Weinig woorden doen soms veel
Het is nog vroeg in de morgen. In de winkelstraten van de stad zijn nog nauwelijks koopzuchtige bezoekers op te merken. Bij de slager, de bakker en de groenteboer is duidelijk wat meer te doen, dan bij de modezaken, hoewel de ene etalage er nog aantrekkelijker uitziet dan de andere. Buiten ziet de natuur er nog winterachtig uit. Maar in de modezaken wordt zowel in de kleding als in de omlijsting al volop geprobeerd de lente uit te beelden. Nog enkele dagen, en dan begint volgens de kalender de lente weer.
Een paar meisjes komen aangelopen. Ze hebben hun handen diep in de zakken en hun jaskragen staan recht omhoog. Het zijn twee zussen Ina en Gerda van Klateren. Ze zijn deze morgen vanaf het station niet per schoolbus de richting van de school uitgegaan. Samen kozen ze de richting van de stad. Hans zou vanmorgen ook weer van de partij zijn. Maar ze hebben hem onderweg van het station naar de stad nog niet gezien.
Jammer dat het geen mooi weer is vanmorgen, daar hebben ze bij hun afspraak niet aan gedacht. De stad is nu dan ook duidelijk minder vrolijk en gezellig. Het is de derde keer dat de drie scholieren een dagje spijbelen. Tot nu toe is er nog niets uitgelekt. Het gaat best zo.
„Hee, daar heb je de tantes eindelijk ook", wordt er opeens geroepen vanuit een donkere winkelportiek. Hans, een donkere, lange slungel komt naar de meisjes toe.
„Ja, mijn trein was wat vroeg en 't leek me beter voor de veiligheid, dat ik maar vast stadwaards ging. Wat zullen we doen vandaag? Buiten is het te miezerig en te koud. Moeten jullie geen nieuwe lentejurk aanschaffen? We zijn dan zo een eind van de dag kwijt en nemen tot slot een bakkie koffie toe. Da's een mooi sluitstuk van de vrije dag. Of zullen we eerst het soundcenter pikken. Ik geef jullie vandaag een deuntje naar eigen keus."
Het winkelen wordt als nummer één gekozen, dan koffie drinken, en tot slot het plaatje beluisteren.
Hans voelt zich toch wel weer vanmorgen. Die meiden doen weer mooi wat hij zegt. In de winkels hebben de drie reuze veel plezier. De ene keer wordt er een sjieke japon aangepast. Even later lopen de dames in één of ander overgebleven karnavalspak. Menig keer wordt hen een lelijke blik toegeworpen door één of andere verkoopster. Aan de rondslenterende studenten heeft men weinig behoefte in zaken als deze. Hans verdoet zijn tijd met luieren in een lage zitstoel. Tevens past hij op de schooltassen en hij heeft ook maar even de reispasjes bij elkaar in zijn portefeuille gestopt. Zo, onder zijn hoede zijn ze wel veilig.
De tijd vliegt voorbij. Boven bij het warenhuis nu eerst maar koffie drinken en hun brood opeten. Ook daar vermaakt het drietal zich uitstekend. De meeste vreemde figuren worden opgemerkt en besproken.
„Ha", zegt Gerda, „onze klub zit nu bij wiskunde. Het is al het vijfde uur. Dan moeten ze nog een uur naar godsdienstles bij Jobje. Ik blij dat ik hier zit, leuk eigenlijk hè, dat niemand ons snapt. Toch een voordeel zo ver van huis naar school te gaan. 's Morgens vroeg baal ik ervan, maar dit spijbelen vind ik énig. Erg leuk Hans, datje ons hier voor vroeg."
