KERKELIJKE JEUGD IN EEN ONTKERSTENDE WERELD
(Vervolg vragenbeantwoording)
De wereld, waarin kerkelijke jongeren terecht komen, is soms geheel ontkerstend. Dat kan ook in onderwijs en opleiding blijken. In de lezing over het hierboven vermelde onderwerp op de huishoudelijke vergadering ben ik ook ingegaan op de onderwijswereld. Er is gelukkig in Nederland nog veel reformatorisch onderwijs op het eerste nivo. Er is een aantal scholen voor voortgezet onderwijs en er zijn enige opleidingsinstituten op hoger nivo. Maar kinderen, die lager beroepsonderwijs willen volgen, vinden vaak geen instituut van de eigen gezindte in de buurt.
Een vragenstelster schrijft in dit verband over haar kinderen, die een agrarisch/technische opleiding volgen. De kinderen zijn ongeveer 14 jaar. Maar, nu citeer ik letterlijk: „Ze hebben geen enkele gelegenheid om voor hun brood te bidden en te danken, behalve op de w.c. Welke raad kunnen wij onze kinderen geven? ”
Dit is een schrijnende vraag. Er blijkt uit dat het soms moeilijk is een bepaalde levensstijl te handhaven. Toch meen ik dat in een dergelijk geval de ouders hun kinderen wel degelijk kunnen bijstaan. Niet zozeer door de kinderen instrukties te geven, al is dat ook goed, maar door zelf de schoolleiding te benaderen. U kunt als ouders erop staan, dat gelegenheid voor gebed gegeven wordt, bijvoorbeeld door de kinderen toe te staan even in een lokaal te blijven, of iets dergelijks. Misschien zijn er op de school wel meer ouders, die met dezelfde vraag zitten.
Hier is een gelegenheid om bijvoorbeeld door een brief of gesprek te laten zien dat het om kerkelijke jeugd gaat. Net als veel andere groepen hebben kerkelijke jongeren het recht hun eigen identiteit te kunnen waarmaken, ook als het om eenvoudige dingen gaat. Aarzelt u niet om eventueel onderwijsorganen uit eigen kring in te schakelen.
Nederland is in veel opzichten niet meer een christelijk land, maar dat betekent allerminst dat christenen zich in een hoekje moeten laten duwen. Integendeel, het kan een uitdaging zijn om de handen ineen te slaan (dat kunnen ook de handen zijn van leden van andere kerken uit de gereformeerde gezindte) en de ruimte voor de eigen levensstijl te vragen.
LEKTUUR VOOR KINDEREN
Andere vragen naar aanleiding van de gehouden lezing over „Kerkelijke jeugd in een ontkerstende wereld" hadden betrekking op lektuur voor kinderen:
„Ik wilde iets vragen over lektuur voor kinderen. U noemde sprookjes en andere lektuur die een schijnwereld oproepen. Maar wat betreft de kinderboeken die ook in onze kringen gelezen en voorgelezen worden, waarin geen godsdienstige strekking te vinden is, dus puur amusement, gewoon een leuk kinderboek, heeft dat nut om die voor te lezen? Als we Koelmans „Plichten der ouders" lezen, kunnen we toch veel meer doen dan we tot nu toe gedaan hebben aan onze kinderen. Aan de andere kant wordt wel eens gesproken van overvoeren met godsdienst. Het is moeilijk om hierin een weg te zoeken. Hebben andere moeders hier ook moeite mee? Wat denkt u daar zelf van? ".
Een andere vraagstelster maakt dit thema nog konkreter: „Bent u tegen Donald Duck, enz. enz. Persoonlijk ben ik dat wel. De kinderen vinden mij kinderachtig."
Deze vragen gaan over kinderlektuur. Een onderwerp waaraan best een heel artikel gewijd zou kunnen worden. Want er is een kolossaal aanbod van „leesvoer" in onze verrijkte wereld. Wat te kiezen? Hoe te selekteren? Het is in het kader van een korte vragenbeantwoording niet doenlijk uitvoerig op allerlei kwesties in te gaan. Twee opmerkingen mogen voor ditmaal volstaan.
In de eerste plaats: veel kinderlektuur heeft tegenwoordig een onwerkelijk karakter. Er gebeuren in de verhalen of strips allerlei onwaarschijnlijke dingen. En het loopt goed af, tenminste voor „het goede"; „het kwade" wordt een beetje gestraft, of tenminste op zijn plaats gezet. Dit is wel erg in het algemeen geschreven, maar ik meen dat het daar vaak op neerkomt: schijn, al of niet schoon, luchtballonnen, 't Is net als met een zeepbel: de wereld is erin weerspiegeld, maar bij de kleinste tik spat het ding uit elkaar.
Het is goed wanneer ouders het leesvoer van hun kinderen kennen. Zo maar verbieden werkt vaak niet goed. Maar een gesprek erover wel. Laten ouders de schijn en onwerkelijkheid onthullen. De werkelijkheid is vaak zoveel mooier dan de schijn. Maar ook: de werkelijkheid is zoveel anders, zoveel harder, zoveel wreder dan de droomwereld van kinderverhalen. Toch moeten de jongeren in die werkelijkheid leven. Hoe meer ze die werkelijkheid doorgronden, des te beter. Ouderen kunnen zelf het werkelijkheidsgehalte van lektuur best doorgronden. Ik hoef daarvan geen voorbeelden te geven. Kies lektuur, die verrijkt, die een goed beeld geeft van de werkelijkheid. Of, nog beter, vertel zelf eens wat. Laat de ontdekkingsreis in de wereld gebeuren aan de hand van de oudere, die hopelijk ook een goed voorbeeld zullen zijn.
’k Hoor wel eens geluiden, die zeggen dat de kinderlijke fantasie geprikkeld moet worden. Maar dat hoeft niet met kletskoek. Over de fantasie van kinderen hoeven de volwassenen zich geen zorgen te maken. In hun spel ontdekken de kinderen hun wereld heus wel. Maar ze kennen ook de grens met de werkelijkheid. Laten ouderen die grens niet vervagen door het aanbieden van onwerkelijke verhaaltjes. Jongere kinderen nemen de ouders serieus! Een tweede opmerking is hier op zijn plaats. Laat lektuur niet alleen een werkelijkheidskarakter hebben, maar ook een verantwoord levensbeschouwelijk uitgangspunt. Veel lektuur is geheel en al verwereldlijkt. Het hier en nu, schijngeluk, materialistische dromen, enz., spelen vaak een centrale rol en staan daarmee dwars op de boodschap van het Woord. Een kinderboek is geen deel van een prekenserie. De „vroomheid" hoeft er niet duimendik bovenop te liggen (Is die „vroomheid" wel echt? ). Maar laat de achtergrond gefundeerd zijn. Een goed kinderboek kan ertoe bijdragen, dat een kind de wereld leert zien, zoals die volgens Gods Woord is: een van oorsprong goede schepping, een gevallen mens, maar ook een oproep tot gehoorzaamheid, tot het luisteren naar de blijde Boodschap in alle (ook veroordelende) aspekten. Een kinderboek kan daarin voor-beeld-ig zijn zonder opgeklopte schijn. Vanzelfsprekend kan een begeleidend of afrondend gesprek kinderen helpen om het (voor)gelezen boek in bijbels perspektief te zien. Dat is het fundament waarop christelijk leven gebouwd wordt. Het is te wensen dat ouderen in dit opzicht niet alleen een „waarheid" kunnen doorgeven, maar ook uit eigen levens-en geloofservaring kunnen meedelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1984
Daniel | 32 Pagina's