JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HERINNERINGEN VAN EEN 90-JARIGE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HERINNERINGEN VAN EEN 90-JARIGE

8 minuten leestijd

Hoewel onze verenigingen veel oudere leden tellen, is het toch maar weinigen gegeven tot op 90-jarige leeftijd aktief aan het verenigingsleven te kunnen deelnemen. Eén van hen (of zou zij de enige zijn....? ) hebben we een bezoek gebracht: mevrouw Den Hengst in Zeist. We hadden met haar een interessant gesprek over het verleden.

Mevr. A. M. den Hengst-Roelofsen werd op 19 oktober 1894 in Nederwoud bij Lunteren geboren als enig kind van ds. H. Roelofsen en zijn vrouw Wilhelmina van Roon. Haar vader — bekend uit het boek „De schaapherder van Lunteren" — is van 1896 tot 1930 predikant geweest in onze gemeenten. Hij heeft met veel zegen mogen arbeiden. Ds. Roelofsen heeft de vereniging van 1907 meegemaakt, toen de Kruisgemeenten en de Ledeboeriaanse Gemeenten zich samenvoegden tot de Gereformeerde Gemeenten. Omdat er onder ons niet veel mensen meer zijn, die herinneringen hebben aan dit verre verleden, is het gesprek met zijn dochter vooral daarover gegaan.

Mevr. Den Hengst verhuisde met haar ouders in 1905 van Opheusden naar Goes, in 1909 naar Bruinisse en in 1913 naar Zeist. Toen zij in 1920 met een zoon van ds. Den Hengst trouwde, heeft zij twee jaar in Utrecht gewoond. Daarna weer in Zeist, waar haar man een zaak in huishoudelijke artikelen opende. Zij betrokken de woning boven de zaak aan de Slotlaan, waar mevrouw Den Hengst 62 jaar heeft gewoond. Ook na het overlijden van haar man is zij er gebleven, toen een zoon de zaak voortzette.

Zij was deze zomer nog niet van plan daar weg te gaan, maar op 2 september viel zij na kerktijd van een onderste traptree en moest in het ziekenhuis worden opgenomen. Na de operatie mocht zij voorspoedig herstellen, maar zij kon niet meer terug naar huis. Toen ik haar op 8 november bezocht, woonde zij sinds enkele dagen in „De Mirtehof', vlak bij haar dochter. Zij kan er best wennen.

Mevrouw Den Hengst was al bijna 70 jaar, toen zij bij de oprichting was van de zendingskrans „Ora et Labora" in Zeist. Zij is steeds lid gebleven en kon tot voor kort de vergaderingen nog bezoeken. Als het enigszins kan, hoopt zij er weer heen te gaan. Tijdens ons gesprek kwamen een dochter, kleindochter Cora (juist terug van een intensieve beroepskeuring) en de oude mevrouw Bobeldijk (82) even op bezoek. Mevrouw Bobeldijk ging 's avonds ook nog naar de jaarvergadering van de vereniging. Fijn, dat onze ouderen nog zo mee (kunnen) leven.

Mevrouw Den Hengst heeft vijf kinderen: zoons in Dirksland en Zeist en dochters in Zoetermeer, Arnhem en Zeist. Er zijn 16 kleinkinderen en ook 16 achterkleinkinderen. Het predikambt van haar vader en schoonvader mogen we in dit geslacht terugzien in haar kleinzoon, ds. C. Sonnevelt, onze zendingspredikant in Izi.

Zoals gezegd hebben we mevr. Den Hengst vooral naar haar herinneringen van vroeger gevraagd. Het was een belevenis te spreken met iemand die zó lang geleden jong was en daarvan nog zo levendig kon vertellen.

Mevr. Den Hengst, kunt u iets zeggen over uw ouders?

Mijn vader was godsdienstonderwijzer in de Hervormde Kerk, maar hij ging ook voor op

plaatsen waar ds. Fransen preekte. Die hoorde tot de Kruisgemeenten. Vader voelde zich daar steeds meer toe aangetrokken. Ik ben ook door ds. Fransen gedoopt. Moeder was afkomstig uit Vlaardingen. Haar vader was daar eigenaar van het hotel , , De Hollandsche Tuin", dat in 1947 is afgebrand. Vader preekte wel eens in Vlaardingen en heeft haar op een gezelschap ontmoet. Moeder heeft vanaf haar kinderjaren de Heere gevreesd. Zij was 28 en vader 38, toen zij in 1891 trouwden.

Uw vader is in 1895 oefenaar geworden in Opheusden, in de Kruisgemeente van ds. Pieneman, die hem een jaar later tot predikant bevestigde. Hebt u nog herinneringen aan de tijd in Opheusden?

Ja, ik weet nog van het sterven van de oude Jordaan en van een grote droogte, die er is geweest. Vader ging op een zondagmorgen na kerktijd naar ouderling Jordaan, omdat het ernstig met hem was. Ik vroeg of ik met hem mee mocht. Ik herinner me nog, dat Jordaan over koude voeten klaagde en zijn dochter een kruik voor hem wilde maken. Maar vader zei: „Dat is hier niet meer nodig". En hij had gelijk. Kort daarna hoorden we Jordaan zeggen: „Maar eeuwig bloeit de gloriekroon, op 't hoofd van Davids grote Zoon", en daarna blies hij de laatste adem uit. Dat was sterven in vrede. Ik heb daarna ook nooit angst voor stervende mensen gehad.

