JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

’t Is Isrels God, Die krachten geeft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

’t Is Isrels God, Die krachten geeft

15 minuten leestijd

Dominee, u bent nu al meer dan 40 jaar predikant. Kunt u ook zeggen wat er voor nodig is om dominee te worden?

Wilhelmus a Brakel geeft daarover in zijn Redelijke Godsdienst een goede uiteenzetting. Er moet in ieder geval veel liefde tot God en Zijn kerk zijn. Ook moet de nood van onsterfelijke zielen op het hart gebonden zijn. De Heere kan bijzonder licht geven door een roeping op het hart te binden en te spreken door Zijn Woord. Maar dat behoort tot het extra-ordinaire. Als God roept, blijft, niettegenstaande alles wat de ziel beleeft, die begeerte en sterke aandrang. Je moet wel weten of het van God is of dat het je om je eigen eer gaat. En is begeerte alleen dan genoeg? 'k Geloof dat er meer bij komt. Brakel zegt ook datje een goed verstand moet hebben en dat je goed met mensen moet kunnen omgaan. Verder moet een dienaar des Woords niet twistgierig zijn. Hij moet zichzelf ook kunnen verloochenen. Lees maar wat Paulus erover schrijft aan Timothéüs (o.a. 2 Tim. 2 : 24). Dat is een bijbels antwoord. Dus nog veel beter dan wat Brakel zegt.

Is zegen op het werk een bewijs dat iemand door God geroepen is?

Als de Heere Zelf het zegel zet op de arbeid door het bekeren van mensen, is dat het beste bewijs dat iemand van God geroepen is. Als er geen zegen op het werk is, is het de vraag of men wel een goddelijke roeping heeft. Paulus zegt ergens: „Gij zijt onze roem in de dag van Christus".

Bij de intrede in uw eerste gemeente preekte u over Psalm 51 : 17: Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen". Heeft de Heere deze bede verhoord?

Dat heeft de Heere in rijke mate gedaan. (Mevrouw Zijderveld vult aan: Zelfs in de engelse taal.) 'k Heb meer dan 40 jaar mogen preken. Als je het allemaal optelt, dan is het meer dan 6000 keer, dat ik het Woord heb mogen verkondigen. Dikwijls rijke zegen gehad op de prediking, 'k Heb meegemaakt, dat er mensen krachtdadig tot bekering kwamen.

Hoe hebt u de tijd in de Verenigde Staten ervaren?

't Was een tijd van hard werken en van veel reizen. Meestal met de trein en de bus. 'k Was in die tijd onvermoeibaar. Verder moest ik natuurlijk vreselijk veel studeren in het engels om de taal te leren. Mijn vrouw heeft me enorm geholpen,

'k Heb ook veel engelse predikaties gelezen van Philpot, Spurgeon, Boston en andere

vraaggesprek met ds. G. A. Zijderveld

engelse theologen, 'k Heb ook veel gezucht. Soms had ik medelijden met mezelf. Toch opende de Heere m'n mond en dan was ik verwonderd dat ik in het engels kon preken. Als je ouder dan 40 jaar bent, is het haast niet te doen om nog theologisch engels te leren. Maar als je als predikant de taal niet beheerst, gebeurt het dikwijls dat de dominee èn de gemeente allebei martelaar worden.

