Wat heb je, dat je niet hebt ontvangen?
(1 Corinthe 4:7)
Corinthe was een handelsstad. Een groot deel van haar bevolking was slaaf geweest. Geld verdienen, rijk worden was het voornaamste streven van deze mensen. Er woonden in Corinthe ook rijke kooplieden. Ontwikkelde zakenlieden. Velen waren in deze grote stad van slaaf heer geworden. Corinthe was ook een zeer zondige stad. Na de arbeid hadden de zondige vermaken de eerste plaats. De god Jupiter en de godin Diana namen daarbij een grote plaats in. Het was in de tempels even gezellig als nu in de dancings en diskotheken. Kortom deze stad was één grote poel van zonden en onreinheid.
Als je de beide brieven van Paulus aan de gemeente van Corinthe goed doorleest, kom je al deze dingen tegen. In deze stad bracht de HEERE door middel van Zijn apostel Paulus het Evangelie van vrije genade. Aanvankelijk had de apostel het niet gemakkelijk in deze stad. Maar de HEERE heeft hem op bijzondere wijze bemoedigd met deze woorden: „.... spreek en zwijg niet. Want Ik ben met u. en niemand zal de hand aan u leggen om u kwaad te doen: want Ik heb veel volks in deze stad.”
Paulus werkte daar een jaar en zes maanden. ..Lerende onder hen het Woord Gods" (lees Hand. 18). Een grote christengemeente is in deze goddeloze stad door de HEERE gebouwd. Maar wat een onderwijs hebben deze mensen nodig om met hun kinderen bewaard te worden voor de vele verleidingen van de zonden. In Corinthe werden de gelovigen niet vervolgd maar de verlokkingen van de wereld waren zo groot en sterk.
Geestelijke hoogmoed
Er waren mensen in de gemeente van Corinthe die veel genade en gaven hadden ontvangen. Sommigen waren ook rijk aan goederen. Wel niet ..vele rijken" toch wel sommigen. Genade en rijkdom kan samengaan. zoals wij dat lezen van de patriarchen Abraham. Izak en Jakob. Zij waren rijk in God. Zij beleden dat de aardse goederen hen door de HEERE ..genadig waren verleend". Paulus waarschuwt de gemeenteleden ernstig voor geestelijke hoogmoed. ..Wat hebt gij dat gij niet hebt ontvangen? " Wat hebben wij van onszelf? .Immers niets? Wat heeft Gods volk van zichzelf? Niets dan een bedorven hart en leven voor God. Die van Corinthe gingen laag op elkaar neerzien. Zij vergaten hun afkomst. De gaven die zij door genade hadden ontvangen en het onderscheid wat hen door goddelijke verkiezing was te beurt gevallen, leidde hen tot hoogmoed. Daardoor onteerden zij Hem Die dit alles geschonken had.
Niets van hetgeen de mens heeft, kan hij werkelijk zijn eigendom noemen.
De geestelijke gaven moeten het volk juist tot ootmoed leiden.
Door de geestelijke hoogmoed van de Corinthiërs ontstond ook verdeeldheid. En deze verdeeldheid stemt de apostel Paulus tot droefheid. Vervuld met de liefde van Christus wil hij de gemeente tot ootmoed leiden. ..Wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt? " Een dichter probeert hetzelfde te zeggen met deze woorden:
Alle roem is uitgesloten, onverdiende zaligheid, heb ik van mijn God genoten, 'k Roem in vrije gunst alleen.
En jij?
Misschien kun je goed leren. Je haalt de hoogste cijfers. Je doet alles beter dan
andere leerlingen. Heb jij dit van jezelf? Een helder verstand en een goede opmerkingsgave is ook een gave van God. Ook dat heb je niet van jezelf. Ook hierbij passen de woorden: Wat heb je dat je niet hebt ontvangen?
Bij alles, ook bij onze natuurlijke gaven, past ootmoed, nederigheid. Er zijn ook minderbegaafde leerlingen, die toch al hun krachten inspannen om bij te blijven. Deze hebben niet veel te roemen. Zij blijven graag op de achtergrond. Het zijn de slechtste leerlingen niet die met hard werken maar net boven het minimum uitkomen.
