Onesimus, de weggelopen slaaf (6)
Een gevangene? Maar die hoort toch in de gevangenis? Ja, anderen wel, maar deze man — Paulus heet hij — mag apart wonen, in een gewoon huis, niet in de gevangenis.
En de soldaten, die om beurten de wacht hebben zijn z'n vrienden geworden. Zij weten wel, dat Paulus geen enkele poging zal doen om te ontvluchten. Ze laten rustig toe, dat zijn vrienden hem bezoeken. Ze luisteren wat graag naar die kleine man, die zo vast op zijn God vertrouwt. En velen van die ruwe soldaten zijn oprechte christenen geworden. O, als de keizer dat eens zou weten. Als hij eens in de gaten kreeg, dat Paulus zijn mond niet houdt en aan ieder, waar hij mee in aanraking komt het Evangelie verkondigt. Hij zou hem in de donkerste kerker stoppen, die er was. Als hij eens zou weten, dat het hele garnizoen in aanraking komt met het Woord van God, omdat er steeds een andere soldaat op wacht moet Denk je niet dat hij Paulus voor de wilde dieren zou gooien? Maar de keizer heeft daar geen erg in en op deze wonderlijke wijze zorgt de Heere, dat Zijn knecht, hoewel hij een gevangene is, toch een apostel, een zendeling mag zijn.
Door de nachtelijke straten van Rome lopen twee mannen. Hun wijde mantels dicht om zich heengeslagen, hun gelaat verborgen in de kappen van die mantels, spoeden zij zich voort. Bij een grote villa gekomen, houden zij hun pas wat in. „Weet ge zeker, dat er niemand thuis is? ", vraagt de één.
„Ja", fluistert de ander, „ik ben geheel zeker van mijn zaak. Hier, dit steegje in, achter dat huis om en we komen bij een poortje, dat uitkomt op de tuin. Als we daar eenmaal zijn, is het een klein kunstje om het huis binnen te dringen."
Voorzichtig zoeken de mannen hun weg door de prachtige tuin.
Enkele uren later tonen de beide inbrekers hun buit aan een groep mannen, die om een lange, houten tafel zitten geschaard. Hoog worden de bekers geheven, gulzig wordt er gedronken van de fonkelende wijn. Kletterend rollen de dobbelstenen over de tafel. Grof wordt er gespot, schallend wordt er gelachen. De onderwereld van Rome viert feest, de dieven, woekeraars en dronkaards verdelen de buit. En onder zulk gespuis, onder zulk uitvaagsel bevindt zich Onesimus, de weggelopen slaaf.
Wat? Onesimus? Hoe komt hij daar nu toch terecht! Is dat dan de vrijheid, die hij zocht? Was het dan toch niet beter bij zijn meester in Kolosse?
Ja, hoe is Onesimus bij die dievenbende terecht gekomen? Och, het geld, dat hij van zijn meester gestolen had raakte op. Misschien is hij zelf wel bestolen geworden, wie weet.
De angst om gegrepen te worden, sloeg hem om het hart. En geen raad meer wetend, is hij ondergedoken in de wereld van leugen en bedrog.
Arme Onesimus. De vrijheid, die jij zocht, blijkt niet te bestaan. Je bent nog nooit zo gebonden geweest als nu.
Het is een hele tijd later, misschien wel weken of maanden. Waar zou Onesimus zijn? Zou hij zich nog bij die misdadigers bevinden? Zou hij misschien opgepakt zijn door de gerechtsdienaars of politiesoldaten, die speurend door de straten van Rome gaan, zoekend naar dieven en rovers en naar weggelopen slaven? Zou hij het fijn vinden vrij te zijn? Of zou het hem erg tegenvallen? Misschien denkt hij wel veel aan zijn meester Filémon en aan het mooie koopmanshuis, aan zijn kameraden, die het veel beter hebben dan hij.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1984
Daniel | 32 Pagina's