UIT EEN DAGBOEK
23 mei 1984. Het is een sombere meimorgen. Op het perron Rotterdam-CS wachten flakkeese dames op de intercity die naar het Groningerland gaat. Precies op tijd vertrekt de trein. De dames en één heer vinden in de coupé „niet-roken" een goede plaats. We rijden richting Utrecht. Daar komen uit Gouda, Geldermalsen en Waardenburg nog meer dames de gelederen versterken, evenals in Zwolle, 't Is een lange reis, maar in de trein wordt gehaakt en gebreid,
zodat het lijkt of we op de vereniging zijn. Over de snelwegen rijden bussen naar het hoge Noorden met dames (en heren) uit de Noordoostpolder, Kampen en Lelystad. Maar ook de vrouwenvereniging „Eunice" uit Den Haag is op pad gegaan. In hun bus reizen de docenten en studenten van de Theologische School mee. Allen reizen naar hetzelfde doel.... Groningen! Daar staan bij het station twee bussen te wachten op de treinpassagiers. We ontmoeten er ook dames uit Vlissingen, Goes, Krabbendijke, Zeist, Hilversum en Den Helder!
150 jaar geleden....
De groningse vereniging „Bidt en Werkt" had bij de regionale vergadering een exkursie georganiseerd naar Ulrum, de plaats waar 150 jaar geleden Gods vinger de geschiedenis schreef. De uitnodigingen voor deze dag waren al in het vroege voorjaar uitgegaan tot alle verenigingen met de vraag: „Komt u ook? " En velen gaven aan deze oproep gehoor. Deze dag staat in het teken van gedenken: , , 'k Zal gedenken hoe voor dezen!" Het is
Een dag van terugblikken: „O God, wij mochten met onze oren, van onze vaad'ren horen, wat werk Gij in hun dagen wrocht"
Een dag van stil zijn, bij de nood der scheiding, dwars door de kerk der Reformatie: „Gij bracht, o God, in vroeger dagen, Uw wijnstok uit Egypteland; Gij Zelf hebt gunstig hem geplant, hem plaats bereid en mild besproeid".
Een dag van bezinning bij die scheidslijn: „Hoe lang, o Heere der legermachten, verwerpt Gij toornig onze klachten? "
Een dag van schuldbelijdenis, omdat wij het er niet beter afgebracht hebben: „Waarom hebt Gij zijn muren doorgebroken, zodat allen die op de weg voorbijgaan hem plukken? "
Een dag van ootmoedig vragen: „O God, breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden".
Een bijzondere belevenis is het met elkaar binnen de muren van Ulrums bedehuis te zijn. De opengeslagen Bijbel op de kansel roept ons toe: „Gods Woord houdt stand in eeuwigheid, en zal geen duimbreed wijken". In de branding van de Afscheiding van 1834, maar ook in onze 20e eeuw is nog van kracht: „Beef satan, Hij Die ons geleidt, zal u de vaan doen strijken". 24 mei 1984. Staande op de groningse Zuiderbegraafplaats bij de graftombe van Hendrik de Cock en zijn vrouw, vallen deze 150 jaren weg, gezien in het licht van de grote Opstandingsmorgen, want „Zalig zijn de doden, die in de Heere sterven, van nu aan; ja, zegt de Geest opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juli 1984
Daniel | 32 Pagina's