Zonder zonde?
„Heb je 't al van gehoord? 't Is toch wat! Wie had dat ooit van hem/ haar gedacht. Ja, natuurlijk, niemand van ons is zonder fouten, maar dit...." En zo kletsen we er wat met elkaar af. De zonden van een ander worden breed uitgemeten. Soms zelfs met een meewarige blik. Of bijna met tranen in de ogen. „Het is toch wat....”
Als we het zo erg vinden, waarom dan toch zoveel gesproken over de zonden van een ander? Om tot de konklusie te komen dat we zelf toch (nog net iets) minder slecht zijn dan die ander? Of zou het zijn omdat we onszelf niet voldoende kennen? Omdat we niet in de gaten hebben dat we precies even slecht zijn, als het niet slechter is?
Wat bij een ander naar buiten komt, weten wij misschien heerlijk te verbergen. En als een andere het ene gebod heeft overtreden, hebben wij wellicht vele andere niet nageleefd. Wat een moed, om dan toch op deze wijze over een ander te praten....
Wat zei de Heere Jezus ook al weer toen de farizeeërs en schriftgeleerden een zondige vrouw bij Hem brachten? „Wie van u zonder zonde is, werpe eerst de steen op haar." Hoor ik daar een steen door de lucht suizen? Nee, toch niet. Het is een kreet, opkomend uit het hart van iemand die zichzelf een klein beetje heeft leren kennen. „O God. wees mij zondaar genadig! Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad: mijn zonde (en niet die van een ander!) zie 'k mij steeds voor ogen zweven.... Herschep mijn hart, en reinig Gij, o Heer. die vuile bron van al mijn wanbedrijven.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1984
Daniel | 32 Pagina's