EEN VADER VOOR WEZEN
Een vader of moeder verliezen, is een niet te peilen smart. In alles wat je deerde, kon je met je kinderhart Op vaders knie, met z'n sterke arm om je heen Al je verdriet vertellen, d'r waren dan geen tranen meer, niet één. Maar wie kan troosten, als wij aan de doodsbaar staan, Of als de klokken luiden, en wij grafwaarts moeten gaan? Alleen God de Heere, kan in het kinderhart lezen. Hoe teer is Zijn meedogen, Hij is een Vader ook voor wezen
Een vader vertelt: „Ja, wie kan dan troosten, als je als oudste, van zeventien jaar, met je moeder en twee jongere broers staat bij je vader, die altijd voor je zorgde, maar die de Heere nog jong, plotseling wegnam. Dat is een smart die niet te peilen is.
Thuis hadden wij een landbouwbedrijfje, waar mijn vader op het land werkte toen hij naast de traktor werd gevonden.
Onwetend van dit alles, fietste ik naar huis, om te gaan eten. Nu nog zie ik in mijn gedachten voor mij, hoe bij mijn thuiskomst, mijn moeder helemaal verslagen op de stoel zat. Mijn eerste reaktie was: nu moet ik overal voor zorgen, voor moeder, voor mijn broers, en voor het bedrijf. Die eerste reaktie blijft na zoveel jaar, nog onuitwisbaar in mijn geheugen gegrift De werkelijkheid drong pas door. toen mijn vader werd thuisgebracht, in ons huis aan de voet van de rivierdijk.
Gevoelens en gedachten, die je niet onder woorden kunt brengen, maar die je wel beleefde in je kinderhart. Nu je zelf ouder wordt, ga je steeds meer beseffen, datje zo plotseling, dit leven vaarwel moet zeggen, om voor God te verschijnen.
Veel gaat er aan je voorbij, 't Is of het leven een ogenblik stilstaat, 't Verdriet mocht ik wel eens bij de Heere uitzeggen, en daar troost vinden, voor mijn jonge kinderleven. Als het rouwbezoek voorbij was, en we met moeder samen waren, werd het verdriet ons wel eens te veel, en konden wij samen uithuilen.
Vooral toen wij vader naar het stille graf hadden gedragen, en het leven weer verder moest, was er steeds dat grote gemis.
Er waren dagen, dat ik er niet in kon berusten, om zonder vader verder te moeten leven. Er waren zoveel vragen zonder antwoord!
De Heere aanschouwt de moeite en het verdriet
Ook in ons éénoudergezin ging het leven verder. De zorgen van alle dag kwamen al direkt op ons af. De ervaring leert dat, als de eerste emoties verdwenen zijn, er maar enkele vrienden overblijven, die daadwerkelijk tot hulp en steun zijn, ook in moeilijke beslissingen. Daardoor leer je al jong zelfstandig te zijn. En al waren er geen financiële zorgen, toch moest het werk door gaan.
Als ik in mijn schaarse vrije tijd bij mijn vrienden thuis kwam, waar nog wel een vader was, dan werd het gemis zo schrijnend, want in een éénoudergezin is er altijd een grote lege plaats.
De zorgeloze jeugd was plotseling afgebroken, altijd drukte de verantwoording, ook als wij als vrienden onder elkaar waren.
De tijd heelt wonden, is een gezegde, maar de werkelijkheid is zo anders. Want toen ik zes jaar later zelf tot een trouwdag kwam, was de reaktie van mijn jongste broer: „Nu is er wéér
één minder in ons huis". Dan voel je weer de pijn, van een wond die nooit zal helen. Temeer omdat er op die dag van ons huwelijk nog een vader gemist werd, wat was het verdriet op die dag als een schaduw, op onze vreugde. Soms, nu je zelf kinderen hebt, en dat alle aandacht van je vraagt, zijn er momenten datje denkt: „Kon vader dit nog eens zien, of kon ik hem nog eens om r-°ad vragen."
Wij mochten in ons éénoudergezin steeds de trouwe zorg van de Heere ondervinden, die in alle gemis en verdriet, weduwe en wees met een wakend oog beschouwd, en in teer meedogen, een Vader wil zijn ook voor wezen.
