Achab en Elia
Bijbelstudies over de profeet Elia (10)
1 Koningen 18 : 17-19
Lees voor je deze bijbelstudie gaat lezen eerst 1 Koningen 18 : 17-19 goed door.
We zagen de vorige maal, hoe Achab Elia tegemoet is gegaan. Achab heeft zich verhard onder het oordeel. Maar hier moet hij wel aan de kant voor de majesteitelijke gang van het Woord. Hij doet het echter niet gewillig. Dat blijkt wel uit de begroeting: „Zijt gij die beroerder van Israël? " (vers 17).
Achab toont geen schuldbesef
De oorspronkelijke betekenis van het woord beroeren is bewerken van ellende en onheil. Het is alsof Achab Elia verwijt, dat hij Israël in het ongeluk heeft gestort. Er is dus bij Achab geen spoor van schuldbesef. Wij zijn meesters in het beschuldigen van een ander. Dat is in het paradijs al begonnen. De mens wil zichzelf rechtvaardigen en vrijpleiten. Genade leert echter zichzelf beschuldigen. Dan ben ik de grootste der zondaren. Het is een groot verschil of een mens zichzelf óf God rechtvaardigt. Wie God rechtvaardigt, aanvaardt de schuld. Daarvan vinden we bij Achab geen spoor. Wat een verschil met die andere koning, met David. Toen Nathan zijn vinger naar hem uitstak en toen het klonk: , , Gij zijt die man", toen boog hij zijn hoofd. Toen was het: „Ik heb gedaan, wat kwaad is in uw oog." In het Woord worden wij allen in staat van beschuldiging gesteld, wordt de vinger naar ons uitgestoken: gij zijt die man, die vrouw, die jongen, dat meisje! Zegt ons hart daar amen op? Of zijn we nog steeds bezig onszelf te rechtvaardigen? We zullen toch een keer moeten komen op de plaats, waar David was.
Er is een grens aan Gods geduld
Toch blijkt hier weer Wie de Sterkste is. Achab had graag Elia laten doden. Maar hij kon niet. Want Achab heeft hier de skepter niet meer in handen, ook al vloekt hij ertegen. En toch zal de Heere Zich ontfermen en het oordeel over Israël opheffen. Wat een eenzijdig ontfermen. Voor Achab betekende het echter alleen maar een opschorten van het oordeel. Hij kreeg nog tijd om zich te bekeren. Maar er is een grens aan Gods geduld. Dat geldt ook ons. We hebben het oordeel van God op onze hals gehaald, want de bezoldiging der zonde is de dood. We lopen rond met het doodvonnis van de levende God. Maar de Heere schort dat oordeel nog op. Hij geeft nog uitstel. Hij geeft nog de genadetijd. Wat is de genadetijd anders dan een opschorting van het definitieve oordeel, opdat we ons bekeren zouden. Wat doen jullie met die genadetijd? Achab ging niet ongewaarschuwd verloren. Ook wij niet. Want eens is er een grens aan Gods geduld.
Beroerder van Israël
„Zijt gij die beroerder van Israël? " Daarin horen wij de bittere vijandschap tegen Gods volk. Gods kinderen zijn door genade een zegen voor een volk en een land, voor de wereld. Maar zij ontmoeten haat en bittere vijandschap. Wat zegt Christus? Weet, dat zij Mij eer dan u hebben gehaat! Want deze haat en vijandschap bij Achab heeft haar hoogtepunt gevonden bij het kruis van Golgotha. Elia moest het horen, dat hij de beroerder van Israël was. Maar wat is er gezegd van Christus? Hij beroert het volk! Het was dezelfde vijandschap, die het kookpunt bereikte, toen het bruiste uit duizend kelen: Kruist Hem, kruist Hem! En nu hebben Gods kinderen de voetstappen van
Christus te drukken. Tegen Paulus en Silas werd gezegd: eze mensen beroeren de stad (Hand. 16 : 20, 21). Steeds weer dat woord: eroeren! De wereld ziet Gods kinderen als spelbrekers, als mensen die onheil brengen. Zijn er van jullie, die dat ervaren? Die tegen de stroom moeten oproeien? Dan overkomt je niets vreemds. Elia moest het ervaren. En Paulus en Silas. En Christus Zelf. Is een dienstknecht meerder dan zijn heer? Het hoort bij de navolging van Christus.
