Een handvol koren op de hoogte der bergen een kerkdienst in de bergen
In de kerkbode van de Gereformeerde Gemeente van Rijssen stond enige tijd geleden onderstaand artikel van een deelnemer van een van onze kampen.
Fideris (Zwitserland)
Ook dit jaar waren we weer met een deel van de jongeren van onze gemeenten als zomerkamp bijeen. Elk jaar worden er door de Jeugdbond te Woerden voor verschillende leeftijdsgroepen zomerkampen georganiseerd in binnen-en buitenland.
Ons vakantieoord was gelegen bij Fideris, ' een plaatsje in de nabijheid van Davos. Om het oord te bereiken was het vanaf Fideris ongeveer drie uur lopen de bergen in. Het zomerkamp had als bijnaam bergwandelkamp meegekregen en dat uitte zich in het programma waarop voor bijna iedere dag een bergwandeltocht stond aangegeven.
Meestal was er 's morgens eerst een bijbelstudie waarna we dan na de koffie vertrokken om tegen de avond weer in het oord terug te keren.
Indrukken van zo'n dag kunnen misschien het best weergegeven worden door enkele regels zoals Marinus Nijsse die eens schreef:
Nu zien wij met aandacht Gods natuur. De volle zomer zingt aan alle zijden, en wijd spant zich de hemel blauw en puur, Wij mogen ons om zoveel goeds verblijden, 't Is alles schoon waar onze ogen weiden. 's Avonds was er een enkele keer een thema, of werd er nog wat gezongen, waarna er met een dagsluiting werd besloten. Reeds de eerste dag bij onze aankomst onder in het dorp hadden we de plaatselijke „Pfarrer" een bezoek gebracht met de vraag of we als groep wellicht een keer een avond van de kerk gebruik mochten maken om er wat te zingen. De nog jonge dominee toonde zich erg bereidwillig en al gauw ontstond er een gesprek waar we, zover van ons vaderland af, beschaamd onder moesten worden. Jammer genoeg was de tijd te kort om nog wat meer te horen vertellen, omdat de groep al op ons zat te wachten om te vertrekken. Wel vertelde de dominee nog dat hij de eerstvolgende rustdag boven in de bergen zou spreken. Hij deed dit, zo zei hij, slechts in het jaar terwille van de vele boeren die nu juist in de hooitijd verkeerden en vooral hoog in de bergen hun hooilanden hadden.
Het was voor hem dan makkelijker om alleen naar boven de bergen in te gaan, dan dat al de boeren met hun gezinnen naar de kerk beneden in het dorp moesten komen. Verder vroeg hij of onze groep, als we kwamen, tijdens de dienst enige liederen wilde zingen. Besloten werd om naast de leesdiensten waarin leden van de leiding van ons kamp voor zouden gaan ook de openluchtdienst van deze Pfarrer bij te wonen. Die zondag begaven we ons na de morgenleesdienst en het middageten een eindje hogerop de bergen in, waar een smal bergpaadje ons naar de plaats voerde waar de dominee het Woord hoopte te bedienen. Al heel wat mensen hadden zich verzameld op een klein helling aan de zuidzijde van een bergrug.
De Pfarrer begon de dienst met votum en groet, en een ieder van ons kon, ook al beheerste hij of zij de duitse taal niet volledig, toch bekende klanken horen die deden herinneren aan onze eigen diensten in Nederland. Dit werd ook telkens weer bevestigd in het verdere van de dienst ook toen Gods Woord werd gelezen en het gelezene letterlijk overeenstemde met hetgeen we in onze eigen Bijbel konden vinden. De indeling van de dienst was wat anders van opzet zoals wij die kennen maar in grote lijnen toch hetzelfde.
De dominee ging ons eerst voor uit Markus 12 : 1 tot 12, de gelijkenis van de boze wijngaardeniers, waarin de heer des wijngaards een door hem geplante wijngaard verhuurde aan de landlieden. Toen het de
tijd was om vruchten te ontvangen zond hij z'n dienstknechten, maar zo staat er, sommigen sloegen zij en sommigen doodden zij. Ten laatste zond hij zijn zoon, die hem lief was, menende dat ze hem zouden ontzien, maar opdat de erfenis hen zou toevallen doodden ze ook hem.
Na deze korte inleidende woorden ging hij voor in gebed waarna hij het eigenlijke tekstgedeelte, Jeremia 17 : 1 tot 18, voorlas.
