JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geef mij maar Amsterdam !

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geef mij maar Amsterdam !

14 minuten leestijd

Predikant zijn in deze tijd. , , Predikant zijn", wat betekent dat voor u?

Dat betekent voor mij in de eerste plaats geroepen te zijn om Gods Woord te verkondigen. Vanuit onszelf brengen we daar niets van terecht. Maar tot hiertoe heeft de Heere willen helpen en mag ik het menigmaal als een liefdedienst ervaren. Bij alle werk dat op je afkomt, moet je wel oppassen geen manager te worden. Je bent geen „direkteur" van de gemeente, al wordt wel gevraagd leiding te geven aan het werk in de gemeente. Maar dat moet samen met de kerkeraad gedaan worden.

Kunt u enkele kenmerken van deze tijd noemen?

’k Denk aan de voortschrijdende ontkerstening en dekonfessionalisering. Het gevolg is toenemende onkerkelijkheid en een horizontalistische levenshouding. Ook onder ons neemt het beslag van Gods Woord steeds meer af. De moderne mens acht zich autonoom. We leven in het iktijdperk. Op doop en belijdenis laten velen zich niet meer aanspreken. Het wordt toegestemd, maar de betrokkenheid wordt gemist. En als het ambt het niet meer doet, om het zo eens te zeggen, tja.... dan is er weinig goeds te verwachten. Toch zal het Evangelie gepreekt moeten worden.

Hoe ziet u uw taak als predikant met betrekking tot de tijd waarin we leven?

Zoals ik al zei, zal de Naam tot zaligheid, de noodzakelijkheid van de waarachtige bekering gepreekt moeten worden. Dat hebben de oudvaders, en hier denk ik speciaal aan Van de Groe, ook gedaan. Dat was ook de opdracht van de profeten in het Oude Testament. Mei, daarbij aansluitend natuurlijk een goed funktionerend pastoraat. Dat is ook erg belangrijk.

Zou er verschil zijn tussen het predikant zijn nu en, pakweg, zo'n 30 jaar geleden?

Kijk, wezenlijke verschillen niet, denk ik. Maar wat bijvoorbeeld aanpak en taalgebruik betreft, dat is wel belangrijk. Dat merkje heel duidelijk bij de katechese. Uit het hoofd leren bijvoorbeeld, dat is op de scholen tegenwoordig ook al zo heel anders dan vroeger. Voor de oudere katechisanten is het een hele opgave, 'k Begin wel met de schoolkinderen van 8-12 jaar het vragenboekje van Ledeboer en Hellenbroek te laten leren. Ook een stukje parate

Rondom de pastorie is veel groen en water. De zoon des huizes kan zich daar vermaken met surfen en de dominee heeft er ook weieens een enkele keer een hengel uitgeworpen. De weinige „ vrije tijd" die hij heeft, wordt overigens eerder besteed aan muziek (orgel en viool) en fotografie. Ook heeft ds. Snoep eens een uitvoerige studie gemaakt van de reformatorische kerken in Noord-Holland.

We worden hartelijk ontvangen door mevrouw Snoep, die al op de uitkijk stond. Defamilie Snoep woont sinds 1978 in Oostzaan. Op 13 december van dat jaar is ds. Snoep bevestigd tot predikant van Amsterdam-N. Daarvoor heeft hij 10 jaar de gemeente van Vlissingen gediend. Een mooi schilderij van de boulevard in Vlissingen herinnert aan die tijd.

