JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De boodschap moet er niet te dik bovenop liggen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De boodschap moet er niet te dik bovenop liggen

vraaggesprek met drs. C. S. L. Janse, hoofdredakteur van het Reformatorisch Dagblad

19 minuten leestijd

Meneer Janse, waarom heet uw krant „Reformatorisch Dagblad”?

Je komt het woord „reformatorisch" in het nederlandse taalgebruik op verschillende manieren tegen. In roomskatholieke kringen bedoelt men met reformatorisch hetzelfde als protestant. Dat merken we via het ANP wel. Dan krijg je bijvoorbeeld verhalen over de reformatorische staatskerk van Zweden of over de reformatorische indianen in Nicaragua. Daar bedoelen ze dan gewoon protestants mee. De term „reformatorisch" werd en wordt ook wel gebruikt als. ja. een wat bredere aanduiding van gereformeerd. Denk bijvoorbeeld aan de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Dat betekent het bij ons ook niet. Je moet bij ons denken aan „bevindelijk gereformeerd", „de oude waarheid toegedaan". We richten ons dus op het bevindelijk deel van de gereformeerde gezindte, zoals je dat kerkelijk vindt in de Geref. Gemeenten, het rechter deel van de Chr. Geref. Kerken, de rechterzijde van de Ned. Herv. Kerk, de Oud Geref. Gemeenten en de Geref. Gemeenten in Ned.

Waarin komt dat reformatorische karakter tot uiting?

Nou. op velerlei manier. Je kunt globaal bij een dagblad drie funkties onderscheiden: de informatiefunktie, de opinie-vormende funktic en in de marge de verstrooiende funktie. Dat

eigene van de krant komt niet alleen in de opinie-vormende (kommentariërende) funktie tot uitdrukking. Dat zit ook in de verstrooiende funktie. Wij doen daar behoorlijk wat aan. In de vorm van puzzelnummers, (historische) verhalen, enz. Kortom, wat simpele kost, die bij ons van een heel ander gehalte is dan de verstrooiende verhalen in een blad als , .De Telegraaf'. Het reformatorische karakter komt ook in de nieuwssektor tot uitdrukking. We streven weliswaar naar objektieve berichtgeving, maar we doen een aantal dingen anders dan andere kranten. Bij de nieuwsgaring houden wij bijvoorbeeld rekening met de zondag. Ook doen wij de nieuwsselektie op onze eigen manier. Wij vinden andere dingen belangrijk dan de Apeldoornse Courant, afgedacht van het regionale aspekt. Je schuift andere dingen naar voren dan bijvoorbeeld de Volkskrant doet. Dingen die bij zo'n krant verschrikkelijk belangrijk worden gevonden (zoals de Olympische Spelen) verschuiven bij ons naar de marge. Het eigen karakter komt verder uit in de presentatie en het woordgebruik, zonder het er dik bovenop te leggen. Daar heb ik nooit behoefte toe gevoeld en dat heb ik hier ook altijd afgeremd. Denk verder aan de keuze van de te plaatsen foto’s.

U zei, dat u rekening houdt met de zondag. Toch bevat de maandagkrant wel nieuws van de zondag en zelfs wel foto's. Hoe zit dat dan?

Dat is ANP-nieuws. dat via de telex binnenkomt. In de beginjaren van de krant is daar wel over gesproken. Je kunt er echter niet om heen, met name niet als het dingen zijn die een vervolg hebben. Als er op zondag een raket naar de maan wordt gelanceerd, kun je niet zeggen: we schrijven er op maandag niets over en dinsdag melden we dat 'ie aardig op weg is. Je hebt in het buitenland ook vaak verkiezingen op zondag, 't Is niet onze taak om de wereld beter voor te stellen dan deze is. Wat we wel proberen weg te drukken en tegen te houden, dat zijn foto's die op zondag gemaakt zijn. Een heel enkele keer kan een foto op zich echter een eigen boodschap hebben. Voor het overige doen wij zelf niets of vrijwel niets op zondag, afgedacht van verslagen van intrede-en afscheidsdiensten van predikanten.

Is nooit overwogen om bijvoorbeeld radioprogramma's op te nemen?

