KERKELIJKE JEUGD IN EEN ONTKERSTENDE WERELD
(Vragenbeantwoording)
De vorige keer (Daniël van 22 juni 1984) ging het over de vraag naar de „generatiekloof'. Die kan overbrugd worden door wederzijdse interesse en liefdevolle belangstelling van ouderen voor jongeren, én omgekeerd.
Eenvoudige ouders en geleerde kinderen
„Maar”, vroeg iemand, „veel jongeren uit onze gemeenten gaan studeren. Is het niet erg moeilijk voor eenvoudige ouders hun geleerde kinderen te begeleiden en te begrijpen? " Ja, vaak zal dat wel zo zijn. Maar het gaat er niet om dat ouders in alle dingen de kennis van hun kinderen evenaren. Het gaat er veeleer om, dat ze beseffen dat studerende jongeren problemen kunnen ontmoeten, waarop simpele antwoorden niet meer passen. Een gevoelvolle houding is zo vaak meer waard dan specialistische kennis, een luisterend oor dan een voorgeprogrammeerd antwoord.
Speciale vragen op wetenschapsgebieden kunnen beantwoord worden door deskundigen. Die zijn erop allerlei gebied ook in onze gemeenten of in bijbelgetrouwe kringen. (Belt u bijvoorbeeld bondsbureau of de jeugdwerkadviseurs).
Ouders zonder hogere scholing hoeven de vragen waarmee jongeren op hun studieterrein soms worstelen niet precies te kunnen beantwoorden. Als ze maar wel begrijpen dat zulke vragen er kunnen zijn en om een gefundeerd antwoord vragen. Dat antwoord kunnen eventueel anderen geven. Maar laat jongeren niet met een „vroom" kluitje in het riet van de „wereld" gestuurd worden.
Eigenwijs gebruik van verworven kennis
Aan de andere kant is het niet zo mooi als jongeren van hun verworven kennis een eigenwijs gebruik maken om ouderen daarmee in het nauw te brengen. Een vragenstelster zegt: „Bij veel studerenden is er een afzetten tegen de eenvoudige waarheid, die o.a. in onze gemeenten geleerd wordt. Zelfs predikanten hebben het dikwijls zwaar te verduren, doordat geleerde jongeren maar al te vaak kritiek hebben op de preken en het zelfs wagen om de predikant daarover op de vingers te tikken. Hoe ver moet dan het geduld gaan en begrip worden opgebracht? ”
Deze klacht is begrijpelijk. Sommige jongeren schijnen er wel eens behagen in te scheppen hun wijsheid (? ) over de mensen uit te storten. Ze raken haast onder de indruk van hun eigen woorden. Toch geldt mijns inziens ook hier: serieus nemen! Een opening voor een gesprek is pas daar, waar mensen elkaar willen beluisteren. Dat geldt uiteraard voor beide partijen! Als de wijsheid van jongeren nog niet zo ver gaat dat ze werkelijk kunnen luisteren, laten de ouderen dan maar tonen dat zij dit wel kunnen. Liefde opbrengen, ook in het luisteren, is niet zo gemakkelijk. Maar de liefde in praktijk brengen, betekent een geopend oor houden, ook als het volgestopt wordt met afwijzende of kritische opmerkingen. Wie eerst luistert heeft dan het recht een eerlijke terechtwijzing te geven, zo nodig.
We moeten bedenken wat er gebeurt als de gemeente, de gemeenteleden, de voorgangers het geduld niet meer weten op te brengen om te luisteren. Er ontstaat verwijdering, een echte kloof, wederzijds onbehagen. Het resultaat kan zijn dat een jongere zich afwendt, liever gaat luisteren naar een ander woord. In een ontkerstende wereld zijn er woorden te over. Maar het Woord van God roept op tot erkenning van Zijn Naam. Daar hoort bij de praktijk van het elkaar liefhebben, ook in gemeentelijke zin.
Wat dat betekent kunnen we lezen in 1 Korinthe 13.