Van huisuit is ds. Snoep geen theoloog, maar technicus. Hij is op 21 september 1930 geboren in St. Pancras (, , Heel leuk, want dat dorpje ligt dichtbij de evangelisatiepost in Alkmaar, die onder A 'dam-N. valt", aldus de dominee). Toen Alexander 3 jaar was, zijn z 'n ouders naar Kapelle-Biezelinge verhuisd. Na de H.B.S. (B) ging hij naar de H.T.S. (werktuigbouwkunde). Tot 1964 werkte hij op het laboratorium van de Kon. Demka Staalfabrieken in Utrecht. In dat jaar werd (toen nog) de heer Snoep toegelaten tot de Theologische School in Rotterdam, waar in die tijd zo'n 13, 14 studenten op zaten. Nu wordt dus al weer bijna 6 jaar de gemeente van A'dam-N. gediend. Weliswaar een kleine gemeente, maar er is werk genoeg. Bezoeken nemen veel tijd in beslag, omdat de leden erg verspreid wonen. En wat denk je van een ziekenhuisbezoek in Amsterdam? Een bericht als „een file van 5 km. voor de Coentunnel" klinkt ons bekend in de oren. Daar staat de dominee ook regelmatig tussen. In de gemeente worden veel aktiviteiten ontplooid. O.a. kontaktmiddagen voor bejaarden, een jeugdklub die heel goed loopt, een j.v., enz. Ook heeft ds. Snoep al jarenlang een gesprekskring verzorgende beroepen. Daarnaast is hij sekretaris van het deputaatschap B.B. V. (Belangenbehartiging Bonden en Verenigingen), 2e voorzitter van het Deputaatschap Bijzondere Noden en voorzitter van „De Vluchtheuvel". Verder is er ook het nodige werk in de konsulentgemeenten. Ds. Snoep heeft dus ook buiten z'n Amsterdamse gemeente nog heel wat te doen. Dit hoort er volgens hem bij: , , Aangezien er maar weinig predikanten zijn, ben je ook een beetje dominee van alle Gereformeerde Gemeenten”.

vraaggesprek met ds. A. Snoep over „predikant zijn in deze tijd”

bijbelkennis, teksten en iedere keer een psalmvers. Voor de - 16 en de +16 werk ik met de uitgave „Met de kerk der eeuwen". De oudere katechisanten werken het prettigst met zo'n methode.

Kunt u wat zaken noemen waarmee een pastor heden ten dage in de gemeente gekonfronteerd wordt en wat men 10 a 15 jaar geleden misschien nog bijna voor onmogelijk hield?

Toen ik ± 15 jaar geleden begon, werd je nog niet zo sterk met de (jeugdwerkloosheid gekonfronteerd. Door de ekonomische teruggang komt dat probleem nogal eens voor. Verder kan ik alles samenvatten onder de naam: psycho-sociale problemen bij jongeren en ouderen. Denk bijvoorbeeld aan het weglopen van jongeren en de ontwrichting van huwelijken. Vele hulpvragers moeten begeleid worden. Als voorzitter van „De Vluchtheuvel" weet ik, dat nog maar een topje van de ijsberg boven water is gekomen. De nood is erg groot. Ook onder ons!

Jongeren in deze tijd. We zien twee gevaren die jongeren bedreigen. Enerzijds de lokstemmen van de wereld en anderzijds de aantrekkingskracht van verschillende sekten en stromingen, alsmede van de „evangelische beweging". Hoe ziet u in dit opzicht de taak van een predikant?

We moeten de jongeren zo vroeg mogelijk kerkelijk besef aankweken, 'k Vind dat een heel belangrijke zaak. Waarom ze gedoopt zijn. Waarom ze van de Gereformeerde Gemeenten zijn. Ze zijn niet zo maar „gedropt" in onze gemeenten, maar dat is het beleid van Gods voorzienigheid. Als predikant moetje wijzen op regelmatige trouwe kerkgang en ook het bezoeken van de katechisaties en de verenigingen. Rond het Woord moeten de jongeren zoveel mogelijk samenkomen. Het is nuttig als dominee eens een onderwerp te houden of een preekbespreking, 'k Heb ze hier wel eens een preekschets meegegeven om die daarna met elkaar te bespreken. En dan moeten we de jeugd natuurlijk ook waarschuwen en hen vooral het geluk van Gods volk voorhouden. Als je hen iets vertelt van wat de Heere aan je ziel gedaan heeft en hoe je zelf met vragen zit, dan kweekt dat een band en dan luisteren ze, hoor. De jongeren moeten er ook in de prediking bij betrokken worden.