In het kader van de opvoeding van onze kinderen, heeft het hoofdbestuur van de VBGG steeds een ander facet belicht van het onderwijs.
Het bijzonder onderwijs kreeg aandacht op de pagina 's voor haar van Daniël, waar moeders hun ervaringen vertelden over hun zorgenkinderen. Ook heeft een moeder verteld over de opvoeding van haar kinderen, waar zij alleen voor stond.
Op deze pagina 's vóórhaar heeft een vader zijn ervaringen weergegeven, toen hij op jonge leeftijd zijn vader verliezen moest. Allen die in deze hun medewerking hebben gegeven, willen wij hartelijk danken.
L. P. Moree-Kranenburg
MAURITS EN SUZE VAN HALL
In deze maanden van terug denken aan de Afscheiding komen ook Maurits en Suze van Hall-van Schermbeek weer in de belangstelling.
Deze twee jonge mensen waren beiden afkomstig uit zeer goede en bekende families, die zich helemaal thuis voelden bij het humanistisch christendom van die tijd. Maurits en Suze mochten allebei door genade komen tot een oprecht geloof in de Heere Jezus. Daarvoor vonden zij in hun familie geen begrip, maar het heeft nooit tot verwijdering geleid.
Na hun huwelijk in mei 1835 vestigden zij zich op de Keizersgracht in Amsterdam, waar Maurits als jurist werkzaam was op het advokatenkantoor van zijn vader en zijn broer, de latere minister van financiën. Maurits was toen 27, Suze nog maar 19 jaar oud.
Maurits voelde zich steeds meer gedrongen zijn zielsovertuiging uit te dragen en de strijd tegen het ongeloof aan te binden. Met zijn vrienden Da Costa, Koenen en De Clerq richtte hij het tijdschrift „Nederlansche Stemmen" op, waarin zij bijbels gefundeerde artikelen schreven tegen de geest van de tijd.
Toen de vervolgingen tegen de afgescheidenen steeds scherper werden, voelde Maurits van Hall zich geroepen voor hen te gaan pleiten. Zijn familie en zijn vrienden waren daar niet gelukkig mee, maar hij zag het als zijn plicht. In 1836 gaat hij met zijn jonge vrouw over naar de afgescheidenen. Suze heeft het er eerst moeilijk mee, maar als zij eenmaal de beslissing genomen heeft haar man te volgen, doet zijn dit ook uit volle overtuiging.
Nu Maurits advokaat van de afgescheidenen is geworden, kan hij zijn werk op het kantoor van de familie niet meer gelijktijdig blijven doen. Het leven in Amsterdam biedt weinig perspektieven meer en zo verhuizen Maurits en Suze naar de Veerkade in Den Haag. Het afscheid nemen van amsterdamse vrienden, met wie zij toch niet meer eensgeestes waren, heeft hen veel moeite gekost.
Zij stellen hun huis in Den Haag open voor het houden van kerkdiensten. De eerste keer waren er negen personen aanwezig, van wie er maar drie konden lezen. De gemeente breidt zich echter snel uit. En dan volgen proces-verbaal en boete. De familie zorgt dat er geld in huis is, maar Maurits geeft het door aan behoeftige geloofsgenoten. Voor zichzelf en zijn gezin heeft hij weinig wensen.
Telkens moet hij weer opnieuw pleidooien voeren voor de rechtbank. Hij heeft het druk, terwijl zijn gezondheid achteruit gaat. Hij lijdt aan de tering en moet in 1838 bijna de hele zomer het bed houden. Voor Suze is het een moeilijke tijd. In Amsterdam was de kleine Maurits geboren, in Den Haag een dochter Hanna en nu verwacht zij haar derde kind. Enkele dagen voor het sterven van haar man schenkt zij het leven aan hun zoontje Floris. Op 15 augustus 1838 komt het einde voor mr. Anne Maurits Cornelis van Hall, nog maar 30 jaar oud. Hij mag ingaan in de vreugde zijns Heeren. Suze blijft op 22-jarige leeftijd als weduwe met drie kleine kinderen achter.
