JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zwaarden tot ploegscharen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zwaarden tot ploegscharen

10 minuten leestijd

„Wij zitten met de voortgaande kernbewapening in een voortrazende auto, waarvan stuur èn remmen het al lang niet meer doen... Mijns inziens gaat dit wapen het karakter van een (geoorloofde) oorlog ver te boven." (L. M. P. Scholten, SGP-raadslid in Capelle a.d. IJssel in , , Ons Contact")

„Naar mijn opvatting zijn kernwapens ongeoorloofde wapens, omdat het alle ethische oorlogvoeringsgrenzen overschrijdt. Het is namelijk een verdelgingswapen. Ik ben dus ook tegen de vernieuwing van de kernwapens."

(P. v.d. Breevaart, journalist van het RD in , , Ons Contact")

Hirosjima, 6 augustus 1945, 08.09 uur. Een amerikaanse B-29 bommenwerper, de „Enola Gay" cirkelt boven de stad. Gezagvoerder kolonel P. Tibbets heeft zojuist een bericht ontvangen van een begeleidend meteorologisch vliegtuig: „Zichtbaarheid O.K.". Even later, om 8.15 uur, openen zich de bomluiken van de „Enola Gay". Een atoombom van 4100 kg, „Little Boy" (kleine jongen) genoemd, wordt uitgeworpen op een hoogte van 10 km en stort zich geluidloos door een wolkenloze hemel op de nietsvermoedende stad onder zich.

Eenenvijftig sekonden later ontploft de bom, 600 meter boven de grond. Een felle lichtflits en een knal. Een kolkende vuurbol, paddestoelvormig, bereikt binnen enkele minuten een hoogte van 12 kilometer. Dicht bij het centrum van de ontploffing verdampen mensen tot niets, alleen hun schaduw, gebrand in het wegdek, blijft over. Op een afstand van 600 meter smelten dakpannen (smeltpunt:1300 graden Celsius). Tot op 4 kilometer verkolen telefoonpalen. Een hevige windstorm van 900 km per uur slaat mensen kreupel en legt alles in puin binnen een cirkel met een middellijn van 3 km. Alleen brugleuningen, elektriciteitsmasten en andere voorwerpen met een zeer kleine oppervlakteweerstand blijven overeind. Overal ontstaan branden. Plotseling valt een vreemde, kleverige „regen"

Zeventigduizend mensen sterven op het ogenblik van de ontploffing. Door brandwonden en radioaktieve straling loopt dit aantal op tot boven de 200.000. Bovendien zijn er dan nog de misvormden en zieken en de later misvormd geboren kinderen. En „Little Boy" woog slechts 20 kiloton TNT. De waterstofbommen van nu worden gewogen in megatonnen (1 megaton = 1000 kiloton of 1.000.000 ton TNT; de zwaarste gewone bommen uit de 2e W.O. wogen 5 tot 10 ton TNT).

Bovenstaand verslag van de atoombom op Hirosjima doet wat kil aan, maar laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Wie werkelijk op zich in laat werken wat de gevolgen van een komende kernoorlog zullen (kunnen) zijn, voelt toch op z'n minst wel een huivering over zijn of haar rug lopen. Ik vind het dan ook heel begrijpelijk dat veel mensen, ook christenen, elk gebruik van kernwapens en zelfs het bezit ervan afwijzen. Ging het in het vorige artikel om christenen die de kernwapens, zij het node, toch min of meer aanvaarden, in dit artikel gaat het over christenen die er duidelijk(er) afstand van nemen. De citaten boven dit artikel laten zien dat we deze christenen niet alleen hoeven te zoeken in de kringen van het IKV, maar dat ze ook voorkomen in (de rechterflank van) de Gereformeerde Gezindte. Allereerst echter een stukje geschiedenis.

Synodale uitspraken

Op 7 maart j.1. sprak de synode van de Gereformeerde Kerken zich duidelijk uit tegen de kernwapens. Herhaald werd de uitspraak van 1978: „massavernietigingswapens en - methoden en de bewapeningswedloop zijn in strijd met Gods heil voor deze wereld en dus uit den boze". Het moderamen werd daarom opgedragen regering en parlement op te roepen „af te zien van elke nieuwe stap op de weg van de nucleaire bewapeningswedloop (waaronder het plaatsen van kruisraketten) en haast te maken met het politieke proces van terugdringen van nucleaire wapensystemen".

