenen, maar rekenen op! We lezen in 2 Petrus 3 : 9: Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag". Tellen kunnen we niet en afwachten evenmin. Maar Gods kinderen mogen wel eens a/tellen en verwachten.

Hoe rust u de gemeente toe in het licht van de uitspraak in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis: „ verwachtende die dag met groot verlangen...”?

Dit geeft de prediking een buitengewone ernst, 't Gaat om een ontzaglijke waarheid. Spreken over het oordeel moet gebeuren vanuit de oproep tot bekering. En het element van de vertroosting mag niet ontbreken. Voor wie de Heere vrezen ligt een rijke vertroosting in het komende oordeel. Dan blijkt de genade meer te zijn dan het rechtvaardig verdiende oordeel en het wekt verwondering van het wondere Heil des Heeren!

Is er verschil tussen verwachten en afwachten? En hoe moeten we dan verwachten?

Afwachten doen we van onszelf. Verwachten is er alleen door het ware geloof dat in liefde doet hopen en uitzien. Psalm 130 : 5: Ik verwacht de HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord". De grond voor het verwachten is de belofte. De kanttekeningen zeggen bij deze tekst: Ik wacht op hetgeen Hij in Zijn Woord alle gelovigen beloofd heeft, en mij in het bijzonder." Hoe je dan moet verwachten? Calvijn zegt dat heel mooi. „De jongeren moeten voor alles toegerust zijn voor de reis, opdat zij zonder oponthoud door de wereld trekken en nergens anders dan in de hemel hun blijvende woning zoeken.”

Ziet u beloften in de Bijbel voor Gods gemeente die nog vervuld moeten worden?

Ja, de belofte dat het Evangelie aan alle volkeren zal verkondigd worden en de bekering van de Joden. Israël is voor mij een signaal. De bekering van de Joden zal zijn als een opstanding uit de doden. Daar steken we geen vinger naar uit. Dat zal duidelijk Gods werk zijn. Als God een belofte vervult, dan zie je dat alles van de kant van mensen wordt afgesneden, zodat iedereen moet zeggen: „God heeft het gedaan!" Het werk van de zending mogen we met gebed en offer steunen. Het Woord van de Koning heeft haast! Dé grote

belofte die nog vervuld moet worden is de zalige toekomst met de wederkomst des Heeren voor de gemeente Gods.

Er zijn mensen die heel somber gestemd zijn als het gaat om het werk van de Heilige Geest. Je hoort wel eens zeggen dat de Heere Zijn hand zo stil houdt en dat de Geest Zich terugtrekt. Wat is uw ervaring in deze?

Hóe zeggen we dat? Is dat wel eens eigen schuld? 't Is eigenlijk een verschrikkelijke uitdrukking. Je mag het niet anders dan met grote ontroering, met grote droefheid zeggen. We moeten toegeven dat de Heere Zijn hand stil houdt. Er is helaas weinig doorbrekend werk. Maar dat de Geest Zich terugtrekt, mogen we niet zeggen. De Heere wil nog onder ons werken. En dat is niet vanzelfsprekend. De Heere kan de kandelaar van Zijn Woord wegnemen en verplaatsen. Laten we echter niet klein van God denken. Beter past het ons om ons diep te verootmoedigen. Wat leven we ver van de Heere af. En dan hoeven we echt niet naar een ander te kijken Is het niet daarom dat de Heere Zijn hand zo stil houdt? !

In onze gemeenten ziet de toekomst, als we letten op het predikanten-aantal, er niet zo rooskleurig uit. In veel gemeenten wordt het belangrijke ambt van herder en leraar gemist. Zou dit een reden kunnen zijn dat mensen moedeloos worden? En is dat terecht?

Moedeloosheid is in het leven van de Kerk een grote zonde van ongeloof. De predikantennood is een nood om de Heilige Geest. De nood is zo groot, vooral ook omdat het zo weinig nood is! Ja, deze zorg overvalt mij dagelijks. Als de nood eens echt nood wordt, dat zal de Heere uitkomst geven! Ik vind het zo aangrijpend wat je kunt lezen in Matth. 9 : 36-38. Jezus, de schare ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen. Vermoeid en verstrooid als schapen zonder herder. Hij roept dan ook op „Bidt dan de Heere des oogstes dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote". Dan denk je weieens: eere, geven wij dan zoveel aanleiding, dat er bij U geen ontferming meer zou zijn? Er gaat geen zondag voorbij of ik vraag in het gebed of de Heere arbeiders in onze gemeenten wil uitstoten, 'k Zeg vaak: Heere, bekeer onze jongens en roep ze tot deze schone dienst”.

