JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

JAARVERSLAG VAN DE BOND VAN VROUWENVERENIGINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JAARVERSLAG VAN DE BOND VAN VROUWENVERENIGINGEN

7 minuten leestijd

Op de huishoudelijke vergadering van 2 oktober j.1. werd het Jaarverslag van de sekretaresse" besproken. Een korte samenvatting van dit verslag, dat loopt over de periode van 1 juli 1983 - 30 juni 1984, laten we hieronder volgen.

Bondsbestuur

Het nieuwe hondsjaar begon direkt al met een ingrijpende gebeurtenis: onze voorzitter, ds. H. Hofman, nam het beroep aan naar Kalamazoo.

Op de huishoudelijke vergadering heeft ds. Hofman, na precies een jaar de voorzittershamer te hebben gehanteerd, afscheid van de Bond genomen.

Ds. Hakkenberg was weer bereid het „voorzitterloze tijdperk" te overbruggen en stond ons met raad en daad terzijde.

Nog twee dames gingen het bondsbestuur verlaten. Mej. B. W. Hulsman uit Nieuwer ter Aa kwam, na 14 jaar als sekretaresse te hebben gefungeerd tot het besluit zich uit het bestuur terug te trekken.

Mevrouw E. Hakkenberg-van Arkel uit Lisse, heeft slechts één periode van driejaar deel uitgemaakt van het bondsbestuur.

Gelukkig werden de lege plaatsen weer veruld. Op de huishoudelijke vergadering van 1983 werden gekozen: mevrouw J. de Blois-van Kempen uit Krimpen a/d IJssel en mevrouw K. A. Hartman-Brouwer uit Goes.

Voorzitter

Nadat de verenigingen gelegenheid hadden gekregen schriftelijk kandidaten voor een nieuwe voorzitter voor te dragen, heeft het bondsbestuur in haar vergadering van 8 november 1983 met algemene stemmen ds. D. Hakkenberg uit Lisse tot voorzitter gekozen. Hij heeft deze funktie na enige bedenktijd aanvaard.

Deputaatschap

Op de Generale Synode van 21 en 22 september 1983 werd ingesteld: , , Het Deputaatschap tot behartiging van de belangen van de landelijk georganiseerde bonden en verenigingen van de Gereformeerde Gemeenten”.

Vijf maal heeft het bondsbestuur vergaderd en de Algemene Bestuursvergadering van 15 maart 1984 werd door enkele leden van het Deputaatschap bijgewoond. We hebben reeds prettig met hen mogen samenwerken.

Leden

Het vorige hondsjaar besloten we met 134 aangesloten verenigingen met een totaal aantal

leden van 4039; nu zijn er 137 verenigingen bij onze Bond aangesloten met een totaal ledental van 4136.

Vergaderingen die door de bond georganiseerd werden

a. Bondsdag. Op 5 april 1984 was de grote zaal van „De Doelen" in Rotterdam, die 2200 zitplaatsen bevat, bijna geheel gevuld met belangstellenden die kwamen luisteren naar de openingsmeditatie van ds. Hakkenberg, naar het onderwerp van ds. Golverdingen over „Leer ons bidden" en naar de slotmeditatie van ds. Kleppe over „ Samuël, het kind van moeders' gebed".

Deze dag werd afscheid genomen van de dames Hakkenberg en Hulsman.

b. Huishoudelijke vergaderingen. Dr. Chr. Fahner uit Otterlo sprak over: „Kerkelijke jongeren in een ontkerstende wereld".

De dames Both en Kaslander werden met algemene stemmen herkozen. Mevr. De Blois en mevr. Hartman werden de nieuwe bestuursleden.

c. Regionale vergaderingen werden gehouden te Dirksland, Goes, Veenendaal, Hendrik Ido Ambacht en Groningen.

d. Presidentesvergadering. Hier sprak mevrouw Van Willigen over: Een handreiking ten dienste van de verenigingsavond.

Kommissies

Vier kommissies werken onder verantwoordelijkheid van de Bond, namelijk: a. Kommissie vakantieweken; b. Kommissie vakantieweken voor gehandicapten; c. Kommissie Lektuurfonds; d. Kommissie Daniël.

In deze kommissies hebben steeds een of meer leden van het Bondsbestuur zitting. De kommissieleden hebben zich, elk op hun post, zeer verdienstelijk gemaakt.

Korrespondentie

In een brief aan H.M. de Koningin en aan de Ministerpresident gaven wij blijk van onze blijdschap over de terugkeer van de „bede" in de troonrede.

Een vragenformulier werd ingevuld voor de Staatskommissie Euthanasie. Tevens hebben we een verzoek ingediend om ons standpunt op de „Hoorzitting Euthanasie" te mogen verdedigen. Hiervoor kregen we op 19 juni 1984 de gelegenheid.

Behalve de normale korrespondentie met de plaatselijke verenigingen werd regelmatig geschreven naar de Verwantenraad, naar de zendingsarbeiders en naar jubilerende predikanten.

