JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

4 minuten leestijd

Matthew Henry: Aan Zijne tafel. Uitgave: De Groot, Goudriaan, 1983 geb. 284 blz., prijs f 39, 50.

De engelse theoloog Matthew Henry (1662 - 1712) heeft in ons land vooral bekendheid gekregen door zijn Bijbelverklaring, die tot op de dag van vandaag nog gebruikt wordt. Minder bekend is dat Matthew Henry in 1704 een boek geschreven heeft over het Heilig Avondmaal. De oorspronkelijke titel van het boek geeft aan dat het bedoeld is als een „onderwijzing tot het recht gebruik van des Heeren Heilig Avondmaal".

In Engeland werd het boek in korte tijd tienmaal herdrukt. Voor velen werd Matthew Henry's boek een kostbare gids. Er was in dit boek een getrouw dienaar van Christus aan het woord. Een herder die de schapen van Christus' kudde tot een leidsman wilde zijn. De grote Herder der schapen gaf hem de bekwaamheid om zowel over de leer als over de praktijk van het Avondmaal Schriftuurlijk onderwijs te geven. In zijn inleiding aan de lezer schrijft Matthew Henry: „Gelijk ik mijn Schrift-Catechismus, en het kleinere boekje dat er op volgde, bestemde als een geschenk voor de jongeren, voor de lammeren van de kudde; zo schenk ik dit werk aan de ouderen, en laat het hun na, begeerig zijnde, dat de schapen, die wij volgens ons ambt hebben te voeden, mogen ingaan en uitgaan en weide vinden."

Matthew Henry neemt zijn lezers mee in de verborgenheden van het Heilig Avondmaal. Hij legt er telkens de Schrift naast en poogt zo onderwijs te geven. In korte stukjes gaat hij in op de nodiging tot het sacrament; de zelfbeproeving; de overdenking en het gebed bij de voorbereiding; de gestalte van het hart tijdens de bediening van het Avondmaal; wat het geloof ziet aan de Tafel des Heeren; de weldaden die door het geloof worden genoten; de overleggingen tijdens de avondmaalsviering; het avondmaal én de godzalige wandel en de vertroosting van het avondmaal. Over elk hoofdstuk zou heel wat te zeggen zijn. Ik beperk me tot een enkele opmerking bij hoofdstuk 5 (over „De vernieuwing van het Verbond met God"), omdat dit hoofdstuk mijns inziens karakteristiek is voorde benaderingswijze van de engelse en schotse schrijvers. De schrijver legt er in dit hoofdstuk de nadruk op dat het God behaagd heeft om met mensen te handelen in de weg van een Verbond. Omdat de ordening van het Heilig Avondmaal een zegel is van het Verbond en een plechtige uitwisseling van de wederzijdse toezeggingen, is het nodig eerst het Verbond te sluiten, voordat we ons voornemen het te verzegelen. Matthew Henry schrijft dan: „Met het oog daarop moeten wij ons haasten eerst onze hand aan de Heere te geven, om daarna in te gaan in Zijn heiligdom. Eerst moeten we innerlijk dit Verbond aanvaarden en toestemmen, en daarna op plechtige wijze daarvan getuigenis geven."

Nodig is dan ook dat wij ons van onze zonden bekeren; „want door onze zonden hebben wij het onszelven onwaardig gemaakt in het Verbond met God te worden opgenomen". De avondmaaisganger die de Heere vreest zal erkennen van nature vervreemd te zijn van dit Verbond; bedroefd zijn over zijn traagheid en over zijn afkerigheid om dit Verbond na te komen. Matthew Henry schrijft in dit verband: Wij mogen ons wel schamen, als wij bedenken, hoe lang God reeds riep, terwijl wij telkens weigerden aan Zijne roepstem gehoor te geven; hoe dikwijls Hij Zijne hand naar ons uitstrekte, voordat wij dit opmerkten. Hoe lang stond Christus reeds aan de deur kloppende, voordat wij Hem hebben opengedaan; en hoeveel nietszeggende verontschuldigingen zochten wij, om ons van dit noodzakelijke werk (om te komen tot het Verbond) af te maken. Toch is die vernieuwing van het Verbond zo nodig. Allen die de Heere vrezen moeten tot Christus gaan met het vaste voornemen onder alle omstandigheden bij Hem te blijven schuilen: Heere, ik zal u volgen, waar Gij ook henengaat...." De schapen van Christus' kudde kunnen dit Verbond slechts aangaan in de kracht van Christus. In alles zullen zij „op de gerechtigheid en sterkte van onzen Heere Jezus Christus steunen. Christus is de Middelaar, door Wien wij vrede verkrijgen, en Hij is ook de Waarborg van dien vrede; daarom rust in Hem ook de zekerheid van dit betere Verbond; Hij is de Gezegende, die Zijne hand op ons gelegd heeft; die is tussengetreden bij God, zodat al Gods beloften in Hem ja en door Hem amen zijn (2 Cor. 1:20)". Een bijzonder boek met een rijke inhoud. Naast Immens boek „De godvruchtige avondmaalganger" en het boek van ds. C. Harinck„Ons avondmaalsformulier" is dit boek het waard om gelezen en herlezen te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1984

Daniel | 32 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1984

Daniel | 32 Pagina's