Toen werd ook duidelijk waarom hij eerst over de gelijkenis van de boze wijngaardeniers had gesproken; het volk van Juda had de profeten verworpen en ten laatste ook Gods Zoon gedood. Geldt dit ook niet voor ons zo vroeg de dominee zich af, wahneer we alle nodigingen en lokstemmen in de wind blijven slaan? De Heere spreekt twee of driemaal tot een mens in zijn leven, dat we daar ernst mee zouden maken. Verwerpen wij de Heere Jezus?
Dan zal de heer des wijngaards komen en de wijngaard aan anderen geven, dan zal de kandelaar van het Evangelie worden weggenomen en in een andere plaats worden gesteld.
Ook in Jeremia 17 werd het land van Juda aan de vijanden ten roof gegeven nadat ze van de Heere waren afgeweken. Ze hadden vlees tot hun arm gesteld en geofferd op de altaren der afgoden. De vraag kwam tot ons of zo niet ieder van ons op z'n eigen altaar offerde: het altaar van een mooi huis of het altaar van andere aardse goederen.
En wanneer ouders op deze altaren offeren wat hebben ze dan van hun kinderen te verwachten? We zullen zijn als de heide in de wildernis die het niet gevoelt wanneer het goede komt, maar blijft in de dorre plaatsen in de woestijn.
Gezegend daarentegen is de man die op de Heere vertrouwt en wiens vertrouwen de Heere is! Want hij zal zijn gelijk een boom die aan het water geplant is. Hierbij wees de dominee naar een klein bergmeertje dat vlakbij lag. Een boom die zo aan het water staat, die voelt het niet wanneer er hitte komt, maar zijn loof blijft groen. En in een jaar van droogte zorgt hij niet en houdt niet op van vruchten te dragen.
Tijdens de dienst maakte de dominee meerdere malen gebruik van voorbeelden uit het dagelijks leven.
Zo vertelde hij van een dronken man die zich in een bus bevond en voor iedere halte riep: hier wil ik eruit! Maar als dan de bus stopte gaf hij te kennen er hier nog niet uit te willen, omdat hij het in de bus nog zo naar z'n zin had. Bij elke halte riep hij echter weer eruit te willen maar telkens bleef hij maar weer zitten. Ten laatste was de dag al gedaald en naderde de bus het eindstation. Nu móest hij eruit, of hij wilde of niet. Hij werd door de achterdeur in de duisternis geworpen.
De dominee vroeg hoe het er met ons voor stond: er zijn maar twee wegen, één ten leven en één ten verderve, een derde weg is er niet! Zitten we niet allen in brooddronkenheid in die levensbus op de brede weg en geven wij ook niet te kennen er nog niet uit te willen maar dat we er straks wel uit zullen gaan, en ons straks wel zullen bekeren? Wanneer echter het eindstation daar is, zal het te laat zijn.
Een ander voorbeeld ontleende hij aan de natuur. Een adelaar zag vanuit de hoogte een stuk aas op een ijsschots in een rivier. Spoedig had hij het aas met z'n klauwen omvangen en begon hij zich aan z'n prooi goed te doen. Hiermee bezig zijnde bemerkte de adelaar niet hoe de ijsschots, waarop hij zat, met grote snelheid een diepe waterval naderde. Opgeschrikt door het geraas van de waterval wilde hij op het
laatste moment nog opvliegen, maar z'n klauwen waren reeds in het ijs vast gevroren en met groot geweld stortte de adelaar in de diepte. Zien we ook hierin niet het beeld getekend van een ieder van ons?
Ook wij zijn van nature bezig met de dingen van de tijd en bekommeren ons niet om het naderend verderf. Vastgekleefd aan aardse goederen zullen we eenmaal met die goederen in het verderf storten. Maar er is onder de hemel een Naam gegeven om de komende toorn te ontvlieden, het is die Enige Naam Die onder mensen gegeven is door Welke we moeten zalig worden.
Na de preek en het gebed werden nog enkele liederen gezongen. Ook onze groep zong voordat de dominee de zegenbede uitsprak o.a. nog psalm 84.
De laatste regels van deze psalm stemmen overeen met een gedeelte van een lied dat we onder de dienst nog hadden gezongen: Wer Dir vertrauwet hal woll gebauet wird ewig bleiben!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1984
Daniel | 32 Pagina's