JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De witte dolfijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De witte dolfijn

vervolgverhaal deel 1

5 minuten leestijd

Langzaam drijft het grote ijsveld naar het noorden. De hele winter heeft het de Beringzee bedekt, maar toen in mei de zuidenwinden gingen waaien en de stromen steeds krachtiger noordwaarts vloeiden, is het losgeraakt en als een onafzienbare vlakte naar het noorden gaan drijven. Honderden walrussen zullen straks mee reizen door de Beringstraat, maar de zeehonden en de walvissen blijven nog wat luieren na de eerste lange reis. Driehonderd kilometer lang zijn ze bij elkaar gebleven, morgen of overmorgen zullen de walrussen alleen verder gaan. Het water is kalm, glanzende golQes glijden er overheen en in de diepte rust de witte dolfijn. Om de tien minuten beweegt ze loom haar staart, net voldoende om haar naar de oppervlakte van het water te duwen. Als ze adem gehaald heeft, laat ze zich weer stil omlaag drijven. Ze ziet de logge walrussen naar schelpdieren duiken, ze kijkt naar de luchtbelletjes die de vissen bij duizenden tegelijk in het water hangen. Ze ziet het niet bewust, ze is er te slaperig voor. Plotseling springt een zilveren zeehond uit het water bovenop een enorm ijsblok. Maar de naderende zomer en de steeds warmer wordende zon heeft het tot een breekbaar geraamte gemaakt en het stort met veel geraas in elkaar. Met een plons komt de zeehond in het ijskoude dooiwater terecht. De witte dolfijn is klaarwakker nu. Maar als de rust is weergekeerd, wiegt de deinende beweging van het water haar opnieuw in slaap. Als een witte boog hangt ze in het water, haar kop en staart naar beneden. Binnenin haar beweegt het jonge leven dat geboren wil worden. Toch is het iets anders dat haar de ogen doet openen. Ze luistert gespannen. Daar komt vanuit het zuiden een golvend, plassend geluid. Er zit dreiging in dat angstaanjagende ritme. Zo jagen alleen orka's door het water. In gesloten gelederen komt de troep nader. Als één grote zwarte schicht schieten ze boven het zeeoppervlak uit en rollen in volmaakt samenspel weer omlaag. Eén in hun geweldige vaart, één in hun vreselijk doel. Snel glijdt de witte dolfijn naar het ijs, ze rust niet voor ze een bekende ijsgrot/ heeft bereikt. Daar is ze veilig voor de vraatzucht van de orka's, veilig door haar glanzend witte huid, die haar in die bevroren hoek even goed verborgen houdt als een donker pelsdier in een dicht woud.

De orka’s keren terug

Met zijn kopje boven water haalt de kleine walvis voor het eerst adem. Nog geen half uur heeft de geboorte geduurd en snel brengt de witte dolfijn haar zoontje naar de oppervlakte om adem te halen. Het walvisje hijgt en fluit en zijn moeder antwoordt hem met een warme zachte klank en gaat onder hem zwemmen. Instinktief neemt hij zijn plaatsje in aan de linkerkant van de kam over haar rug. Hoewel zijn staart-en zijvinnen nog slap zijn, kan hij bijna even snel zwemmen als zijn moeder. Voorlopig blijven ze in de watergeulen tussen het drijfijs. Stijf houdt de kleine walvis het spuigat op zijn kopje gesloten, behalve als hij moet ademhalen. Hij heeft dezelfde tint als het oceaanwater, grijs met groenblauwe vlekken. Zijn moeder heeft dit jaar de smetteloze witheid bereikt van een volwassen dolfijn. Nergens heeft ze ook maar één vlakje kleur, zelfs haar tong is wit. Een wondermooi schepsel in het donkere oceaanwater. Waar ze ook heen zwemt, hoe ze ook draait, het grijze walvisje blijft zo dicht bij haar, dat hij haar steeds aanraakt. Niet ver van hen vandaan speelt in het open water een walrus met

haar jong. De witte dolfijn luistert naar de geluiden die ze maken. Ieder dier houdt er zijn eigen manier van zwemmen op na: de walrussen, de witte dolfijnen en de zeehonden. Ze kan ze allemaal onderscheden, ze vergist zich nooit. Maar plotseling vangt ze de gevreesde trilling weer op. Ze hangt in de diepte tussen twee ijsblokken, haar zoontje vlak boven haar rug. Het ritmische, golvende geluid wordt duidelijker. De orka's keren terug!!! De walrus en haar jong proberen het reddingbrengende ijs te bereiken, het walrusje is op de rug van zijn moeder geklommen. Maar het is niet meer te redden. Als vlijmscherpe zwarte messen snijden de hoge zwaardvormige vinnen van de orka's door het water. Eén van hen duikt onder de moederwalrus, schiet omhoog en geeft haar zo'n enorme slag, dat het jong wel een meter in de lucht wordt geslingerd en opzij valt. Binnen een tel verdwijnt het in de open muil van de orka, een muil met grote, puntige tanden. Woedend zet de moederwalrus de achtervolging in, haar kop met de scherpe slagtanden omhoog. Maar de orka is veel sneller. Zijn tien meter lange lichaam, glanzend zwart met ovale witte vlekken achter de ogen schiet als een raket door het water, zijn makkers achterna. Brullend van woede en verdriet hijst de walrus zich op het ijs. Haar borst is gekneusd en doet pijn. Als ze een witte dolfijn was geweest, zou ze die enorme klap, die de orka haar gaf, niet overleefd hebben. De dikke speklaag is haar behoud. Na enkele uren voelt de witte dolfijn zich pas weer gerust gesteld. De troep zwaardwalvissen is blijkbaar weggetrokken naar een ander deel van de Beringzee.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1985

Daniel | 32 Pagina's

De witte dolfijn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1985

Daniel | 32 Pagina's