Dankbaarheid, gave en opdracht
Met dank aan God geven wij u kennis...
Met grote dankbaarheid delen wij mede.....
Dankbaar zijn wij met ons zusje en dochtertje
Met blijdschap verwacht en in dankbaarheid ontvangen
Wij zijn dankbaar en verheugd.....
Wij mogen God heel dankbaar zijn
Dankbaarheid en vreugde vervullen onze harten dat wij.....
Dankbaarheid
We herkennen in deze halve zinnen de aankondiging van ouders die kennis geven van de geboorte van hun kindje. De kennisgeving van huwelijksjubilea wordt in advertenties meestal gedaan door „hun dankbare kinderen en kleinkinderen". Het is goed dat we ons eens bezinnen op het begrip dankbaarheid.
We kunnen o zo gemakkelijk aansluiten bij algemeen gebruikte uitdrukkingen, zonder dat we weten wat we zeggen.
En dan zijn de mooiste en beste uitdrukkingen hol en leeg. Zo is het ook met de dankbaarheid.
We kunnen over dankbaarheid spreken, zonder dankbaar te zijn. Dan zijn we net als eau de cologne waaraan de geur ontbreekt.
Natuurlijk gaat het niet alleen over de geboorte van een kind, of over de aankondiging van een huwelijksjubileum. Er zijn veel oorzaken waarover we ons dankbaar betonen. Bijvoorbeeld bij hulp in ziekte of bij sterfgevallen, het ontvangen van verrassingen enzovoorts. We betonen dan onze dankbaarheid met woorden of daden.
Kunnen en mogen we elk gevoel van erkentelijkheid, dankbaarheid noemen? Mond en hart moeten dezelfde taal spreken.
Als we met de mond dankbaar zijn zonder ons hart, is dankbaarheid niet meer dan een begrip zonder inhoud.
Wat bedoelen we met dankbaarheid?
Dankbaarheid is erkentelijkheid voor ontvangen weldaden. Een zich verplicht voelen om iets terug te doen. Een innerlijke behoefte om uiting te geven aan de blijdschap waarmee we iets ontvangen hebben.
Dankbaarheid staat dus nooit op zichzelf. We kunnen nooit dankbaar zijn zonder meer. Er gaat iets aan vooraf, namelijk de vervulling van een behoefte of begeerte. De diepte van de dankbaarheid zal afhangen van het besef, of wat we ontvingen volgens ons verwacht of verdiend was.
De dankbaarheid kan zich uiten in daden, door bijvoorbeeld iets terug te willen doen. Maar ook met woorden kunnen we onze erkentelijkheid uitspreken. Maar in beide gevallen zal dc gezindheid van het hart bepalend zijn voor de diepte van de dankbaarheid. Dan is er ook verwondering in ons hart dat we dit of dat ontvangen hebben.
Algemeen menselijke deugd
We willen zeker de dankbaarheid niet tot christelijke deugd beperken. Er zijn gelukkig ook veel mensen die van nature dankbaar zijn. We spreken dan van een algemeen menselijke deugd. In de weg van
Gods algemene goedheid kan dat aan mensen gegeven zijn. De éen meer dan de ander. Gelukkig komen we dat nog tegen. Het is een zegen mensen te ontmoeten, die wanneer zij in welke vorm dan ook iets ontvangen hebben, zich daarvoor met woord of daad erkentelijk tonen. Dat is •aangenaam in de omgang met elkander. Dat is ook gave Gods. Immers, door de zondeval zijn we egoïsten geworden.
Zoekers van onszelf. Bovendien ook rechthebbende mensen. Het is nooit meer een wonder als we iets ontvangen of geholpen worden. Ontevredenheid is een algemeen verschijnsel. We haten God en onze naasten en zijn liefhebbers van onszelf geworden. Als er in de samenleving liefde tot elkander mag zijn en waardering en dankbaarheid voor ontvangen hulp. dan is dat een zegen van de Heere. Reden genoeg om dankbaar voor te zijn. En als ook dit ontbreekt, zullen we moeten zoeken die gestalte aan te kweken en te oefenen. Aan de andere kant moeten we ons afvragen of we met deze algemeen menselijke dankbaarheid het eindpunt bereikt hebben. Is dit alles wat van de dankbaarheid gezegd moet worden? Ik meen van niet.