wijze om het Woord te gaan prediken. „Dat was voor mezelf een extra-ordinaire roeping. Dat is me m'n hele leven tot kracht, troost en sterkte geweest." Ook ten aanzien hiervan zegt ds. Zijderveld dat niet iedereen zo geroepen wordt. Vader W. a Brakel zegt daarover, dat er sprake kan zijn van een krachtdadige roeping, maar dat het ook vanuit de begeerte van het hart kan zijn." In 1934 werd begonnen met de studie aan de Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Apeldoorn. Eerst een vooropleiding van 5 jaar (oude talen, letteren) en toen 3 jaar theologie. In 1942 werd kandidaat Zijderveld (toen nog ongehuwd) bevestigd tot predikant van de Chr. Geref. Kerk in Zaamslag. Daarna volgde Zwijndrecht (1945). Inmiddels gehuwd vertrok hij in 1948 naar Grand Rapids in de Verenigde Staten van Amerika. In de volgende gemeente die hij mocht dienen, Artesia (ook in de V.S.), kwam hij in 1955 over tot onze gemeenten. Vanaf 1956 werd Paterson (VS.) gediend en daarna Capelle aan den IJssel (1959), Middelburg (1963) en Hoofddorp (1979). Eind 1982 is aan ds. Zijderveld emeritaat verleend Samen met zijn vrouw woont hij nu in een rustige buitenwijk van Middelburg. Op zondagen gaat de dominee voor in de diverse vakante gemeenten in de omgeving. Op een mooie zaterdag in mei werden we gastvrij ontvangen door ds. en mevr. Zijderveld. Samen hebben we teruggeblikt op een lange, gezegende ambtsperiode. Gelet op de verscheidene uurtjes die we er zijn geweest en op de beperkte ruimte die we hebben, kunnen we niet meer dan wat flitsen van het gesprek aan jullie doorgeven We hopen dat het voldoende is om je te laten voelen hoe goed het is om de Heere te dienen. Hoewel de moeiten en zorgen de familie Zijderveld niet altijd bespaard zijn gebleven, hebben we toch mogen horen dat de dienst des Heeren een liefdedienst is.

Hoeveel gemeentes hebt u aan de overzijde van de oceaan gediend?

Eerst Grand Rapids. Toen zijn we naar Californië gegaan en vandaar naar Paterson. (Mevrouw Zijderveld: From the West Coast to the East Coast. O, o, dat was wat. Met twee auto's. Een reis van 5000 km! We hebben er een dag of 10 over gedaan. Nog een eind door de woestijn, met ijszakken voor op de motor. Maar we zijn ook door de bergen met sneeuw gereden. We hadden ieder een kind in de auto. Vooral als we slaperig werden, gingen we psalmen zingen. Zo hebben we de kinderen nog hollandse psalmen geleerd.)

In de V. S. bent u overgegaan van de Chr. Geref. Kerken naar onze gemeenten. Hoe hebt u die overgang ervaren?

Dat is een heel persoonlijke zaak. Schrijf alleen maar op, dat ik met liefde de Gereformeerde Gemeenten heb gediend en nog dien. Met liefde, daar moetje twee streepjes onder zetten! In het verleden heb ik ook met liefde de Christelijke Gereformeerde Kerken gediend. En ik heb er nog veel kontakten met mensen die behoren tot de ene algemene christelijke Kerk.

Wanneer is volgens u de overgang van de ene kerk naar de andere geoorloofd of zelfs geboden?

Dat is een moeilijke vraag. Daar kan ik het antwoord niet op geven. Dan kom je midden in de vraag van de afscheiding terecht. Zoiets moet je tussen God en je ziel uitstrijden. Je mag nooit je eigen weg gaan. Een dergelijke beslissing moet weloverwogen en met een biddend hart genomen worden.

In 1959 kwam u weer naar Nederland. De eerste gemeente die u toen diende was Capelle aan den IJssel. Hebt u nog herinneringen aan die tijd overgehouden?

Toen ik er kwam was het een kleine gemeente. Later kwam de groei, vooral doordat mensen vanuit Rotterdam naar Capelle verhuisden, 'k Heb er een goede tijd gehad. Bij de intrede sprak ds. Verhagen me toe. Hij zei: „Broeder,

gefeliciteerd! Wantje hoeft hier geen dominee te begraven...." En dat is waar. Als er dominees vóór je geweest zijn» zeggen de mensen vaak: „en zo zei ds het" of „maar ds zei het zo".

In 1963 ging u naar Middelburg. In de zeeuwse hoofdstad hebt u ruim 16 jaar mogen dienen. Was dat ook een goede tijd?