Een ander gevaar is dat onze jongeren uiterlijk kerkelijk wel meeleven, maar geen enkele innerlijke betrokkenheid gevoelen. Het verschil tussen zondag en maandag is dan vaak erg groot. Welke boodschap hebt u voor zulke jongeren?

Ja, daar ben ik het erg mee eens. Ze zitten wel in de kerk, maar dan komt de maandag.... Nou, 'k wil hen zeggen, dat ze er zich niet voor moeten schamen gedoopt te zijn en te behoren bij de Geref.

Gemeenten. Het is overigens erg belangrijk hoe het in het gezin toegaat. Jongeren moeten de voorrechten leren zien van het leven onder Gods Woord. Er zou meer een leven naar Schrift en belijdenis moeten zijn. Laten we echter beseffen dat ook dat op zich niet voldoende is. Bekering, dat is nodig!

Jongelui vinden het soms moeilijk om de preken te volgen, omdat woorden en termen gebruikt worden die ze niet begrijpen. Wat kan een predikant doen om hen zoveel mogelijk bij de prediking te betrekken?

Ja, dat wordt wel gauw gezegd, maar ik geloof daar niet zo in. Vaak verschuilen ze zich daarachter. Ik hou niet zo van die uitdrukking „termen". Wat wordt daar precies onder verstaan? Helaas verstaan velen de taal van de Bijbel niet meer. Dat is de grote onkunde; een symptoom van deze tijd. Men weet niet wat het betekent om gedoopt te zijn. En woorden als wedergeboorte, rechtvaardigmaking en dergelijke zijn toch voluit bijbelse begrippen? 'k Zeg weieens, dat ze op school of op college veel ingewikkelder stof moeten aanhoren.

Maar is het dan niet nodig om duidelijk te maken wat met bepaalde woorden en termen bedoeld wordt?

Hier ligt een taak om de jeugd op de katechisatie te onderwijzen. De katechese is van enorm veel belang voor de vorming van onze jongeren. Evenals het verenigingswerk, zoals dat door de Jeugdbond begeleid en gestimuleerd wordt, 'k Ben blij met het materiaal dat wordt uitgegeven. Natuurlijk moeten we ook eenvoudig preken, dat is nogal wiedes. Wat dat betreft vind ik de aanpak en het taalgebruik erg belangrijk.

Er wordt weieens beweerd, dat jongeren op katechisatie veel kritischer zijn dan vroeger. Ze kunnen zo nu en dan met heel scherpe vragen komen. Is dat uw ervaring ook en hoe vindt u dat?

Laat ze maar komen! Daar ben ik niet bang voor. En als ik het niet weet, durf ik dat ook wel te zeggen. Stelden ze maar meer vragen. Dan geven ze er blijk van over de dingen van Gods Koninkrijk na te denken. De katechisatie wordt er ook levendiger door. Als het erg negatief bedoeld is, merk je dat al gauw.

Is het o.a. in verband daarmee nodig dat een predikant op de hoogte is van allerlei hedendaagse problemen en aktuele ontwikkelingen?

Zeer beslist. Je moet als predikant zo breed mogelijk georiënteerd zijn. Kerkelijke en aktuele zaken moeten in gebed en prediking een plaats krijgen. Verder is je oriëntatie onmisbaar voor het pastoraat.

Maakt het volgens u nog verschil of je predikant bent in een grote stad in het westen of in een dorp ergens in het land?

Och, eigenlijk zijn de mensen overal gelijk en hebben ze allen hetzelfde nodig, al is de volksaard wel verschillend. Persoonlijk voel ik meer voor een stad. Waarom weet ik zelf niet. Dat was vroeger al zo.

