JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VAKANTIEWERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAKANTIEWERK

Kort verhaal door Lenie Ippel-Breedveld

14 minuten leestijd

Op de deur is een groot stuk papier geplakt waarop met duidelijk letters geschreven staat: Geen vakantiewerkers. Paulien en Mariska kijken elkaar aan. Vol natuurlijk, zoals overal. Dom ook om zo laat te beginnen. Nergens is meer een gaatje. De gezichten van de twee vriendinnen staan niet bepaald vrolijk. Een lange zomervakantie is fijn, maar om enkele van die weken te besteden aan werk en daarmee een leuk zakgeld te verdienen, is toch ook aantrekkelijk.

Opeens horen ze een stem: „Hé buurmeisje, wat kijk jij somber? Wat is de reden? " Achter hen staat een jongen met een vrolijk gezicht. Maar Pauliens gezicht betrekt nog meer. „PfF, buurmeisje. Omdat onze achteroms op 't zelfde paadje uitkomen, daarom ben ik je buurmeisje nog niet". Janwillem heeft plezier om die vinnige reaktie. „En toch noem ik je m'n buurmeisje, of moet ik dat „buur" soms weglaten? " Nu vat Paulien helemaal vlam. „Wat ben je leuk! 'k Had liever dat je me aan werk hielp, dan deed je tenminste iets nuttigs". Janwillem fluit: „Ohhh, is dat de reden van je kwade bui!" Hij ziet het papier op de winkelruit. „Ga je mee Maris? " Paulien draait zich al om. Mariska volgt, toch wat onwillig. „Waarom deed je nou zo flauw? " „Flauw? Janwillem deed flauw. Denkt dat-ie leuk is! Laat-ie maar gewoon doen". Mariska zegt niets meer. Als Paulien eenmaal kwaad is, is er geen goed garen mee te spinnen. Zwijgend lopen ze door. Tot Paulien opeens uitvalt: „Hij heeft makkelijk praten. Z'n vader is bedrijfsleider, die heeft er wel voor gezorgd dat zoonlief een vakantiebaantje kreeg". Mariska weet wel wie haar vriendin met die — hij — bedoelt. Ze geeft geen antwoord. Wat heeft het voor zin? Paulien wordt kwaad. „Waarom zeg je nou niks? 't Is toch zo? Hij heeft een vakantiebaan niet nodig. Ik wel". Mariska's hoge lach klinkt door de straat.

„Arme jij!” Pauliens ogen worden donker. „Ja, arme ik. Je wéét toch dat ik aan 't sparen ben voor een fiets. M'n ouwe karretje is hard aan vervanging toe. Ik zoek geen vakantiebaan om van m'n verdiende geld buitensporige dingen te kopen! Ik heb een nieuwe fiets hard nodig". En, als ze het nog steeds lachende gezicht van haar vriendin ziet, valt ze kwaad uit: „Of niet soms? ”

Mariska knikt: „Ja, je hebt gelijk. Maar je weet toch wat je vader zei? Je kunt een nieuwe fiets krijgen, maar zonder fratsen. Nou, dan wil jij toch gaan sparen voor „fratsen? " Zijn dat dan geen buitensporige dingen? ”

Later, terugdenkend aan het begin, komt alles Paulien weer voor de geest. Hoe begon het? Janwillem was de aanleiding geweest. Paulien zit op haar kamer, doelloos voor zich uit starend. Ruzie met haar beste vriendin. Hoe is dat nou toch mogelijk? Ze hadden heus wel eens verschil van mening, maar echt ruzie, nee, dat was nog nooit voorgekomen. Als Paulien eerlijk is, weet ze dat het het meest van haar kant kwam. Toch wil ze dat niet toegeven, 't Is oneerlijk, onredelijk. Waarom heeft Janwillem een vakantiebaantje terwijl hij het helemaal niet nodig heeft? Hij heeft pas een nieuw karretje, een dure fiets. En waarom doet hij altijd zo vervelend? Ze wil zo graag als volwassen gezien en behandeld worden. En Janwillem doet net of ze nog een kind is, een kind dat je kunt plagen. Ze heeft Janwillem de rug toegedraaid en van Mariska is ze kwaad weggelopen. Mariska die niet veel zei op haar kwade woorden, alleen dat ene: „egoïst". En dat zit Paulien het meest dwars. Maar naar Mariska toegaan en schuld bekennen? Dat nooit!

