Racisme onder ons?
„Racisme, vreemdelingenhaat, dat tref je in de héle samenleving aan, van links tot rechts. Bij de ekonomisch bevoorrechten die nergens last van hebben, en bij de economische slachtoffers die de lasten dragen. Bij de prima behuisden, die hun omgeving blank willen houden en in de wijken van armen die hun trap met buitenlanders moeten delen".
Als deze spreker van het Mozeshuis te Amsterdam — een opvangcentrum voor buitenlanders — gelijk heeft, komt vreemdelingenhaat dus in de beste kringen voor. Ook onder (doop)leden van de Gereformeerde Gemeenten. In zekere zin is dat geen verrassende ontdekking.
Toegegeven, ik zie één van ons nog niet op een wachtlokaal „NIKKERS, KRAS OP" kalken. Evenmin zie ik één van ons een moord plegen. Maar zó oppervlakkig onderzoeken Schrift en belijdenis ons niet! Als je de behandeling van de tweede tafel der tien geboden in de Heidelberger Catechismus bestudeert, zul je bemerken dat die geboden uitgelegd worden volgens de les die de Leraar der Gerechtigheid in de bergrede gaf: „Maar ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet om dezelve te begeren, die heeft airede overspel in zijn hart gedaan". Hartenonderzoek zal dus weinig fraais opleveren. Wie op voorhand zegt dat racisme ophoudt bij de kerkdeuren, vergeet dat niet de devote handen, maar de diepste schuilhoeken van het hart openbaren wie de mens van nature is.
Racisme en fascisme
Wat is racisme eigenlijk? Dat is een belangrijke vraag, want tegenwoordig worden zwaarbeladen termen als „racisme" en „fascisme" te pas en te onpas gebruikt om ieder die een moeilijk te verteren standpunt inneemt, aan de galg te hangen.
Deze woorden gaan zo als een machtsmiddel funktioneren. Immers, voor elke Nederlander heeft racisme een nare klank.
Je denkt dan aan negers die in de bus niet naast een blanke mogen zitten. En fascisten gunnen andersdenkenden het licht in de ogen niet. Racisme? Fascisme? Afschuwelijk. En zo zie je de truc zich voltrekken: als je iemand die belangstelling heeft voor Zuid-Afrika zwart wilt maken, moetje hem racist noemen; als je een dominee die een bijbeis standpunt over de plaats van de vrouw inneemt monddood wilt maken, moetje hem een fascist noemen.
Racisme is volgens Van Dale verheerlijking van het ras. Het gaat dus om zelfverheffing en vernedering van andere rassen. Als ik mij een voorstelling probeer te maken van de huis-, tuin-en keukenproblemen die zich in Rotterdamse oude wijken voordoen, kan ik tot de konklusie komen dat de islamitische gewoonten dermate van de nederlandse afwijken dat het verstandiger is om remigratie van Turken aan te moedigen.
Ongetwijfeld loop ik met deze opmerking het risiko door een PSP-er voor „racist" uitgemaakt te worden. Toch heb ik geenszins beweerd dat een Turk minder waard zou zijn dan een Rotterdammer! Wij houden ons dus aan Van Dale.
Kiassendiskriminatie of rassendiskriminatie
In het artikel in dit nummer over de opkomst van de Centrumpartij wordt ingegaan op de oorzaken van het toenemend racisme: irritaties vanwege kuituurverschillen, de angst om overmeesterd te worden door de grote aantallen buitenlanders, de werkloosheidsgraad enzovoorts.
In mijn artikel gaat het meer om de vraag of racisme ook onder ónze jeugd voorkomt.
Cijfers daarover zijn er naar mijn weten niet. Toch zijn er aanknopingspunten. Ik wees al op de werkelijkheid in christelijke zin: het gaat niet alleen om de daden, maar evenzeer om de gedachten en overleggingen. Zou bij niemand van ons ooit de gedachte aan meerwaarde opkomen? Laten
wij maar voor onszelf antwoord geven. Een ander aanknopingspunt is wellicht het taalgebruik: „wat ben je toch ook een Turk, hè!" En niet te vergeten de moppen over werkloze Surinamers, domme Turken, je kent ze wel. Ik wil deze verschijnselen niet goed praten, zoals hierna zal blijken.
Tegelijkertijd vraag ik mij af of hier niet veeleer van /f/awertdiskriminatie dan van /Ymercdiskriminatie sprake is. Verschilt de Belg in de grap inhoudelijk van de ambtenaar, de Surinamer van de Schot? Is de „domme" boer van vroeger niet vervangen door de „domme" Turk van nu? In het geval van de Turken is het dus niet het ras, maar de maatschappelijke positie — voornamelijk ongeschoolde arbeid — die tot genoemde opmerkingen leidt.