Geheel in de stijl en passend bij de stand van zijn familie, maar niet overeenkomstig zijn eigen eenvoudige leefwijze, wordt Maurits van Hall als een van de eersten begraven op de
nieuwe (nu oude) begraafplaats „Eik en Duinen". Zijn graf is nog te vinden in het oudste gedeelte, niet ver van de aula. Het later door Suze geplante jonge kastanjeboompje spreidt nu zijn zware en brede takken nog boven vele graven uit.
Suze van Hall blijft na het overlijden van haar man niet in Den Haag wonen, maar keert terug naar haar familie in Utrecht. Zij gaat ook daar kerken bij de afgescheiden gemeente, waar ds. H. P. Scholte staat. Hij en zijn vrouw zijn haar tot grote steun. Zij mag zich ook gesterkt weten in haar geloof.
Na enkele jaren openbaart zich bij haar dezelfde ziekte als bij haar man. Ook haar krachten worden minder en zij weet dat zij zal gaan sterven. Diep bezorgd is zij over het lot van haar kinderen, die dan zes, zeven en acht jaar zijn. Ruim een maand voor haar sterven schrijft zij hen een afscheidsbrief, waarin zij hen vurig de Heere aanbeveelt. Op 27 januari 1844 komt aan haar korte, maar moeitevolle leven een einde. Evenals haar man mag zij uit genade de eeuwige zaligheid beërven. Zij wordt in het familiegraf in Utrecht begraven.
Hun kinderen
Grootvader Van Hall heeft de met potlood geschreven afscheidsbrief van Suze voor haar kinderen laten kopiëren. Met enkele door hem gemaakte gedichtjes over het leven van hun ouders is deze briefin een herdenkingsboekje voorde kinderen afgedrukt. Of zij dit boekje ooit bewust gelezen hebben, weten we niet.
In 1961 is een boek verschenen, getiteld: „Drie eeuwen. De kroniek van een Nederlandse familie", geschreven door M. C. van Hall, een achterkleinzoon van Maurits en Suze. Hij schrijft met achting over zijn overgrootouders, die in de geschiedenis van hun familie zo'n aparte plaats hebben ingenomen. Uit dit boek weten we echter ook, dat er jarenlang nooit over hen gesproken mocht worden, omdat zij „in de gevangenis waren geweest".
De drie kinderen van Maurits en Suze werden na de dood van hun ouders opgevoed door een tante Van Schermbeek in Utrecht. Zowel in de familie Van Hall als bij de Van Schermbeeks had men maar één angst: dat deze kinderen in aanraking zouden komen met de afgescheidenen en dat zij de ziekte van hun ouders zouden krijgen. Zij zijn dan ook helemaal opgevoed in de geest van deze families en hebben daarin, voor zover we kunnen nagaan, ook geleefd.
De oudste zoon, Maurits, is in Amsterdam een zeer welgesteld man geworden, oprichter van verschilllende banken en lid van de Eerste Kamer. Met zijn vrouw en negen kinderen bewoonde hij het prachtige patriciërshuis aan de Heerengracht, nr. 475. Hij is de grootvader van de schrijver van het genoemde boek.
De jongste zoon van Maurits en Suze, Floris, werd al op jonge leeftijd weduwnaar en had geen kinderen. Hij was ook bankdirekteur, maar leidde later een wat zonderling leven. Hij overleed in 1929.
Dochter Hanna trouwde met Johan Gleichman, die minister van financiën en minister van Staat is geweest. Zij hadden één kind.
In de wereld is het hen allen goed gegaan. En wat het geestelijke betreft? Zij zijn niet in het kerkelijk voetspoor van hun ouders gegaan. Is het vurige gebed van hun moeder niet verhoord....? God verhoort gebeden vaak op een andere wijze dan wij denken. Maurits en Suze van Hall hebben een groot nageslacht en wij weten niet hoe de Heere daarin op voor ons verborgen wijze heeft gewerkt of nog werkt.
Z. Crum-Nieuwland
De geschiedenis van Maurits en Suze van Hall is beschreven in, , Brandende harten" van Gera Kraan-van den Burg, dat dit najaar opnieuw wordt uitgegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1984
Daniel | 32 Pagina's