Bondsdag in de kleine zaal
De kleine zaal is overvol als we om tien uur samen zingen Psalm 74 : 19, 20 en 21. De schriftlezing is uit Mattheüs 7 : 13-29. Na het gebed spreekt jeugdwerkadviseur J. H. Mauritz een openingswoord. Uitgangspunt is de gelijkenis waarin de Heere Jezus spreekt over de bouw van een huis. Ook wij bouwen aan ons levenshuis. Ieder mens bouwt voor zichzelf een levenshuis waar beschutting, veiligheid en vrede is. Er zijn twee bouwers. Daarin is het beeld van alle mensen getekend. En zoals er slechts twee wegen zijn, zo zijn er ook maar twee manieren om ons levenshuis te bouwen. Van nature zijn we allen gelijk aan de dwaze bouwer, die zijn huis op het zand gebouwd heeft. Maar als dan de slagregens komen? Als er getornd wordt aan ons levenshuis? Als er twijfelmoedige vragen zijn? Staat ons levenshuis dan veilig, hebben we vrede? Nee! Als ons huis op de zandgrond gebouwd is, dan zal het niet staande blijven. Dan zal eenmaal het aangrijpende woord van de Heere klinken: Ik heb u nooit gekend". Dan is er vrees en geen vrede. Vandaag klinkt dan echter toch nog Zijn roepstem: Och, of gij ook bekendet, hetgeen tot uw vrede dient!"
Er is ook een andere bouwer! Deze bouwer heeft zijn huis op de rotsgrond gebouwd. De Heere wijst hier naar Zichzelf. Hij is de Rots der eeuwen. Alleen als ons levenshuis in Christus gegrond is, als het vast staat op het onwankelbaar fundament van Gods welbehagen in Christus, dan zal het staande blijven. Daar ligt het geheim van deze bouwer! Christus heeft de grond gekocht waarop zijn levenshuis zal staan. Hij heeft Zelf het fundament gelegd. Als dan de waterstromen komen? Als er twijfelmoedige vragen zijn bij hen die de Heere vrezen? Dan vertroost de Heere: „Vreest niet!" Wat wankelt of bezwijkt, „Evenwel het vaste fundament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen die de Zijnen zijn..." Daarvan mag Gods kind weieens zingen: Ik zal gerust in vrede slapen, En liggen ongestoord ter neer; Want Gij alleen, mijn schild en wapen, Schoon 't onheil schijnt voor mij geschapen, Zult mij doen zeker wonen, HEER.
Na dit openingswoord worden we allen welkom geheten. Gewoontegetrouw wordt ook vandaag een telegram gestuurd aan Koningin Beatrix, waarmee we onze verbondenheid met het Huis van Oranje tot uiting brengen. Staande zingen we twee coupletten van het Wilhelmus.
Twijfelmoedig vragen
Hierna neemt ds. Elshout plaats achter de katheder om zijn toespraak te houden over „Twijfelmoedig vragen". In psalm 4 : 7 staat: Velen zeggen: ie zal ons het goede doen zien? " Dit is een twijfelmoedige, vreesachtige vraag. Een vraag die leefde in veler harten, zoals blijkt uit de tekst.
Toen David deze psalm schreef, verkeerde hij in moeilijke omstandigheden. Hij was gevlucht voor zijn zoon Absalom en diens
volgelingen. Er was sprake van dreiging en het onheil wierp haar schaduwen reeds vooruit.
Dit beeld vertoont veel overeenkomst met de tijd waarin wij leven. De levensavond van deze wereld is aangebroken. Ook vandaag klinkt van alle kanten de bange vraag: Wie zal ons het goede doen zien? Wanneer we om ons heen kijken, is er alle reden voor deze vraag. We zien een teruggang in de ekonomie, een enorme werkloosheid, ook onder jongeren, een beangstigende bewapeningswedloop. Wetten en normen van het christendom worden verwaarloosd en zelfs met voeten getreden. Zekerheden blijken zandgronden te zijn. Alles wankelt op zijn fundamenten. In deze wereld vol dreiging vragen jongeren zich soms vertwijfeld af: „Waar solliciteer ik nog voor? " of „Waar leer ik nog voor? " Ook Gods kinderen kunnen twijfelmoedige vragen stellen wanneer zij soms plotseling door bange vrees en twijfel overvallen worden.
Bij alle twijfels is er echter één groot voorrecht dat de wereld niet kent, namelijk Gods getuigenis dat eeuwig zeker is. Dan is het niet goed om toe te geven aan het doemdenken van onze tijd. Dan moeten we elkaar opwekken om met gevouwen handen en gebogen knieën Gods aangezicht te zoeken, want: Gij immers wilt of zult nooit onze hoop beschamen; De Heer zij eeuwig lof, en elk zegg': Amen, Amen.
Na de toespraak zingen we psalm 60 : 1, 6 en 7.
„In de schaduw van morgen"
Na de ochtendpauze zingen we Psalm 102 : 7 en 9. Op het programma staat nu een forumbespreking onder leiding van de heer J.H. Mauritz. Deze forumbespreking heeft als titel meegekregen: In de schaduw van morgen". Forumleden zijn: s. Elshout, ds. Paul en de heer Houtman.