In ons blad van 2 maart j.l. staat een artikel over de hoofdstad van ons land (, , Ook voor Amsterdam...."). Daarin wordt Amsterdam , , het domein van de slang" genoemd. We kregen naar aanleiding van dat artikel verschillende positieve reakties, ook uit Amsterdam. Sommige lezers waren echter van mening dat dit artikel een verkeerde, op z'n minst een eenzijdige voorstelling van Amsterdam geeft. En u?

Dat ben ik met die lezers eens. Ik kan dat goed meevoelen. Het artikel geeft een eenzijdige voorstelling van Amsterdam. En mag je een stad , , het domein van de slang" noemen? Dat is een veel te zwaar geladen uitdrukking in dit verband. Het zal veel mensen getroffen hebben, hoewel de ouderen daar wel mee hebben leren leven. Dat negatieve imago is al heel oud. Natuurlijk wordt hier op onbeschaamde wijze de zonde gediend. Maar is dat hier zo anders dan in Rotterdam, Arnhem, Groningen en Den Haag? En zijn Almelo en Woerden zo heilig? Je moet maar de naam hebben. Ons aller hart is van nature het domein van de slang. Daar zijn alle zaden van boosheid te vinden. Laten we dat niet vergeten. Ook niet, dat bij God alle dingen mogelijk zijn. Vergeet ook niet wat voor brok nood er zit achter veel zonde en ellende die je hier ziet. Er gebeuren evenwel ook wonderen in de stad! Er is zelfs nog een volk van God in Amsterdam, 'k Wou dat hier een evangelist van ons zou werken. Het Leger des Heils en het Heil des Volks (waar de heer Frinsel direkteur van is) doen wat ze kunnen. Daar kom je van onder de indruk. En als je dan ziet dat in de passage bij C & A een oud mannetje op zaterdagmiddag traktaatjes staat uit te delen, dan denk ik: zij doen dat, maar wat doen wij? ? Soms zou ik zo wel op de Dam folders willen uitdelen. Er zijn veel mogelijkheden en anderen, die er zo in bezig zijn, beschamen je. We zaten onlangs in een restaurant op het Spuiplein. De serveerster vroeg: „Meneer, wat ziet u er netjes uit, wat doet u eigenlijk? " 'k Zei dat ik dominee was en 'k vroeg haar of zij ook naar de kerk ging. Zo kwam er een gesprekje op gang. Ze liep even later weg met boekjes van de Reveilserie in haar schortzak.

Kortom, u wilt dus een andere kant van de stad laten zien?

Ja zeker. Vergeet niet, dat er ook nog heel veel nette mensen in de stad zijn. Hartelijk en behulpzaam. En de historie van de stad is boeiend. Een mooi artikel stond enige tijd geleden in de vakantiebijlage van het R.D. (over een wandeling in de „Jodenhoek"). Zoiets doet de Amsterdammers goed!

Naar aanleiding van dat artikel in , , Daniël" vertelde een meisje, dat ze op (een reformatorische!) school erop aangekeken wordt dat ze uit Amsterdam komt. In dit verband kunnen we wel spreken van diskriminatie. Merkt u daar ook wat van onder uw katechisanten?

Niet zoveel. Ze maken er niet zo'n probleem van. 'k Zei al, het is een oud zeer. Besmet gebied. Maar zakkenrollers, enz. zijn overal. Als je de waarschuwingen leest van de A.N.W.B. voor vakantiegangers in het buitenland, dan denk ik: Geef mij maar Amsterdam! En dan moet je bijvoorbeeld weten, dat de Jordaners op onze kerk in Centrum passen, want het is

hun kerk. Kom er niet aan, want dan is het niet best Als je in Amsterdam komt, gaat het er maar om watje er zoekt en wat je hier wilt zien. En laten we toch ook niet op de mensen, die middenin de zonde leven, neerzien, 'k Zeg nog weieens in een preek: wij weten veel beter, maar we doen niet beter. Dat is in wezen veel erger.