Misschien mogen we een wat persoonlijke vraag stellen. Wat is aan het begin van het nieuwe jaar uw verwachting voor uw persoonlijk en ambtelijk leven?

Wij zijn bijzonder afhankelijk van de Heilige Geest. Onze hulp is in de Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft. Wie het met God waagt, komt nooit beschaamd uit. De Naam van God wordt steeds meer verzwegen, maar God toont te waken over Zijn eigen Naam! 'k Heb het onlangs nog eens meegemaakt in een ziekenhuis. Een jongetje lag erg kritiek, 'k Bad: „O God mag het zó ten goede keren dat ook het medisch personeel moet erkennen dat er een God is? " Ja, daar heeft God toen getoond God te zijn. Laten we altijd maar goed over God spreken en Zijn Naam durven uitspreken. Er is een voortgaande vervlakking. We leven in een tijd dat spottend gevraagd wordt „Wie is de Heere"? Laten we uitzien naar de verborgen omgang met de Heere! En.... zolang de Heere nog onder ons woont, zal Hij grote daden doen. Psalm 45 vers 8 geeft hoop! Zijn Naam zal gedacht worden van geslacht tot geslacht. Het is een schone dienst om in deze wereld te staan met een boodschap: „Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben!”

Wat is de toekomstverwachting voor de Kerk in haar geheel?

De Koning van de Kerk zegt: „In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen!" Daar moeten we het van hebben, hoor! De wereld hoopt altijd teveel en Gods Kerk hoopt altijd te weinig! De Heere heeft Zijn volk een toekomst bereid.' De helft zal er niet van aangezegd zijn. Het grootste is als God éénmaal alles en in allen zal zijn. Zullen wij er bij zijn?

En welke verwachting hebt u voor onze gemeenten?

Wij leven in de eindtijd, „de laatste ure". De grote doorluchtige dag des Heeren komt. Op die dag wordt de loop der wereldgeschiedenis voleindigd en verschijnt Christus in heerlijkheid om het eindoordeel uit te spreken. Ja, daarom heb ik verwachting! Eens was ik erg moedeloos. De Heere heeft mij toen geweldig vertroost met de woorden uit Jesaja 1 : 9, dat Hij nog een weinig overblijfsel had gelaten naar de verkiezing van Zijn genade, anders zouden we als Sodom en Gomorra zijn geworden.

Heeft u nog een slotopmerking?

Onze tijd houdt een geweldige uitdaging in. De mens laat God los, maar God laat de mens niet los. Hij blijft vragen: Waar zijt gij? " De toekomst brengt de grote botsing tussen het godslasterlijke beest en het overwinnende Lam! Het beest moet al meer beest, de bruid al meer bruid worden. Prof. dr. G. Wisse heeft eens een „tijdwoord" gehouden over deze tekst uit Openb. 17 : 3 en 14. Graag geef ik jullie enkele citaten door: Straks komt de antichrist zelf, maar de bruid zal dan de moeite waard blijken om verlost te worden. Bedenk, dat eens de toorn van het Lam zal branden. Niets is ontzettender. Het vreselijkste oordeel, namelijk de verharding bedreigt ons. Haast je daarom om je levens wil. Val Hem dan nog te voet en roep het uit: O Heere Jezus, dierbaar Lam Gods, wil ook mij overwinnen, nu, nu nog, in genade, nu uw overwinning over mij nog mijn behoud zal zijn". En Jezus verlangt Zelf naar de eeuwige bruiloft! Driemaal zalig wie dan gereed is, als het geroep weerklinken zal Ziet, de Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet.”

P. Jansen

A. Karels

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1985

Daniel | 32 Pagina's

Wat de toekomst brengen moge....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1985

Daniel | 32 Pagina's