Zeer goed! Er zijn toen mensen tot God bekeerd, 'k Wist ook goed dat ik er naar toe moest, 'k Had twee beroepen tegelijk. Van Middelburg en van Kampen, 'k Dacht helemaal niet aan Middelburg, 'k Zag erg tegen zo'n grote gemeente op. Maar toen kwam de Heere te spreken: , , 't Is Isrels God, Die krachten geeft". En er zijn grote wonderen gebeurd, 'k Mag geloven dat de prediking voor velen tot rijke zegen is geweest.

U zegt dat er mensen bekeerd zijn. Men zegt weieens, dat we in een tijd leven, waarin jongeren nog nauwelijks horen vertellen over het werk der bekering. Zou u er wat meer over willen zeggen?

Laat ik voorop stellen, dat er geen geestelijk leven is zonder Christus. Bekering is het werk van een Drieënig God. Het is de Vader, Die trekt, de Zoon, Die roept en de Heilige Geest overtuigt van schuld en verlorenheid. Neem maar bijbelse voorbeelden. Hoe is Paulus bekeerd? Christus verscheen hem. En hoe is Zachéüs bekeerd? Christus riep hem. Hoe is Levi bekeerd? Christus zei: volg Mij. Of de ziel dan dadelijk Christus kent als zijn Verlosser, dat is een andere zaak. Maar het bestaat niet dat er geestelijk leven is zonder Christus. Dat kan niet. Zo hebben onze oudvaders ook gesproken. Het Woord zegt het ons: „De doden zullen horen de stem van de Zoon Gods en die ze gehoord hebben zullen leven." Er zijn wel terdege standen in het geestelijk leven, maar we moeten voorzichtig zijn met het maken van een schema van het geestelijk leven. Want de wind blaast waarheen hij wil, gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet van waar hij komt en waar hij heen gaat, alzo is het met een ieder die uit de Geest geboren is. God is zo eeuwig vrij. 'k Heb het meegemaakt dat er een man tot verandering kwam. Hij kwam meteen na Pasen vertellen wat God aan zijn ziel gedaan had. Hij mocht vertellen dat Christus voor hem gestorven en opgewekt was. Hij heeft wel een uur gesproken over het dierbare werk van Christus. Zijn ziel was vol van Gods goedheid en ontferming.

Kunt u, als u nu terugkijkt, Gods leiding in uw leven opmerken?

O ja. De Heere is met me geweest. Hij heeft me jarenlang kracht gegeven om Het Woord te verkondigen, 'k Heb heel wat mogen doen. 'k Heb mogen arbeiden in Gods Koninkrijk, mogen prediken, mogen schrijven en mogen vertellen van Gods grote daden. We hadden nooit gedacht dat we na de periode in Amerika nog terug zouden komen naar Nederland. Er blijven altijd vragen over in een mensenleven. Maar het is waar: „Ik zal de blinden leiden door de weg die zij niet geweten hebben en door paden die zij niet geweten hebben."

U bent nu al heel wat jaren werkzaam in de wijngaard des Heeren. Je hoort weieens zeggen dat de Heilige Geest minder werkt dan vroeger. Is dat uw ervaring ook?

In ons land is veel afval gekomen. Zo'n 40 jaar geleden werd er meer gesproken over God en Zijn dienst dan vandaag. Er was ook meer liefde onder elkaar dan tegenwoordig. Maar wie beoordeelt of de Heilige Geest minder werkt dan vroeger? Dat kan de Heere alleen beoordelen. Hij ziet het hart aan. Maar dat de Heere doorgaat met Zijn werk, dat is zeker. De Heere werkt nog wel terdege met Zijn Geest! De vraag waar het om gaat is: wat is bekering, wat is wedergeboorte, wat is geestelijk leven? De Bijbel is daar duidelijk genoeg over en de belijdenisgeschriften ook. Het is overigens een heel slecht teken als er in een gemeente geen mensen meer bekeerd worden. Dan mogen wij als ambtsdragers onszelf wel eens onderzoeken of we het werk wel goed doen.

Bent u in de loop der jaren ook veel jongeren tegengekomen die de Heere zoeken en vrezen?