Wat is het antwoord van Elia? Stuift hij op in wilde boosheid? Hij komt alleen met de majesteit van het Woord. Hij komt niet voor zichzelf op, maar voor de rechten des Heeren. Lees vers 18. Elia heeft Israël niet in het ongeluk gestort, maar Achab zelf en zijn vaderen vanwege het verlaten van de Heere. Israël heeft de liefde van God vertrapt. En nu is het oordeel de verbondswraak, de wraak van de versmade liefde. Israël heeft alles alleen aan zichzelf te danken. En Achab ook. Het Woord stelt Achab hier in staat van beschuldiging. En het Woord windt er geen doekjes om. Het zegt ons onomwonden, dat de schuld bij ons ligt. Alleen bij ons en nooit bij de Heere. Hebben wij er al amen op gezegd?
Het oordeel: geen haat, maar liefde
Achab heeft het oordeel aan zichzelf te danken. Maar dat de Heere met het oordeel kwam, was geen haat, maar liefde. Om Israël tot inkeer te brengen. Opdat Israël de andere goden zou verlaten. Het oordeel was het bewijs, dat de Heere in liefde twistte met Zijn volk. Zijn er van ons in moeite, kruis of tegenspoed? Gaat onze weg door slagen heen? Weet: de Heere plaagt en bedroeft de mensenkinderen niet van harte. Hoor je in die slagen de klop op de deur niet? Hoor je het niet: Ziet Ik sta aan de deur en Ik klop? Het is niet minder dan een genadewonder als we in de slagen de liefde Gods ontdekken. En wat is dan het gevolg? Verootmoediging. Bukken voor God. Dan wordt de roede zelfs gekust en geeft de onderwerping rust. De Verbondsgod twist nog in liefde met Israël.
Karmel
Achab ontvangt van Elia een opdracht. Zie vers 19. Dat is het Woord van God. Dat beheerst hier alles. Hier is de majesteit van het Woord, waar zelfs Achab onder moet buigen. In de majesteitelijke gang van het Woord wordt hier het grote rechtsgeding op de Karmel voorbereid. In de Naam des Heeren beveelt Elia hier aan Achab. Op de Karmel zal straks blijken Wie God is! Het geding op de Karmel is een heenwijzing naar het grootste rechtsgeding aller tijden, dat zal plaatsvinden op de jongste dag. Ook vandaag is de Heere bezig dat geding voor te bereiden. In dat licht moeten we alles zien, wat op de wereld gebeurt. Alle lijnen van het wereldgebeuren lopen daarop uit. In de krant kun je lezen hoe de Heere alles voorbereidt voor dat laatste rechtsgeding. Maar dan moet de krant wel gelezen worden met de ogen des geloofs. Horen we in het wereldgebeuren de voetstappen van de komende Christus?
De kloof tussen profeet en koning
Wanneer we Elia hier voor de koning zien staan, dan roept alles hier om de komst van Christus. Waarom? Wel, hier staat een profeet tegenover een koning. Wat door God als eenheid bedoeld was, staat hier tegenover elkaar. In plaats dat koning en profeet samen buigen onder God, staat ze hier tegenover elkaar. Er is hier een scheur tussen het profetisch en het koninklijk ambt. En Elia kan die scheur niet helen. Daarom roept alles hier om die Ene die alle scheuren heeft geheeld op Golgotha. De zonde heeft alles kapot gescheurd. De grootste scheur is die tussen God en mens. Heb je wel eens bij die kloof gestaan? Die is niet te overbruggen. Maar nu heeft Christus alle scheuren geheeld. Daarom zullen straks in de hemel het profetisch en het koninklijk ambt in volkomen eenheid funktioneren tot eer van God. Dat is de toekomst van Gods volk. Als alle scheuren zijn geheeld, zullen zij als profeten God verheerlijken en als koningen met Hem heersen. En alles alleen in Christus, Die volmaakt Koning en Profeet is.
Gespreksvragen
1. Noem vanuit de Bijbel voorbeelden van mensen, die God mochten rechtvaardigen.
2. Ga eens in je eigen leven na, hoe je de genadetijd besteedt, die God je schenkt.
3. De navolging van Christus brengt de haat van de wereld met zich mee. Wat betekent de navolging van Christus nog meer?
4. Dwars door het wereldgebeuren heen bereidt de Heere vandaag het laatste eindgericht voor. Hoe horen we in het wereldgebeuren de voetstappen van de komende Christus?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 december 1984
Daniel | 32 Pagina's