Bij de oprichting van het RD is afgesproken dat we dat niet zouden doen. Dat is sindsdien ook nooit meer serieus aan de orde geweest. Er wordt een enkele keer wel naar gevraagd, maar mensen die er erg in geïnteresseerd zijn, hebben wel een eigen omroepgids.

Hoe zou u de betekenis van het RD voor het geheel van de lezerskring willen omschrijven?

De krant heeft dus verschillende funkties. Informatief: als je het RD leest ben je behoorlijk op de hoogte. Niet alleen van wat er in de wereld ver weg gebeurt, maar toch ook van wat er, ruim genomen, in orthodoxprotestantse kring gebeurt. Wat dat laatste betreft is er niet één krant die tegen ons op kan. Je krijgt ook allerlei sociale effekten in de achterban. Deels samenbindende, ook al door de krant als advertentiemedium. Anderzijds breng je natuurlijk ook de schaduwzijden van deze kring naar buiten, al zijn we daar terughoudend in. Een volgende funktie is datje probeert de lezer wat mee te geven, met name in de opinie-vormende rubrieken. Je krijgt dus een zekere beïnvloeding van de meningsvorming, naar we hopen in goede zin. Dat is ook duidelijk een beoogd effekt van het RD.

Dat brengt natuurlijk wel een behoorlijk stuk verantwoordelijkheid met zich mee?

Ja, vandaar dat soms over een , , éénkolommer'' (artikeltje van één kolom) meer gedebatteerd wordt dan over een verhaal van een halve pagina. Dat speelt zich met name af op kerkelijk gebied. De algemene beleidslijn is, dat we proberen van alles op de hoogte te blijven, maar dat latente konflikten niet door ons als eerste naar buiten worden gebracht. Als we weten dat er in de boezem

van vereniging X of in de kerkeraad te Y ernstige konflikten zijn, houden we dat wei bij. maar we brengen er tussentijds geen berichten over. Is de zaak eenmaal definitief geworden en komt het ook naar buiten doordat anderen er over gaan schrijven, nou ja, dan kun je de lezers de hoofdzaken niet onthouden. We beperken zulke berichten vaak wel tot „één-kolommers". Daarbij gelden wel weer bepaalde regels. Als ergens een ouderling meent te moeten opstappen, dan maken we daar geen berichtje van. Stappen er een paar op of gaan ze apart kerk houden, zoals onlangs in Ede gebeurd is, dan maken we een , , één-kolommer'\ Dat is zo'n beetje het tarief, zo gezegd. In zo'n geval krijgen de „partijen" ook de gelegenheid om heel kort te reageren.

U zegt, dat u een konflikt niet als eerste in de openbaarheid brengt. Hoe was dat indertijd met dat verhaal over de verschillen van mening binnen de RPF? Wij menen ons te herinneren dat men van die zijde nogal verontwaardigd was over de berichtgeving in het RD.

We wisten al langer dat het daar niet glad zat en we hebben dat toen in de gaten gehouden. Toen het intern naar buiten kwam door allerlei rapporten, vonden we dat het in een stadium was gekomen dat we er niet meer om heen konden. Van RPF-zijde heeft men ons verweten dat we gebruik hebben gemaakt van vertrouwelijke stukken. Wij hebben daarop gezegd, dat vertrouwelijke rapporten niet vertrouwelijk zijn omdat er „vertrouwelijk" op staat. Ze zijn alleen vertrouwelijk als je ze binnen kleine kring houdt en ze niet, zoals gebeurd is, naar alle afdelingen stuurt. In 1981 is het binnen de SGP nogal moeilijk geweest rond de kandidaatstelling van Van der Vlies en Holdijk. Daar hebben we toen ook een vrij uitgebreid artikel over gebracht.

Wat ziet (ervaart) u voor uzelf als de grootste problemen om met een inderdaad verantwoorde krant uit te komen?

