JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE JEUGD IN EEN ONTKERSTENDE WERELD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE JEUGD IN EEN ONTKERSTENDE WERELD

vragenbeantwoording

4 minuten leestijd

Enige tijd geleden had ik het voorrecht een lezing te mogen houden op de huishoudelijke vergadering van de Vrouwenbond. Die lezing ging over kerkelijke jeugd in een ontkerstende wereld. We hebben gezamenlijk nagedacht over de jeugd en hoe jongeren zich voorbereiden op hun plaats in de samenleving, een proces dat al vanaf de eerste levensdag begint. We hebben daarna gezien wat het betekent om „kerkelijk" te zijn: e waarheid van Gods Woord te kennen en te horen van de geloofservaring. Maar ook hebben we ons verdiept in de moeilijkheden, die juist kerkelijke jongeren in de samenleving vaak te wachten staan. Die wereld blijkt immers zo vaak niet meer op een bijbels fundament gebouwd te zijn. Het kan gebeuren dat ouderen en jongeren, of niet jongeren in konflikt geraken, het oneens worden. Daarom zijn we tenslotte ingegaan op de manieren van begeleiden en wederzijds naar elkaar luisteren. Het is de taak van ouderen om de jeugd te wijzen op het licht van Gods Woord, zodat het levenspad daarnaar gericht wordt (Ps. 119:5).

De generatiekloof

Na afloop van de lezing zijn er nogal wat vragen gesteld of opgeschreven. Kennelijk raakte het thema velen. Lang niet alle vragen konden op de vergadering aan de orde gesteld worden. Op verzoek van het Bondsbestuur hoop ik in Daniël een aantal vragen nader te bezien. De eerste gaat over de generatiekloof. Iemand vraagt: „Op welke manier(en) kan de generatiekloof minder worden? " Degene, die de vraag stelde, voegt eraan toe: „Veel ouderen zijn hun jeugdige leeftijd vergeten." Zou daar misschien een oorzaak liggen? Ouderen van nu zijn ook jong geweest, waren misschien ook wel eens opstandig. Maar dat zijn ze nu vergeten. Daarom zou de generatiekloof groter zijn dan nodig is.

Laten we het probleem van de generatiekloof eens wat meer onderzoeken. Voorop staat, dat als de woorden ouderen en jongeren gebruikt worden, het daarbij niet alleen gaat om leeftijd in engere zin. Het gaat veeleer om kennis van en betrokkenheid op heden en toekomst, tegenover kennis van en betrokkenheid op verleden en heden. Begrijpelijkerwijs heeft, wie in leeftijd ouder is, groter kennis van het verleden en staat met die kennis in de wereld, kijkt daarmee ook de toekomst in. Maar jongeren zijn vaak meer gericht op het aksepteren van veranderingen, soms ook door onwetendheid.

Meer een verschil tussen leefwerelden dan tussen generaties

Nu de „generatiekloof'. Als men een nieuw woord vormt, lijkt het wel alsof daarmee ook het „verschijnsel" ontstaat. In veel gevallen lijkt ook de „generatiekloof' zo'n woord. De kloof hoeft er niet te zijn, kan overbrugd worden. Maar als we te lang de term hanteren wordt de kloof zo breed, dat het een ravijn lijkt,

waarvan de overkant alleen nog met een verrekijker te zien valt.

Wie bereid is te erkennen, dat onze wereld sinds de 2e wereldoorlog, of sinds de jaren '60, steeds veelvormiger is geworden, steeds „rijker" in allerlei opzicht, zal zich niet meer zo verbazen over het verschil in denken en doen tussen allerlei groepen mensen. De „generatiekloof' moet daarmee eerder worden opgevat als woord voor het verschil tussen leefwerelden van allerlei groepen, dan voor het verschil tussen oud en jong.

Ouderen van nu zijn jong geweest, hebben op hun wijze de wereld van de volwassenen van toen bekeken. Zijn ze dat vergeten? Ik meen, dat dit veelal niet het geval is. Alleen is de wereld van nu zoveel ingewikkelder, zoveel ongrijpbaarder voor wie bijvoorbeeld vóór de 2e wereldoorlog geboren is, dan voor iemand die gewend aan de verscheidenheid en daarin een uitdaging vindt. De kleine wereldjes, van een gesloten kerkelijke gemeenschap bijvoorbeeld of een besloten landelijke groep, zijn nauwelijks meer te isoleren. De grote, veelkleurige wereld komt op iedereen af. Alleen met oogkleppen op, zou iemand die overweldigende veelheid niet kunnen zien.

Wat generatiekloof heet, is dus vooral een kuituur-, een leefwereld-, en denkwereldkloof, of liever - verschil. Want wederzijdse bereidheid om naar elkaar te luisteren en over eikaars wereld te vernemen, dempt de kloof al snel: onbekend maar onbemind, vice versa. Het hoort bij de verantwoordelijkheid van ouderen om de wereld waarin nu jonge mensen opgroeien te kennen. Dan pas zijn ze in staat de norm van Gods Woord aan te leggen (zie bijvoorbeeld 2 Timotheus 3). Het zijn dan niet langer de jongeren, die geleerd en met begrip in de grote wereld ingeleid worden, maar de ouderen evenzo.

Soms vraagt dat een speciale deskundigheid, die lang niet iedereen kan opbrengen. Daarover een volgende maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1984

Daniel | 32 Pagina's

KERKELIJKE JEUGD IN EEN ONTKERSTENDE WERELD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1984

Daniel | 32 Pagina's