JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN ERNSTIG GEBED OP DE BIDDAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN ERNSTIG GEBED OP DE BIDDAG

2 minuten leestijd

„Mijn Rechter zal ik om genade bidden." Waarom zegt Job: mijn Rechter? De Heere Jezus is toch de Rechter over alle mensen, Hij is toch niet slechts de rechter van Job? Om de volgende redenen zegt Job: mijn Rechter: Hij herinnert zich het oordeel, en hij weet ik zal dan ook onder die mensenmenigte staan. Verder kent Job zijn rechter als een zeer goede, ja, als de enige goede, hij beroept zich op Hem. Job wil zeggen: mijn vrienden, het deert mij niet of u mij oordeelt, uw oordeel betekent niets. Die mij oordeelt is de Heere, de ganse zaak geef ik in Zijn handen. Zoals Hij het uitwijst, zo zal het goed zijn. Ik vertrouw het Hem toe, hoe de uitkomst ook zijn mag. Ik zal tevreden zijn over het vonnis, hetzij goed of kwaad. Hadden Jobs vrienden nu geen ongelijk, toen zij Job allerlei zonden ten laste legden? Zou een verharde zondaar zó bidden? Maar deze bede past wel in de mond van overtuigden! Ja, deze bede past in de mond van Gods kinderen, die al genade hebben! Moeten dan Gods kinderen, die al genade ontvangen hebben, nog bidden om genade? Eens genade is immers altijd genade? Laat het u niet vreemd voorkomen. Wilt u weten waarom?

Het past Gods kinderen, dat zij hun Rechter om genade willen bidden. Bedenk eens, doet een kind van God geen dwaasheden meer, heeft hij geen zonde meer, ja zware zonden? Moet de Heere hen niet elke dag op-nieuw in genade aanzien? „Wees mij genadig, o God, naar Uw goedertierenheden, delg mijn overtreding uit, naar de grootheid van Uw barmhartigheden, was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonden.”

Waar moet hij nu anders in gewassen worden dan in die genadefontein? Zouden zij dan niet om genade bidden, de genade in hen is nog zo klein. Genade moet genade vermeerderen - genade moet genade versterken - genade moet genade kronen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1984

Daniel | 33 Pagina's

EEN ERNSTIG GEBED OP DE BIDDAG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1984

Daniel | 33 Pagina's