Evenzo zouden de Surinamers geen G.E.B.-humor opgeleverd hebben als zij door middel van een meer gespreide overkomst in een tijd van betere werkgelegenheid zich onopvallender hadden kunnen vestigen. Ook hier is het mijns inziens niet het ras, maar zijn het de omstandigheden die prikkelend werken. Een derde aanknopingspunt is helaas te vinden in de belangstelling die hier en daar ook onder ons voor de Centrumpartij leeft.
Die partij doet tenminste wat aan de problemen! (Tussen haakjes: dat is maar de vraag; overigens houdt de SGP er zich ook mee bezig, alleen op een verstandiger manier....). Het ernstige van die belangstelling voor de Centrumpartij schuilt hierin dat men Janmaats gebral in verband brengt met het uitroeien en weren van de valse godsdienst waarover artikel 36 van onze geloofsbelijdenis, het SGP-wachtwoord, spreekt. En daarmee ben ik dan meteen toe aan een be-en veroordeling van het al dan niet vroom verpakte racisme.
De geschiedenis van de overspelige vrouw die bij de Heere Jezus gebracht werd, leert ons dat Christus niet op de stoel van de rechter ging zitten. Hij veroordeelde de vrouw, om het zo maar eens uit te drukken, tegelijkertijd wei en niet. Wij moeten dus duidelijk onderscheid maken tussen de verhouding overheid en vreemdeling enerzijds, burgers en mede-burgers (in dit geval: vreemdelingen) anderzijds. Artikel 36 is een regel voor de overheid. Wie dus zijn misnoegen over het gedrag van vreemdelingen denkt te mogen uiten door de mikrofoon van de geloofsbelijdenis, gaat als burger op de stoel van de overheid zitten. Dat is machtsmisbruik. Daar komt nog iets bij: artikel 36 gaat niet over vreemdelingen.
Het gaat over valse godsdiensten, of die nu gevonden worden onder zwarte of blanke, oostaziatische of mediterrane bewoners van ons land.
Artikel 36 weert dus evenzeer de moslim uit Turkije als de aanhanger van de marxistische bevrijdingstheologie uit Voorschoten. Ik zeg het nóg niet nauwkeurig genoeg: artikel 36 roeit geen moslims en nieuwlichters uit, artikel 36 roeit hun dénkbeelden uit, niet door een moderne beeldenstorm, uitgericht door partikulieren, maar door de orde van het door God aan de overheid toegekende gezag.
De Centrumpartij heeft even weinig met artikel 36 te maken als de duisternis met het licht gemeen heeft.
Hoe moet onze houding tegenover de vreemdeling zijn?
Juist, het komt dus op de verhouding tussen ons als burger en de vreemdeling aan. Daarover praten wij. De Bijbel leert ons dat élk mensenkind schépsel is, beelddrager Gods. En elke beelddrager Gods is ménsenkind, gevallen in Adam en als zodanig verdoemelijk voor God. Wie dat niet alleen wéét, maar ook belééft kan van harte instemmen met Calvijn als hij zegt: „Dus welk mens nu ook op uw weg komt, die uw dienstbetoon nodig heeft (het Oude Testament zegt in dit opzicht genoeg over de vreemdeling! PCdU): gij hebt geen oorzaak waarom gij u er aan onttrekken zoudt u aan zijn belangen te wijden". En hij vervolgt: „Zeg dat hij een vreemdeling is: maar de Heere heeft op hem een kenmerk gedrukt dat u vertrouwd moet zijn". En als die vreemdeling ons nu eens dwars zou zitten, ja, zelfs zou tergen? Calvijn wijst er dan op dat de Heere van óns niets anders ondervindt en dat ook de tergende medemens het beeld van God nog draagt: „Waarlijk langs deze weg alleen komt men tot datgene wat geheel tegen de menselijke natuur indruist, namelijk dat wij kwaad met goed vergelden (, ...) men komt hiertoe, zeg ik, wanneer wij bedenken dat men niet de boosheid der mensen moet overwegen, maar in hen het beeld Gods zien" (Institutie, boek III, hoofdstuk VII, 7). Je zult begrijpen dat ik met dit citaat niet in het minst de indruk wil wekken dat vreemdelingen zich meer misdragen dan Nederlanders. (Tussen haakjes: misschien moet het R.D. van de gewoonte afwijken om bij misdrijven te vermelden dat de dader een Turk of Surinamer is; ik zou het ook niet op prijs stellen ais bij belastingontduiking en snelheidsovertreding systematisch vermeld werd dat het een lid van de Ger. Gem. betrof....).
Wel heb ik er mee aan willen geven dat degenen die de vreemdeling wél vereenzelvigen met de kwaaddoener, Calvijn niet aan hun kant hebben in hun vreemdelingenhaat. Calvijn begrijpen, écht begrijpen, zullen alleen zij die zich met Job hebben leren verfoeien en berouw hebben in stof en as.
Ik zou het bijna vergeten: wie gaat nog C.P. stemmen en wie vertelt de eerste mop over buitenlanders? Ook ik moet het lachen trouwens nog afleren, als het om racisme gaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1984
Daniel | 33 Pagina's