Ja zeker! Er zijn er heel wat die tegenwoordig als ambtsdrager in de kerk dienen. En de Heere werkt nóg onder jongeren. Brakel zegt, dat de meeste mensen bekeerd worden in de periode van hun 17e tot hun 25e jaar. Soms heel jong. Van ds. Heikoop weten we, dat hij al op z'n 5e jaar het leven van Gods genade ontvangen heeft, 'k Heb het uit zijn eigen mond gehoord. En wat het werk van de Geest betreft, ds. Heikoop vertelde mij eens, dat de Heere hem als predikant in Utrecht en omgeving heeft gebruikt voor de bekering van 80 mensen. Laten de jongeren daar maar eens moed uit scheppen, want diezelfde God leeft nog! Jonathan Edwards, een zeer godzalig prediker in Amerika, heeft de Heere als middel gebruikt tot bekering van meer dan 300 mensen in zijn gemeente te Northhampton.

Het is alom in den lande bekend, dat de oudvaders uw vrienden zijn. Hoe is dat zo gekomen?

'k Ben ermee opgevoed. Ik heb ze van m'n jeugd af aan gelezen. Tot rijke zegen voor m'n hart. Of het nu Ambrosius was, of Schortinghuis of Brakel of Smijtegelt, 'k heb veel in hun werken gelezen, 'k Geloof dat onze vaderen het goede pad hebben gewezen. We mogen hun geschriften niet gelijk stellen met Gods Woord, want dat is afgoderij bedrijven met de oudvaders. Maar zij hebben het zuiver bijbelse, praktisch-bevindelijke leven beschreven. Ze hebben Theocentrisch en Christocentrisch gepreekt. Ook kun je bij hen duidelijk lezen wat de eigenschappen zijn van het geestelijk leven. Ds. G. H. Kersten, ds. Fraanje en ds. M. Hofman zeiden altijd: lees de oudvaders! Ds. Fraanje zei zelfs: bij de oudvaders vergeleken zijn wij maar nachtpitjes.

Naar wie van hen gaat in het bijzonder uw voorkeur uit?

Natuurlijk naar Wilhelmus a Brakel. Vooral omdat hij in z'n dogmatiek („De Redelijke Godsdienst", ja , dat is een dogmatiek) de bijbelse lijn zo duidelijk getrokken heeft. Eveneens naar Hellenbroek, Smijtegelt, Groenewegen, Van de Groe, P. Immens, J. van Laren, Beukelman, Teellinck, Comrie, Justus Vermeer, L. Myseras en vele anderen. En dan de engelse puriteinen. Owen, Rutherford, Boston, Watts, de Erskines en nog veel meer. Laat de jongeren en ouderen hun werken lezen!

Zijn die oude preken en zo niet moeilijk te lezen voor onze jongeren?

We hebben al 200 predikaties in de Reveilserie gepubliceerd. Die preken zijn in het hedendaagse nederlands herschreven. Weet je wie dat gedaan heeft? Nee, niet ds. Zijderveld. Maar de meeste zijn herschreven door wijlen Marinus Nijsse, de grote dichter van onze gemeenten. De preken zijn niet alleen geschikt voor persoonlijk gebruik, maar ook voor de leesdiensten. Deze preken zijn voor verschillende mensen tot eeuwige zegen geweest. De oudvaders spreken nog nadat ze gestorven zijn. Weet je wat een

ouderling van de Gereformeerde Kerk eens zei op een klassisvergadering ongeveer 60 jaar geleden? Het is koren uit Jozefs schuur, opgelegd voor de jaren van hongersnood En dat gaat vandaag ook nog op. Juist vandaag! Ze zijn zo duidelijk. (Dominee pakt de Redelijke Godsdienst van Brakel erbij. Hij bladert wat en citeert e.e.a. uit een stukje over de kenmerken van het geloof.) Brakel spreekt over het aannemen van de Heere Jezus door het geloof: „Zij (Gods kinderen) nemen de Heere Jezus dikwijls aan, ja wel duizend, en wel duizendmaal. ( ) Ook is dat aannemen hun dagelijks voedsel. En daarom doen ze het al weer en al weer." Enz. enz. (Deel I, blz 823 - Donner). Ook Comrie heeft het over het door het geloof aannemen van Christus en het geloven in Christus. En lees Smijtegelt eens over de kenmerken van het geestelijk leven. Klaar en duidelijk. Want kenmerken moeten gepredikt worden, maar geen wettische vroomheid!

