LAAT MIJ GAAN
De volgende morgen schrikt de zuster. Ze kijkt naar haar voet. Die is flink gezwollen en doet nogal.pijn. Maar even advies vragen aan de nederlandse dokter die in Aroek werkt. Ze is gelukkig vroeg genoeg voor de ochtendradio.
„Aroek - Sigen-Aroek-Sigen" roept ze al snel door de mikrofoon van haar radiozender. „Sigen - Aroek, hier ben ik; ik sta bij”.
Na een kort gesprek besluit de dokter dat hij toch beslist de voet van de zuster even wil zien. En er is een goede mogelijkheid om te komen vandaag, daar er juist een vliegplan is in de buurt van hun beider posten. De zuster deelt het bericht van de dokter aan Saboen mee. „Saboen blijf jij in mijn huis bij de radio? Ik hoop dat ik vandaag gelijk weer terug kan vliegen. Er is nu geen bewolking en het waait ook niet erg". Niet lang na het gesprek met de dokter wordt het geluid van het vliegtuigje in de vallei al gehoord. De mensen snellen naar het vliegveldje. Er wordt druk gesproken over het plotselinge vertrek van de zuster. De piloot heeft haast. Er is vandaag nog veel te doen. De zuster stapt snel in. Gordels worden vastgemaakt en het vliegtuigje vertrekt al weer. Een paar vrouwen huilen. Komt de zuster wel weer terug? De zuster zwaait naar de mensen. Aan het eind van het vliegveldje zitten ze al in de lucht. De zuster kijkt omlaag en wat ziet ze dan? Een jongen rent langs het vliegveldje in de richting van het zusterhuis en de poli. Het is Engdie! „O, als ik maar snel terug kan. Hij komt. vast om hulp”.
De dokter is erg blij dat de extra vlucht met de zuster lukte. „Ik dacht het wel", zegt hij wanneer hij het been bekijkt. „Dat zit niet goed. Je blijft mooi een paar dagen hier. Ik kan rustig wat röntgen-foto's maken. Je kunt hier best een poosje logeren. Gezellig voor mijn vrouw, is het ook". De zuster pleit voor een snelle terugkeer, daar er thuis een erge zieke is, maar de dokter vindt dat ze moet blijven. Dan maar weer naar de radio. „Sigen - Aroek, Sigen - Aroek, Saboen ben je er? " „Aroek - Sigen. Hier ben ik zuster. Hoe is het? " De zuster vertelt dat ze moet blijven en Saboen vertelt van Engdies komst.
„Maar zuster laat mij gaan. Ik kan nu toch een injektie geven. Geef me toestemming. Ik zal geen gevaarlijke dingen doen. Laat mij gaan". „Goed Saboen. Ik bid voor je hier in Aroek. Roep me morgenvroeg weer op met de radio. Selamat jalan Saboen".
De volgende ochtend zit de zuster al om zes uur bij de radiozender. Saboen, de zieke vader van Engdie en het gevaarlijke dorp! Aan al deze dingen moet ze denken. „Aroek - Sigen, Aroek - Sigen". O, wat fijn daar hoort ze de stem van Saboen door de radio. „Sigen-Aroek, Sigen-Aroek. Ja Saboen, ik sta bij. Vertel me vlug, hoe is het? " „Alles in orde zuster. Ik ben goed ontvangen bij Engdies familie. De vader heeft die gevaarlijke malaria. Precies zoals we al dachten. Het spuiten is goed verlopen. Vandaag ga ik weer. Ik neem dan ook het verhaal over de Heere Jezus in onze taal mee. Ik ben niet bang. Jouw God helt me zuster. Laat me vandaag ook weer gaan!”
„Ja Saboen, ga maar weer. Veel dank voor je trouwe hulp. Ik bid voor je. Ik vergeet je niet. Ik hoop dat ik weer snel naar je toe kan. Hoor ik morgen weer van je door de radio? Ook vandaag een goede reis Saboen! Selemat jalan!”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1984
Daniel | 32 Pagina's