Waarom ben je protestant ? Daarom !
Vaak gebruiken we woorden en uitdrukkingen waarvan de inhoud nauwelijks tot ons doordringt. Als je even nadenkt, zal het je geen moeite kosten een aantal voorbeelden daarvan te bedenken. Helaas tot bij het benoemen van de meest heilige zaken komt dit euvel voor. Woorden slijten uit en een steeds gehaast, onzorgvuldig woordgebruik bevordert dat proces in hoge mate. Een mens, en een christen in het bijzonder, dient echter te weten wat hij of zij zegt. Als je tenminste bewust in het leven wilt staan Rondom hervormingsdag is het zinvol om eens te bezinnen op de inhoud van het woord „protestant". Toen immers is het protestantisme ontstaan.
Rond hervormingsdag
Het is niet toevallig dat we van „hervormingsdag" spreken en niet van „protestantiseringsdag" of zoiets. Niet dat het protest in het optreden van Luther in 1517 geen grote plaats innam. Hij protesteerde immers tegen de aflaat en allerlei andere duistere en onschriftuurlijke kerkelijke woorden en praktijken. We willen echter graag de nadruk leggen op het positieve in het optreden van Luther en zijn medestanders. Zij wilden het licht van het Woord weer laten schijnen. En als je ooit eens een keer door dat Woord geraakt bent, weet je dat dat dan inderdaad raak was. Zelfs al was er veel bij datje veroordeelde, je zou die ogenblikken toch niet graag uitje geheugen wissen. Het Woord, de meest positieve zaak dus! Met „hervorming" bedoelen we dat niet het afbreken van het een en ander centraal stond, maar het omvormen van de bestaande kerk naar de regels van het Woord. Helaas heeft Rome zich niet laten gezeggen! Voor een aparte naam om de hervormingsgezinden aan te duiden was aanvankelijk geen ruimte. Het was in de beginjaren van Luthers reformatorische werk veel meer zo, dat velen dachten dat hervorming van de kerk nog mogelijk was, dat een breuk nog niet onvermijdelijk behoefde te zijn. Als men zich echter toch van de roomskatholieken wilde onderscheiden, gebruikte men bij voorkeur het positieve woord „evangelisch”.
Evangelisch
Hoewel het woord „evangelisch" in deze tijd in onze reformatorische oren in sommige opzichten best weinig positief kan klinken, mag het je niet ontgaan dat het in wezen een door en door positief woord is. Ga bijvoorbeeld het gebruik van het woord „evangelie", waar het van afgeleid is, in de Heidelbergse Catechismus maar eens na. Het evangelie is ons immers onmisbaar! Zoals reeds gezegd werd, wilde de reformatie een terugkeer zijn naar het Woord van God. Vandaar dat men aanvankelijk een sterke voorkeur had voor het woord „evangelisch" als benaming van de eigen groep. Waar zou immers anders ons behoud in kunnen liggen dan in het evangelie waarvan de Heere Jezus Christus het middelpunt en de hoofdinhoud is? Van het gebruik van het woord „evange-
lisch” als groepsaanduiding zijn diverse voorbeelden te geven. Zowel Zwingli, als de lutherse opstellers van de schmalkaldische artikelen van 1537, als de min of meer erasmiaans gezinde Anastasius Veluanus gebruikten het woord „evangelisch" om daarmee diegenen aan te duiden die van het roomse bijgeloof tot het evangelie teruggekeerd waren. De laatstgenoemde, die pastoor in het veluwse Garderen geweest is, onderscheidde de evangelischen zelfs in luthersen, zwinglianen en calvinisten. Daaruit blijkt wel héél duidelijk dat alle hervormingsgezinden evangelisch genoemd werden. Met nog meer voorbeelden zou dat aan te tonen zijn, maar dat zou te ver voeren.
Langzamerhand werden de tegenstellingen tussen de volgelingen van Luther en Calvijn steeds scherper. Daardoor kwam de benaming „evangelisch" aan lutherse zijde terecht. Afgewisseld door het woord „luthers" komen we dat begrip vaak in allerlei geschriften tegen. Hun calvinistische tegenstanders noemden zich bij voorkeur gereformeerd, want de aanduiding „calvinist" riekte volgens hen te veel naar mensverheerlijking. Het is deze tegenstelling tussen evangelischen en gereformeerden die verklaart dat de hervormingsgezinden lange tijd niet onder één noemer waren te brengen. En dat ondanks de rijksdag van Spiers (1529) die ondertussen plaats gevonden had.
De rijksdag van Spiers
Het optreden van Luther had veel beroering verwekt in het duitse rijk. Het naast elkaar gaan bestaan van twee of meer kerken was een verschijnsel dat nieuwe was voor West-Europa. De keizer zag door die ontwikkelingen de eenheid van zijn rijk bedreigd. Diverse rijksdagen werden daarom aan de godsdienstkwestie gewijd. In 1526 was er een rijksdag te Spiers gehouden, waar besloten was „in zaken die Gods eer en de zaligheid der ziel betreffen moet een ieder zichzelf voor God verantwoorden.”
