Een baan voor Marrie
kort verhaal
Een regenachtige vrijdagmorgen. De kraag van haar regenjas hoog opgeslagen, fietst Marrie gehaast naar huis. Weer heeft ze de gang naar de sociale dienst gemaakt om haar maandelijkse inkomstenbriefje af te geven. Dit is nodig om in aanmerking te komen voor een werkloosheidsuitkering. Vaak heeft ze iets moeten overwinnen om dit geld aan te pakken. Geld, waar ze niet voor gewerkt heeft. Niet, dat het niet welkom is! Ze is hard aan een paar nieuwe schoenen toe en een trui en rok zouden ook geen overbodige luxe zijn. Maar het zou zoveel meer voldoening geven als ze het zelf verdiend had.
Iedere avond kijkt ze in de krant of er een geschikte baan instaat. Hoe vaak heeft ze al een sollicitatiebrief op de post gedaan? Aanvankelijk schreef ze alleen als er een kantoornbaan aangeboden werd. Kantoorwerk trok haar altijd al en ze heeft tenslotte niet voor niets haar HAVO-diploma gehaald. Nu is ze zover, dat ze overal op schrijft, winkeljuffrouw of hulp in de huishouding, het doet er niet toe. Maar steeds is ze één van de velen.
De eerste tijd na haar eindexamen vond ze het fijn om thuis te zijn. Ze hielp haar moeder met het huishoudelijke werk en zette een breiwerkje op. Nu is de aardigheid daar allang af. In hun vrij kleine huis kan moeder gemakkelijk het werk alleen af en aan breien komt ook eens een eind. Op de duur begint de verstandhouding er een beetje onder te lijden. Marrie bekent zichzelf dat ze wat geprikkeld raakt en kleine botsingen tussen haar en haar moeder zijn niet altijd te vermijden. Waarvan ze dan later natuurlijk weer spijt heeft.
In de schuur zet ze haar fiets op de standaard en ontdoet ze zich van haar natte regenjas. Het is behaaglijk warm in huis en de geur van versgezette koffie komt haar tegemoet. Fijn, dat moeder er altijd een half uurtje van neemt, om rustig koffie te drinken. Een gezellige onderbreking is het van de ochtendwerkzaamhedèn. Terwijl moeder de kopjes volschenkt, zegt ze: , , Mar, zoéven belde Sjaak op. Hij vertelde dat Ria nog lang niét de oude is, na de geboorte van Hansje. Ze kan het werk gewoon niet aan. Vooral omdat Anneke nog zo'n handenbindertje is waar je de hele dag op moet letten. Sjaak doet 's avonds wat hij kan, maar ja, overdag heeft hij z'n eigen werk, hé? Je snapt het zeker al? Op 't laatst vroeg hij of jij al een baan had. Zeg Marrie, zou jij je zusje niet een poosje willen gaan helpen? Jullie hebben het altijd goed kunnen vinden samen en zij zou er zo mee geholpen zijn.”
Lachend antwoordt Marrie: „Mam, u hoeft er heus niet zo om te bedelen hoor. Ik vind het fijn om te gaan. Dan maak ik me tenminste ook eens nuttig. En Ria ga ik verwennen, wacht maar. Wat let me eigenlijk om morgen al te gaan? " Plagend voegt ze er aan toe: „Bent u me ook fijn een poosje kwijt. U was me allang beu, wees maar eerlijk.”
Met een „zie zo, dat is dat" zet Marrie de strijkbout op het aanrecht om af te koelen. Nu maar gelijk de mand boven brengen en het goed op zijn plaats leggen. Nog een kwartier kan ze uitblazen vóór ze aan tafel gaan. Ze eten wat vroeger dan anders, want Marrie gaat vanavond uit.
Twee weken is ze nu bij Sjaak en Ria. Behalve het wandelingetje 's middags met de kinderen is ze nog niet weggeweest. Maar vanavond gaat ze uit. Harry, een jongere broer van Sjaak, heeft haar gevraagd mee te gaan naar een orgelkoncert in de grote kerk. Tja, die Harry! Al de tweede avond van Marries verblijf bij haar zus, was hij binnen komen lopen om van zijn broer een boek te lenen. Langer dan zijn gewoonte is, was hij blijven plakken die avond. Daarna was hij, telkens met een ander smoesje, binnen komen wandelen. Droog had Ria opgemerkt: „Snap jij die jongen nou, Sjaak? Nooit zie je hem en nu opeens alle avonden!" „Ria, meid, toen ik twintig was, had ik daar ook een tik van te pakken". Marrie vond het wel gezellig als hij er was.