Chr. Fahner
De avondvergadering
DE REGIONALE VERGADERING TE GRONINGEN (vervolg)
Na de bijeenkomst in de Hervormde Kerk van Ulrum, waar de heer Th. van Woerden sprak over „De Afscheiding in haar oorzaak en wording", bezichtigen velen de plaats waar de hagepreek heeft plaats gevonden. Tegen vier uur rijden de bussen terug naar Groningen, terwijl informatie gegeven wordt over het kerkelijk leven in die stad sinds de Reformatie.
In Huize Patrimonium wordt eerst koffie gedronken. Dan houdt dr. C. Smits, bekend schrijver van boeken over de Afscheiding, daar een lezing met dia's over:
„Afscheiding en emigratie”
Dr. Smits tekent de Afscheiding als een door God gewerkt noodzakelijk gebeuren en benadrukt dat kerkelijk Nederland er anders had uitgezien als deze niet had plaats gevonden. Toch moeten we de Afscheiding niet zien als het ontstaan van een ideale samenleving. Ook in de afgescheiden gemeenten trachtte satan verwoestingen aan te richten. Er ontstond al spoedig onenigheid over de vrijheidsaanvrage die door ds. H. P. Scholte was ingediend.
Na het mislukken van de aardappeloogsten in 1845 en 1846 besloten ds. A. C. van Raalte en ds. C. van der Meulen met hun volgelingen uit te wijken naar Amerika. Zij kwamen in de bossen van Michigan en stichtten er na een moeilijke beginperiode landbouwkolonies, zoals Holland, Overijssel en Zeeland.
Ds. Scholte vertrok in 1847 met ruim 800 mensen en stichtte de gemeente Pella in Iowa, zo genoemd naar de plaats waar in 70 na Chr. de christenen een veilig heenkomen vonden tijdens de belegering van Jeruzalem. Van 1845 tot 1877 vertrokken 12.000 afgescheidenen uit ons land en bevolkten vanuit het oosten Amerika.
Ds. Van Raalte zocht aansluiting bij de bestaande Reformed Church, maar daar waren niet alle emigranten het mee eens. Zij stichtten de Christian Reformed Church, die nog altijd bestaat. Ds. Scholte, gegrepen door de leer van het duizendjarig rijk, keerde zich uiteindelijk tegen elke kerkelijke organisatie.
Dr. Smits laat dia's zien van de havens en steden waar de emigranten in de vorige eeuw aankwamen en van Pella. Hij toont de kerk en pastorie van ds. Scholte en vele graven van uit Holland afkomstige families.
De avondvergadering
Na de maaltijd in Huize Patrimonium vertrekken de bussen weer naar de Magnaliakerk, waar het avondprogramma om zeven uur wordt geopend door ds. Th. van Stuy venberg. We zingen Psalm 77:7 en 8. De schriftlezing is uit 1 Timotheüs 6. Paulus mag, door kracht van Boven, Timotheüs opwekken tot standvastigheid. We lezen in vers 20: O, Timotheüs, bewaar het pand u toebetrouwd, een afkeer hebbende van het ongoddelijk, ijdel roepen en van de tegenstellingen der valselijk genaamde wetenschap". Dit pand is de leer van vrije genade, het om niet zalig worden. Deze woorden zijn op alle tijden van toepassing, zowel met betrekking tot de Afscheiding als ook nü. De Heere zal Zelf voor Zijn kerk zorgen tot de jongste dag. Maar wij moeten blijven bezinnen, zoals Timotheüs werd aangeraden, en niet afwijken. Er moet een bede in ons hart zijn: Heere, wijs mij Uwe wegen, die Gij wilt dat ik zal gaan". Ds. P. Honkoop houdt hierna een inleiding over:
„De nood der scheiding.... naar welke eenheid? ”
Hij begint met het leven van Psalm 80, de verzen 4 en 9 t/m 15. Enerzijds is er de nood der scheiding, anderzijds de noodzaak om samen te bezinnen en samen terug te keren naar de vaderlandse kerk.
De Afscheiding is niet zozeer een „afscheiden van" geweest, dan wel een „wederkeren tot", om als kerk in vrijheid te kunnen leven, totdat de Synodale Hervormde kerk terugkeert tot de leer der vaderen die zij verlaten had. In Psalm 80 vers 20 staat: „O HEERE, God der heirscharen, breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden". Maar hoe is het nü? Staan we daar wel bij stil en vragen we ons af wat de bedoeling van de Heere is? Moeten we blij zijn kerken der Afscheiding te zijn? Wat wij nu zien is allerminst verheffend.