Deze uitspraak was voor de hervormingsgezinden erg gunstig. Driejaar later vond er echter, weer op een rijksdag te Spiers, een belangrijke koerswijziging plaats. Toen werd geloofsvervolging weliswaar afgewezen, maar er werd tevens bepaald „dat
niemand de onderdanen en bloedverwanten van de ander vanwege het geloof in bijzonder beschutting en bescherming tegen hun overheid zal nemen, noch willen nemen." Dat betekende een duidelijke aantasting van de rechten van hervormde minderheden in een vorstendom. Vijf evangelische vorsten protesteerden dan ook. Na de sluiting van de vergadering van die dag werd een nog uitvoeriger stuk opgesteld. Daarin komen o.a. de woorden voor , , so protestiren und bezeugen wir, u.s.w." Toen bleek dat de rijksdag geen rekening met het stuk wenste te houden werd het, uitgebreid met gegevens over de gevoerde onderhandelingen, de 25-ste april 1529 notarieel vastgelegd. Veertien steden sloten zich toen bij de vijf vorsten aan. In het tweede genoemde geschrift komt het woord „Protestation" voor de titel ervan. Hieraan dankt de naam ..protestant" zijn oorsprong.
Protestant
Het begrip „protestant" betekent dus letterlijk „iemand die protesteert tegen een voor de hervormingsgezinden nadelig regeringsbeleid.”
Ondertussen werd dit begrip lange tijd maar zeer spaarzamelijk gebruikt als verzamelnaam van de volgelingen der reformatoren. De reeds eerder genoemde aanduiding „evangelisch" werd lange tijd veel meer gebruikt. Luther gebruikte het woord „protestant" na de rijksdag van Spiers een enkele keer en Calvijn, voor zover we weten helemaal niet. Trouwens, door de reeds eerder genoemde tegenstelling tussen luthersen en calvinisten was er ook nauwelijks behoefte aan een woord dat samenbond. Vandaaruit is het te verklaren dat de aanduiding „protestant" nog het meest gebruikt wordt, en dan nog meest een flink aantal jaren na Spiers, door bijzonder verdraagzame protestanten óf door roomskatholieke tegenstanders. Zo hebben zowel Willem van Oranje als het roomskatholieke concilie van Trente meermalen over „protestanten" gesproken.
De verdraagzamen
Sinds Erasmus is er in de kerkgeschiedenis altijd een groep verdraagzamen geweest. Zij legden beslist niet de nadruk op de bijbelse leer, maar vonden het leven van veel groter belang. Met name de regels uit Jezus' bergrede kregen steeds weer veel aandacht. Het is opmerkelijk dat men juist in deze kring de naam „protestant" met steeds meer voorkeur ging gebruiken. De scherpe kantjes moesten er bij evangelischen en gereformeerden immers af! Men wilde een soort „protestants" christendom boven geloofsverdeeldheid. Via de bekende zeventiende eeuwer Hugo de Groot zet deze lijn zich voort tot in de huidige (vrijzinnige) Nederlandse Protestantenbond.
Het is opmerkelijk dat het woord „protestant" in één westeuropees land al vrij vroeg en ook veel gebruikt werd. Dat was in Engeland. Dat verschijnsel is te verklaren uit het feit dat daar al vroeg diverse reformatorische groeperingen voorkwamen. Daardoor was er veel behoefte aan een overkoepelende naam. Politieke aspekten onderstreepten de noodzaak hiervan soms. Te denken valt daarbij aan de diktator Cromwell die omstreeks 1650 geijverd heeft voor meer eenheid onder de protestanten, zowel nationaal als internationaal. Ook hier is dus sprake van een zekere verdraagzaamheid, al kwam deze uit een totaal andere bron dan bij Erasmus en zijn volgelingen het geval was.
In Duitsland was door de innerlijke tegenstellingen op godsdienstig gebied lange tijd geen behoefte aan een overkoepelende naam voor alle kinderen der reformatie. Het is opvallend dat het woord „protestant" daar pas ingeburgerd raakt in de 18e eeuw. Dat was de tijd van het rationalisme, de tijd waarin men begon het menselijk verstand over de Heilige Schrift te laten heersen en men alom de verdraagzaamheid ging prediken. Samenvattend kunnen we zeggen dat de naam „protestant" historisch gezien het meest gebruikt werd door mensen die van de bijbelse leer de meest scherpe kantjes wat af wilden vijlen. Bij degenen die de reformatorische belijdenisgeschriften liefhadden, bestond onder calvinisten een sterke voorkeur voor het woord „gereformeerd" en onder luthersen voor „evangelisch”.
Waarom protestant?
Als je het voorgaande gelezen hebt, ben je misschien wat teleurgesteld over de historische vulling van het begrip „protestant". En dat is te begrijpen. Het zou mooi zijn als alles wat zich als protestant aandient, geestelijk zou leven uit de rijke erfenis van de reformatie. Dat dat niet zo is, is een verdrietige zaak. Maar leven we zelf wel, niet alleen bij. maar vooral uit het Woord dat in de reformatietijd weer door velen ontdekt werd? Wie met één vinger naar een ander wijst, wijst met vier vingers naar zichzelf, wordt wel eens gezegd. Dat is ook hier van toepassing.
Eén facet is er echter in het ontstaan van het woord „protestant" dat we ons wel blijvend mogen herinneren. Het protest op de rijksdag te Spiers was een alleszins rechtmatig protest. Men protesteerde tegen een niet-bijbelse ontwikkeling. Dat is ook ons niet alleen toegestaan, maar zelfs geboden! Laat ons protest echter niet alleen klinken tegen zaken buiten ons leven, maar ook tegen zoveel wat in ons eigen boze, verdorven hart huist. We bidden immers „Bewaar en vermeerder Uw Kerk", maar ook: „dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1984
Daniel | 32 Pagina's