Comité Vrouwenbonden op Gereformeerde Grondslag

Als comité hebben we gereageerd op het verschijnen van de Margriet-uitgave: „Over trouwen en samenwonen", die met subsidie van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur werd samengesteld.

Door het comité is ook gereageerd op het Ontwerp Rijksplan Sociaal-Cultureel Werk en op het uitzenden van een godslasterlijke film.

De comitéleden hadden op 26 september 1983 een ontmoeting met Lydia Vins.

Een bondsjaar is weer voorbij. We hebben vorig najaar veel ongemakken ondervonden van de stiptheidsaktie bij de PTT en bij de spoorwegen, maar we mochten allen ons werk in goede gezondheid verrichten. De Heere gaf ons lust en krachten. Laten we zuinig zijn op de liefdeband die ons onderling verbindt, laten we echter bovenal bidden of de Heere ons werk met Zijn Zegen zou willen bekronen.

L. van der Spek-van der Spek

GEEN VERHINDERING

OP ZIEKENBEZOEK VIA DE POST GEEN VERHINDERING

Wat Hij eens besluit t' Zijner ere, Zal zonder verhindering voortgaan. „Bij de Heere is geen verhindering, om te verlossen, door velen of door weinigen.'* Dit was de geloofstaal van Jonathan tegen zijn wapendrager. Samen waren zij op weg naar de Filistijnen, die hun tentenkamp in Michmas hadden opgeslagen, om tegen Israël te strijden. Het waren donkere dagen voor Israël, er was zelfs geen smid in het land, die zwaarden kon slaan. Alleen Saul en Jonathan droegen hun wapenrusting nog.

Maar wat vermochten Jonathan en zijn wapendrager tegen een zo grote menigte. Toch verwachtte Jonathan het heil alleen van de Heere.

Ik kan met U door sterke benden dringen, Met mijne God zelfs over muren springen.

Jonathan betoonde door het geloof, groot van de Heere te denken, want bij Hem is geen verhindering om grote wonderen te doen. Geen smalle doorgang, steile rotswand of steenklip, was voor de Heere een verhindering om door weinigen verlossing te geven.

God wapent mij met sterkheid, zeer vrijmoedig, En maakt mijn wegen zeker en voorspoedig. Hij maakt mij gelijk de herten zijn t' zaam, Om de bergen op te klimmen bekwaam. Hij leert mijn handen ook krachtig strijden, Dat mijn arm kan spannen t' allen tijden Een stalen boog; Hij is mijn heil, mijn schild, Die in de nood mij onderhouden wilt.

GEEN VERHINDERING

Mag u in het lijden, en bij het kruis dragen ook ervaren dat er voor de Heere geen verhindering is om u lijdzaamheid te geven, om het kruis gewillig te dragen?

Zijn gemeente is hier op de pelgrimsreis. Ze is altijd een gemeente onder het kruis. Daar komt zij nooit bovenuit, maar door genade mag zij weten: „Gij zult mijn kruis eindigen hier, want goedertier, zijt Gij gestadig". Misschien zijn de wanden van uw ziekenkamer wel steile rotswanden, evenals bij Jonathan. De eenzaamheid, uw handikap zijn als scherpe steenklippen, waar u zich telkens aan verwondt.

In slapeloze nachten probeert u ze te beklimmen, soms met woordeloze gebeden: „Zie als 't aan woorden mij ontbreekt, watd' overdenking in mij spreekt sla ied're zucht, mijn hart ontgleden, opmerkend ga." Mag u door het geloof, waardoor de geloofshelden koninkrijken hebben overwonnen, maar ook uit zwakheid krachten hebben gekregen, de geestelijke wapenrusting hanteren? Het borstwapen, en het schild des geloofs, de helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord?

„Zoals een schoenmaker een schoen maakt", zegt Maarten Luther. „Of een kleermaker een jas, zo moet een Christen bidden, want het handwerk van een Christen is bidden!" Wij mogen komen als arme bedelaars, in onze haveloze plunje, evenals de verloren zoon, die alleen maar een verzondigd leven over had. Zijn er veel hinderpalen op uw levensweg, die u het voortgaan beletten? De zwarte bladzij uit Davids levensboek verhinderde hem, om als Gods kind te leven. Maar toen de steile rotswand van schuldbelijdenis beklommen was, toen werd het: „Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde, hierom zal U een ieder heilige aanbidden in vindenstijd.”

In de kleine gemeente Alkmaar, is door de vrouwenvereniging „Hadassah" om post gevraagd voor mevrouw Smit, Kotterstraat 9, 1826 CD Alkmaar. Nu u weer thuis mag zijn mevrouw Smit, na een ziekenhuisopname, geve de Heere u verder herstel. En in de avond van uw leven doe Hij u ervaren: „Gij zijt mijn schild, de rots, waarheen ik vlucht. Gij kunt en wilt mijn ondergang beletten.”

L. P. Moree-Kranenburg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1984

Daniel | 32 Pagina's

JAARVERSLAG VAN DE BOND VAN VROUWENVERENIGINGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1984

Daniel | 32 Pagina's