Dat zou je uiteen kunnen laten vallen in externe en interne problemen. Wat de externe problemen betreft, bedoel ik het tamelijk praktisch. Zoals allerlei andere kranten betrekken wij onze kopij en onze foto's voor een groot deel van het ANP. Deze weken (begin augustus) is het uitermate moeilijk om de krant met foto's te vullen. Je krijgt er wel verschrikkelijk veel, maar het overgrote deel is van de Olympische Spelen. Dat betekent dat wij veel minder dan andere kranten gebruik kunnen maken van de fotodienst van het ANP. Zulke problemen heb je ook ten aanzien van de nieuwsselektie en de woordkeus van het ANP. En dan de interne problemen. Zeker de eerste jaren was het moeilijk om op bepaalde gebieden mensen te vinden die je kon laten schrijven over principieel gevoelige onderwerpen. Door meer konnekties. bepaalde emancipatieprocessen in de achterban en door uitbreiding van de redaktie is dat minder moeilijk geworden. Maar vergeleken met bijvoorbeeld het Nederlands Dagblad (kleinere groep, kleiner abonneebestand) hebben wij in onze kring minder kader, al is er sinds 1971 wel duidelijk een ontwikkeling ten goede. Verder hebben we nogal een jeugdige redaktie. Iemand met meer dan 6 of 7 dienstjaren of iemand boven de 35 behoort al tot de ouderen.... Dat betekent datje gemakkelijker in de breedte werkt dan in de diepte.

In het verslag van de aandeelhoudersvergadering van juni j.l. lazen we: „In de rondvraag kwamen een groot aantal zaken aan de orde, zoals de advertenties voor sterke drank en voor de EO, de financiering van de nieuwbouw, de houding ten opzichte van de SGP, de toekomstige verslaggeving van het Europees Parlement, het plaatsen van foto's van vrouwen en meisjes in lange broeken en de berichtgeving over reageerbuisbaby's en vrouwelijke predikanten". Zien wij het verkeerd als we konkluderen dat er wat kritiek was op bepaalde zaken van het gevoerde beleid?

Je moet je niet voorstellen dat het scherpe diskussiepunten waren. Het waren wat vragen die ter tafel kwamen, zoals ook vragen per telefoon en per post binnenkomen. Zulke zaken liggen binnen de lezerskring nogal verschillend. Ook bij advertenties blijft het moeilijk. Kritiek is er natuurlijk altijd wel geweest. Soms van twee kanten. Voor de één is het te veel en voor de ander te weinig. De één vindt het te scherp en de ander weer niet scherp genoeg. Je probeert als (hoofd)redaktie met je lezers in gesprek te blijven, zonder dat je met twee monden praat. Het is ook nodig hier en daar bij te sturen.

Veel kranten en tijdschriften bieden de mogelijkheid aan de lezers om te reageren. Je ziet dan ook een beetje hoe de lezers over

een krant denken. Het RD kent die mogelijkheid niet (meer). Krijgt u toch wel eens reakties?

We hebben onlangs besloten om na de zomer toch maar weer te beginnen met de rubriek „ingezonden stukken". Die hebben we vroeger ook gehad, maar dat gaf nogal wat heibel. Met name wijlen ds. Vergunst. die toen voorzitter was van de Raad van Toezicht, was er erg voor die rubriek te laten verdwijnen. We zijn in april/mei j.1. met zo'n rubriek in „Terdege" begonnen. Dat kun je een beetje als proefkonijn zien. Dat gaat redelijk. We willen het dus na de zomer in het RD proberen.

Waar verwacht u de meeste reakties op? In de kerkelijke sfeer. De helft van de brieven die nu binnenkomen heeft ook betrekking op de kerkredaktie. Dat zal straks bij de ingezonden stukken ook wel het geval zijn.

In de gereformeerde gezindte liggen nogal wat gevoeligheden. Hoe probeert u daar rekening mee te houden?

Die liggen vooral op de kerkelijke grenzen. Soms ook wel binnenkerkelijk. Vanouds is natuurlijk nogal gevoelig de verhouding tussen de Geref. Gemeenten en de Geref. Gemeenten in Nederland. De laatste jaren ligt dat ook gevoelig in de Hervormde Kerk tussen, laten we zeggen de Waarheidsvriend en het Gekrookte Riet. Dat zijn dingen waar we rekening mee houden. We gaan uit van: gelijke monniken, gelijke kappen. „Standaardtarieven" voor intredediensten. jubilea, kerkbouw, enz.... Verder houden we een enkele keer ook wel rekening met dergelijke gevoeligheden door over bepaalde zaken iemand uit de betrokken groep te laten schrijven. Ja, "t is een heel gevoelig terrein. Ook bij vergaderingen en dergelijke moet je goed in de gaten houden dat je, als er bijvoorbeeld vier sprekers zijn. hen allemaal — in evenredigheid met de lengte van hun betoog — weergeeft, 't Gebeurt weieens dat iemand vindt, dat hij er in een verslag te bekaaid is afgekomen en dan gaat opbellen....