Hebben uw katechisanten het moeilijker dan bijvoorbeeld jongelui in uw vorige gemeente?

Nee, beslist niet. 'k Vind de mensen hier erg tolerant. En 'k heb respekt voor onze mensen, die hier sinds jaar en dag wonen en werken en hun belijdenis uitdragen. Ja, je kunt je natuurlijk ook gehaat maken.

In een artikel over de kerken in Amsterdam lazen we, dat twintig kerken gesloten moeten worden, omdat het kerkbezoek zo terugloopt. Wat is volgens u de oorzaak hiervan? Merkt u er ook wat van?

Vroeger was het heel anders, maar de leegloop is mijns inziens té wijten aan' heel de verschuiving in de theologie. Als de waarheid niet meer gepreekt wordt en alles erbij door kan...., dan werkje het zelf in de hand. Droevig verschijnsel. Ouderen weten nog van volle kerken en rechtzinnige leraars. Bij ons blijft het kerkbezoek vrij stabiel, net als elders in onze gemeenten. Helaas zijn er echter ook onder ons die de waarheid verlaten.

De discipelen kregen de taak om de hele wereld in te gaan en te prediken. Heeft een predikant alleen maar een opdracht ten aanzien van zijn eigen gemeente(n) of moeten we dat breder zien? Wordt in uw gemeente ook aan evangelisatiewerk gedaan?

Ja, nou en of! In de eerste plaats zijn we moedergemeente van de post Alkmaar. Dus er heel nauw bij betrokken. Met de gemeenten van Amsterdam-C. en Zaandam hebben wij een gezamenlijke evangelisatiekommissie. Met hulp van jongeren wordt er „gefolderd". Tot zelfs in Weesp toe, waar ouderen het bezorgwerk doen. 'k Heb dat zelf ook wel gedaan. Naast de Evangeliebanieren van het Deputaatschap Evangelisatie hebben wij een eigen vakantie-en herfstfolder. Verder preek ik enkele keren per jaar in een bejaardenhuis. Na de dienst delen we de preken van de Reveilserie uit. De mensen bedanken je soms met tranen in de ogen voor de „ouderwetse" preek. Ook hebben we als gemeente meegedaan met de Open Kerkedag op 10 maart j.1., georganiseerd door de gezamenlijke kerken. Er kwamen veel bezoekers en er zijn goede gesprekken gevoerd. Broeder Kwantes was er natuurlijk ook. Verder heb je hier tal van ziekenhuizen, 'k Heb daar eerst erg tegenop gezien, maar als pastor krijg je overal medewerking, 'k Heb er wonderlijke dingen meegemaakt. Ook de ouderlingen worden goed ontvangen.

Nog een slotopmerking?

’k Zou alleen maar willen wijzen op wat de Heere zegt in Jesaja 55 : 11. Zijn Woord zal niet ledig tot Hem wederkeren. Dat is bemoedigend en vertroostend. Dan kun je toch predikant zijn, ook in deze tijd. God zal immers doorgaan met Zijn werk. En Hij gedenkt in der eeuwigheid aan Zijn Verbond. Dan moet Gods Woord wel absoluut gezag hebben op alle terreinen van het leven. Werd dat maar meer beseft. Dan zou er meer gebeden worden: aak in Uw Woord mijn gang en treden vast, opdat ik mij niet van Uw paan moóg keren. Kijk, dan is er toch toekomst. En dan kun je nog werken, ook in 1984.

Ja, zelfs in een wereldstad als Amsterdam! Dominee, de Heere zegene u en stelle u nog vele jaren tot een rijke zegen. Hartelijk dank voor het fijne, openhartige gesprek. Uiteraard betrekken we in onze dank ook mevrouw Snoep. De Heere zij u ook als gezin een God van nabij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1984

Daniel | 32 Pagina's

Geef mij maar Amsterdam !

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1984

Daniel | 32 Pagina's