Zij was bereid
„Je weet toch", zegt grootmoeder, „hoe erg het is als je de hele wereld zou winnen, maar je arme ziel schade zou lijden"? Uit eerbied voor zijn oude moeder zegt oom Kees niets. Maar ze gaat verder: „Zeg Kees, Christus zal een keer wederkomen hoor. Ook al wil jij er niet van horen." Ze kijkt naar buiten en zegt: „Daar kan hij komen hoor! Onverwachts! Geloof je dat? En hoe zal 't dan zijn? " Het blijft stil in het kleine kamertje. Dan staat oom Kees op en hij zegt: „Ik zal wel proberen wat te weten te komen en dan kom ik het wel vertellen". En dan gaat hij weer terug naar huis.
Toch nog onverwachts staat oom Kees weer voor de deur. Zijn gezicht staat somber. En in de kamer vertelt hij zijn verhaal. Hij hoorde dat er een rechtszitting zou zijn. Maar toen hij bij de rechtszaal aankwam was de zitting al voorbij. Ze namen niet zoveel tijd voor die christenen. Hij had alleen het vonnis nog gehoord. Vijf jaar dwangarbeid. Vader in een mannenkamp en moeder in een vrouwenkamp. En oom Kees slaat met zijn vuist op tafel. Zo kwaad is hij. Want al is hij dan een goeie kommunist, dat men zijn broer dat aandoet kan hij niet verkroppen. Ivan heeft met grote schrik alles gehoord. „Vijfjaar", stamelt hij. „Vijfjaar". En dan bonkt hij met z'n hoofd op tafel en barst in snikken uit. Natasja. die haar broer ziet huilen begint ook. Grootmoeder legt haar oude bevende handen op die twee kleine kinderhoofdjes en ze zegt: „Stil maar kinders, stil maar hoor. Grootmoeder zal voor jullie zorgen. Laten we bidden of vader en moeder getrouw mogen blijven.”
Er zijn al drie jaren voorbij gegaan. De kinderen gaan naar school en grootmoeder probeert zo gewoon mogelijk voor ze te zorgen. Maar als ze dan op een dag weer uit school komen staat grootmoeder op ze te wachten. „Kom gauw binnen", zegt ze zenuwachtig. „En doe gauw de deur achter je dicht. En de grendel erop en niet meer naar buiten gaan. Er is hier al twee keer een man voorbij gekomen en die keek zó naar binnen." Ze denkt: Zouden ze de kinderen dan toch opsporen? Als ze even later buiten de luiken dicht wil gaan doen, schrikt ze. Staat die kerel daar nu al weer? Het lijkt wel of hij deze kant op kijkt. Vlug naar binnen.
Maar even later Klop. klop. klop. Drie zachte tikken. Oh! Grootmoeder verbleekt. Ze luistert. Hoor. Weer dat zachte kloppen. Nee, dat zal toch wel geen politie zijn. Ze strompelt naar de' achterdeur. Ivan luistert. Hij hoort dat ze zacht iets vraagt. En hij hoort nog een stem. Oh, maar dat is Hij stormt de gang in. „Vader!!”
Even later zitten ze blij met elkaar aan de tafel. Maar dan komt de onvermijdelijke vraag: „Vader, waar is moeder nou? " Het blijft heel lang stil. Die vraag heeft vader verwacht. Hij heeft er tegen op gezien. En daarom is hij al een paar keer voorbij het huis gelopen. Want hij durfde niet naar binnen. En nu de vraag. Vader, waar is moeder? En toch moet hij antwoord geven. „Moeder is bij de Heere. jongen." De blijde gezichten voor hem zijn nu veranderd. Er staat verdriet en ontsteltenis op te lezen. „Maar moeder heeft een boodschap meegegeven. jongen. Eén keer mocht ik haar opzoeken, vlak voor haar sterven. Och, het kamp was zo zwaar voor haar. Té zwaar. Maar weet je wat ze zei? Zeg tegen de kinderen dat ze de Heere moeten zoeken. Dat ze bekeerd moeten worden. Dan zullen ze geen gemakkelijk leven krijgen. Dat heeft de Heere ook niet beloofd. Maar als we het eigendom van Christus mogen worden, dan zullen we elkaar eenmaal weer terug zien. Moeder is nu verlost van alle moeiten en pijn. Het was heel zwaar voor haar in het kamp. Maar zij was bereid." Zijn jullie bereid?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1984
Daniel | 32 Pagina's