Enkele dagen later komt Paulien met een tas vol rinkelende flessen de deur uit. De bomen langs de singel kijken zwijgend neer

op het voorbijkomende verkeer. De berm staat vol met fleurige bloemen. Nog een paar dagen en dan.... vakantie! Paulien zwiept de tas heen en weer. De rammelende flessen waarschuwen haar echter om wat rustig aan te doen. „Pauli, Pauli!" Een blij stemmetje. Buurjongetje Peter, de korte beentjes parmantig onder z'n matrozenpakje uitstekend, dribbelt naar haar toe. Hij strekt zijn handjes uit. „Pauli toe". Paulien straalt. Zet achteloos haar tas neer en tilt het ventje hoog op. Dan voelt ze iets aan haar rok trekken. Anneke, verlegen kleutertje, eist ook haar aandacht op. „Gaan jullie mee naar de glasbak? Mag jij helpen dragen Anneke. Kun je dat? " Het blonde kopje knikt: „Bést". Even gebaren naar het raam waar buurvrouw, die over enkele maanden haar derde kindje verwacht, toekijkt. Een toestemmend knikje. Ze geniet ervan om de twee kinderen bij zich te hebben. Luistert naar hun gebabbel. Schrikt op als ze een bekende plagende stem hoort: „Moeder met haar kindertjes aan 't boodschappen doen? " „Leuk!!!" „Ja he, en jij bent erg origineel. Je houd zeker van 't woord leuk? " En wonderlijk, Paulien die altijd haar woordje klaar heeft, weet deze keer geen antwoord. „Vanavond om zeven uur bij de brug verwacht ik je" en wég is Janwillem.

Die avond is ze om zeven uur present. Mam vroeg niets, maar heeft haar wel diverse keren onderzoekend aangekeken. Was haar rusteloosheid moeder opgevallen? Heel de middag heeft ze zichzelf voorgehouden: Ik ga niet, ik denk er niet over. Alsof hij me zomaar kommanderen kan. Waarom vroeg hij haar te komen? Janwillem ziet haar aankomen, steekt z'n hand op. Hij kijkt alsof hij een binnenpretje heeft.„Kreeg je toestemming van pa en ma? " informeert hij. En, als hij haar warm schuldig gezicht ziet, plaagt hij: „Offe.... héb je 't niet verteld? Foei toch!" Hè, waarom doet hij nu weer zo vervelend, behandelt hij haar als een klein kind. „Waarom moest ik hier komen? " vraagt ze stug. „Zal ik je straks vertellen, we gaan eerst een eindje fietsen". „Ja baas", antwoord ze. Snel kijkt hij opzij, maar Paulien is al opgestapt, kwaad op zichzelf. Was ze nu maar flink genoeg om naar huis te gaan, waarom gehoorzaamt ze aan zijn bevel? Ze rijden door een laan met dichtbebladerde bomen. Het zonlicht krijgt bijna geen kans om door het bladerdak heen te dringen. Maar juist de enkele zonnestralen die hun smalle banen over het pad werpen, maken de laan tot een wondermooi zonnepad. Op het blad van de wilde roos liggen regendruppels, klaar en helder, glanzende schitteringen. Paulien ziet het niet. Haar gedachten zijn met andere dingen bezig. Hoe kan dat nu toch.... het prettig vinden dat er een jongen naast je rijdt en je tegelijkertijd zo warm en opgelaten voelen. Plotseling maakt ze een schuiver doordat ze over een kiezelsteentje rijdt. Ze raakt het stuur van Janwillems fiets. Even slingeren ze, dan staan ze allebei naast de fietsen. Als reaktie op de schrik beginnen ze allebei te lachen. Paulien nog wat beverig. „Een mooie plaats om je te vertellen wat ik op m'n hart heb", begint Janwillem.

Pauliens hart klopt met luide slagen. Als Janwillem verder praat, is er één moment van teleurstelling, dan overwint de blijdschap het. In het bedrijf waar Janwillems vader werkt, is er, in verband met een spoedopdracht, plaats voor een extra vakantiehulp. Of Janwillem iemand wist, had pa gevraagd. Nou, die wist hij zeker! „Nu doe ik tenminste iets nuttigs", herhaalde hij grinnikend Pauliens woorden. „Vrijdagmiddag om twee uur word je verwacht bij pa op kantoor om werktijden, salaris enzovoort te bespreken. „Maar waarom zei je dat vanmiddag niet? " wil Paulien weten. „Omdat ik het veel leuker vond — om jouw woord leuk te gebruiken — om je dat onder vier ogen te vertellen". Janwillem kijkt in een paar glanzende ogen. Omdat ze vakantiewerk heeft, maar ook nog om iets anders.

