Is mijn tong een vuur ?
Brand! Dikke rookwolken stijgen omhoog, vlammen knetteren en een doordringende brandlucht verspreidt zich. Wanneer er niet heel gauw wordt ingegrepen, zal het vuur z'n verwoestend werk kunnen afmaken. Een groot stuk bos of een kompleet huis kan door het geweld van het vuur in korte tijd in de as worden gelegd. En dan lees ik in Jakobus 3 : 6: , De tong is ook een vuur, een wereld der ongerechtigheid".
Dat is nogal wat! Misschien probeer je al te bedenken watje vandaag allemaal gezegd hebt. Je weet het niet zo precies meer. Natuurlijk zegje allemaal wel eens iets teveel of je flapt er wat uit datje veel beter niet had kunnen zeggen. Is het die grote mond tegen je ouders, die brutale houding tegen een leraar op school, waar je nu ineens aan moet denken? Het zijn allemaal vlammen van dat vuur.
Het kan ook die ruwe, grove taal zijn, die je uitslaat bij je vrienden of vriendinnen. Je wilt immers stoer zijn en niet zo'n „brave" als die ene jongen of dat ene meisje uitje klas of van de klub, want die Van alles kun je hier invullen; lelijke dingen van iemand vertellen is niet zo moeilijk. En dan wordt door jouw woorden het vuur aangestoken: 't wordt doorverteld aan anderen en de brand is gesticht. Je beseft misschien niet eens wat voor schade je kunt aanrichten, de gevolgen van een brand zijn immers van te voren ook niet te overzien?
Het is avond en donker buiten. Voor de gezelligheid worden er wat kaarsjes aangestoken. Ze verspreiden een mooi, geel licht. Het is fijn in die vlammetjes te staren. Dat is ook vuur.
En nu jouw tong, jouw mond, jouw stem. Wat doe je ermee? Wat zeg je tegen je vrienden op school, op straat, op de klub?
Zijn jouw woorden als een vuur dat een heel bos in brand zet of zijn ze als een kaars die I icht verspreidt? Is het fijn om te luisteren naar de dingen die je zegt?
Wat is het vaak moeilijk om te reageren zonder een grote mond te geven en omjezelf weg te cijferen, terwijlje er zo graagzij wilt horen. Denk niet dat jij het alleen bent, die last heeft van een vlugge tong. Oude en jonge mensen veroorzaken veel kwaad en verdriet met hun mond.
Toch hebben we onze tong gekregen om de lof van de Heere te verkondigen en te spreken tot Zijn eer. Het eerste dat ik dan denk en misschien jij ook wel: dat kan ik niet Maar dat weet de Heere ook. Hij wil jou en mij helpen om tegen dit kwaad te vechten. Dan mag je net als David vragen: „Heere, zet een wacht voor mijn lippen, behoed de deur van mijn mond".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1984
Daniel | 32 Pagina's