JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Prespektief

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prespektief

kort verhaal

7 minuten leestijd

Het is vrijdagmiddag, het laatste lesuur. Tuinman, leraar maatschappijleer, heeft zo juist de vraag gesteld, hoe jongeren tegen de toekomst aankijken.

Onverbloemd en in felle bewoordingen heeft de klas gereageerd.

„De toekomst? Eén grote puinhoop. Neem nou de werkloosheid. Waarom sloof je je eigenlijk nog uit voor het examen? Met je diploma op zak bereik je nog niets. Je komt gewoon niet aan de bak". „Nou man, da's toch geen punt. Je haalt gewoon je geld op 't gemeentehuis en je kan lekker doen waar je zin in hebt".

„De toekomst? Kruisraketten in 't land. Of je nou vóór of tegen plaatsing ervan bent, die dingen bestaan. Heel de wereld is één gekkenhuis en daar groeien wij nou in op .

„En wat denk je van de milieuvervuiling? Telkens blijkt er weer een hele stadswijk vergiftigd te zijn. Je hebt een ziekte opgelopen vóór je 't weet".

„Wat betreft het kiezen van een beroep daarin kun je ook al je keus niet meer volgen. Verpleegster kun je niet zijn, of je wordt gekonfronteerd met abortus en euthanasie. Nee, 't is allemaal hopeloos!" „Het beste is maar zo weinig mogelijk te piekeren en plezier te maken zolang het nog kan".

Met stijgende verbazing heeft Margriet de Groot geluisterd. Nog maar enkele weken is ze op deze school. Vóór zij verhuisden, bezocht zij een neutrale havo, omdat in hun vorige woonplaats geen christelijke havo was. Blij waren haar ouders dat zij hier op een reformatorische school geplaatst kon worden.

Margriet ervaart het zelf ook als een weldaad om op school, wat betreft godsdienstonderwijs en zangles dezelfde sfeer van thuis terug te vinden.

De leraren zijn serieus en in menige les komt iets van hun persoonlijke geloofsovertuiging naar voren. Alleen de mentaliteit van de leerlingen verbaast haar nu en dan. Feitelijk verschilt hun gedrag niet van dat van de leerlingen van haar vorige school. Hoor nu al die meningen eens aan! Geen enkel positief geluid van niemand. Opeens wordt ze opgeschrikt uit haar gedachten.

„En Margriet, hoe denk jij over de toekomst? "

Een warme blos stijgt op in haar gezicht. Moet ze werkelijk zeggen wat ze denkt? O nee, ze durft niet. Dan zal ze voor een buitenbeentje aangezien worden. Ze zullen haar misschien een vrome kwezel vinden. Ze zal er dan nooit inkomen in de klas. Zal ze maar meepraten? Ook zeggen dat ze het leven maar waardeloos vindt? zonder toekomst, zonder perspektief? Nee, dat kan ze niet. Ze recht haar rug en kijkt de leraar aan, die op een antwoord wacht.

„Meneer, ik vind dat allemaal zo negatief, zo.... ja, hoe moet ik dat zeggen. We mogen er toch niet over praten, zoals de mensen die de Bijbel niet kennen? De Heere Jezus zegt toch: „Ziet, Ik ben met ulieden, al de dagen tot aan de voleinding der wereld? " Meneer, het is toch pasen geweest? "

Verward zwijgt ze, weet haar gevoelens niet verder onder woorden te brengen. Even is er een stilte na haar woorden. Dan zegt een klasgenootje: „Zo kun je alleen maar praten als je bekeerd bent. Daar hebben wij toch niets aan!"

Waarop Margriet, alle schroom van zich afgooiend zegt: „Maar wij kunnen toch ook nog bekeerd worden? Er staat toch geschreven: „Wie Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden? " Juist omdat de toekomst zo donker is, moeten we daar allereerst mee bezig zijn."

In gedachten fietst Margriet naar huis. Genietend van het heerlijke vooijaarsweer rijdt ze de acht kilometer naar het

dorp waar ze woont. Heel de natuur spreekt van nieuw leven. Bomen en struiken leveren het bewijs, dat de zomer in aantocht is. Toch schenkt Margriet deze middag minder aandacht aan haar omgeving dan op andere dagen. Ze is nog met haar gedachten bij het gesprek van zoëven. Heeft ze niet teveel gezegd? Hoe zullen ze nu over haar praten? Had ze toch beter kunnen zwijgen? Ze hadden toch ook wel gelijk, het is toch ook een sombere toekomst? Ja, dat moet ze beamen. Maar toch.... Hoe kwam het, dat ze met pasen zo blij was, toen er gepreekt werd over de tekst: „De Heere is waarlijk opgestaan". Toen heeft ze, al was het maar even, gevoeld dat aan de horizon van deze, onder ellende gebukt gaande wereld, het flauwe licht schemert van een stralende nieuwe dag. Een groot verlangen is er toen in haar hart geweest om ook met blijdschap die dag tegemoet te mogen gaan. De dag van Jezus Christus' triomf.