Naast de principiële afwijzing van massavernietigingswapens werd het ethisch onaanvaardbaar genoemd dat , , de bronnen van de welvaart worden uitgeput voor bewapening, terwijl miljoenen mensen in onze wereld honger lijden". En hierbij werd verwezen naar „het bijbelse visioen over zwaarden die tot ploegscharen worden omgesmeed". In de Nederlandse Hervormde Kerk hebben de uitspraken over de kernwapens al een langere geschiedenis achter de rug. In het licht van de Tweede Wereldoorlog werd in het herderlijk schrijven „Het vraagstuk van oorlog en vrede" van 1952 een verdedigingsoorlog geoorloofd genoemd „in het geval van het uiterste gevaar, waarin de meest elementaire mensenrechten op het spel staan en het niet strijden een grotere zonde zou zijn". Over de kernwapens toen nog geen woord. Pas (al? ) in 1956 komt dat. Dan schrijft de synode: „De nieuwe wapens hebben het zedelijk probleem van de rechtvaardige oorlog veel moeilijker gemaakt. Zelfverdediging kan zelfvernietiging inhouden." De ontwikkelingen in de wapenwedloop brachten de synode in 1962 tot een „noodzakelijke aanvulling" op het herderlijk schrijven van 1952. Uitgesproken werd nu dat kernwapens „ook in het uiterste geval niet gebruikt mogen worden en dat christenen het niet voor hun, aan het Woord en de beloften Gods gebonden geweten, zullen kunnen verantwoorden aan zulk een oorlog met kernwapenen hun medewerking te geven." Het bezit van kernwapens werd nog niet afgewezen. Wel zou er een geleidelijke afbouwing plaats moeten vinden. Vrijwel unaniem was men van mening dat het zwaard van de overheid niets te maken heeft met massavernietigingswapens.

En in november 1980 wordt ook het bezit van kernwapens door een duidelijke meerderheid in de synode afgewezen. De kernwapens dienen, desnoods eenzijdig, te worden afgeschaft, want „in geen geval rechtvaardigt de bescherming van onze vrijheden dat wij onze veiligheid baseren op de mogelijke vernietiging van al wat ons en onze tegenstander lief is".

Ouderling J. Haeck

In de Oudejaarsbijlage van het RD van 1979 schreef (destijds) ouderling J. Haeck uit Hoevelaken een pagina vol over zijn visie op de kernbewapening. Hij was op dat moment afgevaardigde naar de hervormde synode en lid van de Gereformeerde Bond. In de vooijaarssynode was dat jaar een voorbereidende schets aan de orde geweest om tot een vruchtbare gedachtenwisseling en standpuntbepaling te komen voor de synode van 1980. Eerst beschreef hij de voorgeschiedenis en daarna zijn eigen vragen en problemen met de kernwapens. Zijn dilemma — en dat van veel anderen — omschreef hij als volgt: „We kunnen het gebruik van nucleaire wapenen — met hun demonische en apocalyptische uitwerking — alleen verhinderen door te verklaren dat we bereid zijn om ze toch te gebruiken. Zo verhinderen we Beëlzebul met Beëlzebul.'" De centrale vraag op de synode, en ook voor hem zelf, was of het bezit van kernwapens voor christenen nog langer geoorloofd was. Nog langer: want ondanks de uitspraak van 1962 was de bewapeningswedloop gewoon doorgegaan en dreigde onverminderd, ja zelfs verhevigd wat betreft Europa, door te blijven gaan. Kan dat wel en mag dat wel?

„Deze vraag is legitiem! En we zullen er ons niet van kunnen en mogen afmaken omdat deze problematiek ons vooral door het IKV is aangereikt. Terecht is er veel kritiek op het IKV vanuit de gereformeerde gezindte, maar dat mag ons niet verleiden ons van de problematiek niets aan te trekken, alsof die er niet zou zijn. Wij staan mede schuldig voor Gods aangezicht ook ten deze." „Ik ben zeer aangesproken door het woord van Gollwitzer", schrijft hij verder: „Christenen moeten door massavernietigingswapenen niet beschermd willen worden". Zetten wij als christenen niet te gemakkelijk een „is gelijk-teken" tussen de christelijke vrijheid en de vrijheid zoals die er is in onze westerse maatschappij? Met andere woorden: is onze westerse vrijheid — die in veel opzichten misbruikt wordt — het nog wel waard om verdedigd te worden, en dan met name door kernwapens? Op deze vraag geeft Haeck geen rechtstreeks antwoord, maar de tendens van zijn gedachten is duidelijk: „Hoezeer ik de zwaardmacht van de overheid erken en honoreer, toch ben ik bang dat we zelfs die gedachten kunnen gebruiken om ons eigen standpunt veilig te stellen en dat te laten gelden boven het gebod van Jezus Christus: „Gij geheel anders". Als we kiezen voor de weg die steeds meer wordt gewezen, eenzijdige ontwapening en de kernwapens de wereld uit, dan dienen we ons te realiseren dat we de woestijn ingaan, waar het martelaarschap ons kan wachten. Maar heeft de geschiedenis ons niet met veel voorbeelden laten zien dat God daar Zijn gemeente een tafel aanricht? "