De volgende dag komt ze, wandelend met Anneke en Petertje, Mariska tegen. Doen of ze haar niet ziet? Die ruzie is tenslotte nog niet bijgelegd. Maar Mariska neemt zelf het initiatief. „Hoi". Ze groet en stapt af. Even een pijnlijk moment. Dan steekt Mariska haar hand uit. „Ik was net op weg naar je toe. Sorry Paulien dat 'k zo vervelend tegen je heb gedaan". Paulien wordt er een beetje verlegen van. Ze is blij dat Mariska er weer is, maar spontaan schuld bekennen, dat kan ze niet. „Pete ookke hand". Mariska ziet hoe de verlegen Anneke zich vertrouwelijk tegen Paulien heeft aangedrukt, duim in haar mond. Ze ziet het koppige Petertje, die dwingend herhaalt: „Pete óókke hand". Haar aandacht is daardoor zo afgeleid dat ze er geen erg in heeft dat het — sorry — van Paulien achterwege blijft. Als ze merkt hoe Paulien met de kinderen omgaat, zegt ze hartelijk: „Probeer een baantje als kinderoppas te krijgen. Het ligt je". „Nee, dank

je, dat brengt geen geld in 't laadje". Paulien ziet hoe Mariska's gezicht betrekt, maar ze leest er ook de verwondering op als ze vervolgt: „Ik héb al een baan". En dan vertelt ze. Merkt Mariska de zweem van triomfantelijkheid niet die in de juichende stem doorklinkt? Haar: „Wat fijn voor je", klinkt zo spontaan en gemeend, dat Paulien zich wat beschaamd naar Anneke overbuigt en net doet of ze een knoop vastmaakt. Een driftig stampvoetend ventje naast haar, die 't wachten te lang gaat duren en die beveelt: „Pauli, stappe, kom", komt Paulien goed van pas. „Jahoor jongens, we gaan. Daag Maris". Ze probeert haar stem onbevangen te laten klinken, maar voelt zich beladen met schuld. Wat is ze toch een akelig kind. Ze is een vriendin als Mariska niet eens waard!

Een trieste regen tikt op de ruiten. Paulien luistert er echter met genoegen naar. Heerlijk, laat het maar regenen. Zij heeft vakantie. Vanochtend lekker luieren en vanmiddag om twee uur wacht het „sollicitatiegesprek". Ze ziet er toch wel een beetje tegenop, ook al heeft Janwillem gezegd dat het onzin is. „Ben je bang datje pa zo tegenvalt dat hij alsnog een ander neemt? " had hij geplaagd. Echt bang ervoor is ze niet, maar er is meer. Waarom krijgt zij die baan en heeft Mariska niets? Mariska is niet jaloers. Hoe anders zou zijn, Paulien, reageren! Mariska heeft gelijk. Ze is een egoïst, die altijd alleen maar aan zichzelf denkt. Als ik dit maar heb of als ik dat maar krijg. Ze draait zich op haar ander zij. Proberen nog een poosje te slapen. Hoe laat is het? Half acht pas. Jammer dat de huizen zo gehorig zijn, want in het buurhuis hoort ze Petertje huilen. Ze draait zich nog eens om, maar slapen lukt niet meer. En Petertje huilt maar door. Hoor hem toch eens. Hij krijst! Petertje is een lieverd, maar nu maakt hij het toch wel al te bont. En dat net nu ze eens fijn wil uitslapen.

De slaapkamerdeur gaat open. Moeders fluisterende stem: „Ben je wakker Paulien? " Ze zit meteen rechtop. Is er iets? Iets in moeders intonatie heeft haar opmerkzaam gemaakt. Moeder komt op bed zitten. Vertelt dat buurvrouw onverwacht naar het ziekenhuis gebracht is. Buurvrouws moeder is er nu, maar is zelf ook nogal van streek. Nog vóór moeder haar vraag stelt, staat Paulien al naast bed. „Dus daarom huilt Petertje zo. De lieverd. En ik lag maar te mopperen omdat hij bezig blééf. Ik ga direkt naar hen toe”.

Een opgeluchte en dankbare blik van oma de Weerd is haar deel als ze binnenstapt in het buurhuis. Een bewonderende blik die ze niet eens opmerkt als ze een uurtje later met de twee kinderen, in fel blauw en geel gehulde regenjasjes, door de regen stapt om boodschappen te gaan doen.