„Margriet, rij niet zo hard! Wacht even joh!" Met een zucht van inspanning is José naast haar. „Meid, ik heb al drie keer naar je geroepen, maar jij hoort ook niets. Zat je zo in gedachten? Phoe, ik heb het er warm van".

Als José wat op adem gekomen is, vervolgt ze: „Zeg Margriet, als we nou toch elke dag hetzelfde eind moeten fietsen, kunnen we toch gezellig samen gaan? Of rijd je liever alleen? "

't Wordt Margriet warm om het hart. Eén is er dus alvast, die haar niet links laat liggen om wat ze gezegd heeft. Blij zegt ze: „O nee, ik vind het fijn om voortaan samen te gaan. Zie je, ik heb hier eigenlijk nog niemand, waar ik mee omga. Een verhuizing is toch wel heel wat. Je moet weer helemaal opnieuw beginnen hè? "

Als ze een poosje zwijgend gereden hebben, zegt José: „Ik vond het erg moedig, dat je dat allemaal durfde zeggen in de klas. Weet je, het lijkt wel, of we ons allemaal schamen om zo iets te zeggen. Nou is het natuurlijk ook wel zo — voorzichtig kiest ze haar woorden — dat, als je nog geen kind van God bent, je je ook niet kan troosten met die heerlijke toekomst na dit leven. Bij mij thuis wordt over die dingen zo weinig gesproken. O, ik heb lieve ouders hoor. Daar niet van. Ze bedoelen het ongetwijfeld goed. Maar ze zijn nogal streng. Ze vindén zoveel dingen zondig en verkeerd. Ze waarschuwen steeds voor dingen die ze werelds vinden.

Maar ze spreken zo weinig over de Heere Jezus, die in de Bijbel Zichzelf de Goede Herder noemt. Die de kinderen zegende en de zieken genas. Je krijgt ook altijd het idee, dat er maar weinig mensen bekeerd worden. En nu zei jij vanmiddag: „We moeten er mee bezig zijn, want wie Hem vroeg zoeken, zullen Hem vinden." Ik vond het fijn datje dat zei. Eerlijk gezegd, had ik altijd het gevoel: „Dat is voor mij toch niet". Ik bad er ook niet meer om. Tenminste, niet echt met m'n hart".

Bij het huis van José stappen ze af. Voordat ze afscheid nemen, vraagt Margriet: „Zeg José, zouden we in het weekeind ook niet gezellig met elkaar op kunnen trekken? Of heb je een vaste vriendin? " „Nee, " antwoordt José, „die heb ik niet. 't Zou fijn zijn, vooral op zondag. Ik ben enigst kind en 's zondagsavonds is het wel erg stil en saai bij ons".

„Goed, dan kom je gezellig naar ons. Mijn vader kan heel goed orgel spelen en wij zijn allemaal nogal praterig uitgevallen, dus je bent welkom. Mijn ouders zullen blij zijn, als ik een vriendin heb".

't Is zondagavond. Hartelijk is José ontvangen in huize De Groot. De koffie is rondgedeeld met de krentebol-uit-hetvuistje. Margriets ouders nemen geen boek ter hand, maar er ontstaat een gesprek, waaraan ze allemaal deelnemen. Geen somber gesprek, waarin het alleen maar gaat over de donkere tijden. Ook geen ongegrond optimisme, zo in de trant van: 't Zal wel weer eens beter worden op aarde. Maar, dwars door alle leed en ellende, smart, rouw en dood, de belofte: „Zie, Ik maak alle dingen nieuw".

Wat later zet Margriets vader zich voor het orgel. „Kom jongéns", zegt hij. „We gaan nog wat zingen, 't Is pasen geweest en we naderen hemelvaart. Laten we zingen:

„ Verhoogt, o poorten nu de boog. Rijst, eeuw'ge deuren, rijst omhoog. Opdat g'uw Koning moogt ontvangen".

Als José afscheid neemt, legt hij vriendelijk zijn hand op haar schouder. „Dag kind, kom maar zo vaak je wilt hoor. En zul je er aan denken dat de Heere Jezus zegt: „Die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen? Zoek Hem maar hoor, want die zoekt zal vinden".

Vervuld van nieuwe en hoopvolle gedachten wandelt José naar huis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1984

Daniel | 32 Pagina's

Prespektief

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1984

Daniel | 32 Pagina's