SGP-er L. M. P. Scholten

Dit artikel begonnen we met enkele uitspraken van — de ook onder ons niet onbekende — L. M. P. Scholten. In het verenigingsblad „Ons Contact", uitgegeven door het Landelijk Verband van Staatkundig Gereformeerde Studieverenigingen, ging hij in het 2e nummer van 1980 in op de vraag of

kernwapens geoorloofd zijn. Allereerst wijst hij het pacifisme af: Op grond van de Schrift is het onwedersprekelijk, dat de overheid de zwaardmacht toekomt." Maar op de vraag of daarbij kernwapens zijn toegestaan, geeft hij het reeds aangehaalde antwoord: Mijns inziens gaat dit wapen het karakter van een (geoorloofde) oorlog ver te boven." En hij beargumenteert dit als volgt: Kernwapens worden bij voorkeur niet gebruikt tegen de indringers op eigen bodem, maar gericht op het land van de vijand, liefst op de grote bevolkingscentra." Hoewel dit niet geheel korrekt is, maakt het duidelijk waar zijn bezwaren precies liggen. Hij verwijst o.a. naar Jona 4:11, waar de Heere tegen Jona zegt: En Ik zou die grote stad Ninevé niet sparen? waarin veel meer dan honderdtwintig duizend mensen zijn, die geen onderscheid weten tussen hun rechterhand en hun linkerhand; daartoe veel vee? " Gebruik wijst hij dan ook zonder meer af.

Met het bezit ligt dat iets anders. Als afschrikkingsmiddel bewijst het kernwapen z'n nut. „De dreiging met geweld is het enige, waarvoor de Russen terugschrikken. De russische dreiging moeten wij volkomen ernstig nemen." Maar: hebben onderstelt de bereidheid ze in het uiterste geval te gebruiken ook. Anders is het hebben zinloos." Bovendien acht hij de steeds verdergaande wapenwedloop waanzinnig. Feitelijk ziet Scholten geen uitweg: Ik durf geen der wegen, die de verschillende politici ons thans propageren, in te slaan." „Wat dan? Ik weet het niet. Dat klinkt niet erg politiek en niet erg bemoedigend, maar het is niet anders." Verwijzend naar Matth. 17:21 ziet hij als enige uitweg die van het bidden en vasten. „Daar mogen politici de schouders over ophalen, maar dat is m.i. het enige antwoord dat gepast en terzake is in de politieke situatie van vandaag."

Onderwijsjournalist P. v.d. Breevaart

In een jongeren-diskussiegroep in „Ons Contact" (nr. 1, 1984) komt, de ook al aangehaalde, P. v.d. Breevaart aan het woord Op de vraag hoe die SGP-jongeren over de leus van het IKV dachten: „De kernwapens de wereld uit, om te beginnen in Nederland"? , antwoordde hij: „Ik had gehoopt dat de SGP dit in z'n verkiezingspropaganda had gezet. Het verkiezingsprogramma is mager op dit punt, waarschijnlijk is ons denken over dit punt nauwelijks op gang gekomen." (Tussen twee haakjes: binnenkort komt er een brochure met een uitvoerige standpuntbepaling uit).

Evenals de andere twee wijst Van de Breevaart het pacifisme af, maar „een ongeoorloofd wapen wordt nooit geoorloofd, ook niet als het gebruikt wordt voor afschrikking." Wel is hij „voor een zeer gedegen konventionele bewapening; die mag ons veel geld kosten". En hoe zit het dan met de bescherming van onze geestelijke vrijheid? „In Nederland" — aldus Van de Breevaart — „kunnen we onze godsdienst vrij belijden, of we geestelijk vrij zijn vraag ik me af. De beïnvloeding door allerlei machten is volop aan de gang. Ik denk dat er in Rusland christenen zijn die zich meer vrij voelen, ondanks de verdrukking. De geestelijke vrijheid hier is mij de hele kernbewapening niet waard Voor onze geestelijke verdieping zou het wel eens noodzakelijk kunnen zijn om mee te lijden. Het Westen is geestelijk volkomen ineengezakt en' afgeweken van de goddelijke geboden. Als we dat geestelijke vrijheid noemen, praten we over een verkeerd begrip."

Tot zover dit overzicht. De opmerking van Van de Breevaart dat er onder ons nauwelijks serieus over de kernwapenproblematiek is nagedacht, bevat, vrees ik, veel waars. De weergegeven visies mogen ons tot dit nadenken stimuleren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1984

Daniel | 32 Pagina's

Zwaarden tot ploegscharen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1984

Daniel | 32 Pagina's