Sommigen karakteriseren het RD als , , Gereformeerde Gemeenten-blad" of als , , SGPblad". Hoe kijkt u daar tegen aan en hebt u er een verklaring voor?

Dat verwijt van „Geref. Gemeenten-blad" ken ik. Maar men bedoelt daar vaak mee: een blad van bevindelijk-gereformeerde signatuur. Wat de SGP betreft: er is tussen het RD en de SGP geen officiële binding. Wel is er een binding in èn de personele sfeer èn de principiële sfeer. In de personele sfeer: de president van de Raad van Toezicht is wethouder voor de SGP in Middelharnis, de vice-president is statenlid voor de SGP in Zuid-Holland. Ook zit er een SGP-gemeenteraadslid uit Staphorst in het bestuur, alsmede een Tweede Kamerlid en de sekretaris van het studiecentrum van de SGP. Verder is de heer Blees raadslid in Apeldoorn voor de SGP en ik sta ook nog op de kandidatenlijst van deze partij voor de Kamerverkiezingen. Die personele bindingen zijn natuurlijk niet toevallig. Organisatorisch/ officieel zijn er echter geen bindingen. We zijn vrij in wat we over de SGP wel of niet schrijven. In de principiële sfeer is de SGP voor ons de partij waar de nauwste relaties liggen. Het is niet voor niets dat we daar het grootste deel van ons lezersbestand hebben. Dat is ook iets dat we niet onder stoelen of banken steken. Wat dat betreft is de term „SGP-blad", hoewel deze officieel dus niet terecht is, in de praktijk meer terecht dan „Geref. Gemeenten-blad" in de zin dat het voornamelijk over en uit de Geref. Gemeenten zou zijn. Want dat is, als je een analyse maakt van bijvoorbeeld de kerkpagina heel duidelijk niet het geval.

Een journalist is beroepshalve nieuwsgierig. Nu kan nieuwsgierigheid te ver gaan. Welke (ethischej regels gelden er voor een journalist? We denken bijvoorbeeld aan , , het geval Lodewijkx”.

Dit is al even aangeroerd op het punt van die latente konflikten. We hebben weieens mensen afgeremd en gezegd: je mag het wel bijhouden maar voorlopig schrijven we daar niet over. Ja, wat zijn dan de uitgangspunten? In het Wetboek van Strafrecht staat iets over het opzettelijk aanranden van iemands goede naam en in de Catechismus wordt daar ook

over gesproken. Het probleem is vaak dat het om mensen gaat die geen goede naam hebben, althans, als ze hem nog hebben, ten onrechte. Wat de zaak Lodewijkx betreft: deze is heel zorgvuldig voorbereid. De uiteindelijke afloop van de affaire heeft ons gesterkt in de gedachte dat het verantwoord en zinvol geweest is hierover te schrijven. Achteraf kun je wel de vraag stellen of de wijze waarop het gebeurd is wel helemaal juist was, mede gelet op het feit dat ook familieleden dergelijke artikelen onder ogen kunnen krijgen.

Wij vragen ons bijvoorbeeld af waarom ten aanzien van de heer Lodewijkx vermeld moest worden dat hij een kleinzoon is van ds. Verhagen en dat hij zich al eens heeft aangemeld bij het curatorium.

Het typeert een beetje de man. Je moet het toch een beetje tegen een achtergrond plaatsen. Temeer, daar hij zich. zeker als hij klanten uit Elspeet en omstreken krijgt, en graag op beroept dat hij een kleinzoon van ds. Verhagen is. Zie, als hij nou helemaal met z'n verleden gebroken had en een praktijk in Limburg had opgebouwd, dan was die relatie minder van betekenis geweest. En moest het curatorium vermeld worden? Tja. waarom doe je dat? Toch een beetje om aan te geven dat degenen die zich daar aanmelden , .een gemengde hoop volks" vormen. Nogmaals: achteraf hebben we ons hier en daar wel afgevraagd of het niet iets ingetogener had gekund.