Er was in die tijd ook grote droogte. Vader preekte 's zondagsmiddags in een schuur, omdat de kerk aan de dijk verbouwd werd. Hij mocht met opening spreken en geloofde dat het zou gaan regenen voordat de kerk uitging. En dat is gebeurd ook.

In 1905 nam uw vader het beroep aan naar de Ledeboeriaanse gemeente van Goes. Dat was een ander kerkverband en enkele kruisdominees hadden er bezwaar tegen. Weet u dat nog?

Ik weet nog wel dat sommige dominees het er niet mee eens waren en dat er thuis over gepraat werd. Maar wat er gezegd is weet ik niet meer. Als je tien jaar bent heb je nog niet zoveel belangstelling voor kerkelijke problemen.

We zijn erg benieuwd of u zich nog iets kunt herinneren van de Vereniging van 1907?

Jawel, toen vader 's morgens naar de vergadering ging waar er over gesproken zou worden, zei moeder tegen hem: „Ik denk dat jullie nog de meeste moeite zullen hebben met ds. Boone". Maar vader dacht dat het wel mee zou vallen, 's Avonds kwam hij terug en vertelde dat „Boone er ook voor ingewonnen was". Later bleek, dat moeder het toch goed gezien had, want ds. Boone is toch niet met de Vereniging meegegaan.

Hoe was het in Bruinisse?

Daar is het eens erg hoog water geweest, waar moeder vreselijk bang voor was. Het was zondag en er kon geen kerk gehouden worden. Het stormde hard; het water kwam het dorp in en ook onze keuken begon vol te lopen. De burgemeester kwam bij ons langs en zei: „Het is een verloren zaak, dominee". „We zullen eerst eens op de knieën gaan", antwoordde vader. Ik zal nooit vergeten hoe we op die natte keukenvloer met elkaar geknield lagen en vader een gebed deed. De Heere verhoorde, het gevaar werd afgewend. Niet lang daarna nam vader het beroep naar Zeist aan.

Verhuizen gaf toen misschien meer problemen dan nu?

Ja, dat was heel wat anders dan tegenwoordig! 't Was ook nog midden in de winter. Wij reisden zelf wel met de boot, tram, trein en bus in één dag van Bruinisse naar Zeist, maar onze spullen deden er met paard en wagen twee dagen over. We sliepen die nacht bij ouderling Van Dam. De volgende dag gingen we naar ons koude huis om de verhuizers op te wachten. De kachels waren nog onderweg.

Hoe hebt u uw man leren kennen?

Mijn schoonvader, ds. W. den Hengst, was predikant bij de Gereformeerde kerk van

Veenendaal. Hij voelde zich in die kerken niet meer thuis en kwam door de week naar de bijbellezing van mijn vader. Met de auto! Dat was toen wel zo iets bijzonders, 't Was er een, die met een slinger aangedraaid moest worden. Zijn zoon, mijn man, kwam ook bij mijn vader naar de catechisatie. En zo heb ik hem leren kennen. Ds. Den Hengst is niet'lang nadat wij in Zeist zijn gekomen, overgegaan naar de Gereformeerde Gemeenten.

Heeft uw vader nog lang in Zeist gestaan?

Van 1913 tot 1926 is hij hier predikant geweest. Hij voelde zijn gezondheid minder worden en is in 1926 met emeritaat gegaan. Hij heeft daarna nog wel gepreekt. De laatste maanden van zijn leven heeft hij op bed gelegen. Hij heeft toen veel bezoek gehad van predikanten en anderen van Gods volk. Hij mocht getuigen van Gods genade en had geen vrees voor de dood. Tot het laatst toe is hij bij kennis gebleven. In de laatste nacht zei hij: „Wat ik nu hoor, is zo mooi, dat moet wel hemels gezang zijn, dat zullen jullie wel niet kunnen horen". Kort daarna is hij in volle vrede ontslapen.

Wat vindt u een kenmerkend verschil tussen de tijd van vroeger en nu?

Er werd vroeger veel meer gesproken over de Heere en Zijn werk, niet alleen op de gezelschappen, maar ook in de gewone gesprekken. De dienst des Heeren werd zo van harte geprezen. Dat zou nu ook veel meer moeten gebeuren. Want de Heere, Die in het leven van mijn ouders zo wonderlijk heeft gewerkt, is nog Dezelfde!

Mevrouw Den Hengst, hartelijk dank voor de vele herinneringen, die u ons hebt willen toevertrouwen. Het was fijn om bij u te zijn. We wensen u met uw kinderen, klein-en achterkleinkinderen nog gezegende jaren toe. De Heere verheerlijke Zich als de God des Verbonds in de lijn der geslachten. Hij geve u ook aan het eind van uw loopbaan, evenals uw ouders, een ruime ingang in Zijn hemels Koninkrijk.

N.B. D. V. dinsdag 11 december wordt de regionale vergadering in Woerden gehouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 december 1984

Daniel | 32 Pagina's

HERINNERINGEN VAN EEN 90-JARIGE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 december 1984

Daniel | 32 Pagina's