Een waardevolle heruitgave
Opnieuw heb ik de'twee werkjes gelezen van wijlen ds. I. Kievit, destijds Ned. Herv. predikant te Baarn. Opnieuw, omdat het een heruitgave betreft van een tweetal brochures van zijn hand.
In oktober 1936 verscheen voor de eerste maal „Tweeërlei kinderen des Verbonds". Eerder in dat jaar, in maart 1936, werd een boekje uitgegeven onder de titel „Voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking, eis der Heilige Schrift". De tweede brochure was een bundeling van artikelen, die in het Gereformeerde Weekblad waren geplaatst. Jaren geleden werden de twee genoemde boekjes-opnieuw uitgegeven onder de titel „Verbond en prediking". Nu is er een tweede heruitgave te koop, keurig uitgegeven door Den Hertog B.V. te Houten.
Een halve eeuw, bijna, later blijkt er dus nog belangstelling voor deze geschriften te bestaan. Zij zijn ook volop aktueel; de bijbelse benadering doet het boekje zijn waarde behouden.
Een oude recensie
De verhandeling over de tweeërlei kinderen des Verbonds werd bij de eerste verschijning in 1936 gerecenseerd door ds. G. H. Kersten, als hoofdredacteur van De Saambinder toen, maar vooral ook omdat dit onderwerp zijn volle aandacht had. De Verbondstheologie was in die jaren in beweging. In de achterliggende jaren had hij een strijd gevoerd tegen onschriftuurlijke opvattingen omtrent het verbond der genade in andere kerkverbanden. Veel pennen waren in beweging gebracht; ook de pen van wijlen ds. I. Kievit. Ds. Kersten was het met het boekje „Tweeërlei kinderen des Verbonds" eens. Wij laten hieronder de toen in De Saambinder geplaatste recensie volgen:
Reeds geruime tijd wacht deze verhandeling van Verbond der genade op een korte bespreking in De Saambinder. De onderwerpen die ik te behandelen had, lieten geen ruimte over. Schrijver en uitgever houden mij het uitstel ten goede
Bespreking van , , Tweeërlei kinderen des Verbonds / Voorwerpelijke prediking eis der Heilige Schrift" door ds. I. Kievit. Uitg. Den Hertog B. V, Houten. Geb. 190 blz. Prijs f 19, 50
Het zal de lezers duidelijk zijn, dat vooral mijn aandacht getrokken is door de vraag of het verbond der genade geleerd wordt in verband met de uitverkiezing.
En nu betoogt ds. I. Kievit van Baarn duidelijk dat het verbond der genade is opgericht met de uitverkorenen. En hij staaft dat met veel bewijzen uit Gods Woord, zowel als uit de getuigenissen van de Geref. vaderen. Wel is er een tweeërlei betrekking tot het genadeverbond en kan alzo van tweeërlei kinderen des Verbonds gesproken worden, maar het verbond is één en de bondgenoten zijn de uitverkorenen, begenadigd in Christus door de Heilige Geest. Ook toont ds. Kievit klaar aan dat het verbond maar niet slechts bestaat in de aanbieding van de zaligheid (wat een indroeve opvatting toch!) maar dat het verbond de uitverkorenen al de goederen van het verbond deelachtig maakt. Al komen in dit werk uitdrukkingen voor die wij voor zijn rekening moeten laten, dat neemt niet weg, dat wij met de strekking van dit werkje ons geheel verenigen kunnen. Het moge naar wij van harte hopen, dienstbaar zijn tot een bevestiging van de aloude, beproefde leer, waarin naar de Schriften Christus als het Hoofd van het Verbond gesteld wordt, dat het verbond der genade is opgericht met de uitverkorenen. Daartoe gebiede de Heere over deze uitgave zijn onmisbare zegen.
(De Saambinder, 10 juni 1937)
Dat was de mening van ds. G. H. Kersten over het eerste boekje.
Wij kunnen alleen maar dit werkje van harte aanbevelen, ook als studiemateriaal voor de verenigingen.
Dat geldt niet minder voor het tweede geschriftje van ds. Kievit dat aan het eerste is toegevoegd. Voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking, eis der Heilige Schrift.
Het is niet lang, niet meer dan 63 bladzijden, maar het is de bestudering overwaard.
De prediking getoetst
Met genoegen maar ook met kritisch zelfonderzoek hebben we dit boekje herlezen. Beantwoorden we aan de eisen die de Schrift aan de prediking stelt? Schriftuurlijk laat de schrijver horen wat prediking is naar de Schrift. Helder laat hij horen wat voorwerpelijke prediking betekent en onderwerpelijke. Bovenal echter het innige verband dat er tussen het voorwerpelijke en onderwerpelijke is en moet zijn. Het Woord leeft namelijk in de Kerk en het hart van de Kerk leeft in het Woord. Prediking is niet een beschrijvende uiteenzetting, maar een getuigende verklaring met toepassing.
Duidelijk wijst ds. Kievit op de gevaren van de eenzijdigheden. De scheefgroei, die ontstaat door een eenzijdige voorwerpelijke, maar ook door een eenzijdige onderwerpelijke prediking bespreekt hij.
Hij laat horen de mening van Calvijn en van de belijdenis over de samenhang van de voorwerpelijke en onderwerpelijke prediking en laat zien uit het kanselwerk van de grote hervormer, hoe deze beide elementen wist te hanteren.
Aandacht wordt geschonken aan de noodzaak dat de prediker zelf kennis heeft aan het leven des geloofs. Calvijn zegt daarover:
Die behoorlijk het evangelie willen bedienen moeten niet allereerst leren spreken en roepen, maar in de consciëntie doordringen, opdat zij Christus in zich gekruisigd voelen en zijn bloed op hen druipt.
Wat moeten de dienaren van het Woord met dit Woord worstelen in de binnenkamer! Want wijlen ds. Kievit schrijft: Het vergeestelijken van de Schrift is gemakkelijker dan de geestelijke zin van de Schrift te ontdekken. Wat moet de prediker dan een teer geestelijk leven kennen, en een levende bevinding met een geheiligd verstand, benevens een geoefendheid in de Schriften! Het Woord moet leven in de prediker.
De raad van Voetius
Het gevaar is groot om door te gaan met citeren. Wij doen dat niet. Van harte mogen wij het aanbevelen aan jongeren en ouderen. Ook aan dominees en aan niet-dominees. De raad van Voetius, waarmee hij zijn inaugurele rede op 21 augustus 1634 afsloot, getiteld: Godzaligheid te verbinden met wetenschap, is het slot van het boek van wijlen ds. Kievit.
Een raad die voor ons allen geldt. Wij schrijven een deel van deze raad over uit de inaugurele rede:
Welaan, laat ons aan de heilige en openbare godsdienstoefeningen vasthouden en met opgewektheid deelnemen, de dag des Heeren, met terzijdestelling van onze gewone studiën, geheel wijden aan de oefeningen der godzaligheid en het onderzoek der Schriften.
Laat ons bovendien elke dag gelukkiglijk beginnen en eindigen met de gebruikelijke schriftlezingen, gebeden, meditaties en het vernieuwen van de bekering en het geloof als voertuigen van onze studiën. De beste orde bij al wat wij ondernemen, hetzij wij spreken of handelen is van God uit te beginnen en in God te eindigen.
Aldus Voetius tot zijn studenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1984
Daniel | 32 Pagina's