Hans kleurt een beetje. Hij beeft er ook wel lol in. Eerst was het flink wennen in deze nieuwe H.A.V.O.-klas. Met kerst moest hij zijn V.W.O.-groep verlaten, omdat hij punten te kort kwam op zijn lijst. Het was niet alleen een stapje terug wat niveau betreft, maar zijn leidersfunktie in de groep was daarbij ook afgedaan. Kees Gortel was hem de baas in deze groep, dus had hij het nu maar eens anders^ aangepakt. En die Gerda en Ina waren er ingetrapt. Kijken hoe lang het zou lukken ze als volgelingetjes te gebruiken.
Na het eten wordt het sound-center bezocht. Het is een langgerekte winkel waaruit de meest harde muziek de straat opschettert. .
Er zitten heel wat jongelui op de hoge barkrukken met koptelefoons op te luisteren naar hun favoriete muziek.
Ina, Gerda en Hans maken ook hun keus. Ze zijn wel duidelijk anders gekleed dan hun medepartijgenoten. Maar in hun bewegingendie ze bij het beluisteren maken, weten ze zich geheel aan te passen aan de anderen. Die deunen ook zo lekker op de muziek.
Opeens geeft Hans een harde dreun op de tafelrand voor zich.
„Wat is er? " vraagt Ina die haar koptelefoon al had afgezet omdat het gedreun door haar hoofd te fel werd. Vond ze het gehoorde misschien toch niet zo geweldig? „Hans, wat doe je!", zegt ze nog eens. Hans antwoordt niet en doet alsof hij weer intens luistert.
„Ben je mal, laatje niet kennen", gist het in hem.
Toch schrok hij geweldig. Hij voelt zich nog helemaal trillen.
Op een fel dreunende melodie hoorde hij opeens een stuk liedtekst van aaneengeregen vloeken. Dit had hij niet verwacht. De vloeken blijven nagalmen in zijn brein. Gelukkig is de plaat bijna afgelopen. Hans probeert verder niets te laten merken. Toch is het leuke van dit bezoek voor een deel al verdwenen.
„Is spijbelen wel zo leuk? En als je je daarmee in het rijk van de satan gaat begeven, hoe zit dat eigenlijk? " vraagt Hans zich nu toch wel af.
Hoe hij ook probeert lollig en vrolijk te doen op de terugweg naar het station, dergelijke vragen blijven door zijn hoofd zweven. En even later hoort hij weer de vloekende songs in zijn hoofd. Hij voelt zich weer opnieuw trillen.
Bij het station gaan de drie weer uit elkaar. „Tot een volgende keer; hè Hans", zegt Gerda als laatste.
„Ja", zegt Hans alleen. „Hier zijn jullie treinpasjes nog".
O ja, die vergeten ze bijna. Hans wil ze pakken, maar doet dan een nare ontdekking. De pasjes zijn weg. Wat erg, verloren misschien?
Veel tijd is er niet te verliezen. Toch de trein in, maar afwachten of er kontrole komt.
Gerda en Ina maken de reis goed. Opgelucht stappen ze in hun woonplaats uit. Maar wat moeten ze morgen? Samen maar voor wat geld zorgen, om naar school te kunnen reizen.
De volgende dag lukt het de meisjes zelfs ook weer zonder problemen.
Met Hans verloopt het iets anders. Hij wordt in de trein gesnapt en moet een ander kaartje kopen. De drie beraden zich op school, hoe ze de pasjes moeten terug krijgen. Op school erom vragen heeft niet zoveel zin.
„Ik ben ze vast en zeker verloren in de stad, in die muziekzaak", zegt Hans. „Daar ga ik eerst maar informeren".
Daar is de tweede bel al. De lessen gaan beginnen. Het eerste uur hebben ze engels. Hans mag een aanvangspsalm noemen. Ook dat nog, daar heeft hij helemaal geen zin in nu. „Psalm 146 vers 3 maar", denkt en zegt hij snel. Bij het zingen voelt hij zich niet fijn. Leven met de God van Jacob als je hulp, is wel wat anders dan de levenswijze die hij tot nu toe volgt.