Dominee, nog even een heel ander onderwerp. Van u is bekend, dat u uw vrienden in allerlei kerken hebt. Doet de kerkelijke verdeeldheid u pijn?

Jazeker. Ik vind het erg, dat men elkaar in de gereformeerde gezindte bekampt met allerlei vrome wapens. Dan gaat het vaak om eigen eer. Dan doen we net als de discipelen: Wie is de meeste onder ons? Maar de Heere zegt: „Indien gij niet wordt als de kinderkens, gij zult in het Koninkrijk der hemelen niet ingaan." 't Is toch droevig wat men allemaal over en tegen elkaar durft schrijven?

Wat moet de kerk en wat moeten wij persoonlijk hieraan doen?

Bidden of God met Zijn Geest wil komen werken. En het Woord laten spreken. Gods Woord houdt het ons anders voor. Er zijn echter mensen die een eigen bijbel fantaseren bij de Bijbel.

Het is ons, dominee, tijdens het gesprek opgevallen dat u de toekomst, gelet op de toestand in de wereld en in de kerk, bepaald niet optimistisch tegemoet ziet. U hebt als het ware de ziekte vastgesteld, een diagnose gemaakt. Maar is er nu ook nog een medicijn?

Ja zeker, we moeten bidden om een geestelijke opwekking. We moeten vragen of de Heere in rijke mate met Zijn Geest wil werken. Bidden of Hij dienaren wil uitstoten in Zijn kerk. Mozes zei: „Och, dat al het volk des Heeren profeten waren." Daar moet om gebeden worden. Dat de Heere ons mannen wil geven, vol van geloof en vol van de Heilige Geest. Het volk des Heeren moet getuigen. Niet alleen de ambtsdragers, maar ieder die God vreest. De nood van de kerk moet op ons hart gebonden worden. We moeten belijden: wij zijn van het heilspoor afgegaan. Laten we toch geen stenen werpen op andere kerken, maar ootmoedig bidden: Heere, bekeer ons, zo zullen wij bekeerd zijn.

Wilt u nog een slotopmerking maken?

Gods trouw rust zelfs op het late nageslacht! De Heere zal blijven werken met Zijn Geest, 'k Wil de jongeren opwekken om de Heere te zoeken. Laten ouderen hen vertellen wie de Heere wil zijn. Jongelui, worstel toch om met God verzoend te worden. Bid de Heere om genade en smeek om ontferming. De Heere Jezus zegt het: „Bekeert u en gelooft het Evangelie." Verschuil je toch niet achter je onmacht. Lees veel in het Woord van God. Verknoei toch niet je tijd met het lezen van wereldse boeken en allerlei rommel. Je kunt zelfs teveel tijd besteden aan de krant. Alleen als je de Heere mag kennen, ben je echt gelukkig. Dan ken je de gemeenschap met en de blijdschap in God. Wat heb je als je de Heere niet vreest? Niets!

Zo kwamen we in de loop van de zaterdagmiddag aan het eind van het 's morgens begonnen gesprek. Een ieder die ds. Zijderveld kent, zal begrijpen dat we niet naar huis gingen zonder een aantal van die bekende prekenboekjes uit de Reveilserie

Dominee en mevrouw Zijderveld, nogmaals hartelijk dank voor het fijne gesprek en de gastvrije ontvangst. De Heere, Die u van uw kindse dagen heeft geleid en onderricht, zij u samen goed en nabij. Wij hopen dat de dominee met de dichter van Psalm 71 nog enige tijd, ook op de preekstoel, van Gods wonderen blij mag blijven gewagen. God moge u samen bewaren bij 't klimmen van uw jaren.

Almelo/Capelle aan den IJssel P. Jansen/A. Kareis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1984

Daniel | 32 Pagina's

’t Is Isrels God, Die krachten geeft

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1984

Daniel | 32 Pagina's