Ze kon smakelijk lachen om zijn humoristische opmerkingen. Maar ze hadden ook serieuze gesprekken gevoerd. Harry had als student, nog meer dan zij, ondervonden hoe moeilijk het is om op een neutrale opleiding uit te komen voor je principes. Om temidden van alle meningen omtrent geloof en wetenschap, vast te blijven houden aan Gods Woord. Ook uitte hij soms zijn bezorgdheid over de toekomst. Zou er straks nog wel werk voor hem zijn? Of zou hij gedwongen worden zich ook te voegen bij de schare werklozen? Maar zover was het nog niet. Eerst maar zien dat hij het diploma haalt. Harry's hobby was orgelspelen. Hij deed het al vanaf zijn zesde jaar. Marrie zat vol bewondering te luisteren als hij 's avonds voordat hij wegging, nog even improviseerde op het orgel van Sjaak en Ria. Toen dan ook in de krant en op raambiljetten een orgelkoncert aangekondigd werd, had hij Marrie uitgenodigd om er met hem heen te gaan. Marrie wilde graag en Ria gunde het haar van harte.
Vol en krachtig ruisen de orgelklanken door het kerkgebouw. De organist speelt een bewerking van psalm 37. Marrie, bekend als ze is met de inhoud van de psalmen, laat de woorden op zich inwerken:
Stel op de HEER' in alles uw betrouwen; Betracht uw plicht; bewoon het aardrijk; leer Uw welvaart op Gods trouw volstandig bouwen; Verlustig u met blijdschap in den HEER; Dan zal Hij u in liefd' en gunst aanschouwen, U schenken wat uw hart van Hem begeer’.
Die laatste regel laat haar niet meer los. Slaat dat alleen op geestelijke gaven, vraagt ze zichzelf af, of mag je ook tijdelijke zaken begeren? Een baan? Een brokje levensgeluk zoals ze het dagelijks ervaart in het gezinnetje van Sjaak en Ria? Och, Marrie weet wel wat het voornaamste is. Zegt de Heere Jezus niet in de bergrede: , , Zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden”?
Het einde van Marries dienstverlening is in zicht. Ria is, mede door Marries goede zorgen weer helemaal opgeknapt. Als ze op één der laatste avonden bij elkaar zitten, komt Harry binnen met een gezicht alsof hij groot nieuws te vertellen heeft. Hij valt dan ook meteen met de deur in huis: „ Marrie, ik weet een baan voor je. Moetje horen. Op het kantoor van mijn vader gaat een meisje weg. Haar ouders gaan verhuizen en zij gaat mee. Ik dacht toen meteen aan jou. Mijn vader heeft daarom nog geen advertentie gezet."
Op deze mededeling volgt eerst een verbaasd zwijgen, daarna komen de tongen los. Marrie, aanvankelijk blij, oppert aarzelend een bezwaar: „En waar vind ik onderdak, als ik vragen mag. Hier in deze stad, waar al zoveel studenten een kamer zoeken is het haast onmogelijk om geschikte én betaalbare woonruimte te vinden." Op deze vraag antwoordt Harry: „Je hebt deze weken toch ook onderdak gehad? Je gaat gewoon hier in de kost en op kamer." Hierop zegt Ria, schijnbaar beledigd: „Zeg jongetje, ben jij de baas hier in huis of zijn wij het? " Harry is nu toch wel een beetje in verlegenheid gebracht. Hij stuntelt: „Nou ja, 't is toch fijn als ze een baan krijgt, fijn voor haar enne, ook fijn voor mij, hé? Dan verliezen we elkaar niet uit het oog.”
Nu mengt Sjaak zich in het gesprek: „Wat mij betreft mag ze komen, maar ik vrees het ergste wat betreft dat naderend examen van jou. We spreken dan nu maar meteen af dat we je niet elke avond over de vloer willen hebben. Alleen 's woensdagsavonds een uurtje. Hoe noemden wij dat vroeger ook weer Ria? O ja, de week doorzagen." De volgende dag heeft Marrie een sollicitatiegesprek met Harry's vader, dat tot beider tevredenheid verloopt. Ria en Sjaak ruimen met alle liefde een plaats in hun huis voor haar in. Marrie laat wat spulletjes komen van thuis, haar boeken en wat planten.
Als ze, na haar eerste werkdag even in haar eigen rotanstoeltje zit en genietend rondkijkt, denkt ze hoe alles ten goede is gekeerd. Ze heeft fijn, zinvol werk gevonden en hoeft niet meer haar hand op te houden voor een uitkering. Nu kan ze fijn wat sparen, want Sjaak en Ria zijn met een kleine vergoeding tevreden. Toen zij, Marrie, daarover protesteerde, had Ria gezegd: „Kind, nu durven we tenminste eens te vragen of je 's avonds oppast en misschien laat ik je de strijk wel eens doen. Dat kun jij zo netjes." En daarmee was de zaak afgedaan. Ja, nu kan ze vast elke maand iets wegleggen voor later. Ze denkt aan Harry en glimlacht stil voor zich heen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1984
Daniel | 32 Pagina's