Is inderdaad bij dit soort dingen niet het gevaar aanwezig dat je wat, , Telegraafachtig" gaat worden, dus wat belust op sensatie? Zijn er toch geen , , spelregels" nodig?

Daar moetje mee uitkijken. Dergelijke artikelen kunnen natuurlijk wel zin hebben. Er zit een zeker waarschuwend element in: mensen laat je niet door vrome praatjes en vriendelijke woorden overtroeven. Want helaas zijn mensen, wier grootvader predikant was en die zelf ook dominee hadden willen worden, soms ook niet te vertrouwen. Zulke dingen liggen soms echter heel moeilijk. Er zijn natuurlijk grenzen. Er zijn bij het R.D. wel (ethische) regels, maar die zijn ongeschreven. Een regel is bijvoorbeeld dat hoor en wederhoor wordt toegepast. Een andere „regel" is, dat, ook al zijn negatieve dingen over iemand waar, dit op zich nog geen reden is om het in de openbaarheid te brengen. Als Aantjes postbode was gebleven, had niemand ooit over z'n verleden geschreven. Doordat hij in de openbaarheid ging treden en politiek een zeer vooraanstaande plaats ging innemen, werd z'n verleden belangrijker. Wat verdere „regels" betreft is het voor een groot deel een kwestie van aanvoelen wat kan en wat niet kan. Ook op het punt van foto's. Kijk. het is helemaal geen kunst om iemand te fotograferen in een minder gelukkige positie en om die foto af te drukken in de krant. Belangrijk is ook dat je, als je mensen beloofd hebt de dingen vertrouwelijk te houden, dit ook doet. Dan moet je niet gaan rondbazuinen: hc. luister eens, ja, je moet het niet verder vertellen, maar zo en zo is het geval. Want dan weetje zeker dat het overal komt. Houd dan je mond. zelfs tegenover je vrouw.

U bent hoofdredakteur. Hoe groot is de invloed en de inbreng van een hoofdredakteur?

Enerzijds is het hier een krant met een duidelijk hiërarchische struktuur (hiërarchisch = een gezag van bovenaf, volgens een bepaalde rangorde, red.). En dus niet zoals bij sommige andere kranten, waar de hoofdredakteur niet zoveel meer heeft in te brengen. Als ik iets niet in de krant wil hebben (wat mijn sektor betreft, want de heer Blees zorgt voor de zijne) komt het er niet in. Anderzijds is het RD niet het privé-bezit van de heer Blees en mij samen. We hebben natuurlijk een bestuur boven ons. dat — terecht — zich duidelijk met de zaak bemoeit. Je kunt natuurlijk als hoofdredakteur onmogelijk alles van tevoren doorlezen. Zelfs achteraf lees ik heus niet alles door. Je werkt hier op basis van vertrouwen. Je hebt geprobeerd mensen aan te trekken van wie je meende dat ze de kapaciteiten hebben en dat je principieel op hen aan kunt. Je hebt binnen de redaktie ook weer hoofden van redakties, aan wie je de begeleiding van de jonge

medewerkers voor een groot deel toevertrouwt. Natuurlijk, ik denk in een konkreet geval wel eens wat anders dan bijvoorbeeld het hoofd van de kerkredaktie, maar ik vertrouw het hem best toe.

Een andere konkrete vraag: nieuwe boeken worden door verschillende mensen gerecenseerd. Gebeurt dat willekeurig of wordt de keus van de recensent alleen bepaald door zijn/haar deskundigheid op dat terrein? Als het om wat belangrijker boeken gaat, letten we op twee dingen, net als bij het aannemingsbeleid: heeft de man er verstand van en vertrouwen we het hem, principieel gezien, toe? We maken overigens wel wat onderscheid tussen dingen die onder eigen naam van een medewerker verschijnen en andere artikelen. In het eerste geval zeggen we als er reakties komen: kijk, het staat op naam van die of die; in grote lijnen zijn we het er wel mee eens, maar u moet niet elke punt en komma op onze rekening schrijven. Verder houd je altijd wel wat rekening met gevoeligheden. Als het kerkelijk gevoelig ligt, dan zegje weieens dat het door iemand uit hetzelfde kerkverband moet gebeuren.