Buurman komt thuis. Z'n hart vervuld met hoop en zorg. Hoop voor het nog ongeboren kind. Een kindje dat eigenlijk nog niet geboren mag worden omdat het nog te klein is. Dat nog thuishoort in de moederschoot. Dokter heeft hem verteld dat, in ieder geval voorlopig de eerste weken, ziekenhuisopname noodzakelijk is. Z'n vrouw was flink. Hij zelf? De angst was om z'n hart geslagen. Dokter gaf goede hoop voor de baby, maar hoop was nog geen zekerheid. Hoe lang ging die ziekenhuisopname duren? En hoe moest het thuis? Moeder is direkt gekomen, maar zal ze het aankunnen? Vooral Petertje kan erg druk en driftig zijn. Plotseling middenin de zorgen. Hoe rustig was z'n vrouw. — Wentel uw weg op de Heere. — Hij kent ook het vervolg. — Vertrouw op Hem, Hij zal het maken. — Een prachtige tekst. Maar hoe ver staat hij er vanaf. Vertrouwen? Er is alleen maar vrees. Zorgen om vrouw en kinderen. Ook om de kinderen thuis. Een vreemde in huis? Petertje zal de hele buurt op stelten zetten. Maar dan is moeder er die hem opwacht. De kamer is opgeruimd. Bloemen op tafel. Wat een rust gaat ervan uit. Waar zijn de kinderen? „Heeft Paulien meegenomen om boodschappen te doen. Een schat van een meid en handig", prijst oma haar. Er komt een lach op buurmans gezicht. „Laat ze 't maar niet horen dat ze zo geprezen wordt". Wél is hij het met zijn moeder eens als hij later ziet hoe Paulien met de kinderen omgaat Zelfs het veeleisende Petertje kan geen loopje met haar nemen. Na een vergeefse poging om z'n zin te krijgen, gevolgd door een driftbui, komt hij naar Paulien toe. „Pauli lief, Petetje kusje? " daarmee aangevend dat hij haar volledig aksepteert en erkent. Zelfs oma zet Paulien naar haar hand, konstateert buurman met plezier. De bedrijvig ronddribbelende vrouw wordt door Paulien in een stoel gezet. „Gaat u nu eens zitten. U heeft heel de morgen al gelopen. Ik zorg voor koffie". En Paulien merkt niet hoe het geamuseerd aangehoord en gezien wordt door buurman. Een lachje van verstandhouding tussen

moeder en schoonzoon. En later komt de vraag. Het antwoord komt, zo spontaan, dat buurman beschaamd wordt om z'n vragen en zorgen. Hoe blij zal z'n vrouw zijn als ze dit hoort. Eer hij riep, antwoordde God!

Na de maaltijd slaat Paulien het tafellaken uit. Plotseling hoort ze moeders stem uit de aangrenzende tuin. „Ben jij dat Paulien? " En, na het bevestigende antwoord: „Vergeet je je afspraak om twee uur niet? " Ze loopt naar de afscheiding van coniferen, waar een „praatplekje" is zoals buurvrouw het noemt. „Die afspraak gaat niet door mam. 'k Was van plan om straks naar u toe te komen om het te vertellen”.

Moeders vragende gezicht verwacht een verklaring, „ik heb Janwillems vader gebeld en gevraagd of Mariska in mijn plaats mag komen. En ik heb hier m'n hulp aangeboden". Waarom zegt moeder nu niets? Heeft ze toch te impulsief gehandeld en had ze eerst vader en moeder om toestemming moeten vragen zoals buurman wilde? Maar ze was er zo vast van overtuigd geweest dat ze het goed zouden vinden. En nu zegt moeder niets. Wat angstig vraagt ze: „Vindt u het goed? " „Heb jij je goed gerealiseerd dat Mariska nu drie weken lang salaris krijgt? Gun je het haar echt of heb je het gedaan enkel omdat je iets „goed" te maken hebt? En heb je eraan gedacht dat Mariska nu drie weken lang met Janwillem samenwerkt? " Paulien voelt een vlammend rood opstijgen. Kent moeder haar zó goed?

„Vóór ik aan iets anders dacht heb ik buurman m'n hulp aangeboden. Omdat ik, hoe verwaand dat misschien ook klinkt, voel dat ik nódig ben. Mariska heb ik eerst m'n ekskuus aangeboden en toen pas verteld van de baan. En ik ben blij omdat zij er zo blij mee was, écht mam. Enne.... als kinderoppas verdien ik toch wat. 'k Hoef het niet voor niets te doen, zegt buurman, ook al verdien ik geen „schatten". En wat Janwillem betreft: 'k Heb hem ook gebeld en het gezegd. Enne.... dat was niet leuk". En weer hoort Paulien het korte gesprek. De reaktie van Janwillem. Bijtend, sarkastisch. „Ben jij zo gemakkelijk om te praten? Gaan een paar ukkies vóór mij? Eer ik nog es m'n best zal doen voor jou". Dat deed pijn. Juist omdat Janwillem het zei. Moeder ziet het in haar ogen, hoort het in haar stem. Maar ze merkt ook dat het met Mariska weer in orde is.

Een plagende stem, met een serieuze ondertoon: „Na m'n verklaring nu nogmaals de vraag mam: „Vindt u het goed? " Moeders antwoord komt spontaan: „Het is goed kind”.

En hóé goed het is, hoort ze wat later, 't Zonnetje heeft kans gezien door de wolken heen te breken en Paulien hangt de was op. Ze hoort Annekes hoge, zuivere stemmetje. En Petertjes vragende: „Pauli, kun jij ook vesje zinge? ”

„Jahoor, Pauli kan zingen". En in die juichende stem klinkt het geluk door.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1984

Daniel | 32 Pagina's

VAKANTIEWERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1984

Daniel | 32 Pagina's