In de pauze kon men schriftelijke vragen indienen. Deze zullen nu besproken worden. Ook is het mogelijk om vanuit de zaal te reageren op hetgeen er door de forumleden gezegd wordt.
De heer Houtman gaat ondermeer in op de vraag in hoeverre je kunt getuigen van een „vrede in het hart" als je er niet zeker van bent of je deze vrede zelf bezit. De vraag naar de wijze waarop Gods voorzienigheid
zich verhoudt tot onze verantwoordelijkheid met betrekking tot het milieu, kernbewapening, e.d. wordt door ds. Paul beantwoord. Gods voorzienigheid is een troostleer aldus ds. Paul. Wij hebben wel de taak het rentmeesterschap over deze wereld naar behoren te betrachten in biddend opzien tot God. Deze verantwoordelijkheid geldt ook met betrekking tot kernwapens. Hoewel de kernwapenwedloop huiveringwekkende vormen aanneemt, is het bezit van kernwapens als afschrikkingsmiddel noodzakelijk om tegenstanders ervan te weerhouden om ons aan te vallen.
öp een vraag uit de zaal of het geoorloofd is om op burgerdoelen te schieten, antwoordt ds. Paul dat het doel vooral moet zijn, om de aanvalskracht van de vijand te niet te doen, terwijl het daarbij onze heilige plicht is zoveel mogelijk burgers te sparen.
Ds. Elshout gaat onder meer in op de vraag wat je moet doen als vrees of leed je zo beheerst dat je niet meer weet hoe je bidden moet. Het is een probleem dat velen zullen kennen. Niet weten te bidden gelijk het behoort. Toch kan bidden ook zijn een woordeloos neerleggen van al onze noden voor Gods aangezicht. Ten diepste heeft de Heere van ons geen woorden nodig, want de Geest Zelf bidt voor ons. Het kan ook zijn, dat, terwijl we bidden, de woorden in gedachten komen om weer te geven wat in ons hart leeft. Tenslotte mag het ons tot troost zijn dat zelfs het geroep van de jonge raven door de Heere gehoord wordt. Zou God ons dan niet horen die het teken en zegel van het verbond dragen?
Helaas kunnen niet alle vragen aan de orde komen vanwege tijdgebrek. De heer Mauritz bedankt de forumleden en verzoekt tevens aan ds. Moerkerken om de ochtendbijeenkomst te sluiten en een zegen voor de maaltijd te vragen.
De middagbijeenkomst wordt begonnen met het zingen van psalm 3 : 2, waarna ds. Paul voorgaat in gebed.
Hierna wordt het deklamatorium: „Dreigende tekenen", aan de hand van een viertal werkstukken, ten gehore gebracht. De muzikale omlijsting wordt gevormd door een orgel, piano, twee dwarsfluiten en solozang. Dreigende tekenen zoals hongersnoden, oorlogen en geruchten van oorlogen, velerlei verleidingen en liefdeloosheid, wijzen ons erop dat Gods komst nabij is. Dwars door dit alles heen mogen we echter ook horen: Ik vrees niet, neen schoon ik door duist're dale In doodsgevaar, bekommerd om moest dw Gij blijft mij bij in alle tegenspoeden; Uw stok en staf zal mij altoos behoeden.
In vrede wonen
Na dit indringende muzikale programma is het woord aan ds. H. Paul. Zijn toespraak luidt „In vrede wonen". In het zevende vers van psalm 4 staat:
„Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen
zien? ". Dit zeggen duidt op ongeloof, op twijfelmoedig vragen. Zo is het echter niet bij David. Hij heeft door het geloof toevlucht mogen nemen tot de Heere. Waar anderen twijfelden en bij zichzélf te rade gingen, vluchtte David naar de Heere. Hij vond sterkte in de Heere zijn God. Dit gaf hem de vreugde in God, die geworteld is in de vrede mét God. Hierdoor kon David in vrede te samen nederliggen. Zijn hart was gerust in God, wat de toekomst ook zou brengen Deze inwendige vrede gaf hem zelfs meer vreugde in het hart dan de uitwendige zegen van het koren en de most. Kennen wij deze vrede in het hart ook? Om ons heen zien we dreigende tekenen: gezags ver achting, kernbewapening, aantasting van het milieu. Geldt voor ons ook dat, temidden van deze dreigingen, Gods vriendelijk aangezicht over ons licht, zoals bij David? Of missen wij deze vrede nog? Weet dan, dat als ons hart schreit naar God, als we niets meer over houden dan een treurig hart, Davids hoop en verwachting ook de onze kan worden. Laten we het alleen van de Heere verwachten, Die gaven verworden heeft om uit te delen aan een wederhorig kroost. Met de Heere kunnen we de toekomst tegemoet, hoe moeilijk deze misschien voor ons zal worden, want: Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.
Daarom is er ook in 1984 toekomstverwachting, een uitzicht bij God en door God.
Na de toespraak van ds. Paul zingen we psalm 84 : 2.
Hierna bedankt de heer Mauritz allen die meegewerkt hebben aan deze dag.
Ds. Driessen verzorgt de sluiting en gaat ons voor in dankgebed.
Tot slot zingen staande psalm 4 : 3 en 4. Barry van der Schoot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1984
Daniel | 32 Pagina's