Het RD bestaat nu 13 jaar. Hoe is de kwaliteit vergeleken met kranten als Trouw en de NRC?

Al zouden wij journalistiek en financieel de mogelijkheden hebben om een krant te maken van de journalistieke formule van de NRC, dan zou dat niet eens verstandig en zinvol zijn. Globaal genomen is onze lezerskring qua maatschappelijke positie en opleidingsniveau als die van de regionale bladen. Trouw en zeker de NRC en ook de Volkskrant hebben een lezerspubliek dat er qua gemiddeld opleidingsniveau duidelijk boven zit. Je moet steeds je lezerspubliek voor ogen houden. Natuurlijk, daar zijn ook ontwikkelingen in. Onmiskenbaar valt er aan het RD veel te verbeteren, zowel in de breedte als in de diepte. Op het punt van de leesbaarheid, maar ook wat de principiële diepgang betreft.

Tot slot: hebt u enig idee hoe jongeren uit onze kring het RD lezen en er tegen aan kijken ?

Dat ligt nogal gevarieerd, wat voor een deel samenhangt met het opleidingsniveau. De kategorie jongeren die graag sportnieuws en wat andere „gemakkelijke kost" wil lezen en het verder voor gezien houdt, komt bij het RD niet zo aan z'n trekken. Een andere faktor is in hoeverre jongelui zich betrokken voelen bij de principiële uitgangspunten van de krant. Dat is helaas ook niet bij iedereen het geval. We proberen natuurlijk toch om ook jongeren wat te bieden. Kijk, een kinderrubriek voor de leeftijd van 4 tot 13 jaar is op zich niet zo moeilijk. Dat kun je best doen met verhaaltjes van Jan Jaap en zo. De leeftijd daarboven is veel moeilijker. Je probeert hen te bereiken door bijvoorbeeld verhalen te brengen die binnen hun belevingswereld liggen. Maar die is ook zeer verschillend. Al naar gelang ze kerkelijk meelevend zijn. kan ook de kerkpagina binnen hun belevingswereld liggen.

U probeert dus lezers van alle leeftijden een verantwoorde krant te bieden?

Ja. je probeert natuurlijk heel je abonneebestand aan te spreken en wat mee te geven, 'k Heb altijd geprobeerd om in de krant niet het aksent te leggen op hetgeen waar we tegen zijn. Maar op wat we vanuit onze bevindelijk-gereformeerde geloofsovertuiging naar voren moeten brengen. We hebben ook nooit krampachtig geprobeerd om het RD zoveel mogelijk anders te doen zijn dan andere kranten. Je hoeft van de nieuwsberichten geen stichtelijke verhalen te maken of met een „woord van toepassing" te eindigen, alsjeblieft niet. Maar wij hebben toch een boodschap, al gaan we die er niet dik bovenop leggen. Dat geldt ook voor de kommentaren. Waar dat zinvol is, halen we een bijbeltekst aan, maar ik acht me heel niet geroepen om dat iedere keer te doen. Ook vind ik het niet nodig om aan ieder kommentaar een principiële noot te geven. Anderzijds gaan we de principiële vragen niet uit de weg. Zo nodig gaan we tegen de stroom in. Kortom, 'k weet dat er veel aan de krant mankeert, maar we mogen, dacht ik, toch dankbaar zijn dat we al 13 jaar het RD hebben. Financieel gezien draaien we heel goed. We hebben nu een kleine 50.000 abonnees en daar kun je redelijk mee rondkomen als je een verstandig beleid voert, 'k Dacht ook dat de krant in het algemeen bij dc achterban een redelijke ingang heeft gevonden. Je zit toch ergens in een spanningsveld tussen enerzijds het leesbaar houden van de krant en anderzijds dat je wat mee wilt geven, ook naar de principiële kant. Je moet ook regelmatig de puntjes weer eens op de i zetten. Dat blijft nodig, want als je dat niet doet, dan zit het er dik in dat de zaak na verloop van tijd gaat verwateren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1984

Daniel | 31 Pagina's

De boodschap moet er niet te dik bovenop liggen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1984

Daniel | 31 Pagina's