JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Toekomstverwachting?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toekomstverwachting?

kort verhaal, eerder gepubliceerd in „De Gezinsgids”

8 minuten leestijd

Met trage regelmaat schuiven de ruitewissers de regendruppels van de voorruit van de Citroen. Het zacht-piepende geluid vermengt zich met het eentonige gezoem van de motor.

Geluiden om bij in slaap te vallen, denkt Frits geeuwend met een blik op het digitale uurwerk op het dashboard, 'n Fijne wagen als je zoveel kilometers moet rijden. Nog maar wat gas erbij geven, dan kan hij met een goed kwartier in Amsterdam zijn.

Om tien uur zal de lezing beginnen, die al maandenlang in zijn agenda genoteerd staat en die volgens deskundigen zeker het beluisteren waard is. Een lezing over beleidsaspekten van de kantoorautomatisering door de bekende futuroloog, professor Grimberg. Met gemengde gevoelens gaat Frits er naar toen. Futurologen zijn immers mensen, die zich op wetenschappelijke wijze met ontwikkelingen in de toekomst bezighouden? De toekomst. Wie denkt er niet met zorg aan de toekomst in deze tijd? De ekonomische teruggang allerwege.... oorlogsdreigingen.... stakingen.... geweldplegingen.... Bange toekomst voor de mens die zonder God leeft; een veilige toekomst door alle verdrukking heen voor degene die weten en ervaren mag in het persoonlijk leven: de HEERE regeert!

Het is een uitgelezen gezelschap, dat zich in één der zalen van Congresgebouw verzameld heeft. Frits krijgt al gauw een relatie in het oog en begint een gesprek. „Een zeer belezen man, die professor Grimberg.”

„Hij schijnt in Amerika de nieuwste ontwikkelingen van de mikrokomputer onderzocht te hebben. In een vakblad las ik het een en ander erover.”

„Hmm. ’k Ben benieuwd", antwoordt Frits niet erg enthousiast. Hij tast in zijn zak naar een pepermuntje. Vanmorgen nog gauw door Lies toegestopt, voor onderweg. Hij glimlacht even. Ze moest eens weten in welke omgeving hij hier is. Ze weet inmiddels wel zoveel van zijn „dagjes uit", dat ze 's avonds geen eten meer warm houdt. Als ze het elitaire gezelschap hier zou zien.... de details zal hij haar maar besparen vanavond.

De automatisering stond nog in de kinderschoenen toen hij als jonge enthousiaste knul bij het komputercentrum solliciteerde. Leuk werk. Het lag hem. Automatisering werd als iets bijzonders gezien en velen aksepteerden het als een nuttige vooruitgang in de techniek. Maar waar zijn de grenzen van het technisch vernuft? Zijn er grenzen? Is het mogelijk om christen te zijn in deze omgeving?

Er komt al gauw een antwoord op de vragen die in Frits' brein ronddwarrelen. Professor Grimberg — een eerbiedwaardige verschijning van in de zeventig — begint zijn betoog met enkele klinkende volzinnen, die dadelijk de aandacht van de ruim honderd luisteraars gevangen houdt. „De elektronische revolutie, die nu toch zo langzamerhand erkend wordt als de grootste revolutie aller tijden, staat nog maar in de kinderschoenen. De mogelijkheden van de mikrokomputer zijn ongedacht. Zelfs zijn er ontwikkelingen in de medische wereld, die alle verwachtingen te bovengaan. „Elektronische" patiënten

zullen in elektronische ziekenhuizen door elektronische artsen worden genezen. En dan zal het bijbelwoord werkelijkheid worden: de doven zullen horen, de blinden zullen zien en de lammen zullen lopen." Als door een angel gestoken veert Frits op bij de laatste uitdrukking. Zijn blik dwaalt langs de gezichten van de medeluisteraars. Zij blijven aandachtig luisteren, maar Frits is zijn koncentratie kwijt. Hoe is het mogelijk om een bijbelgedeelte zó toe te passen bij een ontwikkeling, die ethisch gezien zoveel vragen oproept! Hij pijnigt zijn hersenen. Waar staan die woorden, al is het dan niet letterlijk? Is het niet in de profetie van Jesaja? Dan dwingt hij zich weer tot luisteren en maakt notities. Hij zal meneer Brinkers, zijn direkteur. toch 't een en ander moeten vertellen over de lezing.

Niet beseffend, dat die éne zin bij één van zijn luisteraars postgevat heeft, vervolgt de professor zijn voordracht. Hij pleit ervoor, dat Nederland met voortvarendheid door moet gaan met automatisering. Dat zal zeker niet probleemloos verlopen, In de vorige eeuw, toen de machines het handwerk gingen overnemen, was er een nieuwe arbeidsmarkt voor de overbodig geworden werknemers. Maar door de vele sociale veranderingen is er nu geen ander werk te bieden. Arbeidstijd moet dus op grote schaal worden omgezet in vrije tijd. De professor bespreekt de hiermee samenhangende problematiek en besluit zijn relaas met stimulerende woorden voor de automatiseringsmensen.

In de pauze die nu volgt wordt koffie geserveerd.