We hebben gezegd dat door de zonde onze natuur verdorven is. En dat betekent dat uit die verdorven natuur niets goeds meer kan voortkomen.
De algemeen menselijke dankbaarheid moge aangenaam zijn voor mensen, maar is het ook aangenaam voor God? Zeker het is als een goede gave van God ontvangen, maar gebruikt door een verdorven mens. En dan wordt het goede ook bedorven. We mogen dus niet blijven stilstaan bij de algemeen menselijke dankbaarheid.
Christelijke dankbaarheid
De christelijke dankbaarheid is geen kwestie van natuurlijke aanleg. Het is geen vrucht van de onvernieuwde natuur. Het is een werk van de Heilige Geest in het hart. We hebben gezegd: de dankbaarheid staat nooit op zichzelf. Er gaat iets aan vooraf. Namelijk verlossing van de staat van de ellende. De vrucht van het wonder van de verlossing uit de diepste ellende moet zijn het leven der dankbaarheid. Er zijn wezenlijke verschillen tussen de algemeen menselijke dankbaarheid en de christelijke dankbaarheid.
In de algemeen menselijke dankbaarheid voelen we ons verplicht tegenover de mens die ons welgedaan heeft.
In de christelijke dankbaarheid voelen we ons verplicht tegenover de Heere. De lofzang is in stilheid tot U o God. Alle goede gaven dalen van de Vader der lichten. De Heere geeft. En Hij geeft altijd uit genade. Alle gaven en alle hulp is altijd onverdiend.
In de algemeen menselijke dankbaarheid geven we iets terug van onszelf. In de christelijke dankbaarheid geven we niet iéts. maar ons hele léven aan de Heere. In de algemeen menselijke dankbaarheid gaat het uiteindelijk om de goede mens. De mens wordt geprezen. En de mens prijst zichzelf.
In de christelijke dankbaarheid gaat het om de goede God. Om Hem Die Zichzelf niet onbetuigd heeft gelaten, goeddoende van de hemel.
En dat vernedert ons hart. Dan worden de gaven Gods ontvangen als een wonder van Gods genade. In Rom. 12 wordt de christelijke dankbaarheid gezien als een offer dat men Gode brengt op grond van de ontvangen weldaden.
We lezen in Psalm 51 de offeranden Gods zijn een verbroken geest, een gebroken en verslagen geest zult Gij o God niet verachten.
Het doel van de schepping van de mens is, dat de mens Zijn Schepper en formeerder zou prijzen. En God zag al wat Hij gemaakt had en het was zeer goed.
De mens beantwoorde aan dat doel. Hij gaf zichzelf tot een levende offerande aan de Heere. Hij diende met lichaam en ziel zijn Schepper. Maar dat Gode leven is verbroken. We hebben het al gezegd: onze natuur is door de zondeval verdorven. En een kwade boom kan geen goede vruchten voortbrengen.
Ook geen Gode welbehaaglijke dankbaarheid.
Dankbaarheid staat niet op zichzelf
We hebben er reeds op gewezen dat dankbaarheid nooit op zichzelf staat. Er gaat iets aan vooraf. Aan de dankbaarheid gaat vooraf: het verlost worden van onze ellende.
Dankbaarheid is dan niet dat we iets aan de Heere terug doen en intussen blijven wie we zijn. Maar dankbaarheid is dat we ONSZELF tot een levende offerande Gode offeren. Dat we niet meer van
onszelf zijn. Maar Gode toe behoren met lichaam en ziel.