Aan het eind van de les, is er een bericht via de interkom. Het betreft een mededeling voor 2a. Drie namen worden genoemd. „Willen deze drie scholieren zich direkt melden bij de konrektor? "
Gerda, Ina en Hans schrikken. Ze staan op uit de les en vertrekken richting spreekkamer van de konrektor.
„Zo", zegt meneer Pafer. „Kom binnen, 'k heb iets te vragen, of hebben jullie mij soms iets te vragen of te zeggen. Dat zou ook kunnen."
Er valt een langdurige stilte. Dan zegt Hans opeens, wat eigenwijs: „Waarvoor staan we hier eigenlijk meneer? " Ina en Gerda schrikken. Hoe durft die Hans! Meneer Pafer zegt niets, maar doet een la open van zijn bureau. Op tafel legt hij drie treinpasjes en kijkt dan de jongelui aan. „Waren jullie van plan zó jullie schoolloopbaan voort te zetten? Mijn woorden zullen niet veel zijn op dit moment. Weet
alleen dat een tijdelijke vulling van slechte muziek in je leven een lange leegte achterlaat. Hier is een opdracht voor jullie. Aanstaande zaterdag verplicht ik jullie hier om tien uur te zijn. Jullie schrijven dan hier een opstel van minimaal vijf kantjes. De titel luidt: „Hoe bracht ik mijn spijbeldag door". Dat ik weet waar jullie waren, zullen jullie wel begrepen hebben. Tot zaterdag jongelui.
Hier de pasjes nog. Anders kost het reizen naar school jullie ouders misschien extra geld."
Zaterdagmorgen komen de drie scholieren precies om tien uur aan bij school. De verjaardagspartij van Hans is uitgesteld. Verder heeft hij thuis niet veel gehoord. Zijn ouders waren verdrietig, merkte hij. Ina en Gerda hebben hun strafnog tegoed. Alle bomen in de tuin moeten van verse mest worden voorzien dit voorjaar en dat betekent nog weer een lange zaterdag kruien met dat spul. Een leuk vooruitzicht dus
Op school is meneer Pafer zelf aanwezig. In drie verschillende lokalen kunnen ze gaan zitten schrijven. Ze krijgen maar liefst drie uur de tijd. Om 1 uur staat het drietal weer voor de spreekkamer. De opstellen zijn klaar.
„Hebben jullie eten bij je? ", vraagt meneer Pafer nu. „Dan kunnen we eerst samen eten."
Daarna wordt er niet veel gezegd.
Voor het dankgebed zegt meneer Pafer: „Dit was jullie straf voor het spijbelen. Ik wil jullie alleen nog een raad meegeven. Geloof van me dat de satan een grote kracht heeft. Hij wil niet dat jongeren zich leren buigen voor hun Schepper. Maar weet ook dat de macht van de Heere groter is. Spreek over de ervaring die je had bij dit wegblijven van school met de Heere. Vraag ook, Hem te leren volgen in je jonge leven. Voor één ding is de satan erg bang. Dat ene is het gebed. Voor bidders gaat hij op de vlucht."
Hans durft niet op te kijken. Weet die man soms waarmee hij de laatste dagen bezig is?
De volgende maandag neemt Hans iets mee naar school. Het is een bos bloemen, die hij in het postvak van meneer Pafer legt. Er zit een briefje bij. Beste meneer Pafer,
Bij deze wil ik u danken voor uw aanwezigheid en uw begeleiding j.i. zaterdag. Ik denk na over uw woorden, hoewel ze slechts weinige waren. Ik begrijp nu een beetje dat weinig woorden met zout besprengd, veel kunnen betekenen, en uitwerken. Deze bloemen zijn voor uw vrouw. Het spijt me dat zij een vrije zaterdag met u moest inleveren voor ons. De rest van het schooljaar zullen we haar zo'n ochtend niet opnieuw bezorgen. Hoogachtend, met vriendelijke groeten,
Hans van Letten, H.A.V.O. 2a
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1984
Daniel | 32 Pagina's