Vrees of vrede?
Openingstoespraak bondsdag
Hij was lang en bang. Lang. De Bijbel zegt ergens van hem, dat hij ter aarde viel, zo lang als hij was. En op een andere plaats lezen we van hem: hij was hoger dan al het volk, van zijn schouder en opwaarts. Nu zul je begrijpen over wie het gaat: koning Saul. Hij was lang, jawel, maar vooral bang. Als je het laatste van zijn leven in één woord wilt weergeven, dan is dat het woord: vrees. De beslissende strijd met de Filistijnen staat voor de deur. Nu gaat het gebeuren. En wat lezen we dan van Saul? Ik doe maar een greep. Toen Saul het leger der Filistijnen zag, zo vreesde hij en zijn hart beefde zeer. Toen zeide Saul: Ik ben zeer beangstigd; en Saul vreesde zeer vanwege de woorden van Samuël en hij vreesde zeer voor de schutters.
Een hart vol vrees, en wat een twijfelmoedig vragen! Een mens in grote nood, die vraagt: Zoekt mij een vrouw, die een waarzeggende geest heeft. En als hij te Endor is en de waarzegster hem heeft ontmaskerd, dan roept hij: Vrees niet, maar wat ziet gij? Hoe is zijn gedaante? Je voelt de spanning, je hoort de vrees, helaas tot het laatste toe. Immers, toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard en viel daarin.
Wat denk je: Lijken er vandaag vele mensen op Saul? Vrees, angst, opgejaagd worden, twijfelmoedig vragen. En kijk eens in je eigen hart; wat denk je daarvan? Is sedert de zondeval niet elk mensenhart een hart vol vrees? En de Heere God riep Adam en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in de hof en.... ik vreesde! Wat een diepe sporen heeft de zonde getrokken in jouw, in mijn, in ons leven.
Want onze zonde, die is de oorzaak dat er vrees is en geen vrede. Zeker je kunt proberen om jezelf er over heen te tillen. Je kunt dan doen of er geen vrees is in deze wereld en geen vrees in je hart. Je kunt een horoskoop laten trekken, je kunt zeggen: kruisraketten nee, kernwapens weg ermee! Je kunt proberen de vrees weg te lachen, of weg te drinken, maar dat lukt je niet. Augustinus zei: Ons hart blijft onrustig in ons, totdat het rust vindt in God.
Kan dat dan, dat je hart rust vindt en vrede?
Luister. Hoorden we zoeven van Saul aan het einde van z'n leven, nu letten we op een ander; ook een mens aan het einde van zijn leven. Hij staat voor 't vuurpeleton, zo zou je kunnen zeggen. Zijn vijanden laten het niet bij woorden.
Hoorden zij hun tegenstander spreken van vrede? Zag hij de heerlijkheid Gods en Jezus, staande ter rechterhand Gods? Wel dan: dood aan Stefanus! En daar vallen de stenen, geworpen met verwoed geweld. Maar wat een vrede op het gezicht van Stefanus, ja wat een vrede in zijn hart, als hij zegt: Heere Jezus, ontvang mijn geest, Heere, reken hun deze zonde niet toe.
Een mens in nood; je voelt de spanning, je hoort de vrede, Gode zij dank tot het laatste toe. Stefanus sterft met Jezus in het oog en de zaligheid in het hart, om voor eeuwig in vrede te wonen.
Saul, Stefanus; Stefanus, Saul. Laten ze niet allebei een boodschap achter? Ja, spreekt God Zelf daarin niet tot ons
door Zijn Woord? Buiten Jezus is er geen vrede, maar alleen vrees. Hoe groot is de goedheid Gods, dat in een wereld vol vrees, de vrede mag worden geproklameerd in de Vredevorst, de Heere Jezus Christus. Immers God, aan Wie wij de oorlog verklaard hebben, zou niet onrechtvaardig geweest zijn, als Hij 't ganse menselijke geslacht in de onvrede, de zonde en vervloeking had willen laten en om de zonde verdoemen. Maar hierin is de liefde Gods geopenbaard, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
En ook vandaag komt God met Zijn vredesvoorstel naar je toe. Jezus betuigt: Och of ook jij bekende in deze dag wat tot je vrede dient. Weet het, dat ook in de wereld van vandaag Gods welbehagen door de hand van Jezus Christus gelukkig voortgaat. Daar is vrede door het bloed des kruises. De Heilige Geest oefent aandrang op je uit op je jonge hart. Mijn zoon, mijn dochter, geef Mij uw hart.
Koning Saul heeft zichzelf willen handhaven en dan blijft alleen de vrees over. Is dat ook jouw leven? Zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen.
Stefanus is door Gods genade door de knieën gegaan. Dan komt er een andere vrees in ons leven: de vreze des Heeren. Is die er bij jou? Zo wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil, die zal het vinden.
Saul, Stefanus. Jij en ik, ik en jij, wij allen. Vrees of vrede?
Is er vrees? Wij hebben geen verontschuldiging, want de Heere Zelf laat de vrede prediken in de Vredevorst. Is er vrede? wij hebben geen roem, want 't is genade alleen uit de verdienste van Christus.
Vrees of vrede?
Laat de vraag dringen tot het gebed tot de God des vredes: Heere, verhef Uw aangezicht over ons en geef ons vrede. Hoor ons, Heere, uit genade, om Jezus' wil. Amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1984
Daniel | 32 Pagina's