Het hoogste doel van onze verlossing is niet onze zaligheid, maar de eer van God. Het is duidelijk dat we Gode niet dankbaar kunnen zijn, tenzij we onze verlossing uit de ellende erkennen. Aan de ware dankbaarheid ligt ten grondslag de verlossing van de banden van de zonde en de dood. Dankbaarheid is het beginsel van het ware christelijke leven. Slechts een verlost en voor zijn verlossing dankbaar mens volbrengt waarachtig de wil van God. Aan de dankbaarheid ligt de levensvernieuwing ten grondslag.
De regel, de maatstaf van de dankbaarheid is niet ons gevoel van erkentelijkheid, maar de wet van God.
Het is een bedenkelijk verschijnsel, dat door ..dankbare kinderen en kleinkinderen" een daverend feest georganiseerd wordt ter ere van het bruidspaar. Niet zelden wordt het buiten al aangekondigd: Hulde aan het bruidspaar.
Het is eveneens een bedenkelijk verschijnsel dat ouders, die met grote dankbaarheid kennis geven van de geboorte van hun kind(eren) hun kind(eren) groot brengen voor de wereld. Het zijn dan woorden zonder leven. Zonder inhoud. Zonder dat er iets aan vooraf gaat.
Alleen in de levensgemeenschap met Christus wordt de dank volbracht. Gods kind weet van de verlegenheid der dankbaarheid. Wat zal ik de Heere vergelden voor al de weldaden aan mij bewezen? Aan die verlegenheid ligt ten grondslag het besef van de hoogheid en de goedheid van God. En van eigen onwaardigheid. Want alle zegen van de Heere is immers onverdiend. Is het dan geen wonder als de Heere zulke albedervers wil helpen? Dan draagt de dankbaarheid ook vrucht in ons leven. Namelijk dagelijkse bekering. De strijd tegen de zonde. Dan is er de begeerte om alles wat we hebben te geven voor de dienst van de Heere. Daarin openbaart zich de nieuwe mens. die naar God geschapen is. Hij heeft een hartelijke vreugde in God door Christus, en een lust en liefde om naar dc wil van God te leven.
Een klein beginsel van gehoorzaamheid
En het is een smartelijke ervaring van de allerheiligsten, dat zij maar een klein beginsel van deze gehoorzaamheid hebben. En de ervaring van deze onvolkomenheid dringt tot het gebed. Dat leidt ons naar de binnenkamer. En daar verootmoedigen we ons voor het aangezicht des Heeren. Daar wordt die onvolkomenheid beweend. Daar belijden we voor de Heere: het goede dat ik wil. doe ik niet en het kwade dat ik niet wil dat doe ik. Wie zal mij verlossen van het lichaam der zonde en des doods? Dan is er het hartelijk bidden en smeken om de kracht van dc Heilige Geest. Dat die Geest ons brenge tot dc geloofsgemeenschap met Christus. Hij is de biddende en ook de dankende Hogepriester. Alleen in Hem is de dank volmaakt. Hij heeft Zichzelf tot een Gode welbehagelijke offerande gegeven. Als Borg. Voor dankeloze dankers. Voor verlegen dankers die niets hebben om de Heere te vergelden. e Nee, we spreken geen oordeel uit over het hart van vele dankbare mensen. We sporen liever aan tot zelfonderzoek. We geven liever de raad om voorzichtig te zijn met onze woorden.
Laat oprechtheid en waarheid het sieraad van ons leven zijn.
We hebben gezegd: er gaat aan de dankbaarheid iets vooraf. Maar er volgt ook iets op, namelijk het Gode leven. Het sterven van de oude mens. En de opstanding van de nieuwe mens.
Het is de begeerte van mijn hart. dat er zo veel dankbare kinderen en kleinkinderen zullen zijn. Dat vele blijde ouders zo kennis geven van dc geboorte van hun kindje, biddend: och of wij Uw geboón volbrachten, gena o hoogste Majesteit, gun door het geloof in Christus krachten, om die te doen uit dankbaarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1984
Daniel | 32 Pagina's