Obers lopen geruisloos af en aan. Er is dadelijk een geanimeerde nabespreking tussen de mensen onderling. Waarderende opmerkingen en instemmend geknik onder het genot van een kop koffie. Ieder ontmoet hier wel een bekende met wie hij over het gehoorde van gedachten kan wisselen.

Frits heeft de relatie van zoeven uit het oog verloren. Hij heeft ook geen behoefte aan een gesprek in goedkeurende zin. Alleen die éne zinsnede hamert door zijn hoofd: „De doven zullen horen, de blinden zullen zien, en de lammen zullen lopen." Als hij een plaatsje aan een tafeltje zoekt, valt zijn blik piotseling op een oude man. alleen achter een flesje chocomel. Direkt herkent hij hem als de voorname spreker, professor Grimberg. Hij is kennelijk even door de organisatoren van deze dag uit het oog verloren. Zijn oude handen, net nog enthousiast gebarend, liggen doelloos op het tafeltje. De' eenzaamheid hangt voelbaar om hem heen. Frits bedenkt zich niet en neemt tegenover hem plaats. Een praatje aanknopen is niet moeilijk. Zo'n bereisde man, vragen te over.

Frits beseft de kostbaarheid van het ogenblik en gaat na een paar algemene vragen recht op zijn doel af. „Eh. professor, u haalde zojuist een bijbeltekst aan en gaf deze een plaats in uw beschouwingen over de toekomst. Als mijn vraag niet te onbescheiden is. denkt u dat die tekst werkelijk zó bedoeld wordt, of ziet u nog een andere diepere betekenis? ”

De oude man glimlacht. „Interessante vraag, werkelijk. Och. wat zal ik zeggen.... 't zou kunnen.... 't zou kunnen.... bent u misschien christelijk? Ja. ja.... nu, ik heb er veel over nagedacht, maar voor mijn persoonlijk leven kan ik geen sluitend antwoord op die vraag vinden, nee, persoonlijk kan ik er niets mee doen.”

Ontsteld kijkt Frits hem aan. Een bereisde man, een geleerde man.... een arme man! „Professor, mag ik u nog één vraag stellen? ”

Professor Grimberg knikt welwillend. Hij is gewend te vragen en gevraagd te worden. „U maakt onvoorstelbaar veel werk van uw studie over de futurologie, de toekomstverwachtingen voor dit tijdelijk leven. De tekst, die u zoéven aanhaalde, heeft een veel diepere betekenis, namelijk betreffende het geestelijke en het toekomende leven." Frits aanzelt even. Hoe kan hij persoonlijk worden tegen zo'n hoogstaande man?

Professor Grimberg bemerkt zijn aarzeling en moedigt aan: „Ja, zegt u maar wat u bedoelt.”

„Ziet u, de studie die u nu beoefent is beperkt, eindig. Maar na dit leven volgt een ander leven, oneindig. Houdt u dat niet bezig, vooral nu u op leeftijd bent gekomen? ”

„Och”. De hooggeleerde heer haalt zijn schouders op.

De karakteristieke trekken in zijn gezicht worden onzekere lijnen. Ineens ziet Frits hem zoals hij is: een oude man aan het

eind van zijn leven. De professor steunt zijn handen onder het hoofd om zich op een reëel antwoord te bezinnen; de geleerde man is niet gewend om iemand af te schepen.

Dan klinkt het tijdsein dat de pauze voorbij is.

Verontschuldigend steekt hij Frits de hand toe.

„Zeer. interessant, uw vragen, meneer. Maar nu, zoals ik al zei, persoonlijk kan ik er niets mee doen. Het is voor mij een duistere zaak of er een leven na dit leven is al dan niet. Hartelijk dank voor dit intermezzo.”

De organisatoren leggen weer beslag op de professor.

Ieder neemt zijn plaats in om de volgende lezing aan te horen. Frits pakt weer zijn notiteboekje om aantekeningen te maken van het gehoorde. Hij schrijft termen op uit de voor hem zo bekende, technische wereld.

Boordevol indrukken verlaat hij in de namiddag het Congresgebouw. Even later sluit hij zich aan in de rijen automassa's, die dringen om de hoofdstad uit te komen. Files zijn onontkoombaar. Mensen voor. achter en naast hem met verveelde, of ontevreden, of gelaten gezichten. Mensen zonder toekomstverwachting?

Is er toekomstverwachting?

In de stilstaande file tast Frits naar zijn Bijbeltje en bladert in de profetie van Jesaja, totdat hij in hoofdstuk 35 de troostrijke woorden vindt over de wondere macht van Gods ontferming: „Versterkt de slappe handen en stelt de struikelende knieën vast. Zegt de onbedachtzamen van hart: Weest sterk, vreest niet: ziet, ulieder God zal ter wrake komen met de vergelding Gods, Hij zal komen en ulieden verlossen.

Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden en der doven oren zullen geopend worden.

Alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong der stommen zal juichen; want in de woestijn zullen wateren uitbarsten, en beken in de wildernis.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1984

Daniel | 32 Pagina's

Toekomstverwachting?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1984

Daniel | 32 Pagina's