De Afscheiding zelf was een rijke mijlpaal, want juist daardoor is de religie der vaderen bewaard gebleven en heeft men ware eenheid gezocht op grond van de formulieren van enigheid. Toch moeten we vaststellen dat de verscheidenheid van leven nü geen vanzelfsprekendheid mag zijn. Dat is de nood der scheiding.
Wie kan eenheid geven?
Op welke wijze moeten we dan eenheid zoeken? Het is duidelijk gebleken dat we die zelf niet kunnen bewerken. Het gaat ook niet om ónze vrijheid in die eenheid. Het gaat om één God, één Geest, één Doop, één Zoon van God, Die op aarde gekomen is om zondaren zalig te maken, n.1. Jezus Christus. Het zijn eeuwige belangen, zaken die het leven aangaan. Daarin moeten we één zijn. Wij mogen niet belijden door water bij de wijn te doen. Bij velen gaat het om een levensbelijden: m de gebrokenheid van de wereld, het huwelijk, het maatschappelijk leven. De kerk bloedt uit vele wonden en we moeten zoeken naar eenheid, maar alleen de Heere kan reformeren. Hij kan, wat wij niet kunnen, Hij kan eenheid geven in Hem. Wij zouden biddend moeten belijden wat in Psalm 80 : 9 t/m 15 staat: Gij hebt een wijnstok uit Egypte overgebracht, hebt de heidenen verdreven, en hebt denzelven geplant; Gij hebt de plaats voor hem bereid en zijn wortelen doen inwortelen, zodat hij het land vervuld heeft. De begen zijn met zijn schaduw bedekt geweest, en zijn ranken waren als cederbomen Gods. Hij schoot zijn ranken uit tot aan de zee, en zijn scheuten tot aan de rivier. Waarom hebt Gij zijn muren doorgebroken, zodat allen, die de weg voorbijgaan hem plukken? O God der heirscharen! keer toch weder; aanschouw uit den hemel, en zie, en bezoek dezen wijnstok". Maar in dit alles komt het aan op het persoonlijke geloof, om te horen bij de kerk van de heiligen der laatste dagen. Het gaat om het werk van die Herder, waardoor we ondanks alles toch nog kunnen belijden: Wij geloven en belijden
een enige, algemene, christelijke kerk". Deze kerk is er geweest van het begin en zal er zijn tot het einde der wereld en de Heere is hiervan een enig Koning. Zolang de zon er is, zal Zijn Naam voortgeplant worden. Al is die kerk verspreid, verstrooid over de hele wereld, nochtans wordt deze door één Geest behouden.
„O God der heirscharen! keer toch weder; aanschouw uit de hemel, en zie, en bezoek deze wijnstok”.
Sluiting
Na de pauze worden enkele vragen beantwoord en spreekt ds. Van Stuyvenberg een dankwoord. Hij zegt dat wij allen dankbaar moeten zijn omdat deze dag in vrede is verlopen en dat we onder de vrouwenverenigingen toch ook eenheid hebben mogen zien. De avond wordt met dankgebed besloten.
M. Scherpbier-Witvliet
Naschrift:
Als bondsbestuur willen we de dames van de vereniging te Groningen hartelijk bedanken voor de ontvangst op 23 mei en voor de uitstekende organisatie van deze dag. Verschillende bezoeksters uit het land zijn in de stad of provincie blijven slapen en hebben daardoor ook nog fijne kontakten gehad. We sluiten ons graag aan bij wat de dames van de vereniging van Dirksland op een kaart naar Groningen schreven: „Hartelijk dank voor de onvergetelijke middag en avond. Wij wensen u en uw vereniging in het hoge (haast afgezonderde) Noorden de verbondenheid onder elkaar, maar bovenal de gebondenheid aan Hem, uit Wien en door Wien en tot Wien alle dingen zijn”.
Z. C.-N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1984
Daniel | 32 Pagina's