De koffer van Tamara’s pappa
deel 3
„Die Iskovski is bij ons niet lastig", waagt de ander opnieuw. Hij heeft wat medelijden met die jonge vrouw die er zo moe uitziet. Wat hem betreft, krijgt Iskovski de koffer. Dan is hij ook van dat gevraag af. „Alles goed en wel", zegt de politieman, „maar het is hier geen luilekkerland. Dat mag die Iskovski best zien. Dan leert hij het wel af om overal over Jezus te vertellen. Dat mag nu eenmaal niet en dat moet hij maar eens goed weten. Maar goed, ik moet nu weg. Vanmiddag praten we er nog wel over.”
„Maar...." wil de ander vragen. „Laat ze maar wachten." De deur valt achter de politieman in het slot.
„Zou, zou nu tóch? " Hoopvol kijkt moeder de oude buurvrouw aan die vandaag met haar is meegegaan.
Dat is nog niet eerder gebeurd, dat ze tot laat in de middag moest wachten. Soms duurde het wachten lang, een uur, twee uur.... En dan kwam het antwoord: „Neen." Maar nu zei de man: „Aan het eind van de middag hoor je meer." Ze wachten. Uren lang wachten ze. Even weggaan durven ze niet. Stel je voor dat dan net het antwoord kwam!
Moeder hoopt. Ze bidt. Stil in zichzelf bidden ze samen. De oude buurvrouw en zij. Moeder denkt aan Tamara. Tamara heeft ook gebeden deze morgen. „Hé", denkt moeder nu: „Tamara heeft helemaal niet gebeden, dat pappa de koffer mocht krijgen. Tamara heeft alleen voor mij gebeden. Dat de Heere een man zal sturen als ik vanavond te moe ben om de koffer naar huis te dragen." Moeder glimlacht: „Wat zal Tamara blij zijn als ze haar morgenochtend kan vertellen, dat de koffer bij pappa is gebleven.”
O, wat duurt wachten toch lang. „Anatoli, Boris en Alwin zullen vast al uit school zijn", denkt moeder. In haar gedachten ziet ze oma bezig met het avondeten. Als de oude buurvrouw en zij thuis komen, zullen de kinderen al lang op bed liggen.
„Jammer", vindt moeder, „ik zie ze zo weinig de laatste dagen. Maar vader gaat nu vóór!”
Moeder begint toch wat ongerust te worden. Het duurt wel érg lang voor ze antwoord krijgt. Ze begint zich er al meer zorgen om te maken. Stel je voor, dat ze nu weer „neen" zeggen. Hoe moet dat dan met vader? Hij heeft dat eten zo hard nodig. „O Heere, hoe moet dat nu? ", zucht ze.
„Want de Heere Jezus is ook nu bij pappa. Net als bij ons!" In haar gedachten hoort moeder Tamara's heldere stemmetje weer opklinken. Vanmorgen, toen ze zo vertrouwelijk op haar schoot klom. Ze schrikt er wat van: „Dat is immers zó. De Heere Jezus is nu ook bij vader. Nü, in de gevangenis. Ook als hij honger heeft. Dat wéét de Heere Jezus ook. En Hij zal voor vader zorgen. Hoe? Dat weet moeder niet. Misschien door hem de koffer te geven. Misschien.... op een heel andere manier....”
Moeder wordt ineens veel rustiger en ook een beetje blij. Ze weet het nu heel zeker: „De Heere Jezus zorgt voor vader.”
Harde stemmen klinken. Een deur slaat met een klap dicht. Driftige voetstappen komen dichterbij. Een raampje wordt met een ruk opengetrokken. Het hoofd van de politieman verschijnt. Met de politiepet keurig recht op zijn hoofd ziet hij er indrukwekkend uit. Zijn gezicht staat streng. Een barse stem zegt: „U kunt gaan. Uw koffer wordt niet aangenomen." Het hoofd verdwijnt. Met een slag gaat het raampje dicht. Voetstappen verdwijnen. Langzaam wordt het stil.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1984
Daniel | 32 Pagina's