Er zijn ook leerlingen die veel gaven bezitten, maar deze niet gebruiken. Wanneer je op school bent en je vergeet te leren, dan blijkt na een tijd datje de stof niet meester bent. En als je het niet gauw gaat inhalen, blijf je zitten. Dan geldt voor jou de vermaning van Paulus. voor de natuurlijke en geestelijke gaven: erzuim de gave niet die in u is, die u gegeven is.... (1 Tim. 4 : 14).
Verantwoordelijk voor de gaven
We zijn verantwoordelijk voor de gaven die we hebben ontvangen ten opzichte van de dienst des HEEREN. Hoe meer we ontvangen, hoe meer Hij van ons vraagt. Hoe staat het met onze kerkgang, met ons bijbelonderzoek? Je gebedsleven? Heb je nog een stil uur voor jezelf om Gods Woord te onderzoeken en Hem te vragen om „verstand met goddelijk licht bestraald? " Of leef jij maar door van de ene dag in de andere zonder aan je eeuwige toekomst te denken? Want ook jouw leven gaat zo snel voorbij. Het kan zo gauw eeuwigheid zijn. en dan? Wij kunnen niet sterven zoals we geboren zijn. „Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien" (Joh. 3 : 3b).
Zie je het voorrecht nog dat je met het Verbondsteken onder de bediening van het Genadeverbond mag verkeren? Toen je nog heel klein was, of misschien ouder, heeft de Drieënige God door middel van Zijn dienstknecht Zijn Verbondsteken en zegel aan je voorhoofd bevestigd. Wat een gave! Besef je dit ook? Dit doopteken wijst op de onreinheid van ons leven, van ons hele bestaan voor God. Maar ook op de reinigende kracht van Christus' bloed, dat reinigt van alle zonden. Misschien zegje: dit weet ik al lang genoeg. Maar zie je het ook als Gods gave? De doop heeft jou apart gesteld. Je bent een gemerkte. Dat is ook een gave. Een gave die ons verantwoordelijk stelt voor onze daden. „Ons voor God te verootmoedigen, en onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf te zoeken." Dit wijst ons op Hem, de Heere Jezus Christus, „Die de reinigmaking onzer zonde door Zichzelven heeft teweeg gebracht" (Hebr. 1 : 3). Welzalig is de mens, wien 't mag gebeuren, dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren.
Dankbaar zijn voor de gaven
We beseffen vaak maar nauwelijks het voorrecht dat we uit ouders zijn geboren die ons opvoeden in de leer en vermaning des HEEREN. Wat moesten wij de HEERE daar dankbaar voor zijn. Zijn voorzienigheid deed ons geboren worden in een gezin waar Gods Woord wordt gelezen als het enige middel tot zaligheid. Wat is dankbaar zijn? Erkentelijkheid betuigen. Gevoelig zijn voor de ontvangen gaven. Niets aan eigen prestatie toeschrijven. Hierin hebben wij ons van de wereld te onderscheiden. Dit is toch de zonde van zovelen dat ze het bestuur van de HEERE niet zien, in wat ze eten, drinken en waarmee ze zich kleden. Zijn wij beter? Hoe moeten ons de gaven van elke dag toeroepen: „Vergeet nooit één van Zijn weldadig-heden, vergeet ze niet, ? t is God die ze u bewees." Straks is het weer dankdag. Ga jij er ook heen? Of zegje misschien: we kunnen toch niet echt dankbaar zijn. En dat is waar. Dankbaarheid is geen vrucht van eigen akker. Maar weet dat er een biddende en dankende Hogepriester aan de rechterhand van de Vader is. Die ook jou aan Zijn voeten kan brengen. Dit doet Hij aan verloren zondaren door Zijn Woord en Geest, door middel van de prediking. De boze maakt ons wijs dat het allemaal toch geen zin heeft. Maar laat hem maar praten. Hij weet dat door de prediking van het Evangelie mensen, ook jonge mensen, door genade aan de voeten van de Heere Jezus terecht komen. En daar moet hij niets van hebben. Dan is hij er weer één kwijt. Wat zou het groot zijn als dat met jou ook eens gebeurde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1984
Daniel | 32 Pagina's